Skip to main content
Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 33, nummer 1 (mei 2017), pag 10-13

Neem nou 1908

Nol Verhagen 

 

      
 
Café-restaurant De Harmonie anno 1920

Klik hier voor de pdf van dit artikel
De illustraties zijn aanklikbaar voor een vergroting

Om een beeld te krijgen van de plaats van het amateurtoneel in het dagelijks leven van het Bussum van zo’n honderd jaar geleden, zoomen we in op het jaar 1908. We doen dat aan de hand van de digitale versie van De Gooi- en Eemlander, die beschikbaar is in Delpher, de digitale krantenbank van de Koninklijk Bibliotheek. Bussum was sinds de aanleg van de Oosterspoorweg in 1874 van een boerendorp van zo’n 1000 inwoners uitgegroeid tot een min of meer welvarende forenzengemeente van ongeveer 15.000 inwoners. Aan de overzijde van de spoorlijn, in het Spiegel, werd druk gebouwd. Datzelfde gold voor het Prins Hendrikpark, dat aan het begin van de 20ste eeuw in ontwikkeling was genomen.

Bussum beschikte sinds 1897 over een goed geoutilleerd evenementengebouw, Concordia, gelegen aan de Graaf Wichmanlaan, net over het spoor, met een capaciteit van 700 plaatsen. Verder was er De Harmonie, een horecaonderneming met kegelbanen en een of meer zalen, aan de Brinklaan, tegenover de Sint-Vituskerk. Ten slotte was er nog het verenigingsgebouw van de R.K. Werkliedenvereeniging Sint-Joseph.

De belangrijkste actoren op toneelgebied waren Door Oefening Volmaakt (D.O.V.), behorend bij de Sint-Joseph en Tooneelvereeniging B.U.S.S.U.M. (Blijf Uw Spel Steeds Uw Meester). Beide waren opgericht in 1901. B.U.S.S.U.M. zou tot eind 1909 actief blijven en verdween toen plotseling van het toneel, om een toepasselijke beeldspraak te gebruiken. D.O.V. bleef bestaan tot 1934, toen het opging in Het Schouwspel, de voorloper van De Schakel.

  •     
     
    Concordia anno 1909
    Op 21 jan 1908 speelde B.U.S.S.U.M. in Concordia voor 700 toeschouwers het stuk Roze Kate of het treurspel der smeden van de Vlaamse letterkundige Nestor de Tière. Het stuk gaat over een weduwe, die door haar twee zoons wordt vermoord vanwege een erfeniskwestie. Ze proberen de schuld in de schoenen te schuiven van de derde zoon, de verloofde van de titelheldin Roze Kate. De recensent van De Gooi- en Eemlander was onder de indruk: “[de voorstelling] gaf ruime gelegenheid tot emotievolle dramatische effecten. Roze Kate zelf muntte bijzonder uit, zij deed het talrijke publiek gevoelen de verschillende gemoedsgesteltenissen ener door smart gefolterde ziel.” De opbrengst was fl. 60 bestemd voor een tehuis voor alleenstaande blinden. Hoe actief de vereniging was, moge blijken uit het feit dan ze eerder die maand in De Harmonie ook tweemaal een voorstelling hadden gegeven met blijspel Het Scheepje en de klucht Daar is tante.
  • D.O.V. speelde in diezelfde maand januari, ter gelegenheid van het 8-jarig bestaan van RK Werkliedenvereeniging, het drama Lodewijk van Nevers en het blijspel De vliegende student. Al enkele weken later, begin februari, voerden ze tweemaal het blijspel Durand en Durand uit, tezamen met de klucht Een leuke mop, een en ander ten bate van de “werkloozen”. De opbrengst was fl. 144,21 (nu zo’n € 1500) en volgens de recensent kwamen “de geestige zetten in blij- en kluchtspel […] alle volledig tot hun recht” voor een zeer talrijk publiek.Op 26 februari 1908 speelde B.U.S.S.U.M. Moeders Droom en Een uurtje in het spreekvertrek van dr. Vermeer.
  • Op 11 maart 1908 voerde de Gooische Onderwijzers-Tooneelvereeniging Bussum in Hilversum voor een volle zaal van het Concertgebouw het blijspel Ultimo van de Duitse ‘Lustspieldichter’ Gustav von Moser op. De Gooi- en Eemlander meldde: “Aan deze uitvoering van de dilettanten ontbrak zeer weinig. Vooral de heeren-rollen – de billijkheid vereischt van ons deze ongalanterie – muntten uit. De dames waren wel wat kleurloos en mat.”
  •     
     
    Café-restaurant De Harmonie anno 1967
    Op 26 april en 10 mei organiseerde B.U.S.S.U.M. in Concordia een wedstrijd in komische voordrachten en duetten. De eerste dag waren er twaalf voordrachten/duetten, met prijswinnaars uit Den Haag, Zaandam, Rotterdam, Amersfoort en Amsterdam. Op de tweede dag, in mei, was de zaal stampvol, van 8 uur ’s avonds tot 1 uur ’s nachts! De winnaar van de publieksprijs, ene L.H. van Amelsvoort, die door de jury niet, maar door het publiek wel was bekroond, nam de prijsuitreiking te baat om zijn hart te luchten: “Het is moeilijk te vechten tegen drakenwerk, tegen nonsenswerk, zooals hier dezen avond veel te zien werd gegeven. En de beslissing der jury heeft getoond, dat het drakenwerk nog veel invloed bezit.” Terwijl hij zelf “zonder verkrachting der kunst het tooneel dient, dat de jury dit niet heeft gevoeld, doch het publiek wel…”. Die jury stond overigens onder voorzitterschap van de Bussumse notabele, uitgever C.A.J. van Dishoeck.
  • Op 1 augustus 1908 vierde B.U.S.S.U.M. haar 7-jarig bestaan met blijspel De Huwelijkscandidaat en de pantomime Zegevierende Liefde; deze laatste trof volgens de krant doel “in zooverre zij op lachsucces was berekend; de voorstelling zelf was echter eenigszins overdreven”.
  • Normaal gesproken was het in de zomermaanden op toneelgebied stilletjes. In 1908 passeerde echter in augustus het curieuze bericht dat “de leden der tooneelvereeniging B.U.S.S.U.M. voornemens zijn een begin te maken met de steenkolen-coöperatie”. Blijkbaar waren er aan het lidmaatschap van zo’n vereniging dus ook bepaalde voordelen verbonden, zoals gemeenschappelijke inkoop van bijvoorbeeld steenkolen. Elders trof ik ook al een ziekenfonds voor verenigingsleden aan. Bedenk dat de leden niet alleen bestonden uit de spelers en andere direct betrokkenen: er waren ook veel zogenoemde niet-werkende leden; tegenwoordig zouden we die, denk ik, vrienden of donateurs noemen. De vereniging kondigde tezelfdertijd aan dat zij had besloten het aanstaande seizoen te openen met de opvoering van Mottige Janus, een bekend volksstuk uit 1902 van de hand van Marius Spree, die onder andere ook de Historie van Rooie Sien schreef.
  • Op 20 en 21 september vierde katholiek Bussum het Gouden Priesterfeest van Paus Pius X. In de grote zaal van Concordia was er vanaf 2 uur ’s middags een ‘eere-matinee’ met toespraken. ’s Avonds was er een avondprogramma, met als piece de résistance de opvoering door D.O.V. van Neo, de martelaar uit de catacomben. Beide avonden was de zaal “eivol”, maandag zelfs “zoo dat ruim 200 personen werden teruggewezen; velen moesten zich met een staanplaats tevreden stellen”. De krant was zeer ingenomen met het vertoonde spel: “D.O.V. gaf werkelijk iets schoons te zien, wel-overdachte, goede tooneelspeelkunst en hield haar gunstig bekenden naam ook thans weder zeer hoog. De spelers gaven blijk van degelijke studie; de heer Schröder heeft van dilettanten gedaan gekregen, wat slechts uitnemende regisseurs met zulke krachten bereiken kunnen.”
  • Op 24 oktober trad de Gooische Onderwijzers Tooneelvereeniging in Concordia op met het kluchtspel in 4 bedrijven Bibliothecaris, alweer van Gustav von Moser. De krant meldde “hartelijke toejuichingen na ieder bedrijf, doch ook spontaan gelach onder verschillende komische scenes”. Uitblinker was volgens de krant de heer Schröder, die “zelfs in gedeelten van stil spel buitengewoon was”. Zou dat dezelfde Schröder zijn die bij D.O.V. zoveel succes boekte als regisseur?
  • Op 24 en 25 oktober voerde B.U.S.S.U.M. inderdaad Mottige Janus op in De Harmonie. Janus is een matroos van de Koninklijke Marine, die met De Tromp naar de Oost voer. Ook deze voorstelling was een succes: “Onder algemeen gejuich eindigde deze voorstelling, waarvan het slot de eigenschap bezit den mistroostigen mensch in eene opgewekte stemming te brengen.”
  • Op 8 november 1908 gaf B.U.S.S.U.M. in De Harmonie een Soirée Amusante ten bate van “den Kerstboom voor de kinderen der leden”. Kennelijk had Sinterklaas de Kerstman, of in elk geval de kerstboom, nog niet verdrongen. Een geanimeerd bal sloot de avond af.
  • Dat we weinig van D.O.V. horen blijkt geen toeval te zijn. Op 18 november meldde de krant: “Tegen den gewoonte zal D.O.V. dit seizoen gene uitvoering geven aan leden, donateurs enz. Door den geringen ijver bij de repetitie betoond, zag het bestuur zich genoodzaakt, dit besluit!! te nemen.” Het lijkt de spelers tot grotere inzet te hebben geprikkeld, want in januari 1909 voerden ze ter gelegenheid van het 9-jarig bestaan van Sint-Joseph in de grote zaal van het verenigingsgebouw tot drie keer toe Joost de Guit uit, “waarbij de bezoekers letterlijk toestroomden”. Bovendien stonden ze een week later vanwege het feest van het Kruisverbond alweer op de planken met Een van beide wegen, een stuk dat speciaal was geschreven ‘‘ten dienste der drankbestrijding”. Het Kruisverbond was de door Alfons Ariëns opgerichte katholieke vereniging voor ‘drankweer’.
  • Ook B.U.S.S.U.M. blijkt onvermoeibaar. Op 21 en 22 november gaven ze hun tweede wintervoorstelling in De Harmonie, met Moeders Droom en Door moeder geholpen. En in februari 1909 speelden ze alweer twee nieuwe stukken: Vorstenplicht en De laatste rit van een oud-postiljon. Het blijft een raadsel waarom ze aan het eind van dat jaar plotseling ophielden te bestaan.
           
         
           

Ik tel in het tijdsbestek van een jaar ongeveer een dozijn voorstellingen, waarvan de meeste een of twee keer werden herhaald, meestal voor goed gevulde zalen. Bovendien was er een tweedaags concours. In totaal werden er zo’n 20 stukken uitgevoerd. Het repertoire heeft doorgaans een wat jolig karakter: blijspelen en kluchten hebben duidelijk de overhand. Naast deze amateurvoorstellingen traden ook enkele professionele gezelschappen uit Amsterdam en Rotterdam met een zekere regelmaat op in Concordia.

Café De Harmonie aan de Brinklaan circa 1920