Home
Open Menu

Contactblad van de Historische Kring Bussum, jaargang 1, nummer 2 (maart 1985) pag. 13-15

De Doopsgezinde Gemeente Bussum

Auteurs: Els Witteveen en Coby de Jong

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel. Onderstaande illustratie is aanklikbaar voor een vergroting.

De doopsgezinde gemeente heeft in Bussum een bekende klank. Sinds 1878 neemt zij een belangrijke plaats in in het gemeenschapsleven van Bussum, niet alleen religieus, maar ook op cultureel en sociaal gebied. Wanneer men echter vraagt waar deze gemeente haar domicilie heeft, zal menig Bussummer het antwoord schuldig blijven. Zelfs als men bewust gaat zoeken en weet, dat men in het Prins Hendrikkwartier moet zoeken, kost het enige speurderszin om het Kerkgebouw, dat wat achteraf en verscholen tussen het groen aan de Wladimirlaan 10 ligt, te vinden. Toch staat dit gebouw er al sinds 1923, toen de eerste hoeksteen op 23 februari werd gelegd en de inwijding en 8 juli plaats vond. Sindsdien heeft het gebouw wel enige verandering ondergaan, maar als we naar de bouwtekening kijken is de herkenbaarheid nog duidelijk wanneer we anno 1985 het kerkgebouw in ogenschouw nemen.

Nu er in 1985 nauwelijks meer nieuwe kerkgebouwen verrijzen en wij ons vooral zorgen mak en over de bestemming van kerken die als zodanig geen dienst meer doen, is het misschien goed na te gaan welke inspanningen men zich destijds heeft moeten getroosten om een gemeente als de Doopsgezinde in Bussum op te richten en een kerkgebouw te stichten.

Een stukje geschiedenis

In de Mennonite Encyclopedie, waarin de doopsgezinde geschiedkundige prof. N. van der Zijpp historische informatie geeft over alle doopsgezonde gemeenten in Nederland, lezen we dat in het Gooi Huizen over de oudste documenten beschikt. In 1726 erft Huizen van de predikant Jacobus van Hoorn uit Amsterdam een waardevol stuk grond "De Hoornse Hout". Op dit stuk bosgrond wordt een kerkgebouw gezet, dat meer op een boerderij dan op een kerk lijkt [zie blz. 7 Honderd jaar Doopsgezind Hilversum door Ds. Broer en het speciale Huizennummer 9 van juni 1979 van TVE]. Restanten van dit gebouw zijn nu nog aanwezig. In 1834 wordt de Huizer gemeente weer opgeheven wegens het geringe aantal zielen. In 1878, enige jaren na de opening van de spoorlijn in 1874, toen vele Arnsterdammers naar het Gooi trokken, wordt er een gemeente in Hilversum gevestigd. De bezittingen van Huizen, die zo lang in Amsterdam bewaard waren, werden toen aan Hilversum overgedaan. In het Doopsgezinde jaarboekje staat nog steeds HILVERSUM met tussen haakjes "vanouds HUIZEN-HILVERSUM".

Aan het Historisch overzicht, dat ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de Doopsgezinde Gemeente Bussum-Naarden werd gemaakt, ontlenen wij de volgende gegevens.
De gemeente Hilversum omvatte tot l008 practisch het gehele Gooi en de Vechtstreek, alsmede een stuk Eemland. Ter betere verzorging van de buitenleden achtten predikant Ds. P. Oosterbaan en de k:erkeraad het beter, dat met name in Bussum en Baarn kringen van leden werden gevormd, wier werkzaamheid moest worden gestimuleerd om zo tot b.v. het houden van eigen godsdienstoefeningen te komen. In Bussum waren de leden deels lid te Hilversum, deels lid van de reeds sinds 1882 hier bestaande afdeling van der Nederlandse Protestantenbond, deels ook wel Doopsgezind maar nergens bij aangesloten. Ook zoiets kan!

Wijziging

In 1908 wijzigt Hilversum zijn reglement, dat dan de weg voor kringvorming vrijmaakt. Op 19 september 1908 staat een ledenvergadering van de N.P.B. aan de kerkeraad van Hilversum toe om eenmaal per maand een godsdienstoefening te houden in de bovenzaal van het oude Concordia. Kosten: f 10,- per keer, inclusief het gebruik van orgel.

De eerste dienst van Doopsgezinden in Bussum vindt op 24 januari 1909 plaats in Concordia. Er zijn ongeveer 30 leden aanwezig o.l.v. Ds. Oosterbaan.

De geschiedenis van de Kring en haar groei naar zelfstandigheid volgen wij nu verder aan de hand van de Notulenboeken, die sedert 1910 officieel door het Bestuur van de Kring worden getekend en nauwkeurig worden bijgehouden. Er wordt een huishoudelijk reglement gemaakt. Preekbeurten worden geregeld, Er vindt catechisatie plaats. Er worden gezellige avonden georganiseerd om de onderlinge band te verstevigen.

De Kring groeit onder een actief bestuur van 30 leden in 1907 tot 127 leden in 1927. In 1915 wordt ook de eerste kerkeraad geinstalleerd. Bij deze gelegenheid krijgt de gemeente de volgende cadeau's: een orgel, een harmonium, een Leidse vertaling van het Oude en Nieuwe Testament, en een kanselstoel met kussen. Hoewel men meer dienst kon doen in Concordia (1 x per 14 dagen, omdat de N.P.B. een eigen gebouw had gekregen) en men voor b.v. Doopplechtigheden en huwelijksinzegeningen ook van andere kerken gebruik mocht maken, voelde men toch steeds meer dat men zich moest behelpen. Br. W.C.J. Mooy verwoordt namens de zeven jongste leden in 1915 het streven naar een eigen kerkgebouw als volgt: "Hoe indrukwekkend een Doopplechtigheid in de Lutherse Kerk ook moge zijn, hoe best het kerkje er zich ook toe leende, we zijn er niet thuis, we zijn toch altijd maar op visite".

Actie

Men startte toen het verschillende acties onder de leden ten behoeve van kerkbouw. In het oude kerkfonds was slechts een grondkapitaal van f 322,294 aanwezig. Intussen informeerde men ook naar stukjes grond, o.a. bij het Wilhelminaplantsoen. In 1919 kwam het Irenegebouw vrij, maar de kosten ervan waren te hoog en men twijfelde aan de geschiktheid van het gebouw.

In 1921 kwam er eindelijk schot in de zaak. Men kon een stuk grond aan de Wladimir kopen voor f 7000,-. De financiën kwamen bijeen uit bijdragen van leden en andere gemeenten. Er was mogelijkheid voor een hypotheek bij de zustergemeente Haarlem. De Vrijmetselaarsloge "In vrijheid één" bood aan om bij te springen in de kosten, mits men later zou kunnen huren. Een aanbod van f 2000,-wordt gedaan onder voorwaarde, dat de Heer Kruisweg de architect is. Er is geen sprake van gezamenlijke exploitatie, noch van enige medezeggenschap. Het te bouwen huis is enkel en alleen eigendom van de doopsgezinde gemeente. Er kan hooguit sprake zijn van 'maconieke' invloed in de stijl van het gebouw, daar de Heer Kruisweg vrijmetselaar is.

De Heer Kruisweg ging aan de gang, maakte plannen, werkte tekeningen uit en maakte het bestek voor de aanbesteding klaar. De schoonheidscommissie gaf in 1922 haar goedkeuring.

De eerste steen (de hoeksteen) kon op 23 februari worden gelegd. Hierop staat een spreuk uit Mattheus: "Eén is uw meester, gij zijt allen broeders". Op de voorgevel komt heel sober te staan DOOPSGEZINDE KERK, nadat men eerst had gedacht aan het plechtige "Huis der Vermaning".

Bij de inwijding op 8 juli 1923 door Ds. A. Binnerts uit Haarlem kreeg men zeer passende cadeau's o.a. f 100,- voor stoelen à f 7,50 per stuk, f 500,- in de kosten van gasverwarming, avondmaalsbekertjes. Dit bijzondere feit hebben we nog uit de Notulenboeken kunnen halen.

Helaas ontbreken deze boeken uit de periode 1924-1940. Ze zijn althans onvindbaar. Misschien zijn ze nog in particulier bezit. Het is echter ook mogelijk dat de bezetter ze in de jaren 1940-45 met de bescheiden van de Vrijmetselaarsloge heeft vernietigd.

Wie weet is de opsporing van deze bescheiden nog eens aanleiding voor een vervolg verhaal over de Doopsgezinde Gemeente.

Wij danken de Doopsgezinde Gemeente voor het inzage geven van haar stukken.



Illustratie-onderschrift:
De bouwtekening van architect Kruisweg

Contactblad van de Historische Kring Bussum, jaargang 1, nummer 2 (maart 1985) pag. 9-11


J.D.C. van Dokkum - Bussums ingezetene 1915-1920

Marcus van der Heide

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.

 

Jan Dirk Christiaan van Dokkum werd 17-4-1868 te Utrecht geboren. Zijn beroep werd bibliothecaris. Vanaf 1886 was hij werkzaam aan de Universiteit van Utrecht. In 1905 werd hij assistent-bibliothecaris aan de Universiteit van Amsterdam. In 1920 volgde de adjunct-functie te Wageningen,waar hij van '25 tot zijn pensionering in 1933 hoofdbibliothecaris van de landboudhogeschool was.

De oudste geschriften van Van Dokkum bewijzen direct al zijn veelzijdigheid. In 1897 verscheen bij Hilhorst in Utrecht een sprookje De bloemenrevolutie. Het jaar daarop verzorgde hij de Catalogus van het Nederlandsch Schoolmuseum, permanente tentoonstelling van leer- en hulpmiddelen bij het onderwijs, 252 pg., systematisch geordend.

Zijn topografische belangstelling blijkt al in 1900 uit In en om Utrecht, Gids voor Utrecht, De Bilt, Zeist, Soestdijk, Baarn en omstreken.

Van 1904 is het boekje Met tante naar den theetuin, een vertelling met tekeningen van Jan Rinke (volgens het Lektuurrepertorium "voor grotere kinderen, meer bijzonder voor meisjes geschikt"). In dat jaar was hij voor Catharina van Rennes de tekstdichter voor haar Opus 49 Brechtjebuur, een liedje op snaakschen trant. Sedertdien zou hij voor veel componisten de teksten schrijven, waarbij als bijzonderheid nog vermeld kan worden dat zijn vrouw, Mina Smits, sopraan-iangeres. was. Beiden waren Wagner-fans.

Van grote betekenis voor zijn schrijversschap wordt het feit, dat hij zich bezig heeft gehouden met de ordening van het oudste gedeelte van het Toonkunstarchief. Verscheen in 1913 reeds in de Serie populair wetenschappelijk Nederland als nr. 4 van zijn hand Nederlandse Muziek in de negentiende eeuw, vanaf 1914 worden regelmatig artikelen geplaatst in het toonaangevende tijdschrift Caecilia, Algemeen Muzikaal Tijdschrift van Nederland.

Bussumse periode

Van 5-8-1915 tot 26-5-1920 woonde Van Dokkum in Bussum (Parklaan 7).

In 1918 worden zijn Caecilia-opstellen, 18 in totaal, gebundeld tot De Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst in haar wording en ontwikkeling, een bijdrage Eet de Nederlandse Muziekgeschiedenis der XIXe eeuw.

Deze Bussumse jaren blijken verder productief:
1916 Rapport betreffende de arbeidstijden en bezoldigingen van de ambtenaren aan bibliotheken en leeszalen in Nederland;
1917 Catharina van Rennes, in de Eerste Serie Mannen en vrouwen van betekenis als no. 4 verschenen;
1918 Utrecht, in de Meulenhoff-serie Ons mooie Nederland o.r.v. D.J. van der Ven deel 5;
1919 Cursus over bibliotheekwetenschap, Amsterdam.

Vanaf de oprichting in '14 tot '20 zat Van Dokkum in de redactie van Amstelodamum, Maandblad voor de kennis van Amsterdam, waarvoor hij menig artikel leverde (over de Universiteitsbibliotheek bv. 1915) en talloze boeken recenseerde.

En wat zijn vak betreft, van 16-20 en 21-25 (resp. Jrg 1-5 en 6-10) zat hij in de redactie van Bibliotheekleven, Orgaan der Centrale Vereniging voor openbare leeszalen en bibliotheken en van de Nederlandse Vereniging voor biblothecarissen en biblotheekambtenaren, te Utrecht verschijnend.

Zijn verblijf in Het Gooi tenslotte resulteerde tot het boekje Het Gooi, naar aanleiding waarvan Heyne "een boekje open" doet. Dit is ook de reden om enkele gegevens over Van Dokkum te publiceren.

Levenswerk

In 1929 verscheen het monumentale gedenkboek Honderd Jaar Muziekleven in Nederland, Een geschiedenis van de Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst bij haar eeuwfeest 1829-1929, uitgegeven door het Hoofdbestuur, het vervolg en de voltooiing van zijn arbeid, die in 1918 reeds leidde tot de publicatie van zijn Caecilia-opstellen.

Het boek is ook voor de muziekhistorie van Het Gooi van onschatbare waarde: stichting van de Muziekschool in Bussum door Heinze [zie mijn artikel Oorsprong Muziekschool te Bussum in het vorige Contactblad] pg. 211, gezamenlijke uitvoeringen Toonkunst Hilversum/Bussum pg. 143, Toonkunstafdeling te Laren die maar kort bestaan heeft enz.

Twee citaten betreffende Bussum verdienen aangehaald te worden, dat over het Muziekfeest der Maatschappij van juni 1898 te Bussum (pg. 206), en een kortere passage over Schoonderbeek, de vijfde dirigent van Toonkunst Bussum (en de oprichter van de Nederlandse Bachvereniging te Naarden in september 1921):

206: Een geheel afzonderlijke plaats in de rij der Muziekfeesten nam dat te IBussum van 18/19 Juni 1898 in. Dit was het eenige Muziekfeest waar een met zorg voorbereide opera werd uitgevoerd en wel Von Gluck's Orpheus, een artistieke daad die niet naliet indruk te maken. Cornelie van Zanten zong en speelde de titelpartij, Fred.J. Roeske dirigeerde. De Lange's verslag wijdde aan deze onderneming der kleine Afdeeling eenige woorden van lyrische verrrukking; hij noemde deze opvoering van Gluck's meesterwerk "een gebeurtenis, die, als zij een eerste stap is en door anderen in die richting gevolgd wordt, van het grootste belang voor de toekomst der Maatschappij mag geacht worden. Voor het eerst zetten wij.den voet bij gelegenheid van zulk een officieele bijeenkomst op het gebied der dramatische kunst; laat ons de hoop uitspreken, dat dit jaar als een keerpunt in onze geschiedenis mag aangemerkt worden, zoodat wij een volgend verslag zullen kunnen gewagen van een nieuw veld, dat ontgonnen geworden is, van een veld, dat helaas al te lang bij ons heeft braak gelegen, maar dat thans tot een krachtig leven gewekt werd".

Deze wensch is niet vervuld, het is vrijwel bij deze eene poging gebleven; alleen op het Nederlandsche Muziekfeest te Amsterdam in 1912 is ook het lyrisch-dramatische genre ten tooneele aan de beurt gekomen.

286/7 : In Amsterdam's forensen Centrum, het lokale tweelingpaar Naarden-Bussum, is het eveneens een belangrijke persoonlijkheid geweest die gedurende een aantal jaren door zijn artistieke werkzaamheid het muziekleven tot een achtenswaardig niveau heeft omhoog gebracht. Concertuitvoeringen als die van Von Weber's Freischutz en Lortzing's Czar und Zimmermann, door de Bussurnsche Afdeeling onder Joh. Schoonderbeek's leiding, behooren tot mijn zeer aantrekkelijke muzikale herinneringen.

Uit de dertiger jaren memoreren we tenslotte nog de komische eenakter Een Serenade in de Sint Jansnacht van de in Bussum geboren en getogen componist Jan Felderhof op tekst van Van Dokkum. Het is nog een compositie uit zijn studietijd, Felderhof behaalde in 1933 bij Sem Dresden het einddiploma voor (zijn tweede) hoofdvak compositie. [Zie Mens en Melodie, jrg 23 nr.10 van oktober 1968 pg. 290 vlgg].

In 1935 ontmoetten beiden elkaar nogmaals op het Nederlandsch Muziekfeest van 2-9 mei in Amsterdam t.g.v. het 40 jarig jubileum van Mengelberg als dirigent van het Concertgebouw: Van Dokkum schreef voor het Feestprogramma het artikel Vijf eeuwen Nederlandsche Muziek'; op dit Muziekfeest "debuteerde" Felderhof, aldus Wouter Paap in het genoemde artikel in Mens en Melodie, in de Kleine Zaal met Twee liederen voor zang en piano: Panisch op tekst van Leopold en Herfst op tekst van Marsman, uitgevoerd door Hans Gruys en Felix de Nobel.

Van Dokkum stierf vrij onverwacht op 28-2-38 te Wageningen en werd daar op 3 maart op de Nieuwe Begraafplaats ter aarde besteld.

Een uitgebreide bibliografie moet helaas achterwege blijven, een lijstje met enkele componisten voor wie Van Dokkum als tekstdichter fungeerde moge nog volgen.

Gaarne spreken wij onze dank uit voor de waardevolle gegevens, die Mevrouw Hofman van het Toonkunstarchief en Mevr. Dr. M. Feiwel van de Historische Verzameling der Universiteit van Amsterdam ons konden verschaffen.

L Adr. van Tetterode: Op. 47 Vier volksliedjes (1905), Op. 54 Drie liedjes (1907) en Op. 60 Molentje. Lied in den volkstoon (1908)

Joh. H. Löser: zonder Opusnummer Rembrandtliedje (1906), Opus 22 en 22b (1909) en van Op. 26 Twee duetten voor zangstemmen met klavierbegeleiding het tweede Zonnebelofte (1913) .
[1914 verscheen in de bij Hollandiadrukkerij o.r.v. Van der Ven verschijnende serie 'Onze grote mannen' als deel 3: Rembrandt van de hand van Van Dokkum]

Hendrik C. van Oort: Drie Kerstliederen voor 4 vrouwenstemmen met begeleiding van piano of orgel, het eerste lied Kerstnacht (1910)

M.H. van 't Kruys: Zangspe1 "Bloem van IJsland" [vóór 1919, sterfjaar van Van 't Kruys]

Jacob Hamel: Brechtjebuur (1924)

J.F. Tierie Jr.: Op. 43 O rijke, heil'ge Nacht, Kersthymne voor eene zangstem met begeleiding van piano en orgel (1925)

Hendrika van Tussenbroek: Op 16 Wijde luchten, [61 Tweestemmige kinderliederen met klavierbegeleiding (1928)

Jacq. Scholten in 1950 [!l voor mannenkoor Onder de linde naar een gedicht van J.D.C. van Dokkum

Zie ook https://www.historischekringbussum.nl/index.php/42-bussums-historisch-tijdschrift-contactblad/2169

 

Contactblad van de Historische Kring Bussum, jaargang 1, nummer 2 (maart 1985) pag. 6-7

Over Bussum een boekje open gedaan (slot)

Auteur: M.J.M. Heyne

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.

In het eerste gedeelte van ons artikel, waarin citaten uit het boekje Het Gooi van Van Dokkum betreffende Bussum centraal staan, valt de realistische beschrijving van het forensendorp met de rustieke monumenten en zijn doolhof het Spiegel op.

In de nu volgende passage op pag. 158/159 geeft Van Dokkum niet alleen een ludieke visie op het dorp, maar laat daardoor ook wat van zichzelf zien.

Bussum heeft nog andere particulariteiten. Elken morgen, tusschen acht en negen uren, trekt een geheel leger van kloeke, gewikste kooplieden en andere mannelijke individuen, treinwaarts, voor den arbeid in de drukke stad. Tusschen negen en vier is het dorp nagenoeg geheel ontmand. Indien de Blaricumsche en Larensche schilders kwaad wilden (ze zijn er feitelijk volstrekt niet te goed voor) zou een Sabijnsche maagdenroof hier nog tot de mogelijkheden behooren. Het verbaast me eenigszins, dat de Larensche reclamekoning Jan Hamdorff nooit op 't idee gekomen is. Ter afwisseling zijner Pompeiaansche en andere feesten, zou dit een niet onaardig intermezzo zijn. Van Bussum zal dit overigens niet uitgaan. Het is een zeer fatsoenlijk en ingetogen dorp, waar de dames zondagsmiddags met handschoenen aan en een hoed op gaan wandelen. Op geenerlei wijze is het besmet met de zwierige onordelijkheid der schilderskolonies van Blaricum en Laren. Geschilderd werd er trouwens in de laatste jaren in 't geheel niet, want de militaire overheid schuwde alle kwasten en verftuben als staatsgevaarlijk spionnentuig.

Dit laatste houdt uiteraard verband met de militaire status van de forten en de Verboden kringen waarin het dorp tot 1926 gevangen lag (voetnoot 1).

Behalve "fatsoenlijk en ingetogen" zijn de inwoners blij met hun "fleurige" dorp, waar anekdotische gebeurtenissen plaatsvinden (pag. 162/163):

Er is in het blijde, fleurige forensendorp stof tot zingen en men zingt er uit de volheid des harten, voortreffelijk en met gloed. Ook lacht men er soms weleens heel geniepig, want er zijn in Bussum enkele dingen gebeurd, die Kampen als plagiaat kan beschouwen. Een ervan moet ik hier even noteeren: het is te kostelijk, dan dat het in 't vergeetboek zou raken.

In het witte huis op den 's Gravelandschen weg, waar thans het kantoor gevestigd is van den uitgever C. J. van Dishoeck, woonde namelijk gedurende vele jaren de bekende romanschrijver H.J. Schimmel (voetnoot 2). De vroede vaderen meenden dit feit door een klein literair memento in de herinnering te moeten bestendigen, en ziedaar wat er gebeurde.

Een laan, recht tegenover dit beroemde huis moest gedoopt worden, en daar de benoeming ,,Schimmellaan" wel wat erg oudbakken klonk, zon men op een bloemrijker hulde. Er werd zwaar gepeinsd en overlegd en eindelijk kwam er een op de schitterende gedachte de laan naar een der romans van den grooten schrijver te noemen ... b.v. ,,Majoor Franslaan!" ... Het voorstel vond algemeenen bijval ... Majoor Franslaan! ...dat klonk, dat was voortreffelijk! ... En zoo werd dan met algemeene stemmen ter eere van H.J. Schimmel, de laan recht tegenover zijn woonhuis genoemd naar een roman van ... Mevr. Bosboom-Toussaint. Pas in 1917, bij de herdenking van het honderdjarig bestaan der gemeente, is deze ,,slip of the pen" hersteld, en men is toen maar over de vrees voor het rottingsproces heen gestapt en heeft de laan boutweg omgedoopt in H. J. Schimmellaan ... Sinjeur Semeynslaan had het kunnen worden, maar ... misschien was men bang, dat men zich weer zou vergissen!

Dat het niet al jolijt is, valt af te leiden uit het vervolg, waarbij de Iezer een zekere rancune van de schrijver proeft over ondervonden nalatigheid. Maar wat wil men als enige pagina's eerder alle kloeke en gewiekste kooplieden met de trein zijn vertrokken!

Dit is overigens niet de eenige verbetering, die stante pede aangebracht moest worden. Het lijkt me dringend noodig, dat men van elders een ferm stel vlotte zakenmenschen invoert, en dan al de Bussumschc leveranciers naar een onbewoond, en zoo mogelijk onbewoonbaar, eiland verbant, b.v. Schokland in de Zuiderzee: dat is niet ver uit de buurt en het vervoer per open botter op een regenachtigen herfstdag, die ruimschoots gelegenheid tot zeeziekte geeft, mag niet al te kostbaar zijn. Misschien komt er dan nog eens een tijd, dat men geen vier boodschappen behoeft te sturen aan smid, timmerman of metselaar om eenmaal geholpen te worden, en dat men niet meer de bijdrage voor de middagtafel, die tegen 5 uur besteld is, om half negen ontvangt.
Het Gooische karakter is trotsch en stug, en laat zich gaarne bidden. Bussum is misschien het eenige dorp, in Nederland (voetnoot 3), waar nalatigheid tot de volksdeugden behoort ... naar Bussumsche beschouwingswijze althans ... de forensen denken er anders over: lees ze er allen een voor een maar eens op na!

In de couranten en zelfs op het tooneel is op dit alles reeds meermalen de aandacht gevestigd; maar 't helpt niet! ... Krasse maatregelen zijn noodig!

Tenslotte veegt de Heer Van Dokkum de bittere trek rond de mond weg om te eindigen op de opgewekte toon die we van hem gewend zijn:

En des ondanks zouden we ons fleurige forensendorp voor geen goud willen missen. We hebben het lief om de groene laantjes, om de heerlijke vergezichten over blonde roggeakkers op den Huizer- en Naarderweg, om de ,,Meent" bij de Groothertoginnelaan, het wijde en weidsche natuurtheater, waar avond aan avond prachtige zonsondergangen vertoond worden, die een talrijk publiek trekken; om het aardige heuvelachtige boschpark ,,Bussum's Bloei", met z'n fijne, bekoorlijke berkenlaantjes, om de zandhei aan den Nieuwen 's Gravelandschen weg, blank strand zonder zee, waarachter de 'roodgedaakte huisjes van het dorp ligpen als Nürnberger speelgoed, en waar levendige en kleurige groepjes kinderen des zomers graven en forten bouwen. Wat zijn ze voor 't meerendeel blond deze Bussumsche kinderen! ... Hun lang weelderig haar heeft de kleur van het bleeke zand der heiden ... ze herinneren ons aan het meest Gooische van alle verzen:

Wat kan in 't Gooi een schuldloos kind
Met rozen op de frissche kaken,
Daar 't niets dan leven in zich vindt
Van dood en sterven maken?

Een meisje trippelde aan mijn zij
Van zes of nauwlijks zeven jaren ...
Wat schitterde dat oogje blij
Van onder 't blond der haren. (voetnoot 4)
 
Het is zeer wel mogelijk, dat de dichter van ,,Mei" en ,,Pan", Dr. Herman Gorter (voetnoot 5), die recht tegenover de ,,Zandhei" sedert jaren in het kleine, tusschen de boomen verscholen huis woont, deze verzen van zijn ouderen collega Nic. Beets niet mooi vindt; maar ook hij zal moeten erkennen, dat het ruime, frissche forensendorp allerminst werkt als een memento-mori: het is er een ,,nieuwe lente en een nieuw geluid".

NOTEN

1. Zie hiervoor mijn artikel De forten rond Bussum en hun Verboden Kringen in TVE Jrg. 1 nr. 2 van mei 1983 pag. 102 vlgg.
2. Schimmel vestigde zich na zijn pensionering in 1879 in Bussum op ANNA'S HOEVE 's Gravelandseweg 10 (waar nu de Aula van het Willem de Zwijger Collegc staat). Hier woonde hij tot zijn dood 14-11-1906.
3. Een ouder voorbeeld van de Bussumse nonchalance geven de brieven van Kloos uit Bussum aan (zijn latere vrouw) Jeanne Reyneke van Stuwe, in 1927 door hen als Liefdesbrieven uitgegeven. Zijn grootste ergernis is de Bussumse post, "een vreselijk ongeregeld ding; ze doen daar maar, zoals 't in hun kraam te pas komt". Ze staat, zo schrijft hij 21 juni 1899, "bekend als een beetje nonchalant" en (4de brief die dag aan Jeanne!) "is soms verschrikkelijk slordig. Jouw brief b.v. die afgestempeld was 6-7 's morgens, ontving ik pas 's avonds om acht uur" (Zie Marcus van der Heide, Bussum door schrijversogen, pag 40)
4. Het gedicht van Beets is een herdichting Met zen achten (1853) naar Wordsworth. Van der Heide citeert de laaatste regel, overigens "van onder 't zwart der haren" .
5. Ook Gorter vestigde zich, in 1893, in Bussum, Nieuwe 's Gravelandseweg 32 (thans 66). hoewel hij het in Bussum gaan wonen "niet geheel en al het plezierigste" vond," zo schrijft hij 25-2-1893 aan Verwey, "maar het heeft toch vóór dat ik eens met een verstandig mens kan spreken" (Van der Heide o.c. pag. 34).




 

Contactblad van de Historische Kring Bussum, jaargang 1, nummer 2 (maart 1985) pag. 5

Mevr. Wisse-Leupen een eeuw oud

(van de redactie)

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel. Onderstaande illustratie is aanklikbaar voor een vergroting. Lees ook een gerelateerd artikel in dit nummer (pag. 25)

De Bel 8 jan. 1935

Bussums oudste!



Zoo zal het dan Woensdag 16 Januari de datum zijn dat mevrouw Wisse-Leupen haar 100sten verjaardag viert. Jammer dat zij de laatste jaren niet meer in ons midden vertoeft. Haar gezondheid maakte het noodzakelijk dat zij werd opgenomen in het rusthuis "Zon en Schild" te Amersfoort, edoch zij is volgens het bevolkingsregister nog steeds te Bussum gedomicilieerd en dus nog steeds Bussums oudste! Een eeretitel die zij reeds jaren droeg. En verscheidene jaren was er bij het jaarbegin een heilige plicht: informeeren hoe mevr. Wisse het maakte. En telkens weer kwam de gedachte op, zal het krasse oudje de honderd halen? Welnu, ze heeft het gehaald. En al moge haar gezondheidstoestand al niet meer zoo zijn dat men haar openbare feestelijkheden kan aandoen, toch mag niet worden verzuimd de gedenkwaardige datum even aan de vergetelheid te ontrukken.

Wij herinneren ons nog het laatste gesprek, dat was in 1930. Wij geven dit artikeltje hier nog eens weer, dat begint met er aan te herinneren dat mevrouw Wisse meer dan 40 jaren te Bussum woonde, eerst in de inmiddels verdwenene villa Desiree, hoek Brinklaan Gen. de la Reylaan, later in een pension aan de Veerstraat, waar wij haar toen opzochten.

"Ik voel me zwak geworden", zeide mevrouw Wisse.

"Kom nou, U ziet er nog best uit De 100 wordt makkelijk gehaald, hoor!"

,,Och, waarom, voor mij niet te hopen. Of ik 95 of 100 ben, wat maken die paar jaar nu voor mij uit? 100 jaar, dat is alleen voor de buitenwacht  Achternichten, die mij nooit komen bezoeken, schrijven allemaal: houd U maar taai, als u 100 bent komen we bij u. Waarvoor? Niet voor mij! Want dan zouden ze vaker komen. Maar dat kan ik ook wel best begrijpen. Ik had achttien broers en zusters. Ze rusten nu allemaal. En die hadden kinderen en kleinkinderen, dus dat is een heele familie. En je houdt zoo in je leven aileen de eigen generatie bij en 'n enkele waarmede Je veel sympathie hebt. Dan heb je nog je vrienden."

,,Ook alleen van vroeger?"

,,Neen, je verliest vrienden en je krijgt er weer bij; dat gaat zoo het heele leven door. Vader en moeder blijven natuurlijk altijd in je herinnering. Vader had een instituut te Middelburg; was nog 'n vriend van Tharbecke. die kan ik mij mg herinneren, ik was 12 jaar. Vader streed altijd erg voor ontwikkeling van de arme standen. Dienstboden en soldaten moeten ook kunnen lezen en schrijven, zei die: er zal een tijd komen dat zooveel geleerd wordt, dat er overal scholen zullen komen. Nu, dat is al aardig uitgekomen."

Mevrouw Wisse kan zich Koning Willem I nog herinneren. ,,Heb ik op de Lange Delft zien voorbij rijden. Ik zie alles nog zoo goed voor me. De prettige jeugd blijft je altijd bij, en de jaren van groot verdriet. Toen ik 47 was stierf mijn man, waarmede ik drie jaar getrouwd ben geweest; ik ben heel laat getrouwd en heb dus geen kinderen. In het zelfde jaar mijn vader en een jaar later m'n moeder. Dan voel je je alleen staan in het leven. Ben toen oude dames gaan verplegen en op m'n 6oste jaar moest ik wat anders aanpakken. Heb toen hier in Desiree dat pension opgericht. De menschen zijn altijd tevreden geweest. En dat is heel wat. Als een mensch kan zeggen dat hij een goeden naam heeft, is dat heel wat. Gelukkig dat ik dit mag zeggen. Of de menschen anders zijn geworden? Ik vind dat ze minzamer zijn; er is minder hoogmoed in de wereld. Vroeger gedroeg men zich tegen menschen van minderen stand zeer onvriendelijk. En dat is beslist veranderd."

Ziehier den neerslag van ons laatste onderhoud met de honderdjarige. Die ongetwijfeld straks nog zal bemerken dat Bussum haar niet is vergeten!

Contactblad van de Historische Kring Bussum, jaargang 1, nummer 2 (maart 1985) pag. 3


Het Gooische Lied en Het Landelijk Schoon

(van de redactie)

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.



Het Gooische Lied

Het Gooi waar ik mijn woonplaats vind
dat is een heerlijk land.
Dat land bekend bij ieder kind
van elke rang of stand.
Je kunt er stoeien op de hei
of spelen in het woud.
De vogels kwinkeleren blij
hun liedjes in 't hout.

En Bussum parel van 't Gooi
Min ik ja bovenal.
't is overal zo enig mooi
op heuvels en in 't dal.
De leeuwerik zingt zijn mooiste lied
de merel fluit ook mee
de nachtegaal vergeet ons niet
en de menschen zijn tevree.

Komt allen naar dit schoone land
ontvlucht de grote stad
Maar weest vooral geen ruwe klant
spaar boomen, bloem en blad.
Geniet van deze reine lucht
en zingt uit volle borst
Hoera, voor het wonder mooie Gooi
en Bussum bovenal.

Gooi- en Eemlander 24-9-82
-----------------------------------------------
Bussumsche Courant 26-5-1928

Het Landelijk Schoon

AAN BUSSUM TOEGEZONGEN!

Al heeft het goud der Amstellaren
Met menig lustpriëel uw zondig erf bedekt;
Al sticht de nijverheid altaren,
Waar handelgeest de kunstvlijt wekt,
Nog siert u, meest bevallig oord!
Het landelijk schoon, dat u behoort.

Al breidt, ge op welvaarts zegen stouter,
Langs heide en akkergrond uw kleine villa's uit,
Bespaar steeds, voren voor het kouter;
Sta nooit de schatten af, die u Natuur ontsluit;
Het eigen schoon, dat u behoort.

Dat steedsche pracht of hoflijke etiquette
De wet nooit stelle op uw gebied;
Hier modedwang nooit d'engen scheidsmuur zette
Waarvoor de landlijke eenvoud' vliedt!
Behoud altoos, bevallig oord!
Het eigen schoon, dat u behoort.

Vorenstaand gedicht werd ons door welwillend ehand toegezonden. Het is afkomstig uit een almanak van 1839.



 

Actueel

Veel meer struikelstenen in Gooise Meren

Ruim zeshonderd struikelstenen zullen de komende jaren binnen de gemeente Gooise Meren worden geplaatst. Dat zegt de recent opgerichte Stichting Struikelstenen Gooise Meren. Het gaat om herdenkingsstenen die in de stoep worden geplaatst voor woningen van waaruit bewoners in de Tweede Wereldoorlog werden gedeporteerd naar Duitse vernietigingskampen .In Naarden en Bussum liggen er nu nog geen twintig stenen, maar dat zullen er uiteindelijk vele honderden worden op basis van een lijst die is opgesteld door Hans Jonker, die research heeft gedaan in het bevolkingsregister.

Lees meer...

Foto van de maand

Augustus 2022

Onderaan deze foto staat  “Bussum, Mouwtje”....
Is dat wel zo? Het huis met het rieten dak en het huis met de grote schoorsteen kunnen wij niet als zodanig lokaliseren. Is er iemand van onze lezers die de huizen op deze foto herkent en weet waar deze staan of gestaan hebben? En misschien bij benadering het jaar waarin deze foto is gemaakt? 
Mail dan naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.l  Alvast hartelijk dank voor uw reactie

Lees meer...

HKB Nieuws

SNEAK PREVIEW BHT

  

Het Bussums Historisch Tijdschrift is weer in aantocht. Het septembernummer is naar de drukker gestuurd en wij kunnen de bezoekers van deze website alvast een blik gunnen op het omslag.

Zoals zo vaak is het een themanummer, dit keer gewijd aan het onderwerp dat gekozen is voor het Open Monumenten-weekeinde op 10 en 11 september. Bensdorp speelt daarbij een belangrijke rol. Op zondag 11 september is de Historische Kring Bussum te gast bij de huidige eigenaar van het restant van de voormalige Bensdorpfabriek, House of Dialogue.

Het vernieuwde Bensdorp-complex was de winnaar van de K.P.C de Bazel-publieksprijs.

 

We hebben 115 gasten en geen leden online