Skip to main content
Contactblad van de Historische Kring Bussum,  jaargang 8, nummer 3 (december 1992) pag. 117-123

Bouwvereniging Sint Joseph 1912-1992

R.H. van de Lustgraaf

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel 
De afbeelding is aanklikbaar voor vergroting

 

Het grootste wonder rond de Bouwvereniging Sint Joseph is dat de vereniging de storm van het ontstaan heeft doorstaan en er daarna in geslaagd is, tegen alle verdrukking in, overeind te blijven. Wij, in 1992 met alle verworvenheden toch lang niet altijd tevreden over de huidige gang van zaken, kunnen ons maar heel moeilijk voorstellen wat de eerste leden van St. Joseph hebben moeten doorstaan om uit het niets te komen tot de stichting van deze vereniging. P.H.M.J. Klijnman, de eerste voorzitter, zei het bij de oprichting in 1912 zo: "De beantwoording der vraag of de zaak der arbeidershuisvesting verbetering eischt behoeft door ons niet aan eene bespreking te worden onderworpen, overtuigd als wij allen zijn dat de toestanden in Bussum er treurig uitzien".

Hoe treurig? We kunnen er hooguit naar raden. De arbeiders hadden nauwelijks een menswaardig bestaan, de woningnood was groot en de huren werden opgejaagd door de bezitters van vaak weinig meer dan krotten. De Woningwet van 1901 had dan wel een deel van het huisvestingsleed beteugeld, maar men stond pas aan het begin van de dageraad. Hier en daar waren huurverhogingen geeist van 60 procent. Er moest wat gebeuren, vond de ledenvergadering van de R.K. Werkliedenvereniging Sint Joseph op 22 maart 1912. Maar gezagsgetrouw bleef men, hoe beroerd de toestand ook mocht zijn. Want had men in Zeist - waar ook een bouwvereniging in de maak was - niet als eis gesteld: erkenning van het wettig gezag en geen propaganda maken voor revolutionaire denkbeelden en beginselen.

Geld was er niet, tijd om te vergaderen evenmin, want er moest gewerkt worden om aan de karige kost te komen. Grond was ook schaars - en duur - en de ervaring misten de strijders van het eerste uur eveneens. Voeg daarbij dat de gemeentelijke overheid die nieuwlichterij vol argwaan gadesloeg, dat de beter gesitueerden niet zaten te springen om arbeidersaktiviteiten en u heeft voldoende ingrediënten voor een moeilijke start.

Hoe moeilijk? De eerste penningmeester van de bouwvereniging moest geld hebben om de eerste kosten te kunnen bestrijden. Besloten wordt, dat hij een voorlopig voorschot van tien gulden tegen een door drie bestuursleden getekende kwitantie bij het hoofdbestuur mag aanvragen ter bestrijding van de eerste kosten, waaronder een memoriaal (voor afschriften van alle met de hand geschreven correspondentie - dat betekende twee keer schrijven met de kroontjespen - en een exemplaar van de Wet tot regeling der Coöperatieve Verenigingen). Eind 1912 kan de penningmeester de ledenvergadering meedelen, dat van die tien gulden f 7,45 is uitgegeven. Het resterende bedrag zal tegen kwitantie worden gerestitueerd.

Hoe begin je met niets? Een vereniging moet leden hebben en die moeten contributie betalen. En ze willen natuurlijk ook straks in een echt huis wonen. Sint Joseph kiest voor leden-aandeelhouders en er melden zich 48 leden. Om lid-aandeelhouder te worden moeten ze f 10,-- in termijnen betalen. Dat gaat via een stempelboekje waar honderd stempeltjes van een dubbeltje per stuk in kunnen. De stempel wordt ook van die eerste tien gulden betaald. 

In mei 1912 kan van een combinatie van drie personen grond worden gekocht om te bouwen. Tegenover de leerfabriek Koelit aan de Huizerweg. Dat lukt niet - te duur. Architect Vos biedt zijn goede diensten aan. Dat leidt vrij snel tot de mogelijkheid om grond te kopen aan de Laarderweg: 14.000 m2 tegen de prijs van 1 gulden per vierkante meter. Er kunnen zeker 60 woningen op. Problemen te over. De heer Bouvy staat op zijn privacy; hij wil geen arbeiderswoningen vlak bij huis hebben. De Minister van Oorlog ligt dwars, want de gronden liggen dicht bij Werk III (waar nu de vijver bij het viaduct is) en rond die fortificaties bevinden zich zogenaamde verboden kringen. "Strijdig met de landsverdediging", zegt de bewindsman. De leden van St. Joseph horen het allemaal woedend aan. "Mooie praatjes, schijnschone aanbiedingen, allemaal eigen belang", roepen ze.

Toch komt er schot in de zaak. De grond aan de Laarderweg - er is wat geschoven om de dwarsliggers terwille te zijn - kan worden gekocht. Een krappe meerderheid van de gemeenteraad is uiteindelijk bereid een voorschot van f 15.000,-- te verstrekken. De leden gaan akkoord met de plannen voor de eerste serie woningen, maar alleen als het werk niet wordt uitgevoerd door beunhazen (toen duizendpoters genoemd). Men besluit daartoe met 18 stemmen voor, 16 tegen en 2 blanco. "De rest was al naar huis", verzucht de secretaris in het verslag, "want laat naar bed en vroeg op kan natuurlijk niet met de lange en zware werkdagen".
In een volgende vergadering maken de leden zich kwaad over de houding van de gemeenteraad, die eist dat een derde deel van de te bouwen woningen voor niet-leden zullen zijn. De woede wordt nog groter als de mededeling wordt gedaan, dat de huur voor de tuintjes apart zal worden berekend: 1 cent per meter. Een compromisvoorstel om de eerste drie jaar een halve cent per vierkante meter te vragen, wordt ook afgewezen.

Wanneer in december 1913 de bouw in volle gang is, komen de leden in het geweer als blijkt dat de bouwvakkers zich schuldig maken aan drankmisbruik. "Droog leggen" is de eis, maar het bestuur ontraadt dat ten sterkste en komt met een tussenoplossing: proberen voor alle toekomstige werken strenge eisen te stellen. Morrend gaat de achterban hiermee akkoord. Tijdens de bouw duikt nog een probleem op: de mensen willen ruimte voor hun wasfornuis (een stookketel om de vuile was in te koken). Daarom moeten er in de schuurtjes schoorstenen komen en daarin is bij het maken van de plannen niet voorzien. De aannemer is bereid de schoorstenen alsnog te maken voor f 8,50 per stuk. In diezelfde vergadering barst er een nieuwe bom. De huur is al bepaald op f 2,60 per maand, maar de gemeente vindt, dat het f 2,65 moet worden. Het bestuur houdt de poot stijf en de huur van de eerste zestien woningen wordt vastgesteld op f 2,60.

      
De woningen Laarderweg 81-83 behoren tot het oudste bezit
van de woningbouwvereniging.
 

De bouw van nieuwe complexen verloopt traag, maar toch breidt het bezit van St. Joseph zich gestaag uit aan de Laarderweg en, in het Sint Josephpark, tegenwoordig de Peppels en de Berken. Tijdens de viering van het eerste lustrum in 1917 klagen de bewoners over tekort aan gescheiden slaapgelegenheid in de woningen aan de Laarderweg en het Sint Josephpark. Een jaar later gaan de leden er schoorvoetend mee akkoord dat de bouwvereniging gaat meedoen aan een gezamenlijke aktie tegen de heersende woningnood. Veel leden zijn echter niet enthousiast om met "de rooien op te trekken".

Er komen in 1918 nieuwe woningen aan het Koopwegje met een voorlopige huur van f 3,00. De gemeente wil huren van f 3,10, f 3,84 en f 4,00. Bouwverenigingen St.Joseph en De Eendracht strijden gezamenlijk. Het draait uiteindelijk uit op huren van f 3,10, f 3,60 en f 3,75.

Dan blijft het een tijd heel stil. Tot in 1924 het woningbezit de honderd is genaderd. Een groot deel moet worden geschilderd. De laagste inschrijver is de Firma Gebr.Roos uit Ridderkerk. "Kan nooit voor dat lage bedrag", zegt het bestuur en gunt het werk aan de op een na laagste inschrijver. De zuinige gemeente grijpt in en beslist dat Roos moet schilderen. Het gevolg was drie jaar lang ellende, dreigbrieven, veel geharrewar, maar geen afgerond schilderskarwei. Na die drie jaar moest een ander bedrijf de klus afmaken.

In 1924 telde St. Joseph inmiddels 116 leden. Een jaar later schrijft de secretaris, dat er nu 155 leden zijn, waarvan 102 bewoners en 53 die (nog) geen huis hebben. Het bestuur roept tijdens de ledenvergadering de leden op om niet te veel troep in de beer- en zinkputten te gooien. Het ledigen van de putten kost de vereniging geld.

In 1925 komen er 14 woningen bij in het Sint Josephpark en wordt het badhuis, op de hoek van de Koopweg en de Laarderweg op de riolering aangesloten. Een jaar later meldt de secretaris, dat er plannen zijn om het badhuis uit te breiden en dat het bestuur heeft besloten om geen huizen van f 2.400,00 meer te bouwen. De reden wordt niet vermeld, maar laat zich raden, want veel leden klagen over te weinig ruimte in huis.

Van het woningbezit van St. Joseph is in 1927 tien procent nog niet aangesloten op het electriciteitsnet. Aansluiting kan wel, maar dan moet men een muntmeter nemen. De roep om radio-antennes op het dak wordt luider: "Alleen als het gebeurt zoals het bestuur voorschrijft en geen geknoei", is de boodschap.

In de notulen van de vereniging wordt gedurende die jaren regelmatig gemeld, dat de huurders te veel rotzooi in hun beer- en zinkputten gooien. In 1926 heeft men 848 wagens vol uit de putten van St. Joseph gehaald. Het bestuur sommeerde de huurders geregeld om daar wat aan te doen, omdat anders de huur zou worden verhoogd. Het had weinig resultaat. In 1928 werden er 1.065 wagens vol opgehaald, in 1929 1.124 wagens en in 1930 werden er 1.430 wagens vol afgevoerd. In 1932 rukte de beerwagen maar liefst 2.009 keer uit; per volle wagen kostte dit f 1,50. Het bestuur stuurt alle huurders een "dreigbrief", waarin zij meldt dat de huren omhoog gaan als de situatie niet verbetert. Dat helpt, want in het volgende jaar worden er 1.687 wagens geteld.

In 1928 worden de woningen aan de Laarderweg en de Hamerstraat verbouwd: de alkoof eruit, schuifdeuren tussen voor- en achterkamer en twee kasten erbij. De huur wordt daarna f 0,20 hoger. In een aantal huizen worden de houten aanrechten vervangen door graniet. In 1929 liggen er plannen klaar voor 23 nieuwe woningen. Het Rijk bepaalt, dat f 60.950,-- de uiterste prijs is. Volgens het bestuur kunnen er voor die prijs geen kelders in. Maar bij de aanbesteding valt de prijs mee en kan binnen het beschikbare bedrag elk huis toch worden voorzien van een kelder. In het volgende jaar wordt de huur van 14 woningen in het Sint Josephpark verlaagd naar f 4,10. De zijgevels van de woningen slaan door en er wordt beschotwerk tegenaan gezet. Omdat er geen zicht is op een mogelijkheid tot nieuwbouw wordt er besloten tot het instellen van een ledenstop.

Er waren plannen voor de koop van bouwgrond in de buurt van de Heilig Hartkerk. Het kwam er niet van, omdat de buurt geen arbeiderswoningen in de omgeving wilde. In 1933 laat de regering weten,dat per jaar per woning aan onderhoud maximaal f 25,-- mag worden uitgegeven. Geen cent méér. Het bestuur roept op tot zorgzaamheid voor alles aan en in huis en tot zelfwerkzaamheid. In 1934 wil de gemeente huurverhoging doorvoeren. "En dat in deze barre tijden", roept het bestuur. De verhoging geldt voor St. Joseph en de AAB, maar niet voor De Eendracht. De eerste twee verenigingen protesteren, maar tot een gezamenlijke aktie komt het niet, omdat De Eendracht niet mee protesteert. In 1935 is de huurschuld een ramp voor de vereniging. De secretaris concludeert, dat degenen die niet betalen meestal ook nog "de grootste bek" hebben. De beerwagen is weer meer dan 2000 keer vol door Bussum gereden. "We zullen blij zijn als de putten op de riolering worden aangesloten", aldus het jaarverslag. In 1938 vinden we nog een melding van 2300 wagens. Hierna wordt het stil rond de putten, omdat de woningen op de riolering worden aangesloten. Het probleem van de huurschuld blijft. De Tweede Wereldoorlog begint. "Wees zuinig met de huizen en vooral met de W.C., want nieuw materiaal is er niet meer", waarschuwt het bestuur in 1942.

Na de bevrijding vragen de woningnood, de ellende van het samenwonen en de roep om samenwerking met de AAB en De Eendracht om aandacht. In het seizoen 1946-1947 bevriezen de leidingen van het badhuis; materiaal voor reparatie is er niet. In 1948 wordt geconstateerd, dat het badhuis floreert en draait als nooit tevoren.

Het jaar 1950 is een belangrijk jaar. De uitvoering van achterstallig onderhoud wordt gezamenlijk aangepakt. De eerste veertig woningen komen aan de beurt en Sint Joseph voert een zitting-avond op maandagen in. Het jaarverslag 1950-1951 meldt dat de vereniging dan 1174 woningen bezit. Een jaar later wil de gemeente de uitgevoerde reparaties in de woningen van de bouwverenigingen door de huurders laten betalen. De gezamenlijke bouwverenigingen weten dit te voorkomen.

In 1952-1953 komen de eerste veertig nieuw gebouwde woningen van na de oorlog gereed. Het wordt knokken voor de leden: 21 van de 40 huizen zijn voor St. Joseph. De gemeente neemt de bouwbevoegdheid over. In Bussum bouwt de gemeente en de woningbouwverenigingen mogen de exploitatie op zich nemen.
In 1953-1954 wordt melding gemaakt van bouwplannen voor 214 woningen in Bussum. In 1955 is door overname van 37 woningen het huizenbezit van St. Joseph op 2511 gekomen. Het jaarverslag meldt, dat het onderhoud een groot probleem vormt; vroeger was er geen geld voor, nu ontbreekt het aan personeel. In deze tijd van hoogconjunctuur blijkt er geen ruimte te zijn voor huurachterstand.

In 1957 komen er 37 woningen bij en in 1958 nog een 40-tal aar1 de Lange Heul. Uit het twintigste jaarverslag van de toenmalige secretaris: "Ik zie er altijd tegen op. Er wordt weinig notitie genomen van wat er zoal leeft binnen de vereniging, Het bestuur zegt dikwijls onder elkaar: als een gegadigde woonruimte heeft gekregen, kijken ze nergens meer naar". En in verband met de komst van het eerste vrouwelijke bestuurslid: "Ik hoop dat het een goede kracht zal zijn als dagelijks bestuurder om diegenen op te volgen die al jaren zijn krachten heeft gegeven voor de vereniging".

In de volgende jaren loopt het woningbezit verder op: 354 in 1960; 374 in 1961. In 1962 komen er 12 woningen bij, maar het 50-jarig bestaan van de vereniging wordt niet gevierd. "Er is veel veranderd. De saamhorigheid is bij veel leden verloren gegaan. Vernielzucht steekt de kop op.", aldus een somber jaarverslag. Wel wordt het badhuis opgeknapt. Veertig flats erbij in 1962-1963. Een jaar later wordt de waterlevering aan de woningen van de Laarderweg, het Sint Josephpark en de Hamerstraat rechtstreeks betaald door de bewoners. De huur kan daardoor met een kwartje in de week omlaag. In 1964-1965 treedt een heel nieuw bestuur aan. Er gaan geruchten over afbraak van het St.Josephpark. Of wordt het toch opknappen? Het Rijk neemt maar geen beslissing. Er komen 52 woningen bij aan de Bijenschans en de Sparren en een jaar later op de Bouvygronden. In 1968 betalen de huurders hun huur niet langer meer per week, maar per maand. Er worden van de gemeente 334 woningen gekocht voor circa vijf-en-een-half miljoen gulden.
In 1970 telt St. Joseph 629 leden. Er is kans op verbetering van het Josephpark en in de Weidehof en omgeving slaat de vernielzucht toe. Op 1 januari 1972 sluit het badhuis. De mensen douchen thuis. Sint Joseph exploiteert op dat moment 508 woningen.

De laatste decennia.
In 1973 verklaart het bestuur: " We blijven vechten voor goede woningen tegen betaalbare huren." Er wordt aan toegevoegd: "Contributie is niet uit te sluiten in de toekomst". Er is teleurstelling over de geringe toewijzing van woningen op de Hilversumse Meent. In 1975 wordt de slechts bezochte jaarvergadering uit de geschiedenis van de vereniging gehouden: er verschijnen slechts vijf leden. De vereniging gaat zich ook richten op bijzondere huisvesting: woningen voor één- en tweepersoons huishoudens. Het woningbezit nam toe met woningen aan de Anne Franklaan, de Schwerinlaan, Herman Gorterhof, Nieuwe Brink, Olmenlaan en als laatste de Prinsenstraat. Bovendien werd er de laatste jaren veel groot-onderhoud uitgevoerd en zijn er renovaties geweest.

In 1993 gaat Woningbouwvereniging Sint Joseph met de woningen van het gemeentelijk woningbedrijf op in een woningcorporatie.

 

Zie ook het artikel op pagina 3 van de Woonbode van vrijdag 17 april 1992.