HOME HKB
Open Menu

Contactblad Historische Kring Bussum 17/1 (mei 2001) pag. 30-31

Boekaankondiging
Auteur: Marcus van der Heide

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.
Onderstaande illustratie is aanklikbaar voor een vergroting.

Evert Mathies, Kerkenpad door Bussum, een forensendorp onderweg
Uitgave SoW-gemeente Bussum i.s.m. Gooibergpers Bussum
ISBN: 90-72184-34-3

Tien jaar geleden tekenden de Hervormde Gemeente van Bussum en de Gereformeerde Kerk van Bussum een intentieverklaring om naar een hereniging van beide kerkgenootschappen toe te werken. In 2000 werd dit Samen op Weg-proces definitief vastgelegd in een federatie-overeenkomst.
In het kader van dit proces vond een drastische ingreep plaats, het afstoten van het (oudste hervormde) Vredekerkcomplex aan de Huizerweg en de jongste gereformeerde kerk, de Zuiderkerk aan de Ceintuurbaan. Om het "levende" verleden en het vernieuwende startpunt van Samen op Weg te boek te stellen werd Kerkenpad door Bussum geschreven. Het boek schetst honderdvijfenzeventig jaar kerkelijke ontwikkeling van Bussum, dat in 1827 een zelfstandige hervormde gemeente kreeg. Deze ontwikkeling wordt geplaatst in het historische kader van de burgerlijke gemeente, die pas in 1817 ontstond door afscheiding van Naarden.

In het boek wordt verder aandacht besteed aan het "sociale gezicht van de kerk", de Diaconie.
Als speciale onderwerpen komen de secularisatie en ontkerkelijking aan de orde. De huidige predikanten geven hun visie op de kerk; daarnaast zijn interviews met gemeenteleden en kosters opgenomen.
Kerkenpad door Bussum is de geschiedenis van "een forensendorp onderweg", zoals de ondertitel van het boek luidt.
De verschijning van het boek op 12 mei jl. viel samen met de viering van het 75-jarig bestaan van de Wilhelminakerk in Bussum.
De auteur, Evert Mathies (Amsterdam 1931), was dertig jaar dagbladredacteur, achtereenvolgens bij de Haagsche Courant, de NRC, Het Vaderland, Wegener en Trouw. Hij is nu freelance journalist, lid van het bestuur van de IKON en voorzitter van het Samen op Weg-Beraad Grote Steden. Evert Mathies, getrouwd met een Bussumse, woont sinds 1984 weer in Amsterdam.

Kerkenpad door Bussum kost f 17.50 en is ook te koop tijdens de openingstijden van de Documentatie van de Historische Kring Bussum, Huizerweg 54.



Contactblad Historische Kring Bussum 17/1 (mei 2001) pag. 27-29

Een kaartje aan de wand
Auteur: Gerard Langemeijer

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.

Onderstaande illustraties zijn aanklikbaar voor een vergroting.

Een correctie op dit artikel is gepubliceerd in het volgende nummer:  Contactblad Historische Kring Bussum, jaargang 17, nummer 2 (september 2001), pag. 54-55.

Als men onze Historische Kring aan de Huizerweg 54 binnenstapt, zal men links naast de deur een plattegrondje van een gedeelte van Bussum aantreffen, zo ongeveer rond 1824. Het is bepaald geen gemakkelijk leesbaar kaartje, maar wel interessant. Ik moet bekennen wel wat "gerommeld" te hebben aan dat kaartje: zo heb ik enige straatnamen toegevoegd. Trouwens zonder straatnamen is de kaart nauwelijks te lezen of duidelijker gezegd : zich te oriënteren, alleen DEN BRINK stond er op. Het is een kadasterkaart en dat soort kaarten vraagt meestal om enige toelichting.

Kadasterkaarten hebben te maken met Napoleon, de man die altijd krap bij kas zat. Al die oorlogen die hij moest voeren kostten veel geld. Plunderen en belasting heffen was het middel, maar belasting heffen kan pas als je weet wat iemand bezit. Napoleon stierf in 1821 op het eiland Elba, maar zijn belastingplannen leefden kennelijk nog steeds. Zo beschikte Bussum over een fors boekwerk met op de buitenzijde de tekst:
Kadastrale kaarten van de gemeente Bussum vervaardigd onder de Administratie van H. Banis burgemeester door A. Oosterhout, landmeter der Eerste Klasse van het Kadaster in den Jare 1824 en wel:
A. Kaart van de gemeente Bussum
B. Blad sectie A het Spiegel (eerste blad)
" A het Spiegel inclusief het dorp
" B tot Huizerweg
" C de heide rond Bussum
Dat boek bevindt zich nu in het streekarchief Naarden. Naast dit boekwerk bestaan er ook zogenaamde kadastrale leggers. Per eigenaar wordt daarin verwezen naar de grond en opstallen zoals huizen, schuren enz. Die enorme klus, opmeten van de gronden en registreren van eigendommen kreeg bovengenoemde heer Oosterhout in 1832 klaar.

Een van zijn kaarten hangt nu bij onze Kring aan de wand en aan dat brokje geschiedenis lopen we zo gemakkelijk voorbij. Het is jammer dat we niet eerder uw aandacht op die kaart hebben gevestigd.



In een archiefkast staan bovendien twee kaartenbakjes die u veel kunnen vertellen over de eigenaars van de grond en opstallen. Nemen we als voorbeeld Klaas Fokker en zoeken vervolgens die naam op in een van de kaartenbakjes, dan vinden we Klaas Fokker geb. 1790 te Bussum. Overigens staat er nog meer op dat kaartje bijv. dat hij was gehuwd met Anna Koelink en dat Fokker veel gronden had en waar die gronden lagen. De bedoeling van deze toelichting is dat leden van onze Kring weten dat we veel belangrijke gegevens in huis hebben. Leden die zich in de geschiedenis van Bussum willen verdiepen, komen met die kaart aan de wand plus de kaartenbakjes met Bussumse familienamen zoals Gerrit van den Berg, Cornelis de Gooyer, Evert de Jager, Willem de Jong, Jan Kluck, Tijmen Majoor, Jan Ruyzendaal, Jan van Thienen en Theodorus Vrakking wel aan hun trekken. Met die gegevens krijgen we vaste Historische grond onder de voeten. Een klein voorbeeld. We keren terug naar Klaas Fokker op het afgebeelde kaartje. Zijn naam hebben we er even aan toegevoegd op het nummer 272 (het kadastrale nummer). Thans staat op die plek de Sint Vituskerk. In 1893 woonde de weduwe Fokker in de Sint Vitusstraat. De weduwe Klaas Fokker-Verver had gronden in de Veerstraat en ook veel bos en bouwland in het Spiegel. In feite bezaten de boeren alle gronden in het dorp, in het Spiegel, Prins Hendrikkwartier en andere buitengebieden. Opsporen via huisnummers is een onmogelijke zaak (omnummeringen). Alleen de kadastrale nummers zijn betrouwbaar. Oude telefoonboeken (de oudste in Bussum is van 1911) zijn betrouwbaar evenals oude adresboeken voor dat aangegeven jaartal. Op de Historische Kring hebben we zeer veel oude adresboeken, werk nog van mevrouw Guusje van Renes. Snuffel eens in de andere kaarten die de Kring bezit. Al was het alleen maar om die leuke namen die de Bussummers aan hun landje gaven zoals "De tien Schepels, Het Hoge Kampje, Ducatenkamp, Doctorskamp, Kerkkamp, Kampje Houtland, Kampje genaamd Keuken, Kattenkamp, Gerrit Bruinenkamp, De Ronduit, Brandjeskamp, Kamp Gobergen", enz. Ja, wat wil je als je nog geen straatnaam hebt, of zit ik verkeerd met die opmerking? Op ons kaartje aan de wand staat toch als vanouds "De Brink" vermeld, één naam dus in heel Bussum. Oude kaarten kunnen ons vermelden wat we cadeau kregen van Hilversum. Ik meen ooit aan de Kring kaarten van het Spiegel gegeven te hebben, jaartal 1824. Daarop heb ik met kleurkrijt de grondsoort aangegeven. Het resultaat was op de kadastrale gegevens ongeveer:
55% bruin = akkers
35% groen = bos
10% lichtgroen = weiland.
Een gerenommeerd blad als Tussen Vecht een Eem beschrijft op blz. 63 mei 2000 die situatie als volgt "... één wildernis met hakhout en zandwegen, met hier en daar een woning". Vermoedelijk overgenomen van Fabius. Helaas die beschrijving klopt niet met de kadastrale gegevens. Het blijft zinvol goed op de hoogte te zijn van kadastrale gegevens.



Foto-onderschrift:
In de Sint Vitusstraat woont nog steeds een familie Fokker.

Contactblad Historische Kring Bussum 17/1 (mei 2001) pag. 23-24

"Tanah Abang"
Auteur: A.M. en D. Voûte (Soest/Lochem, april 2001)

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.

Onderstaande illustraties zijn aanklikbaar voor een vergroting.


Naar aanleiding van twee publicaties in het contactblad (Jaargang 16, no. 3, dec. 2000) over het bussumse landhuis Tanah Abang ontvingen wij een reactie van twee kleinzoons van de bouwer, de heren A.M. Voûte (1931) en D. Voûte (1929).
Onze grootvader, Daniël Rens, ging in 1891 als wagenmaker naar het voormalige Nederlands Oost-Indië. Het verslag dat hij over zijn lange reis per stoomschip naar Batavia aan zijn ouders schreef vermeldt (naast vele andere interessante feiten) problemen van het meerdere malen kolen-bunkeren in de havens die werden aangedaan en een bezoek aan de autonome fortificatie in Atjeh, waar hem de met kanonnen bewapende torens opvielen. Daniël Rens begon in Indië als compagnon van zijn broer J.W. Rens in Deli op Sumatra in het bedrijf Fuchs en Rens, gespecialiseerd in de fabricage en verhuur van rijtuigen en de handel in paarden. De paarden werden veelal ge‹mporteerd uit Australië. Een vooruitziende blik maakte dat de paardentractie aan het begin van de twintigste eeuw geleidelijk werd vervangen door de automobiel. De import daarvan werd allereerst geleid vanuit een nieuwe vestiging in Batavia (Java) in de wijk Tanah Abang. Later werden er ook kantoren en werkplaatsen gevestigd in Soerabaja, Semerang, Medan en Djocjakarta. Tanah Abang betekent voor zover wij kunnen nagaan in het maleis "Rode Aarde", maar het kan volgens het maleise woordenboek ook "grond van mijn oudere broer" betekenen. Toen onze grootvader halverwege de jaren twintig samen met zijn vrouw A.M. Rens-Holle terug kwam uit Indië, liet hij in Bussum een huis bouwen dat hij aanvankelijk "Toengoe Mati" (Wachten op de dood ) had willen noemen. Het is begrijpelijk dat onze grootmoeder daar niet van wilde horen, vandaar dat het "Tanah Abang" is geworden. Op 19 augustus 1931 legde de tweede auteur als oudste kleinzoon de eerste steen (zie afb. 1).



De zilveren troffel met inscriptie waarmee deze symbolische handeling werd uitgevoerd (afb. 2) kreeg hij als aandenken van zijn grootouders ten geschenke.



Hij is zeer geschikt als taartschep en is daarvoor sedert 1931 ook vele malen gebruikt. Deze eerste steen staat thans in de tuin van de tweede auteur als sokkel van een zonnewijzer (afb. 3).



Het is een zwaar blok natuursteen dat hij als verjaardagsgeschenk kreeg van zijn zoon die het met veel moeite en krachtsinspanning uit de ru‹ne van Tanah Abang wist te demonteren. De oorspronkelijk boven de haard ingemetselde tegels met de wapens van Amsterdam, Batavia en Bussum waren toen al verdwenen. Uit onze kinderjaren hebben wij talloze herinneringen aan ons grootouderlijk huis. De goede herinneringen die stellig de overhand hebben bestaan o.m. uit de romantische wat geheimzinnige sfeer van de grote zolders en de garage met de ouderwetse auto's waarin wij ons al spelende wereldreizigers waanden. Het summum wat dat betreft was de oude Paccard uit de jaren twintig waarin het chauffeurs-compartiment middels een fraai gegraveerde ruit van het passagiersgedeelte was gescheiden. Communicatie tussen passagiers en chauffeur vond plaats via een ingenieus systeem van spreekbuizen. Het ligt voor de hand dat wij daar als kinderen eindeloos mee gespeeld hebben. Uit de negatieve herinneringen springt naar voren het beeld van de ravage na de in het laatste oorlogsjaar uitgevoerde bombardementen van de hotels Bosch van Bredius en Jan Tabak. Beide keren sneuvelden nagenoeg alle ruiten van Tanah Abang met als gevolg dat onze grootouders zich de laatste zeer koude hongerwinter vrijwel zonder assistentie moest behelpen in de dichtgetimmerde ijzige ruimten van een onverwarmd huis. De wat verdrietig stemmende eindfase van Tanah Abang is besproken in bovengenoemde bijdragen aan het Contactblad van de Historische Kring Bussum. Na enige branden en de sloop van het landhuis rest slechts het garagegedeelte met chauffeurswoning van de droom van een harde werker in de tropen. Als kleinkinderen bewaren wij aan deze droom de beste herinneringen.

Literatuur:

Rens, D., 1886-1936. N.V. Maatschappij tot Voortzetting der Zaken Voorheen Fuchs en Rens. H.J.W. Becht, Amsterdam, 1936.

Contactblad Historische Kring Bussum 17/1 (mei 2001) pag. 18-22

Paardensport in Bussum
Auteur: Martin Heyne

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.
Onderstaande illustraties zijn aanklikbaar voor een vergroting.

Gerelateerde voorgaande artikelen:
Contactblad Historische Kring Bussum, jaargang 16, nummer 1 (april of mei 2000), pag. 3-7
Contactblad Historische Kring Bussum, jaargang 16, nummer 3 (december 2000), pag. 86-91

In de nummers 1 en 3 van de vorige jaargang, is u het een en ander verteld over de beide renbanen die Bussum in vroeger tijden rijk geweest is. Voor de plaatselijke bevolking waren de evenementen die daar georganiseerd werden nauwelijks interessant. Immers, het speelde zich buiten het dorp af en alleen voor welgestelden was de entree te betalen. Bovendien voelde men zich niet zo op zijn plaats tussen al die voorname bezoekers van buiten.
Voor de Bussumse bevolking waren andere paardenwedstrijden leuker, zoals het ringrijden, het concours hippique en een enkele draverij in het dorp zelf. Aan deze vormen van paardensport zal in dit artikel aandacht geschonken worden.

Ringrijderij

Hoe lang het ringsteken te paard onder de boerenbevolking van het Gooi en dus ook in Bussum al beoefend wordt is niet te achterhalen. Het is niet ondenkbaar dat dit al eeuwenlang met veel enthousiasme gedaan is. Hoe het ook zij, de oudste vermelding van wedstrijden in het ringrijden in Bussum vinden we terug in de Gooi en Eemlander van 19 juli 1884, waarin staat, dat op zondag 3 augustus van dat jaar de Ringrijders-Vereeniging te Bussum eene ringrijderij houdt vóór Hotel Nieuw Bussum. Inschrijven kan men bij den heer D. Heineken op villa Rustoord.


Deze heer D. Heineken was de vader van de opperbrandmeester A.G. Heineken in de periode 1880-1888. De villa Rustoord stond op de hoek van de Platanenlaan met de Middenlaan, waar nu het flatgebouw "Stendal" staat op Graaf Wichmanlaan 13. Verder zwijgt de krant over deze of eventuele volgende wedstrijden.



In de fotocollectie van Bouwman is gelukkig een opname te vinden van een ringrijderij, die op de Vlietlaan plaatsvond. zie afb. 1. Gereden werd van de kant van de Nassaulaan in de richting van het station, waarbij de 'galg' met ring bij de Eslaan stond.
Een volgende vermelding duikt pas weer op in de jaren dertig, als het ringrijden een onderdeel vormt van het programma van het concours hippique. Het wordt dan gezien als een gebaar in de richting van diegenen die wel over een paard en sjees beschikken, maar niet aan de officiële wedstrijden met bespannen landbouwpaarden kunnen deelnemen.
Na de 2e Wereldoorlog is het lange tijd stil. Pas in de jaren zestig gaat men weer ringrijderijen houden, maar dan als onderdeel van de Koninginnedagviering. Als terrein wordt jarenlang de vroegere Veerkamp gebruikt, waar nu Palladio staat. In die tijd was het als parkeerterrein in gebruik.



Op afb. 2 zien we de versierde sjezen al klaar staan voor het begin. Aan de wedstrijden ging nl. een keuring vooraf van het "schoonste geheel". Hierbij lette de jury niet alleen op het paard wat, betreft uiterlijk en gang, mar ook op de versiering van de wagen en of die goed combineerde met de berijders en hun kleding. Tijdens de rit moest tweemaal gestoken worden. Aan de overkant van de baan bij het terugrijden kwam men de tweede ring tegen, zie afb. 3.



Zag men in de eerste jaren na de oorlog nog wel enkele echte boerenpaarden, spoedig waren het nog uitsluitend rij- en tuigpaarden. Weer wat later aangevuld met pony's en andere kleinere soorten.

Toen de bouw van Palladio in de zomer van 1990 een aanvang had genomen, was de Veerkamp niet meer beschikbaar voor het ringsteken. De organisatoren weken uit naar de Brinkaan. Tussen de Gen. de la Reijlaan en de Veerstraat werd de weg voor het verkeer afgesloten. Er hing een ring ongeveer bij de pastorie van de Koepelkerk de tweede ring op gelijke hoogte op de terugweg. Nog drie jaar werd het op deze manier voortgezet. De laatste keer was in 1992 bij het 175 jarig bestaan van Bussum, zie afb. 4.



Daarna was het afgelopen in Bussum en wie nu nog ringsteken wil zien moet op Koninginnedag 's morgens naar Laren of 's middags naar Eemnes. Ook Blaricum kent nog ringsteken en wel op de maandag van de kermis in augustus.

Concours Hippique

In het vorige hoofdstuk is het al ter sprake geweest, maar hoe kwam dat in Bussum?
Wel, reeds aan het begin van de 20e eeuw was er een Landbouw Sportvereeniging in het Gooi actief. Deze organiseerde jaarlijks tentoonstellingen op het gebied van landbouw en veeteelt. Zo ook in 1929. In dat jaar was het op het Wilhelminaplantsoen en de Veerkamp op 21 augustus. De dag werd afgesloten met een ringrijderij, maar voor de volgende dag had men wat nieuws bedacht : een concours hippique dat ook op de Veerkamp verreden zou gaan worden.
Gezien de beperkte ruimte omvatte het programma geen grote draverijen, doch eerst een springconcours en daarna concoursen voor bespannen paarden voor leden van de Vereeniging en vervolgens in een open klasse. Ondanks het regenachtige weer werd het een succes en men vond dat het voor herhaling vatbaar was.
Het jaar er op kocht de Gemeente Bussum in april een aantal forten rond het dorp aan van het Ministerie van Oorlog. Daaronder was ook Werk IV met een groot voorterrein aan de Voormeulenweg. Dat vond men een veel betere locatie voor het concours hippique. Het programma kon worden uitgebreid en wel zodanig dat het in twee dagen afgewerkt moest worden.

Voor 13 augustus 1930 stonden aangegeven
1) Concours voor het best in tuig gaand paard, type landbouwtuigpaard van leden van de Gooische Landbouw Sportvereeniging.
2) Concours voor het best in tuig gaand paard, type landbouwtuigpaard, open klasse.
3) Concours voor tweespannen landbouwtuigpaarden voor luxe rijtuig.
4) Concours voor het best in tuig gaand paard, éénspannen stokmaat minder dan 1,55 m.
5) Concours voor het best in tuig gaand paard, éénspannen stokmaat meer dan 1,55 m.
6) Concours voor tweespannen in open klasse.
7) Concours voor viertallen in tandems open klasse.
8) De dag werd afgesloten met een ringrijderij.
De eerste dag was hiermee duidelijk afgestemd op de agrarische bevolking van het Gooi. Om ook de niet-Gooiers aan hun trekken te laten komen kregen deze een eigen dag.
Op 16 augustus volgde het tweede deel van het programma, dat bestond uit :
9) Keuring van jachtpaarden, gevolgd door een jachtrit over lage hindernissen.
10) Patrouille-wedstrijd voor onderofficieren van bereden korpsen op dienstpaarden.
11) Nationaal springconcours
12) Cross-country over 2 km., ook over de wallen van het fort.

Het succes was dusdanig, dat het evenement jaarlijks terugkeerde. Weldra verrees de eerste tribune, wat voor de bezoekers nog betere gelegenheid bood om van hun sport te genieten.
Weldra stond het op de landelijke agenda en kreeg een plekje in de maand juni toegewezen.
Om de jachtritten meer ruimte te geven werd in 1936 het middengedeelte van de ringmuur om Werk IV weggebroken. In het parcours werden steile beklimmingen en afdalingen van de wallen opgenomen, wat spectaculaire beelden gaf., maar ruineus voor de hellingen. Het fort was toen nog geen Rijksmonument, dus wie bekommerde zich daarom (afb. 5 en 6, zie voorblad).





De Gooische Landbouw-Sportvereeniging die nog steeds de organisatie verzorgde breidde het programma steeds meer uit. Vanaf 1838 werd het zelfs over drie dagen verdeeld.
Nog meer publiciteit kreeg het Concours Hippique in de jaren dat Prins Bernhard op bezoek kwam, in 1939 zelfs vergezeld door Prinses Juliana. Dat waren de gouden jaren van dit evenement. Met het uitbreken van de 2e Wereldoorlog kenterde het tij. Men had wel andere dingen aan zijn hoofd en bovendien konden er geen militairen meer deelnemen aan het springconcours. Het programma keerde weer terug tot de beginjaren.
In 1943 werd het voor het laatst georganiseerd. De tuigpaarden waren er nog, zelfs de vierspannen kon men nog aan het werk zien. afb. 7.



Dat was echter voor het laatst. In 1944 bleek het niet verstandig meer om goede paarden, zo die nog ter beschikking stonden, aan een vordering door de bezetter bloot te stellen. Het Concours Hippique kwam na de oorlog helaas niet meer terug.

Korte-baandraverij

Ter gelegenheid van Koninginnedag 1950 had het feestcomit‚ iets bijzonders georganiseerd.
Er werden korte baan draverijen gehouden, waarvoor de Vlietlaan als baan uitgekozen was. Met een dikke laag wit zand over de verharding heen ontstond een goede drafbaan. Vanaf de hoek met de Veerstraat kon net 400 m uitgezet worden voor de Gen. de la Reijlaan bereikt werd.

Voor het terugrijden moesten de sulkies over de Lindenlaan. Maar de spoorbomen waren toen nog niet zo lang dicht en werden nog met de hand bediend. Zoals bij echte draverijen gebruikelijk is mocht er ook gewed worden. Het totalisatorlokaaltje kwam op de Eslaan te staan in de vorm van en autobus. Als vijftienjarige jongen volgde ik die dag de wedstrijden staande bij de hoek met de Eslaan. Lekker in het zonnetje was het een genot om de paarden in gestrekte draf te zien voorbijstuiven, onder de luide aanmoedigingen van het publiek aan weerszijden van de weg. Zelfs de naam van de winnaar ben ik nooit vergeten, Lucky Fanfare.
In de Bussumsche Courant stond de volgende dag, 2 mei 1950 een enthousiast verslag van dit evenement met een foto "Een eerste kennismaking tussen Bussum en de drafsport kon men zich nauwelijks gunstiger hebben voorgesteld. Beide lieten zich van hun beste kant zien. Er waren prachtige paarden gekomen, waaronder de beste die de Nederlandse paardensport te tonen had, er waren verrassende resultaten, waardoor de spanning tot het laatste ogenblik hoog bleef. Wij van onze kant konden bogen op een prachtige baan en een perfecte organisatie. En bij dat alles het prachtigste weer van de wereld, de eerste zomerdag anno 1950, volop zon en een zacht koel windje. En zo smaakte de eerste kennismaking naar meer; de rijders komen hier graag, en Bussum wil best wat meer zien van deze prachtige sport. Daarom is het te hopen dat dit initiatief van het centraal comit‚ een voortzetting zal vinden."
Ondanks de enthousiaste reacties van pers en publiek heeft dit evenement nooit een herhaling gekregen. Voor de brandweermensen onder onze lezers is het, denk ik, leuk om te horen dat ook de brandweer zijn steentje had bijgedragen aan het welslagen van die dag. Omdat de Vlietlaan voor alle verkeer ontoegankelijk zou zijn, had de brandweer al hun bluswagens, die toen in de garages van de Auto-kluis gestald stonden, voor die dag overgebracht naar de oude garage aan de Dr. Fockstraat, om bij eventueel alarm ongehinderd te kunnen uitrukken.

Tenslotte

Dat er in Bussum een manege geweest is die zijn deuren opende op 19 november 1937 en deze ergens tijdens de 2e wereldoorlog noodgedwongen moest sluiten, valt m.i. buiten het kader van deze artikelen. Datzelfde geldt ook voor de "Brediusruiters", opgericht in 1962, die vanuit de manege die bij Hotel Bosch van Bredius behoord had, een aantal jaren een grote slipjacht hielden over de hei.

Contactblad Historische Kring Bussum 17/1 (mei 2001) pag. 15-17

De eerste Bussumse schaker
Auteur: Ton Sibbing

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.
Onderstaande illustraties zijn aanklikbaar voor een vergroting.

 
In 1817 werd Bussum een zelfstandige gemeente. Het overwegend katholieke dorp telde in die dagen een kleine 400 zielen. Het waren arme lieden, die hard moesten werken voor een karig bestaan De meeste waren boeren. Op de onvruchtbare zandgrond werd akkerbouw bedreven, op de heide werden schapen gehouden en op de meentgronden graasden koeien. Anderen hielden zich bezig met het afgraven van zand en langs de vaart waren er blekerijen, veelal door vrouwen bestuurd. Industrie was er nauwelijks binnen Bussum. Er was een bedrijf, waar men dweilen maakte en één waar lampekatoen geproduceerd werd. Tenslotte was er nog een scheepsbeschuitbakkerij, die werk bood aan 2 vaste knechten en enkele losse arbeiders. In de eerste helft van de vorige eeuw veranderde er weinig in Bussum. Het dorp groeide langzamer dan was gedacht. Pas in 1855, bijna 40 jaar na de afscheiding van Naarden, kon Bussum bogen op 1000 inwoners.

Het is nauwelijks voor te stellen, dat binnen deze kleine, arme gemeenschap er iemand was, die zich met schaken bezig hield. Toch was het zo. Het bewijs vinden we in het Nederlandstalige schaaktijdschrift Sissa. Dit maandblad verscheen voor het eerst januari 1847. Reeds in de zomer van dat jaar vinden we onder de inzenders van de zogeheten "problema's" ene "D.J.V. te Bussum, nabij Naarden". De indentiteit van "D.J.V." wordt snel onthuld. Reeds in de tweede jaargang van het blad worden drie problema's geplaatst van D.J. Vogelpoot te Bussum. Het boek "Geschiedenis van een Honderdjarige" van Fabius en andere historische bronnen over Bussum geven meer informatie over deze eerste Bussumse schaker Dirk Jacob Vogelpoot, geboren te Amsterdam op 28 mei 1805 en medefirmant van de eerder genoemde scheepsbeschuitbakkerij. Een kleine industrieel dus. Vogelpoot was een vooraanstaand lid van de slechts 40 zielen tellende Hervormde gemeente, die anno 1828 probeerde een eigen kerkgebouw te krijgen in Bussum. Vijftien jaar later, in 1843, werd Vogelpoot gekozen in de Bussumse gemeenteraad. Deze functie bekleedde hij nog, toen in 1847 zijn naam opdook in Sissa.

Nauwkeurige bestudering van de eerste jaargangen van dat blad leert ons, dat Vogelpoot een sterk schaker moet zijn geweest. Vier jaar lang stuurde Vogelpoot maandelijks zijn oplossingen van de problemen in. Ze waren bijna altijd foutloos. Eén keer trad Vogelpoot zelfs corrigerend op. Er werd mat in 6 zetten gevraagd. Vogelpoot toonde aan dat mat in 5 zetten mogelijk was. Vanaf 1848 publiceerde Sissa ook studies gecomponeerd door Vogelpoot. Het eerste jaar slechts 3, maar in jaargang 1850 staan er al 10 problemen van de Bussummer in het blad, plus nog opgaven voor de beginnende speler. Hij was daarmee één van de meest produktieve probleemcomponisten van het blad. De studies van Vogelpoot waren gevarieerd van aard. Hij publiceerde problemen met veel materiaal, maar ook eindspelstudies, een zelfmat en een studie, waarin de stukken de letter D vormen. In het najaar van 1851 stopte Vogelpoot met het inzenden van oplossingen. In 1852 verscheen nog één studie van Vogelpoot. Daarna komt de naam Vogelpoot niet meer in het blad voor.

Waarschijnlijk had Vogelpoot het gewoon te druk om nog veel tijd aan het schaken te besteden. Hij had zijn werk als firmant van de scheepsbeschuitbakkerij, maar werd in 1851 ook benoemd tot burgemeester van Bussum. Daarnaast nam het gezichtsvermogen van de toen 73 jaar oude gemeentesecretaris Wachtels af, hetgeen betekende, dat Vogelpoot vaak voor hem de pen moest voeren. Vogelpoot zou het ambt van burgemeester tien jaar vervullen. Niet zonder problemen, want rond de opvolging van de gemeentesecretaris Wachtels in 1855 ontstonden er moeilijkheden tussen Vogelpoot en de gemeenteraad. Desondanks bleef Vogelpoot tot 1861 burgemeester van Bussum. Daarna liep het slecht met hem af. Fabius meldt: "Financieel niet sterk meer, leefde hij in een kamer tamelijk vereenzaamd ten huize van den veldwachter Smeink". Vogelpoot overleed op 20 februari 1875 te Amsterdam. Als hommage aan deze eerste Bussumse schaker publiceren we 2 studies van zijn hand en de enige partij, die van hem bekend is, in de oorspronkelijke notatie.



Hierboven twee voorbeelden van de studies die Vogelpoot in Sissa publiceerde. De linker werd in 1848 geplaatst, de rechter een jaar later. Voor beide studies luidt de opgave: Wit, eerst spelende, geeft in vier zetten mat.

Oplossingen studies Vogelpoot.
De linker: 1 c2-c4+, Kb5-c5 2. d2-d4+, Pb3xd4 3. e3xd4+, Kc5-c6 4. d7-d8P mat.
De rechter: 1. Db4-d3, KF5-G4 2. Dd 2- g2+, Kg4-h5 3. Dg2-g3, f6xg5 4. Dg3-h3 mat.
Of Kg4-f5 3. Kd6-d5, f6xg5 4. Dg3-f3 mat.

In tegenwoordige notatie zou de schaakpartij van pagina 16 er zo uit zien:



Subcategorieƫn

Actueel

Stationsvernieuwingen


Woensdagochtend 15 mei was er een betrekkelijk kort maar hevig evenement op station Naarden Bussum. Het was een "startmoment" met het oog op de komende  herinrichting van het spoor en het stationsgebouw. Pers en publiek kregen informatie over alle plannen.van Pro Rail, NS-stations en de gemeente Gooise Meren. Er was ook een prominente rol toebedacht aan de Historische Kring Bussum. Die had een compacte tentoonstelling ingericht over de geschiedenis van het stationscomplex. Op een vraag van de directeur van ProRail bleken er 14 vertegenwoordigers van de HKB aanwezig te zijn. Alles speelde zich af in de oude fietsenstalling vlakbij het documentatiecentrum van de Kring. NH Nieuws Gooi TV  besteedde ruim aandacht aan het evenement. Om het te kunnen zien klik HIER

 

Foto van de maand

Tentoonstelling van Ben Koning in gemeentehuis

 
                                                                                               foto Jaap van Hassel