Skip to main content

Contactblad Historische Kring Bussum, jaargang 12 nummer 3 (december 1996), pag. 73-75


Openingsrede bij tentoonstelling over Isaac da Costalaan op 18 september uitgesproken door de heer E.J. Nienaber

(van de redactie)

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel

"Da Costa, hij staat daar als een reus tussen de Pygmeeën van onzen tijd. Zal hij dat vuur, die heilige kracht der overtuiging kunnen behouden, zijn enthousiasmus, zijn gevoel, dat hem zo leerde spreken, waarbij alles ... zo zwak wordt? Ik sidderde voor iemand, die zich aan zovele koude mensen zo prijs durfde geven, maar ik bewonderde Pem] .. . ", aldus een citaat van de hand van Willem de Clercq over de Nederlandse dichter Isaac da Costa.

Ik weet niet of je deze loftuiting aan het adres van Isaac da Costa, die overigens in oude straatnaamregisters frequent Israël da Costa wordt genoemd, zo door mag trekken naar één van de schoonste lanen van het Brediuskwartier: 'de reus onder de Pygmeeën'. Maar wat de Koningslaan is voor het Spiegel en de Rembrandtlaan voor het Rembrandtkwartier is de Isaac da Costalaan voor het Brediuskwartier.

Da Costa was een bewonderaar van Willem Bilderdijk, en Alberdingh Thijm weer een bewonderaar van Da Costa. De naar hen genoemde lanen liggen dan ook keurig bij elkaar in de buurt. Da Costa was een Portugese Jood, maar protestant gedoopt en was fel gekant tegen de ideeën van het liberalisme en de verlichting. Alberdingh Thijm was katholiek, dus luchtiger. 'Twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen'. Maar zo niet in dit fraaie deel van het Brediuskwartier. De Alberdingh Thijrnlaan harmonieert mooi in het geheel met de Isaac da Costalaan.

De gemeente als exploitant van villaterreinen ontdekte het Brediuskwartier, en helaas niet, zoals uw Contactblad meldt, mijn grootvader. Reeds in 1908 werd door K.P.C. de Bazel de stedebouwkundige invulling gegeven aan dit gebied. In 1920 kreeg hij van de gemeente Bussum de opdracht dit uit 1908 daterende plan te herzien. De Naardense tuin- en landschapsarchitect D.F. Versteeg werd erbij geroepen om toch vooral de bestaande natuur te integreren in de stedebouwkundige invulling, met combinaties van vrijstaande villa's, dubbele villa's etc. Immers na WO I was de vraag naar grote villa's op grote percelen teruggelopen. De opzet van De Bazel om verschillende woonwijken (Rembrandtkwartier en Brediuskwartier) te integreren is zeer geslaagd. Een goed voorbeeld van gemeentelijke samenwerking. Het Brediuskwartier was rond 1928 al nagenoeg volgebouwd. Bij de gronduitgifte werd verwezen naar de 'Algemene Bepalingen voor de verkoop van aan de gemeente Bussum toebehorende gronden, vastgesteld bij Akte 8-1-1924', waarin milde regelingen met betrekking tot eenvoudige erfafscheiding en een verbod op afgravingen en verwijderen van groen voorkomen. De Akte werd op 24-12-1927 gewijzigd. Toen werd bepaald dat door de koper een stenen muurtje als erfafscheiding moest worden aangebracht, vorm en kleur te bepalen door de gemeente. Voorts werd bepaald dat op de gronden nimmer mochten worden gehouden: koffiehuizen, fabrieken, boerderijen, varkenshokken, winkels en opslagplaatsen, noch enige andere inrichting of gelegenheid waardoor naar het oordeel van B & W de omgeving zou kunnen worden ontsierd. Beter voorkomen dan genezen, dacht men. Zo werd ook het plaatsen van masten of palen ten dienste van opvanginrichtingen voor draadloze telegrafie alsmede de reclame-uitingen op gevels verboden (zgn. welstandsbepalingen, voorlopers van de bestemmingsplannen). Door deze beperkende bepalingen is mede de kwaliteit van de woonwijk gevormd. In totaal staan er op de Da Costalaan thans 38 woonhuizen, waarvan slechts vier van na WO II en één schooltje. Er zijn liefst 15 vrijstaande villa's, 17 2/1 kapwoningen (oneven, één is genummerd Burgemeester s'Jacoblaan) en 6 woningen type 3/1-kap. Verschillende architecten hebben zich kunnen bewijzen in deze omgeving: Negrijn, Dusschoten, v.d. Bergh, de Gooyer, Vos, van Wamelen (leerling van De Bazel. nrs. 24, 26, 28) en Joh. Webbers Amsterdam. De nummers 20A en 20B zijn van Webbers, na-oorlogse villa's onder andere van oud-wethouder Boor. Hetzelfde kantoor is nu verantwoordelijk voor hotel-serviceappartementen Gooierhoofd te Huizen (NH). De overige architecten kennen we nog van naam, maar hun bureaus bestaan niet meer of zijn opgegaan in andere bureaus.

De verscheidenheid in architectuur is in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Rembrandtkwartier opvallend. Particulieren hebben de toon gezet en niet de projectontwikkelaars. Een enkel voorbeeld. De heer Bakker van de fa. Bakker & Röbke liet nrs. 4 en 6 onder architectuur van Negrijn bouwen. Hij bewoonde zelf 4 en verhuurde 6 voor f 900,-- p.j. aan de heer Verhaar, gemeenteraadslid. De kostprijs van de woonhuizen was f 12.500,-- per stuk. In een tijd dat in onze woninggids van december 1928 de vrijstaande villa Da Costalaan 16 te koop werd aangeboden voor f 22.500,--. Mr. K.A.A.M. Wijers, van Wijers textielindustrie, liet nummer 22 bouwen door Vos en voor de heer Juch (na zijn mislukte avontuur op de Stargardlaan: het zgn. 'Fort van Juch', dat hij nooit bewoonde en dat later AMRO Bank werd) werd nummer 31 gebouwd. Door dit particuliere initiatief is deze laan zo bijzonder.

Maar ook de mensen die er gewoond hebben zijn soms bijzonder. Op nr. 9 woonde de heer Selderbeek, de tandarts van Koningin Juliana en prins Bernhard; de straat werd voor hen bij hun bezoek extra aangeveegd; op nr. 25 F.C. Stork van Stork Werkspoor Amsterdam (na de oorlog de heer Van Gelder, voorganger van de Joodse Gemeente; het huis [het kan ook nr. 27 zijn] werd hem toegewezen door de gemeente voor f 720,-- p.j.). Nr. 8 werd bewoond door de heer Pompe, directeur van de rubberfabriek Wittenburg aan de Landstraat, 10 door de heer Otten, directeur van de Amsterdamse vuilnisbakkendienst en 14 door de schilderes Mimi Wolf (atelier op de eerste verdieping). Het vrijstaande nr. 34 was van Mr. G.J. van Heuven Goedhart, leider van het illegale Parool en later Comrnissaris bij het Vluchtelingenwerk van de Verenigde Naties. Kortom: verschillende mensen en verschillende huizen. Bijna elk huis heb ik wel een keer van binnen gezien. Op de speelweide, vroeger in de volksmond 'veldje van Tholen' geheten (groot gezin met 8 kinderen nam beslag van het terrein) heb ik nog gymnastiek gehad. Als klein jongetje liep ik met mijn schoolkameraadjes vanaf de Montessorischool aan de Vosmaerlaan in rotten van drie binnendoor langs het Mouwtje naar de jeugdzweminrichting aan de Huizerweg. Vanuit het zwembad zag ik dan de huizen aan de Da Costalaan en ik dacht: "Daar moet ik nog een keer komen wonen". Het is mij nooit gelukt. Dat ik thans als makelaar en liefhebber van woonhuizen deze tentoonstelling mag openen is voor mij dus een bijzonderheid. De tentoonstelling geeft een goed beeld geeft van zaken, die ik boven aangestipt heb en van nog veel meer. Graag complimenteer ik de Historische Kring Bussum met de expositie en het is mij een genoegen me als lid van de Kring op te geven.
Ik verklaar hierbij de tentoonstelling voor geopend.