Skip to main content
Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 34, nummer 2 (september 2018), pag 22-27

Stellingen rondom Naarden uit de tijd van de Eerste Wereldoorlog

Hans Mous & Klaas Oosterom

Klik hier voor de pdf van dit artikell
De illustraties zijn aanklikbaar voor een vergroting 

Militaire ontwikkelingen tussen 1500 en 1866

In de 16de en 17de eeuw bestond oorlogvoering voor een groot deel uit belegeringen van vestingsteden. Er werd dan ook veel aandacht besteed aan het aanleggen en onderhouden van vestingwerken, bijvoorbeeld die van de belangrijke vestingstad Naarden in de jaren 1678 tot 1685.

Vanaf de 18de eeuw kwam hier verandering in. De afzonderlijke vestingen werden onderdeel van aaneengesloten linies. Zo ging Naarden deel uitmaken van de Oude Hollandse Waterlinie. In de tijd van Napoleon (circa 1800) veranderde het militaire denken opnieuw. Aanvalsoorlogen vormden het nieuwe credo van de legerleiding. Dit was lastig te rijmen met een waterlinie waarachter het leger zich had teruggetrokken. Daarom werd de oude Waterlinie naar het oosten verlegd, waardoor ook Utrecht er binnen kwam te vallen. Zo ontstond de Nieuwe Hollandsche Waterlinie.
Bij Utrecht en bij Naarden konden ‘verschanste kampen’ worden aangelegd van waaruit een tegenaanval kon worden ingezet. De werkzaamheden aan zo’n kamp bij Naarden begonnen pas in 1866. Vóór die tijd had men gedacht dat men na het uitbreken van een oorlog twee tot drie maanden de tijd zou hebben voor de aanleg ervan. Dat bleek een misrekening. 

Het Offensief bij Naarden

Niet alleen bleek de snelheid van de legers omstreeks 1866 groter dan verwacht, ook de vuurkracht van het geschut bleek enorm te zijn toegenomen. De vijand moest dus verder van de vesting worden afgehouden. Daarom moest er een fort komen op zo’n twee kilometer afstand van de buitenste vestinggracht van Naarden, met aan weerszijden een zogenoemd aardwerk (een soort schans). Dat fort, bij ons bekend als Werk IV bij Spant!, werd in 1870 opgeleverd. Ondanks de naam Offensief stond het nog lang niet vast dat dit gebruikt zou worden voor aanvallende acties. Tegenstanders van de offensieve gedachte meenden dat het nut van deze stelling vooral was, dat het terugtrekkende veldleger hier kon worden opgevangen.
Toch werd in 1877 het Offensief bij Naarden uitgebreid: het bestond toen uit vijf ‘werken’, alle gelegen ten zuiden van Bussum. Hiervan had alleen Werk IV permanente gebouwen. In mobilisatietijd zou de hele linie bemand worden door zo’n 500 man. De hoofdlinie was en bleef de oorspronkelijke Waterlinie. 

De Voorstelling van Naarden

Toen in 1914 de Eerste Wereldoorlog op uitbreken stond, werd het Nederlandse leger gemobiliseerd. De legerleiding wilde maatregelen voor het geval het veldleger zich bij een Duitse aanval naar het westen moest terugtrekken. Er moest bij Naarden een grotere opvangstelling dan voorheen komen. Op een afstand van ongeveer een kilometer van de vroegere voorpostenlinie, van Bussum-Zuid tot de Eukenberg aan het Gooimeer (toen nog Zuiderzee) bij Huizen, werd daarom een nieuwe stelling aangelegd: de Voorstelling Naarden.
Het uitgewerkte ontwerp voor de stelling dateert van mei 1916. Ze zou uit drie delen moeten bestaan: een voorste linie, een hoofdstelling en een tweede stelling. De tweede (achterste) stelling bestond uit de reeds bestaande vijf ‘werken’ van het Offensief (op de kaart I-V). De voorste linie was in feite geen echte linie, maar bestond uit losse delen die op enkele honderden meters vóór de hoofdstelling lagen. Het doel ervan was een oprukkende vijand enige tijd tegen te houden. Het is niet duidelijk of het ooit tot aanleg van deze voorste linie is gekomen [voetnoot 1]. In elk geval is er niets meer van terug te vinden.

     
 
De Voorstelling van Naarden

De hoofdstelling (op de kaart 1-7) is wel grotendeels aangelegd. Er zijn voldoende sporen in het landschap die dat aantonen. Ze bestond uit zeven schansen, waartussen een doorlopende gevechtsstelling zou moeten lopen.
De totale stelling was zo’n 11 km lang. Om elke schans lag een prikkeldraadversperring. De bewapening van een schans zou bestaan uit vier zware mitrailleurs.
De gevechtsstelling zou gevormd worden door een aarden wal van 1,40 m hoog, met daarvóór een droge gracht. Vóór deze gracht was een 10 tot 12 m brede prikkeldraadversperring [voetnoot 2] gedacht, met doorgangen en luisterposten. In de wal van de schansen en van de gevechtsstelling moesten schuilplaatsen komen. Achter de wal een netwerk van verbandplaatsen, telefoonposten, schuilplaatsen voor reserves en latrines, alles verbonden door loopgraven.

Op 250 tot 500 m achter de hoofdstelling lagen nog vijf geschutstellingen (op de kaart A-E). Een geschutstelling bestond uit een aantal emplacementen (ronde kuilen) voor geschut met daartussen schuilplaatsen voor de bemanning. Op de bodem van de kuilen lag een houten plaat en de wanden waren beschoeid met planken.

Bij de aanleg van de Voorstelling heeft men blijkbaar nog een andere vorm van oorlogvoering voor ogen gehad, die ook elders in praktijk werd gebracht: op korte afstand voor de stelling wilde men tunnels graven die konden worden gebruikt om de naderende vijand af te luisteren, maar die ook konden worden volgestouwd met explosieven om de vijand op te blazen. Met de uitvoering ervan is in 1916 deels al begonnen. Op de plattegronden van de legerleiding staan alleen tussen de schansen 4 en 5 bij Huizen twee gangen aangegeven.

De aanleg van de Voorstelling

Met de aanleg van de Voorstelling werd al in september 1914 een begin gemaakt. Op kaarten van december 1916 zien we dat alle schansen waren aangelegd, maar dat de wal vanaf het punt waar ze de Tafelbergheide bereikte tot aan schans 2 ontbrak. Ook was nog lang niet overal een prikkeldraadversperring aangebracht. Het is de vraag of het ontwerp ooit in zijn geheel is uitgevoerd. In hetzelfde jaar 1916 werd namelijk besloten dat de voorste linie nog verder van de vesting vandaan moest komen te liggen. Met deze uitbreiding is voorjaar 1918 een begin gemaakt: de bouw van betonnen schuilplaatsen, die we nu nog in en bij de Fransche Kamp aantreffen. Uiteindelijk maakte de wapenstilstand van november 1918 een einde aan deze bouwactiviteiten.

      
12 meter prikkeldraad
 

Er waren ook werkzaamheden aan en rond de stelling die pas konden worden uitgevoerd als het daadwerkelijk tot oorlog zou komen. Bijvoorbeeld de inundaties (overstromingen) die ten westen en ten oosten van de Voorstelling gepland waren. Ankeveen, Kortenhoef en Eemnes zouden daardoor blank komen te staan.
Verder moest het terrein vóór de hoofdstelling worden opgeschoond als de vijand werkelijk in aantocht was. Het dorp Huizen lag op slechts 800 m van de stelling. In de bij het plan behorende Aantekeningen luidt het: ‘Het gebruik van dit complex moet de vijand ontzegd worden door tijdige en systematische vernieling en ontruiming van dit dorp, waarvoor anders onnodig een grote hoeveelheid munitie zou moeten worden verbruikt’ [voetnoot 3].
Aan de zuidrand van Bussum zou een aantal huizen moeten sneuvelen. Daar liep de stelling zo dicht langs de bebouwing dat er nauwelijks plaats was voor onderkomens van de troepen. De oplossing: ‘In de rand van Bussum kunnen aanvankelijk de huizen in onderkomens getransformeerd worden door deze gedeeltelijk af te breken en de kelderverdiepingen een verzwaarde dekkende laag te geven’ [voetnoot 4].
Ten slotte was een officier van de genie in geval van oorlog belast met ‘de vernieling en opruiming van voor de vijand belangrijke terreinvoorwerpen, waaronder de kerktorens te BLARICUM, LAREN en HILVERSUM’ [voetnoot 5]. 

Een zinvol verdedigingswerk?

Stel dat Nederland bij de Eerste Wereldoorlog betrokken was geraakt, zou de Voorstelling dan werkelijk de vijand hebben tegengehouden? Daaraan werd al in 1916 getwijfeld. Met name de schansen werden kwetsbaar geacht [voetnoot 6]. Zij lagen merendeels op hoger gelegen terrein en trokken daardoor het vijandelijke vuur aan. Het waren niet veel meer dan onderdelen van de gevechtsstelling en bovendien waren ze nog naar achteren afgesloten. Ze kregen dan ook geen afzonderlijke bezetting maar werden op dezelfde manier bemand als de rest van de hoofdstelling.
Daar kwam nog bij dat verschillende hoger gelegen punten in het Gooi buiten de linie lagen. Dat gold bijvoorbeeld voor de Tafelberg bij Blaricum en de Lange Heul tussen Bussum en Hilversum. Vanaf die punten kon de Voorstelling gemakkelijk onder vuur worden genomen. Daarnaast was het voor een vijand mogelijk om langs de stelling te trekken via het ondiepe kustwater van de Zuiderzee. Verder was inmiddels de ontwikkeling van de wapens zodanig, dat de schuilplaatsen in de Voorstelling hopeloos ontoereikend waren geworden. Het is dan ook geen wonder dat de nieuwe schuilplaatsen die in 1918 in en bij de Fransche Kamp werden gebouwd, van beton waren.

De Voorstelling in de praktijk (1914-1918)

De Voorstelling was de meeste tijd onbemand. De Eerste Divisie die hier in geval van een werkelijke oorlog moest komen te liggen, lag tijdens de mobilisatie aan de Noordzeekust. Alleen als er oefeningen waren, was de stelling (of delen ervan) werkelijk in gebruik. Er werd herhaaldelijk geoefend, bijvoorbeeld op 9 december 1916. De partij Noordland had toen een groot gebied tussen Huizen en Naarden bezet. De partij Zuidland moest de tegenstander zien te verdrijven [voetnoot 7]. Bij de loopgraven op het Erica-terrein in Huizen werd op 6 oktober 1916 een grote Rode Kruisoefening gehouden ‘waarbij gewonden uit een loopgraventerrein in Roode Kruis spoorwegwagons overgebracht en van deze op vaartuigen vervoerd worden in de richting Amsterdam, waardoor gedemonstreerd wordt, hoe gewonden op het slagveld, na voorloopig verband, op dezelfde brancards in de operatiezalen van een groot ziekenhuis kunnen worden binnengebracht. Voorzooverre het niet militair terrein betreft, kan de oefening door hen, die daarin belang stellen, worden waargenomen’ [voetnoot 8].

Andere oefeningen (in februari en augustus 1915) testten de mogelijkheid dat de vijand via zee om de stelling heen zou trekken. Het water van de Zuiderzee was op grote afstand van de kust zo ondiep dat vijandelijke troepen te voet achter de Voorstelling konden komen. Bij deze oefeningen werd de marine ingeschakeld, die met een kanonneerboot, sloepen en vletten de verdedigers ondersteunde. De commandant van de Nieuwe Hollandse Waterlinie vond de resultaten van deze oefeningen niet bevredigend, maar er vonden hierna geen nieuwe oefeningen plaats [voetnoot 9].

Intussen was de Voorstelling, ook in onbemande staat, voor de bewoners van het Gooi een sta-in-de-weg. De stelling werd in zijn geheel tot militair terrein verklaard en overal kwamen bordjes Verboden Toegang te staan. Boeren konden een vergunning krijgen om bij hun land te komen, maar voor anderen was het verboden gebied. Het regende bekeuringen, zo veel dat na verloop van tijd de dagvaardingen gedrukt werden. De rechtbank legde boetes van drie tot vijf gulden per geval op. De onvrede hierover was zo groot, dat op 27 augustus 1915 de groepscommandant van Naarden als getuige voor de kantonrechter moest uitleggen, dat de bordjes Verboden Toegang duidelijk genoeg waren en dat iedereen die echt een ontheffing nodig had (zoals de boeren) er een kon krijgen.

     
 
Groepsschuilplaats

Afbraak en overblijfselen

Na de Eerste Wereldoorlog is de Voorstelling opgeheven en kort daarna zijn bijna alle vaste onderdelen gesloopt. Houten delen lagen enige tijd op een opslagterrein bij de haven van Huizen en zijn in 1920 gebruikt bij de bouw van de muziektent op het Oude Raadhuisplein.
Wat nu nog rest zijn de groepsschuilplaatsen in en bij de Fransche Kamp en diverse zandwallen, grachten en kuilen op het grondgebied van het Goois Natuurreservaat in Huizen, Bussum en Hilversum. Deze worden beschreven in het kaderstuk ‘Wat is er nog te zien’. 

Bron

Dit artikel is voor een groot deel gebaseerd op een eerder artikel van J.S. van Wieringen:
‘De Voorstelling Naarden en andere buitenwerken van de Vesting’, verschenen in De Omroeper, jaargang 8, nr. 1 (januari 1995), pag. 22-40  http://www.stichtingvijverberg.nl/Downloads/Omroeper_199501_LR.pdf
en in Tussen Vecht en Eem, 19de jaargang, nr. 1 (maart 2001), pag. 31-45  http://www.tussenvechteneem.nl/wp-content/uploads/2015/09/TVE2001-01.pdf  

Noten

  1. Op een kaart in het archief van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (gedateerd 10 mei 1916) is deze linie aangeduid als ‘ontworpen stelling’. Zie: Archief van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (Nationaal Archief, 3.09.27, inv. nr. 19).
  2. Zie De Gooi- en Eemlander van 16 juni 1915.
  3. Aanteekeningen betreffende de verdediging van de stelling Naarden, p. 14. Archief van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (Nationaal Archief, 3.09.27, inv. nr. 19).
  4. Aanteekeningen betreffende de verdediging van de stelling Naarden, p. 10. Archief van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (Nationaal Archief, 3.09.27, inv. nr. 19).
  5. Werkorder Archief van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (Nationaal Archief, 3.09.27, inv. nr. 26).
  6. Memorie betreffende den Mynoorlog in de Stelling Naarden. Archief van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (Nationaal Archief, 3.09.27, inv. nr. 19 ).
  7. Aanteekeningen betreffende de verdediging van de stelling Naarden, p. 9. Archief van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (Nationaal Archief, 3.09.27, inv. nr. 19 ).
  8. De Gooi- en Eemlander van 9 december 1916.
  9. De Gooi- en Eemlander van 30 september 1916.

 

 

Wat is er nog te zien?

 
 

Wat is er in Naarden en omgeving behalve de vesting zelf (1) nog te vinden van De Nieuwe Hollandse Waterlinie? In het Vestingmuseum (2) is daarover veel te zien en te beleven. Ten zuiden en ten oosten van de vesting zijn schootsvelden vrijgehouden. Buiten de vesting ligt aan de noordzijde fort Ronduit (3). Daar zijn bedrijfjes in gevestigd. Het fort is aan de westzijde te zien, maar niet te bezoeken. Ten zuiden van de vesting staan vele houten huizen die vóór 1926 in de zogenoemde Verboden Kring van de vesting zijn gebouwd, onder meer langs de Godelindeweg en de Thierensweg (4). Ten zuidwesten van de vesting is een inundatiesluis in de Karnemelksloot met links en rechts een fort (5). De forten zijn in gebruik bij padvindersgroepen.

Aan de Verlengde Fortlaan, Sandmannlaan en Nagtglaslaan (6) zijn eveneens houten woningen te zien die in de Verboden Kring van de forten aan de Karnemelksloot zijn gebouwd. De Sandmannlaan behoort tot de fraaiste straten van het Gooi. In een weiland van Natuurmonumenten langs het fietspad naar de Hilversumse Meent ligt het gereconstrueerde Pannenkoekenfort-eiland (7). Langs de Hilversumse Meentweg, daar waar de Koedijk de weg raakt, ligt in het natuurgebied Gijzenveen het gereconstrueerde Werk I (8). Van Werk II (bij zwembad De Zandzee), Werk III (bij spoorviaduct Bussum-Zuid) en Werk V (aan het einde van de Huizerweg) is niets over. Het hoofdwerk van het Offensief voor Naarden, Werk IV (achter Spant!) (9), is begin deze eeuw gerestaureerd. In en bij de seizoenscamping De Fransche Kamp liggen 59 betonnen groepsschuilplaatsen (10) in het natuurgebied.

Aan de zuidrand van de bebouwing van Bussum aan het eind van de Laarderweg is nog duidelijk te zien waar schans 1 (11) van de Voorstelling heeft gelegen. Verder naar het oosten ligt tussen het fietspad en de bebouwing van Bussum-Zuid het zogenoemde Hobbeltjesbos. Daarin ligt nog een stuk infanteriewal met voorliggende gracht (12). In Huizen loopt achter tennispark De Kuil de (onverharde) Weg van de Twaalf Schepels in de richting van de Tafelberghei. In het bos rechts van deze weg liggen nog overblijfselen van loopgraven, schuilplaatsen en de infanteriewal (met daarvóór een stuk droge gracht). Er zijn daar ook nog sporen van twee ingestorte mijngangen (13).

Aan de Naarderstraat in Huizen ligt het al eerder genoemde Erica-terrein (14). Op dit terrein zijn nog een stuk gevechtswal met schuilplaatsen, een geschutstelling met plaats voor vier kanonnen, twee schuilplaatsen voor de artilleristen, naderingsloopgraven en diverse andere resten goed herkenbaar overgebleven. Het zijn de overblijfselen van batterij E. Langs de Ericaweg kan een groot deel van de gevechtswal nog worden gevolgd (15).

Verder naar het zuidwesten liggen in het bos tussen de Nieuwe Bussummerweg en de Naarderstraat de wat minder goed bewaard gebleven resten van batterij D (16). Ten slotte ligt verder naar het noorden in een bosje aan de Oude Naarderweg nog een stukje van de infanteriewal (17).

Er zijn (gegidste) wandelingen en fietstochten en routes om veel van deze plekken te zien of te bezoeken. Meer informatie: www.historischekringbussum.nl.  en www.historischekringhuizen.nl . Vrijwilligers zijn ook actief om onderdelen te onderzoeken en weer zichtbaar te maken.