HOME HKB
Open Menu

Contactblad van de Historische Kring Bussum,  jaargang 3, nummer 2 (juli 1987) pag 13-17


De Poffertjeskraam

Ina de Beer

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel
De afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

Zie ook Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 30, nr. 1 (april 2014), pag. 19-21

Om meer van de sinds lange tijd in Bussum gevestigde poffertjeskraam te weten te komen, nam ik contact op met de 63-jarige Johan van der Steen. Met genoegen verleende hij zijn medewerking – samen met zijn vrouw om over zijn familie en het familiebedrijf te vertellen.

Vader Theodorus Johannes vah der Steen werd op 14 april 1884 in Utrecht geboren. Omdat het gezin arm was werd hij grotendeels door twee ongehuwde tantes opgevoed die er financieel beter voor stonden. Op jeugdige leeftijd trok hij met zijn tantes mee op de houten schuit "De twee gezusters". In het ruim van deze schuit werden de onderdelen van de poffertjeskraam opgelagen.
"De twee gezusters" voer naar kleine dorpjes waar op het kermisterrein de poffertjeskraam werd opgezet. Via deze tantes leerde hij de in Vreeswijk woonachtige Elisabeth Catharina van Leusden kennen. In 1921 kwam het jonge paar naar Bussum. Toen van der Steen vernam dat in dat jaar een congres werd gehouden in het uit hout opgetrokken gebouw "Concordia", was hij aanwezig. Daar hoorde hij dat in Bussum een feestweek zou worden georganiseerd waarbij de Nassaulaan en de Havenstraat feestelijk verlicht zouden worden. Hij schreef een brief aan burgemeester de Bordes met het verzoek hem vergunning te verlenen in Bussum zijn poffertjeskraam te mogen opzetten. De nog in leven zijnde inspecteur Langeveld verleende zijn medewerking.
Voor Bussum was de poffertjeskraam sindsdien niet meer weg te denken!

In 1921 hadden zij hun eerste standplaats daar waar nu de Wilhelminakerk staat aan het Wilhelminaplantsoen. Veel huizen waren er toen nog niet in de omgeving.
Na 2 jaar werd een andere standplaats gevonden in de tuin van Dr. J.M. Clinge Doorenbosch aan de Huizerweg, thans "De Clinge" geheten. Drie jaar duurde daar de aanwezigheid.

 

Legende

Zoon Johan herinnert zich nog goed de legende die zijn vader dikwijls heeft verteld. Zeer lang geleden stond in Bodegraven een klooster. In de keuken van dat klooster werd behalve het bereiden van maaltijden ook wel eens geëxperimenteerd. Een broeder probeerde "gepofte pannekoeken" te bakken. Buiten het klooster sprak men van plaatkoeken. Doch de broeder sprak liever van "de broedertjes". Later toen deze op de kermissen verkrijgbaar waren sprak men van poffertjes.

Na de geboorte van hun zoon Johan in 1923 liet van der Steen het jaar daarop een woonboot bouwen: de "Johan Albert". In 1927 kon men de poffertjeskraam aantreffen op de hoek van de Veerkamp. In het najaar werd en wordt nog steeds de poffertjeskraam afgebroken en opgeslagen in het ruim van de "Johan Albert 2" De familie woonde op deze boot in de haven die in die tijd doorliep tot aan de Genestetlaan.

In de kraam viel van alles te beleven. Wat te zeggen van de boerin die meerdere porties poffertjes kwam bestellen. "Heeft U iets bij U om de poffertjes in te doen?", werd haar gevraagd. Nee, dat had de boerin niet. "Maar wacht even, ik ben zo terug", zei zij en wat deed zij? In een winkel kocht zij een po. Ook in die tijd was de klant koning en nadat met een schone doek de stoffige po was schoongemaakt, werd deze gevuld met de bestelde poffertjes.

Ook in die tijd kende men broodnijd. Van der Steen was met wasbaas Rut Fokker overeengekomen om in het weiland rond zijn blekerij de poffertjeskraam op te zetten. Deze was gelegen recht tegenover de Koepelkerk. Voor een bedrag van zestig gulden mocht daar voor de duur van zes weken de poffertjeskraam worden opgezet. Voor de wasbaas een aardig meevallertje. Maar burgemeester de Bordes dacht daar anders over. Maar al te graag was hij bereid een nieuwe vergunning te verlenen om op die manier een extraatje in de gemeentekas te laten vloeien. Dit had tot gevolg dat sinds 1931 de poffertjeskraam van Van der Steen een vaste standplaats had en nog heeft op de Brinklaan tegenover de Nieuwe Englaan. Toen de Brinklaan verbreed werd week men in 1939 uit naar het Beatrixplantsoen hoek Huizerweg en omdat de haven in 1940 werd gedempt, stond de poffertjeskraam één seizoen op het grasveld aan de overzijde van de R.K. kerk.

 

De Baksteen

Aan aardige anecdotes ontbrak het niet tijdens onze gesprekken. Zoals in 1933, toen een wat oudere man poffertjes bestelde. Na te hebben afgerekend legde hij een theedoek over de met poffertjes gevulde pan en plaatste deze op de bagagedrager van zijn fiets. Deze liet hij even staan om een boodschap te doen. Kwajongens zagen toen hun kans schoon om de pan met lekkers van de bagagedrager te pikken. Snel haalden zij de inhoud eruit, legde daarvoor in de plaats een baksteen, de theedoek erover en snel stond de pan weer op de bagagedrager. Toen van der Steen het verhaal hoorde was hij sportief genoeg om de gedupeerde gratis poffertjes te leveren.

            
Mevrouw Van der Steen achter bakoven
 
Theodorus Johannes van der Steen
 

Hoog bezoek

In 1936 bezocht een voornaam uitziend gezelschap de poffertjeskraam. Nadat het bestelde werd geserveerd vroeg van der Steen of alles naar wens was. Dat werd beaamd. Na verloop van tijd verliet het gezelschap de poffertjeskraam en stapte in de gereedstaande auto's. Een heer bleef achter om de rekening te voldoen. "Weet U welke gast in ons midden was?", vroeg hij van der Steen. Nee, hij had niemand herkend.
"Dat was een Duitse prins", ging mijnheer verder.
"Een Duitse prins … wie mag dat dan wel zijn?" vroeg van der Steen verbaasd
"Prins Bernhard"…
Een gulle lach verscheen op het gezicht van van der Steen.

 

Inmiddels was het gezin uitgebreid met nog een zoon en een dochter, beiden nog in leven. Mevrouw van der Steen was een rustige maar vooral hardwerkende vrouw, die men dagelijks achter de oven kon zien staan in haar witte jasschort, soms bijgestaan door zoon Johan. Maar ook door de knecht die de bijnaam "Willem de Neus" droeg. Maar voor een praatje met de bezoekers wist zij toch ook tijd te vinden. Was het minder druk en de zon scheen, dan zat zij op een stoel in een hoekje van het terras om van de zon te genieten. Zoon Johan mocht dan wel zijn moeder helpen, maar zoals ieder andere jongen haalde ook hij kattekwaad uit. Op het haventerrein stond een 25 m hoge toren. In deze toren werden in die tijd brandweerslangen te drogen gehangen. Met andere vriendjes klom hij via een ijzeren ladder naar boven. Omdat zij bang waren betrapt te worden door havenmeester H.J. Hibender, stond één van de jongens altijd op de uitkijk. Want voor deze havenmeester die door zijn grote snor een zeer streng uiterlijk had, hadden zijn toch wel veel respect. Niet voor niets had hii de bijnaam van "havenpik". Merkten de jongens dat hij in de buurt liep, dan klommen zij vlug naar beneden en kozen het hazepad.

 

De Stinkveter

In de winterdag als de poffertjeskraam was afgebroken en opgeslagen in de "Johan Albert" had zoon Johan weer een andere activiteit waar ook ik bij betrokken was. In het ruim van het schip was op een speelse manier een altaar ingericht. Met door zijn tante gemaakte priesterkleding – lees lange witte rok met een blauw schort als kazuifel – las mijn broer Henk de heilige mis terwijl Johan en Chris Kleman dienden als misdienaartjes. Deze laatste was de zoon van de toenmalige hoofdonderwijzer A. Kleman van de Sint Aloysiusschool. De enige bezoekster tijdens het lezen van de mis was ik. Bij de communie dronken wij uit een kopje limonade in plaats van wijn. Een pepermuntje verving de hostie. Ook aan wierook ontbrak het niet, al was de geur wel anders. Een stinkveter in een eierdopje diende als wierookvat.

Maar zodra het seizoen weer was aangebroken werd de poffertjeskraam weer opgebouwd en was er altijd weer wat te beleven. Zoals de pas uit Indië teruggekeerde jongeman, die het kosthuis waar hij verbleef op poffertjes wou trakteren. "Geeft u mij maar veertien poffertjes" deed hij zijn bestelling. Hij moest we1 even wachten, want veertien porties bakken nam wel enige tijd in beslag. Toen hij de rekening gepresenteerd kreeg schrok hij. Veertien porties … ? Hij had toch veertien poffertjes besteld … Hem bleef niets anders over dan te betalen. De man leeft nog en als zoon Johan hem ontmoet kan hij niet nalaten te vragen: "Moet je er nog veertien?"

 

Wedden dat ?

Er werden ook wel weddenschappen afgesloten in de poffertjeskraam. Zoals op een mooie zomeravond, toen vier jonge knapen op het terras plaats namen en poffertjes bestelden. Toen de gevulde bordjes op tafel werden gezet, ontlokte dat aan één aan hen de vraag: "Is dat nou alles … zo lust ik er wel twintig".
Wedden dat … En er werd afgesproken dat zij zouden terugkomen onder voorwaarde dat de gulzigaard twintig porties zou verorberen. Slaagde hij daar in, dan zou alles voor hem worden betaald; lukte dat niet, dan kreeg hij de rekening gepresenteerd. Hij heeft de twintig porties naar binnen gewerkt, maar de familie van der Steen heeft hem nooit meer teruggezien.

 

De oorlogsjaren

Tijdens de oorlog werden er ook poffertjes gebakken, zij het dat men daar bonnen voor moest inleveren. Want ook het meel was gerantsoeneerd. Omdat de bezetter eiste dat er verduisterd werd, maakte van der Steen verdonkeringslampjes, zoals hij dat noemde. De prijs voor een portie bedroeg toen vijf en veertig cent. Maar op "dolle dinsdag" was het voorlopig afgelopen met de poffertjeskraam
.Zoon Johan heeft nooit begrepen waarom in de oorlogsjaren op bepaalde dagen de pofferjeskraam gesloten was. Maar zijn ouders wisten wel beter. Want dan kwamen de mensen uit het verzet bij van der Steen. De bonnen werden in de poffertjeskraam verdeeld. Die bonnen had men door overvallen op een distributiekantoor buitgemaakt. Via koeriers werden zij afgeleverd bij onderduikers in het Gooi en Amsterdam. Hetzelfde gold voor de illegale krantjes die op deze manier werden verspreid.

     

De poffertjeskraam aan de Brinklaan
 

 

In 1962 trok Theodorus Johannes van der Steen zich terug uit de zaak. Zijn zoon Johan werd de nieuwe eigenaar en beheert de poffertjeskraam nog steeds. Vader kreeg nu eindelijk meer tijd voor ontspanning, maar bleef wel de wafels bakken. Men kon hem dikwijls tegenkomen op zijn dagelijkse wandeling. Een zeer opvallende man: Hij hield van gouden en zilveren horlogekettingen die hij dagelijks droeg. Hij pronkte ermee in het openbaar, zijn colbertjasje losgeknoopt. Menig Bussurmner zal hem als zodanig herinneren. Deze sieraden zijn nog altijd in het bezit van de familie. …

      
 
1955 Theodorus Johannes van der Steen
met vrouw Elisabeth Catharina van Leusden

Zoon Johan vertelt dat zijn vader nóg een manie had: hij was gek op wandelstokken. Op een ervan was hij bijzonder gesteld. Deze wandelstok was van binnen hol en de bovenkant was afgesloten met een afschroefbare gouden knop die een bijzondere functie had. Want als van der Steen na zijn dagelijkse wandeling op een bank uitrustte en daar een bekende ontmoette, vroeg hij hem of hij zin had in een cognakkie. Maar hoe kom je aan een neutje op een bank in ons dorp Bussum … Maar van der Steen wist raad. Hij schroefde de gouden knop eraf, gebruikte dit als borrelglaasje en vulde dit met cognac uit de holle (gevulde) wandelstok. Proost

Theodorus Johannes van der Steen overleed op 15 juni 1967 in Bussum. Nadat zoon Johan in 1962 de nieuwe eigenaar werd kon hij altijd rekenen op de steun van zijn moeder. Zelfs toen zij woonachtig was in het bejaardenhuis "De Godelinde". Regelmatig nam zij de bus om enkele uurtjes te helpen. Maar ook om de sfeer te proeven op de plaats die haar zo dierbaar was, waar zij tientallen seizoenen lang haar leven heeft doorgebracht … de poffertjeskraam.

Mevrouw van der Steen overleed in 1977.

Emigranten

Dat de poffertjeskraam ieder seizoen opnieuw zijn aangename geur verspreidt, wordt niet alleen opgemerkt door de bewoners van Bussum en omgeving. Tijdens drukke dagen waarbij eigenaar Johan wordt bijgestaan door zijn zoon Johan en schoondochter Lia wordt de poffertjeskraam ook door vacantiegangers bezocht. Veel Bussummers – onder wie ook mijn twee broers – die na de oorlog zijn geëmigreerd, zijn verbaasd dat de poffertjeskraam van van der Steen nog steeds bestaat.

 

 

Actueel

BHT december

Het laatste nummer van dit jaar van het Bussums Historisch Tijdschrift is verschenen. Het thema is dit keer  Sport in Bussum. De ontstaansgeschiedenis en de verdere wederwaardigheden van een aantal Bussumse sportclubs passeren de revue: hockey,voetbal, zwemmen, rugby maar ook kegelen. Tevens wordt de ontwikkeling van het gebied dat nu Sportpark Zuid is tussen 1850 en nu in beeld gebracht. Voor degenen die niet geïnteresseerd zijn in sport is er een artikel van Marcus van der Heide over Jo Bonger, de schoonzus van Vincent van Gogh, die haar leven lang geijverd heeft voor de verbreiding van naam en faam van haar zwager. 

Losse nummer kosten nog steeds maar €7,50 bij de boekhandels in Bussum en in ons documentatiecentrum. Krijg alle nummers gratis in de bus bij een lidmaatschap van €15,-- per jaar !

Foto van de maand

Laatste werkweken voor de broers Roks

December 2019

Foto Jaap van Hassel

We hebben 128 gasten en geen leden online