HOME HKB
Open Menu

Contactblad Historische Kring Bussum 16/3 (december 2000) pag. 97-100

Rijwielhandel Peeters
Auteur: Ina de Beer

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.

Onderstaande illustraties zijn aanklikbaar voor een vergroting.

Op Nieuwe 's Gravelandseweg nr. 1 opende Johannes Hermanus (Joop) Peters in 1922 een rijwielzaak. Daarnaast huurde hij een grote ruimte voor het stallen van ongeveer 50 fietsen. Hij woonde bij zijn ouders op Vaartweg 30 in Bussum.

Op 29 oktober 1924 trad hij in het huwelijk met Dina Francisca Wilhelmina de Groot. Zij werd op 30 mei 1899 in Delft geboren en zij woonde na het huwelijk eveneens op Vaartweg 30. Uit dit huwelijk werden drie kinderen geboren, één meisje en twee jongens (John en Louis).

Omstreeks 1924 verhuisde de rijwielhandel naar Spiegelstraat 12, een pand naast Grotenhuis. Daar begon Joop Peters met de verkoop van benzine. De verkoopkar was wit en bruin van kleur en er stond een tank op die + 500 liter benzine kon bevatten. De benzine in de tank werd eens per tien dagen bijgevuld. Dan kwam de tankwagen van Tone Line. Een liter benzine kostte destijds 4 cent.



Foto-onderschrift:
Moeder Dina Peters de Groot ± 1930.



Vader Peters tijdens militaire dienst in 1914/1918.

Johannes Franciscus Adrianus Gerardus (John) Peters werd op 3 oktober 1929 geboren op het adres Sint Josephpark 24E.

Voordat hij naar de kleuterschool ging, zat hij op de Juliana bewaarschool aan de Torenlaan 11 B. Van de kleuterschool aan de Herenstraat herinnert hij zich de namen van de zusters Edmunda en Francisco. Daarna bezocht hij de Broederschool aan de Sint Vitusstraat, waar hij onder andere les kreeg van de broeders Adrianus, Eric, Bavo en Petrus Canisius. Na zeven klassen te hebben doorlopen, ging hij in 1943 naar de dagschool Don Bosco in Amsterdam, waar hij drie jaar later het diploma automonteur uitgereikt kreeg. Hij was toen ongeveer 17 jaar oud. Thuis konden vader en moeder al op zijn hulp rekenen: hij hielp met het repareren en verkopen van fietsen. Louis: "Wie het eerst de bel hoorde gaan, ging naar de winkel. Zo nodig kon ik de hulp van mijn vader of moeder inroepen." Maar John was nog niet klaar met zijn studie, want in de avonduren volgde hij een middenstandscursus. Hij kreeg in Amsterdam het "Remec-diploma" uitgereikt en mocht zich rijwielhersteller noemen. (Remec: Rijwiel en motoren corporatie.) Omstreeks 1946 kwam John Peters bij zijn vader in loondienst.

In 1931 huurde het echtpaar Peters een woning annex winkellwerkplaats aan de Herenstraat 24, waar in 1935 zoon Louis werd geboren.

Louis Maria Johannes Petrus Peters werd op 3 1 augustus 1935 geboren op het adres Herenstraat 24 Bussum. Bij de zusters op Herenstraat 4 ging hij naar de kleuterschool. Daarna doorliep hij de Broederschool aan de Sint Vitusstraat. Hij kreeg daar onder anderen les van broeder Giovanni, broeder René en van meneer Van der Voort. "Zij gaven goed les.", herinnert Louis zich. Na de oorlog bezocht hij de Ambachtschool aan de Landstraat 3. Daar volgde hij twee jaar de dagschool en later de avondschool. Hij behaalde twee diploma's in metaalbewerking.

In zijn vrije tijd hielp hij zijn ouders in de werkplaats en bij de benzinepomp. Ook hielp hij met het verversen van olie en met doorsmeren. Uiteindelijk werd hij electromonteur en werkte hij bij diverse constructiebedrijven, onder andere bij de firma Reelfs en in 1953 bij het constructiebedrijf Geessink in Weesp op de afdeling staalconstructie waar reinigingsautos werden opgebouwd. Daarna werkte hij een aantal jaren bij de NEGEMA (NEderlandse GEreedschap MAker) op de Gooiberg in Bussum.

In 1931 bevat de Zakengids een advertentie voor J.H. Peters, Rijwiel- en Motorhandel reparatie inrichting, voor Durabo en Brampton rijwielen en driewieler carriers.

In de beginjaren dertig verkocht vader Peters fietsen van het merk BSA (Birmingham Society Association). Naast de zorg voor haar drie kinderen, hielp ook mevrouw Peters in de winkel met de verkoop van fietsonderdelen. Betalingen werden contant of per giro voldaan, daarnaast deed zij de administratie. Eens per maand schreef zij de rekeningen uit, die John of Louis in hun vrije tijd bij de klanten in de brievenbus deden. Louis: "Moeder ging prettig met de klanten om en was niet opdringerig." John kan zich nog herinneren, dat hij nieuw verkochte fietsen op zaterdagmiddag bij de klanten afleverde.

Kettingkast

Om een nieuwe kettingkast op een fiets te monteren moest eerst het rechter pedaal gedemonteerd worden. Dan werd tevens gecontroleerd of de cranck en het kamwiel recht waren en of er speling zat in de trapas en de spie. Dat was een moeilijk en secuur karwei. Daarna werden de bouten van het te vervangen kettingkastraam losgedraaid. Het nieuwe raam werd eerst 'uitgelijnd', dat wil zeggen dat de ketting van de fiets vrij moest liggen, zodat het nieuwe kettingkastdoek niet door de ketting beschadigd kon worden. Dit doek was gemaakt van linnen waarop een laklaag zat en dat in diverse kleurenverkrijgbaar was. De kettingkasten werden geleverd door de firma De Woerd in Barneveld via grossiers en rijwielfabrikant. Enkele van de
grossiers waren de firma Van Vuure en de firma Schouten in Hilversum. Rijwielhandel Peters verkocht fietspompen van de merken Jumbo en Steco.

Naast de verkoop van fietsen startte vader Peters in 1936 met de verkoop van benzine voor auto's. Er werd een pomp geplaatst die met de hand bediend werd. Omstreeks 1938 kwam daar een electrische pomp voor in de plaats. Voor de opslag van de benzine werd een ondergrondse brandstoftank geplaatst met een inhoud van 2.000 liter.

Rijwielplaatje

Vóór 1900 was er al in een aantal Nederlandse plaatsen een belasting ingevoerd op het bezit enlof het gebruik van fietsen op de openbare weg. Diverse gemeenten en ook provincies zagen hierin een dankbare bron van inkomsten. Om aan de plaatselijke verschillen een einde te maken, werd op 9 juni 1898 besloten om de belasting landelijk te regelen. De belastingopbrengst kwam echter niet of nauwelijks bij het rijk binnen. Aan de gebruikers van de velocipèdes op de openbare weg viel niet te zien, of zij al dan niet aan hun verplichtingen hadden voldaan. Daarom werd per 1 augustus 1924 het zichtbaar meevoeren van een metalen bewijsstuk dat de rijwielbelasting betaald was, verplicht gesteld. De belasting bedroeg toen f 3,-per jaar per rijwiel. De hoogte van het bedrag deed menigeen besluiten de fiets maar weer aan de kant te zetten en een andere wijze van vervoer te kiezen. Enkele jaren later werd het tarief verlaagd tot f 2,50 en dat bleef zo tot en met 1941. In dat jaar werd het niet al te populaire plaatje op last van de Duitsers afgeschaft. Aanvankelijk moest het metalen plaatje op het voertuig zelf worden bevestigd. Toen er te veel rijwielplaatjes door diefstal werden verwijderd van de fietsen, mocht het ook duidelijk zichtbaar op de borst worden gedragen. Er was slechts één maker van de plaatjes: 's Rijksmunt in Utrecht. De plaatjes waren in drie uitvoeringen te krijgen: 1. normaal, 2. kosteloos, voorzien van een rond gaatje voor werklozen en steuntrekkers en 3. voorzien van een sterretje, bedoeld voor buitenlanders in dienst van de ambassades. Wie bang was voor verlies of diefstal mocht er, tegen betaling van tien centen, naam en adres in laten slaan door een charitatieve instelling die hiervoor vergunning had gekregen.



Na de oorlog

Toen tijdens de Tweede Wereldoorlog fietsonderdelen en benzine steeds schaarser werden en ook de fietsbanden op de bon waren en nog maar mondjesmaat geleverd werden, gingen de winkel en de werkplaats tijdelijk dicht. Na de oorlog kwam -weliswaar op toewijzing - de levering van fietsen weer op gang. Rijwielhandel Peters verkocht toen onder andere de merken Hercules en Raleigh. Er werden ook gezondheidszadels verkocht. Deze zadels, gemaakt van beige suède of van donkerbruin leer, waren in het midden voorzien van een brede gleuf. In die gleuf stond de naam van de leverancier vermeld: "Hygia", gevestigd in Dieren. De nonnen van pensionaat Mariënburg en de nonnen van het voormalig Sint Gerardus Majellaziekenhuis die over een fiets beschikten, hadden veelal zo'n gezondheidszadel.

Na het overlijden van Johannes Hermanus Peters, op 15 november 1974 in Bussum, ging de rijwielhandel over op zoon John. Ook hij ging op een correcte wijze met zijn klanten om en had het erg druk, want hij had geen personeel in dienst. Ongeveer twintig mensen per dag konden van zijn diensten gebruik maken. Veelal ging het om het repareren van een lekke band of het vervangen van fietsbanden. Hij verving bijvoorbeeld ook een trapas of een kettingkast. Als het om een grote reparatie of het vervangen van onderdelen ging, werd er vooraf prijsopgave gedaan, zodat de klant wist waar hij aan toe was. Ook de administratie hield John zelf bij. Zijn klanten kwamen niet alleen uit Bussum: ook inwoners van omliggende gemeenten zoals Huizen, Muiden, Muiderberg, Kortenhoef en 's Graveland wisten de weg naar rijwielhandel Peters te vinden. John: "Zelfs de klanten die verhuisden naar een andere gemeente, kwamen vaak nog terug." Dina Peters-de Groot overleed op 30 december 1975 in Bussum.



Foto-onderschrift:
De winkel in 1966.



Foto-onderschrift:
De gebroeders Peters in 2000.

Naast de fietsen verkocht John ook kinderfietsen, autopeds en driewielers. Niet veel later kwamen daar bromfietsen van het merk Simplex Sachs bij. Hij bezocht zelf de leveranciers, zoals Simplex in Amsterdam, Gazelle in Dieren en Batavus in Heerenveen.

De rijwielhandel en de benzineverkoop liepen goed, maar in 1991 kreeg John problemen met zijn gezondheid, waardoor hij genoodzaakt werd om met de handel en de verkoop te stoppen. De bedrijfsbeëindiging is voor de broers geen reden om te verhuizen; zij kunnen geen afstand doen van de vele dopsleutels, schroevendraaiers, boutjes en moertjes op de werkbank in de werkplaats. John bereidt de warme maaltijd, Louis doet de boodschappen en is dikwijls in de werkplaats te vinden waar hij oude grammofoons repareert. Hij heeft een benzinepomp opnieuw geschilderd en is zeer trots op zijn Chevrolet uit 1977. Beide zijn al acht jaar lid van de Historische Kring en bezoeken graag de tentoonstellingen en contactavonden. Tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst laten zij zich het glaasje wijn goed smaken.

Actueel

Werelderfgoed, ook in Bussum

De Nieuwe Hollandse Waterlinie heeft eindelijk een plaats op de Werelderfgoedlijst van VN-organisatie Unesco.De linie staat nu samen met de Stelling van Amsterdam (sinds 1996 Werelderfgoed) op deze lijst als 'de Hollandse Waterlinies'. De verdediging van het land met water als bondgenoot, is nu internationaal erkend als uniek en onvervangbaar. De Nieuwe Hollandse Waterlinie, het grootste rijksmonument van Nederland, is een 85 kilometer lange linie met 45 vestingen, 6 forten en 2 kastelen. In 2011 kwam het op de voorlopige lijst voor een UNESCO-nominatie. Ook Fort Werk IV in Bussum, een verdedigingswerk uit 1869, maakt deel uit van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Lees HIER meer over dit fort. Het Erfgoedfestival Gooi&Vecht besteedt deze zomer aandacht aan de waterlinie.

Foto van de maand

Juli 2021

Het zal de meeste oudere Bussummers geen moeite kosten bij deze foto te bedenken wat zich hier afspeelt. Ook niet waar dit was. Misschien wel wanneer!
Nu we zien hier een opname van de eerste televisie-uitzending van de NTS in studio Irene te Bussum op 2 oktober 1951. Binnenkort is dat 70 jaar geleden en gaan we daar als HKB uiteraard bij stilstaan! De vraag aan u is: Wie zien we hier? Wie kent na zoveel jaren nog één of meer van deze pioniers uit TV-land? Misschien iemand uit uw kennissenkring of familie? Mail uw reactie naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

De foto van de maand juni is opgelost. Klik hier voor het antwoord

We hebben 139 gasten en geen leden online