Skip to main content

Bussums Historisch Tijdschrift 21/3 (december 2005) pag. 24-26


De familie De Beer in het nieuws

Bert de Beer

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.
Onderstaande illustraties zijn aanklikbaar voor een vergroting.

       
 
Jacob de Beer (zoon van 3e zoon Gijs)

De familie De Beer

De Bussumse familie De Beer heeft al wortels in Bussum sinds de 17de eeuw. In de 18de eeuw komen wij familieleden tegen in plaatselijke bestuursfuncties als buurmeester en armmeester. Rijck Claessen is buurmeester in 1722 en 1727. Zijn zoon Jacob Rijcken sterft jong maar zijn kleinzoon Claas Jacobs de Beer is op 26-jarige leeftijd al buurmeester en wordt genoemd als armmeester in 1762, 1773 en 1782. We komen hem tegen in onderstaande verklaring. Het was dus gewoonte in de familie dat men kon lezen en schrijven

      
Anna Dorresteijn (vrouw van Jacob de Beer)
 

Toch is de familie De Beer in de 18e eeuw geen grote familie. Door de hoge kindersterfte zijn er nauwelijks mannelijke nazaten, die het geslacht voortzetten. Pas in de 19de eeuw begint de familie zich echt uit te breiden. Rond 1800 trouwt Jacob Klaassen de Beer met Hendrina van Thienen. Zij krijgen 12 kinderen - 4 zonen en 8 dochters - waarvan slechts één kind vroegtijdig sterft. Van het 10e en 12e kind zijn nu nog mannelijke nakomelingen bekend. De derde zoon - Gijs - heeft twee zonen: Jacob en Herman. De tak van Herman sterft uit. Jacob krijgt eveneens twee zonen: Gijs en Egbert. Gijs kreeg vijf zonen, Egbert kreeg twee zonen, waarvan één slechts enkele maanden oud wordt (de schrijver is de overgebleven zoon). De vierde zoon - Hendrik - krijgt twee zonen met mannelijke nazaten namelijk Lambertus en Jakobus. Lambertus trouwt met Johanna Bus, een blekersdochter. Zij beginnen samen een blekerij in Naarden. Zij verhuizen na een paar jaar naar Bussum en zijn de grondleggers van "De Waschkoning", een bekende wasserij in Bussum. Ina de Beer heeft in dit tijdschrift in jaargang 15 Contactblad Historische Kring Bussum 15/2 (1999) 35-39 en Contactblad Historische Kring Bussum 15/3 (1999) 77-86 uitvoerig een beschrijving gegeven van het ontstaan en het functioneren van deze wasserij. Zij is een nazaat van deze familie. Vooral de nazaten van Lambertus hadden grote gezinnen, zodat er nog steeds veel "Beren" in Bussum wonen.

In de 17de en 18de eeuw komen twee familieleden De Beer in het nieuws. Hieronder volgen de verhalen van Faitie Jacobs (de Beer) en de bovengenoemde Claas Jacobs de Beer. 

De koeien van Faitie

       
  Op huijden den 23 september 1674 Compareerde voor mij Cornelis
Brouwer 
openbaer Notaris bij den Hove van Hollandt geadmitteert
residerende binnen 
Naerden Ter presnet(ie) van de Naegenoemde
getuijgen 
[Uit het oud-notarieel archief te Naarden, ONA 3686
akte 126 
dd. 23 september 1674, notaris C. Brouwer]
 
Aanhef acte betreffende de koeien van Faitie

Het was begin augustus 1674, het einde van een lange zomerdag. Voordat de schoters Joost Jansz en Jacob Blanckert van de stad Naarden de poort van de stad sloten, liepen zij de stad uit om te controleren of er geen loslopend vee in de tabaks- en korenakkers rondzwierven. Schoters waren personen in dienst van de gemeente die het vee moesten schutten (vangen) en opsluiten in de schutstal. Tegen betaling van een boete was het vee weer terug te krijgen.

Bij de Karnemelksloot zagen zij in de haverakker van de weduwe Maeijnje Volckens vier koeien lopen: drie roodgevlekte en een bruine koe. Een van de koeien had een touw om zijn kop. Zij probeerden de dieren te vangen om ze te schutten, maar met twee man vier koeien vangen bleek schier onmogelijk en de beesten ontsnapten. Zij hadden de koeien echter wel herkend als zijnde van Rijck Lambers Diricxs, gehuwd met Faitie Jacobs (de Beer) uit Laege Bussum.

De volgende morgen gingen Joost en Jacob opnieuw op pad om de koeien te vangen. Zij vonden ze tot hun spijt terug op de Hilversummer Heide. Daar dit Hilversums grondgebied was mochten zij de daar niet vangen. In de buurt van de Golfbaen kwamen ze een broer van Faitie Jacobs tegen, die hun vroeg of zij soms de koeien van Faitie hadden gezien. De schoters vertelden over het voorval van de vorige avond met de vier koeien in de akker van Maeijnje Volckens. Toen zij het signalement van de dieren gaven, riep de broer van Faitie: "Die beesten zoek ik!"

Een paar dagen later zag Joost Blanckert dat de broer van Faitie de vier koeien opnieuw uit de akker van Maeijnje wegjoeg. De broer ontkende dit niet. Voor de weduwe Maeijnje Volckens was een en ander wel aanleiding om het gehele verhaal met getuigen te laten vastleggen door een notaris, opdat zij de schade zou kunnen verhalen.

Met twee maten meten

In 1773 speelt er een affaire over het gewicht van gebakken roggebrood. Getuige Ruisendaal verklaart dat hij voor Willem Sloothaak brood heeft gebakken van twee partijen rogge. De rogge gekocht van Claaas Jacobz de Beer bleek zwaarder dan die van Claas Majoor. Wie schuldig is aan deze affaire is niet duidelijk. De verklaring luidt:
Heden den 8e Mei 1773 verschenen voor de Heren Cornelis van Leeuwen en Evert Jopman, Schepenen van de Stad Naarden, geassisteerd door mij, Jacobus Hendrik Thierens, secretaris van de stad: Willem Sloothaak (comparant), zijnde van competente ouderdom, en wonende tot Lage Bussum, doch tegenwoordig alhier present.
Ende verklaarde op verzoek van Aart Ruisendaal (requirant), woonachtig binnen deze stad, dat hij comparant, voor rekening van den requirant, op 20 Januari 1772 te lage Bussum hadden verbakken, twee partijen Rogge, waar van de eene was gekogt van Claas Jacobz de Beel; en gewogen hadde, het mudde honderd en agtien a negentien ponden en de anderen partij gekogt was van Claas Majool; en gewoogen hadde, het mudde honderd en veertien a vijftien ponden, dat gemelde respectieve Rogge alhier tot Naarden bij den molenaar Willem Kerkhoff zijnde gemalen, hij getuige uit iedere mudde van de gemelde Rogge van Claas Majoor, die echter veel lichter was gelijk voorsz. staat, dan de voornoemde Rogge van Claas Jacobz de Beel; een brood van twaalfponden meerde heeft kunnen bakken, dan uit die van deselve Claas Jacobz de Beer Dat hij getuige van het eerder gemelde onderscheid en verschil vervolgens terstond kennis heeft gegeven, aan den requirant, Gevende hij getuige voor reedenen van weetenschap al het selve alsoo te hebben gezien, ondervonden en bijgewoond, en voorts als in den test.
Voorts compareerde nog de voornoemde Aart Ruisendaal, die bevestigde dat hij al het hier voornoemde verklaarde uit de mond van de voornoemde getuige alsook voor den gemelde 29 Januarij verstaan hadde.
Bevestigende den voornoemde. Getuige en bevestigde respectievelijk hun verklaarde en bevestigde respectieve met solemnele Eed, zeggende ieder: Zoo waarlijk helpe mij God Almachtig.
Dat Aldus passeerde binnen Naarden ten overstaan en daage voorschreven.

[Resolutieboek van de stad Naarden, 8 mei 1773, pagina 211