Home
Open Menu
Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 37, nummer 1 (april 2021), pag 18-23

What’s in a Name? Straatnamen in de Godelindebuurt

Guusje Hent

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel
De afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

 

Het toekennen van straatnamen is sinds de Gemeentewet van 1851 een taak van de gemeente. Voor die tijd vertelden de straatnamen vaak iets over de aard van de straat: Kerkstraat, Huizerweg. In de 19de eeuw kozen degenen die een bepaald gebied tot ontwikkeling brachten, vaak ook de straatnamen. Vanaf de 20ste eeuw bepaalde de gemeente steeds meer zelf de naamgeving. Meestal deed de directeur Gemeentwerken een voorstel en stemde de gemeenteraad hiermee in. De gemeente Gooise Meren heeft nu een staatnamencommissie, die advies uitbrengt aan het college van burgemeester en wethouders. Sinds kort maak ik deel uit van die commissie en sindsdien kijk ik met veel meer interesse naar de namen van straten.

Een goede straatnaam moet aan veel eisen voldoen. Voor de herkenbaarheid is het goed als de straatnamen in een buurt een zekere samenhang vertonen. Het achtervoegsel (-straat, -weg, -laan, steeg, -pad, enz.) moet passen bij het karakter van de straat, dus geen ‘boulevard’ voor een klein straatje, geen ‘pad’ voor een doorgaande weg. Personen kunnen pas worden vernoemd als ze zijn overleden, maar dat geldt weer niet voor leden van het Koninklijk Huis.

     
 
Oude paden en wegen door de Godelindebuurt (collectie Heyne)
 

 

Tussen Huizerweg en Ceintuurbaan

Dit artikel gaat over de wijk die ligt tussen de Huizerweg, de Amersfoortsestraatweg, de Lorenztweg en de Ceintuurbaan. In dit gebied liepen vanouds al enkele wegen. De Huizerweg liep van de Brink naar Huizen. De Amersfoortsestraatweg was de verbindingsweg van Amsterdam via Naarden en Laren naar Amersfoort – deze weg heette overigens ter hoogte van Bussum tot ver in de 20ste eeuw de Naarderstraatweg.
De Voormeulenweg liep vanaf de dorpskern naar de Amersfoortsestraatweg, de Achtermeulenweg volgde min of meer parallel daaraan dezelfde richting. Vermoedelijk gaat de benaming van deze wegen terug op een molen, maar we weten niet waar die heeft gestaan – hij is op geen kaart te vinden.
Van de Achtermeulenweg is nu niets meer terug te vinden. Verder was er de Barle Postweg, op de plaats waar nu het Beatrixplantsoen is.

      
 
Het Nieuwe Plantsoen, alias het Beatrixplantsoen, voorheen
de Barle Postweg

Tot de grenswijziging van 1902 behoorde dit gebied aan de gemeente Hilversum en was het nauwelijks ontwikkeld. In 1893 kwam er aan de Huizerweg een leerlooierij, de Koelit, die verschrikkelijk stonk. De verdedigingswerken van Fort Werk IV en V met hun Verboden Kringen maakten het vrijwel onmogelijk het gebied te bebouwen. Vanwege het grote gebrek aan arbeiderswoningen plande de Algemene Arbeiders Bouwvereniging Bussum (AABB) hier in 1918 toch een wijkje, in een hoekje dat net buiten de Verboden Kringen viel. De rest van het gebied kon pas ontwikkeld worden nadat de Vesting Naarden in 1926 uit de Nieuwe Hollandse Waterlinie was geschrapt en de Kringenwet hier dus niet langer van toepassing was.

     
Raadsverslag over de vernoeming van straten
in Godelinde I
 

De gemeente deelt het gebied in 4 wijkjes in: Godelindebuurt, Waltherlaan, Dondersstraat en Bloemenbuurt. Deze indeling houd ik hieronder aan.

Godelindebuurt

De eerste straten, de Adelheidstraat, de Luitgardestraat, de Keizer Ottostraat en de lage nummers van de Voormeulenweg, zijn vanaf 1918 bebouwd. De architect was K.P.C. de Bazel. De AABB, ontwikkelaar van dit buurtje, stelde aanvankelijk de namen Trotski, Marx en Gorter voor. Het gemeentebestuur vernoemde de straten echter naar historische figuren uit de geschiedenis van het Gooi.

Otto I de Grote werd in 962 tot keizer gekroond. Zijn zoon Otto II en zijn kleinzoon Otto III volgden hem tussen 973 en 1002 als keizer op. Ons gebied, toentertijd Naerdincklant of Nardingerland genoemd, maakte deel uit van hun rijk. De machthebber in het Gooi, graaf Wichman II van Hamaland (in Wikipedia wordt hij Wichman IV genoemd), was een leenman van Otto I. We mogen aannemen dat Otto I de naamgever is van onze Keizer Ottostraat.

Wichman had twee dochters, Adelheid (of Adela) en Liutgard, en een zoon, Wichman jr. Adelheid van Hamaland was de oudste dochter, maar zij had de toorn van haar vader gewekt. Na het overlijden van zijn zoon in 966 en daarmee het wegvallen van een opvolger, stichtte Wichman het Jufferenstift Elten en schonk hij tweederde van zijn persoonlijke bezittingen en de grafelijke rechten, waaronder Nardinckland, aan het klooster. Zijn jongste dochter Liutgard werd daar abdis. Het klooster was aan Sint Vitus gewijd. Adelheid heeft haar achterstelling lange tijd aangevochten, maar de erfenis werd door keizer Otto III bekrachtigd en zo werd Elten een rijksstift.

     
 
Braakliggend terrein ten zuiden van de Godelindestraat, 1925 

Nadat de Kringenwet buiten werking was gesteld, kon ook de rest van het gebied bebouwd worden. De Godelindestraat, de Godelindedwarsstraat, de Korte Godelindestraat en de Godelindebreestraat werden door de AABB gerealiseerd en vernoemd naar Godelinde. Zij was in 1280 abdis van het klooster in Elten en verkocht de wereldrijke rechten van Nardincklant, het gebied waarin Bussum lag, aan Graaf Floris V.
Deze Godelinde was in Bussum al eerder vernoemd als Gudela, maar dat werd niet als zodanig herkend door de gemeenteraad. Ook de namen van graaf Wichman en Floris waren al eerder vergeven in het Spiegel. Het was oorspronkelijk de bedoeling een Eerste, Tweede en Derde Godelindestraat te benoemen. Bij nader inzien meende men dat dat verwarring zou geven, maar de huidige naamgeving is ook niet ideaal. De Korte Godelindestraat is niet kort, de Godelinde Breestraat is niet breed en het geheel loopt zodanig door elkaar dat er weinig logica in is te bespeuren.

 

Waltherlaan

In 1923 volgde de bouw van het eerste deel van de K.P.C. de Bazelstraat en de Hildegondestraat. De architect van deze woningen, De Bazel, was net overleden en om hem te eren werd een straat naar hem vernoemd. Hij heeft hier en in de Godelindebuurt in totaal 143 woningen ontworpen. Veel minder duidelijk is de keus voor de namen Hildegonde en Walther. De naam Hildegonde kan teruggaan op een dochter van graaf Wichman, maar waarschijnlijker is dat zowel Hildegonde als Walther afkomstig is uit de Duitse sage ‘Waltharius Manufortis’ uit de 10de eeuw, waarin wordt beschreven hoe Walther van Aquitanië en zijn verloofde Hildegonde in 434 door Atilla uit het Hunnenland werden gevoerd en gegijzeld.

Ook over de naamgeving van de Lothariuslaan bestaat onduidelijkheid. Er zijn diverse keizers met de naam Lotharius geweest, maar die waren geen van allen de naamgever van onze Lothariuslaan. Dat was namelijk Lotharius van Frankrijk, een oom-zegger van keizer Otto I en een neef van keizer Otto II. Gelukkig is er over de naam Radboud geen misverstand mogelijk. Hij was van 899 tot 917 bisschop van Utrecht. Radboud is de patroon van de katholieke wetenschapsbeoefening en daarom is de katholieke universiteit van Nijmegen ook naar hem genoemd. Hij heeft geen connecties met de andere hoogwaardigheidsbekleders die hier genoemd zijn, behalve dat hij in het begin van de 10de eeuw een onopgehelderd conflict heeft gehad met een van de voorvaderen van Wichman van Hamaland.

     
De Radboudlaan, gezien vanaf de K.P.C. de Bazelstraat
 

Het lijkt erop dat bij de naamgeving van de straten in deze buurt maar wat is gegrasduind in de geschiedenis, niet eens speciaal die van het Gooi. De vernoeming naar Hildegonde en Walther is in elk geval wel origineel, want er zijn in Nederland geen andere straten naar deze figuren genoemd. Naarden en Bussum hebben maar weinig straten met dezelfde naam, wat bijzonder mag worden genoemd. Wel komen in beide gemeenten de namen van keizer Otto en Godelinde voor, wat laat zien hoe belangrijk de geschiedenis van Elten voor de naamgeving van onze straten is geweest.

 

Dondersstraat

Na 1930 werd begonnen met de bouw van deze zogenoemde professorenwijk, waarin zes belangrijke wetenschappers zijn vernoemd. Deze wijk vormt qua bebouwing, bewoning en vernoeming een mooi geheel.

Hendrik Antoon Lorentz (1853-1928) was een natuurkundige, die zeer belangrijk werk heeft gedaan. Samen met Pieter Zeeman deed hij onderzoek naar de bouw en de werking van atomen. In 1902 ontvingen zij samen de Nobelprijs voor de natuurkunde.
Deze eer viel in 1913 ook Heike Kamerlingh Onnes (1853-1926) ten deel, eveneens een natuurkundige, bekend om zijn onderzoek naar de eigenschappen van materialen bij zeer lage temperaturen. ‘Door meten tot weten’ was zijn slagzin.
Jacobus Hendrik van ’t Hoff (1852-1911) was een scheikundige, die baanbrekend onderzoek deed naar de bouw van moleculen en naar de thermodynamica. Hij kreeg in 1901 de eerste Nobelprijs voor de scheikunde, zijn naam is nog steeds verbonden aan de wet van Van ’t Hoff. In zijn geboortestad Rotterdam staat een standbeeld van hem.
Franciscus Cornelis Donders (1818-1889) was een specialist op het gebied van de oogheelkunde. De huidige indeling, verklaring en correctie van oogafwijkingen als bijziendheid, verziendheid en oudziendheid zijn door hem bedacht. Hij was medeoprichter van het Ooglijdersgasthuis in Utrecht.
Hendrik Zwaardemaker (1857-1930) was hoogleraar in Utrecht. Hij deed onderzoek naar smaak en reukzin, maar is vooral bekend geworden door zijn onderzoek naar gehoorapparaten.
Hector Treub (1856-1920) ten slotte, was hoogleraar in Leiden en wordt gezien als de grondlegger van de moderne verloskunde in ons land. Hij schreef, niet tot ieders genoegen, over geboortebeperking. Een aardig detail is dat Treub toevallig in de trein zat die op 13 september 1918 bij Weesp verongelukte, waarna Treub de eerstehulpverlening organiseerde. Bij de ramp kwamen 41 passagiers om het leven.

     
 
In het midden links de Karbouwstraat en omgeving in aanbouw op de
plaats van de voormalige leerfabriek de Koelit (1938); rechts daarvan
de Profesorenbuurt

Tot deze buurt worden ook de straten gerekend die bebouwd werden nadat leerlooierij de Koelit in 1932 was afgebrand. Ter herinnering aan de fabriek kregen de straten de namen Bison-, Karbouw- en Wisentstraat, naar Amerikaanse, Indische en Europese runderen die hun huiden aan de voormalige leerlooierij geleverd hadden.
De oude Barle Postweg veranderde in Prinses Beatrixplantsoen na de geboorte van de prinses in 1938. Tijdens de oorlogsjaren, toen alle straten die verwezen naar het Koninklijk Huis of naar joodse medeburgers een andere naam kregen, was dit het Willem de Zwijgerplantsoen. 

 

Bloemenbuurt

De directeur Gemeentewerken stelde voor de straten in deze buurt te vernoemen naar het sterrenstelsel. De gemeenteraad koos echter voor vernoeming naar de Gooise flora en fauna. Nu is er geen typische Gooise flora, er zijn alleen bomen en planten die hier meer voorkomen dan elders. De namen die uiteindelijk zijn gekozen, hebben echter weinig te maken met de oorspronkelijke flora van het Gooi. De goudenregen is een cultuurstruik, de meidoorn komt meer voor in de duinen en de vogelkers komt in het hele land voor. Iris en papaver zijn namen voor kweekproducten – dan waren gele lis en klaproos beter geweest. Alleen de kamperfoelie, brem en gentiaan voldoen min of meer aan het uitgangspunt. In het oorspronkelijke plan, dat al in 1932 werd vastgesteld, waren er drie straten naar vogels genoemd.

     
Op een kaart uit 1940 staan nog de vogelnamen, die later naar
het gebied ten zuiden van de Ceintuurbaan zijn verhuisd
 

De Goudenregenstraat was aanvankelijk de Merelstraat, de Vogelkersstraat was de Nachtegaalstraat en de Kamperfoeliestraat was de Lijsterstraat. In de oorlog is de bouw van de wijk stil komen liggen en in 1949 is er een nieuw stratenplan gekomen, waarbij de vogelnamen verdwenen. Deze vogels hebben nu hun naam gegeven aan lanen in de Oostereng.

De Meidoornstraat was oorspronkelijk als plantsoen gepland. De naam Zilverschoon is pas veel later toegevoegd, wellicht als verwijzing naar de leeftijd van de beoogde bewoners, namelijk ouderen.

 

Straat, weg of laan?

In Bussum zijn straten die met ‘weg’ worden aangeduid vanouds doorgaande wegen. Een uitzondering daarop is de J.H. van ’t Hoffweg, die niet echt een doorgaande weg is. De Kamerlingh Onnesweg is ook geen doorgaande weg, maar die was aanvankelijk wel als zodanig gepland, over het Sportpark heen, achter Fort Werk IV langs. Dat is de reden dat de eerste even nummers van de weg beginnen bij nummer 44, en dat de nummers 2-42 ontbreken.
In het Brediuskwartier, het Prins Hendrik-park en in het Spiegel zijn alle straten lanen. De Westereng heeft straten, de Oostereng heeft lanen. Het onderscheid heeft duidelijk te maken met het verschil in meer of minder deftige bebouwing. In het beschreven gebied tussen Huizerweg en Ceintuurbaan zijn maar drie lanen, de Loharius-, de Walther- en de Radboudlaan. Straten die qua bebouwing in de rest van Bussum het achtervoegsel ‘laan’ hebben, zijn hier gewoon ‘straat’. Dit is echt in afwijking van het geven van straatnamen in Bussum. Vaak heeft de directeur Gemeentewerken in de jaren dertig van de vorige eeuw erop aangedrongen straten ‘laan’ te noemen, maar het College gaf in die tijd de voorkeur aan het achtervoegsel ‘straat’.

 

Bronnen

  • Historische Kring Bussum, In Bussum hebben straten namen. Europese bibliotheek, Zaltbommel (1995)
  • H.A. Kos, ‘Graaf Wichman belicht’, in: Vrienden van het Gooi, 1998 nr. 3
  • Rene Dings, Over straatnamen met name, Nijgh en Van Ditmar (2017)

 

 

Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 37, nummer 1 (april 2021), pag 24-28

Van uitspanning tot hotel-restaurant: herberg De Gooische Boer in trek bij jong en oud

Eric Bor

     
 
De Gooische Boer aan de spoorlijn van de Gooische Stoomtram, 1910

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel
De afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

  

De Bussumsche Courant meldde in 1946 dat De Gooische Boer 130 jaar bestond. Dat zou betekenen dat de boerderij op de Amersfoortsestraatweg (destijds nog Naarderstraatweg geheten) bij de tolboom aan het eind van de Huizerweg in 1816 als herberg is begonnen. Het zou best kunnen. We weten dat Christiaan Hanou (in 1831 geboren in Laren) in 1867 de herberg kocht en dat het een gewilde bestemming was voor wandelaars uit Bussum en voor reizigers die met de sjees, de diligence of de vélocipède (fiets) onderweg waren. De herberg bevond zich destijds nog op Hilversums grondgebied

 

Speeltuin

Vanaf 1881 werd het er drukker, doordat De Gooische Boer een halteplaats werd voor de Gooische Stoomtram. In 1893 en 1894 kocht Hanou stukken grond aan de overkant van de Huizerweg en vestigde daar een overtuin met een extra terras en een grote speeltuin. Dat verhoogde de aantrekkingskracht van de uitspanning en zorgde ervoor dat De Gooische Boer een gewild doel werd voor schoolreisjes. In 1901 kreeg W.J. Bel uit Amsterdam van de gemeente Bussum vergunning in de overtuin aan de Huizerweg sterke drank ‘in het klein’ te verkopen. Het jaar daarop nam hij de herberg over van Hanou.
In datzelfde jaar ruilden Hilversum en Bussum stukken grond en kwam het café binnen Bussums grenzen te liggen. De speeltuin had kennelijk een flinke capaciteit, want op 14 augustus 1902 kwam een groep van maar liefst 500 Amsterdamse kinderen van 11 tot 18 jaar met de trein naar Bussum. Ze liepen via Jan Tabak naar de speeltuin en aan het eind van de middag via de Huizerweg weer terug naar het station.

 

Fortificatie

Tegenover De Gooische Boer lag in die tijd aan de Amersfoortsestraatweg een fortificatie Werk V die behoorde tot de verdedigingswerken van Naarden. De criticus Cirsius was er blijkens zijn verhaal in het dagblad Het Volk van 6 oktober 1907 niet van onder de indruk: ‘Vluchtig nam ik de lunetten en offensieve forten, oostelijk en zuidelijk van Naarden gelegen, in oogenschouw. Het leken mij geen buitengewoon geweldige dingen; je kunt er zóó maar binnenturen; die “De Gooische Boer” bezoekt, kan zich overtuigen dat men van den straatweg het fort van achteren ongemerkt binnenstapt; maar de kastelein van “De Gooische Boer”, de heer Bel, een reus van een vent, die vroeger op het Rembrandtplein een hoefsmederij had, wordt waarschijnlijk, en niet ten onrechte, door “Oorlog” in staat geacht een omtrekkende beweging te verhinderen, waarbij de divisie melkjongens van het nabij gelegen “Oud-Bussem”, onder aanvoering van den heer Floris Vos, goede diensten kan bewijzen.’

     
De overtuin in 1905
 

In 1913 werd de herberg verbouwd: er kwamen op de bovenverdieping meer logeerkamers en het dak werd plat. Op een reclamekaart van de verbouwde herberg uit 1914 ontbreken het hekwerk op het dak en het grote naambord boven het terras die later op alle foto’s stonden; je kunt zien dat de tram hier stopte. De tekenaar was ter plaatse kennelijk niet zo goed bekend, want op het bord voor de aanduiding van de richting staan de plaatsnamen verkeerd.

     
 
Reclamekaart met tekening uit 1914. De bordjes voor de tram
wijzen in de verkeerde richting

Mobilisatie

Kelner Meyer, die vanaf 1910 aan het bedrijf was verbonden, blikte in 1938 terug: ‘In de mobilisatiejaren waren de troepen in Naarden geconsigneerd en vooral de eerste drie weken van Augustus 1914 was het ernst. Geen man kwam er weg. Plotseling van huis en dan drie weken “vast”. Toen die tijd voorbij was, stond het hier bij de Boer vol familie en vrouwen, die een bezoek kwamen brengen.

Er waren drie wachtposten voordat je Naarden binnen kon: bij de Galgesteeg, bij de brug van de tramkruising en één bij de Utrechtsepoort. De Gooische Boer was toen alleen via Bussum te bereiken, want de bewaking was streng. […] Tegenover de Gooische Boer was een fort waar de wacht van de vesting-artillerie lag. En de soldaten verbeeldden zich, dat ze het fort beter konden zien van de Gooische Boer uit, dan vanaf de wachtlokalen… In de maneschijn schoten ze hier vandaan dwars over de weg op de konijntjes, want er was in de boschjes daar een doorloopend regiment van die langooren. Ruim een half jaar hebben bij ons nog 46 man uit Arnhem gelegen, in de oude garage. Drie militaire koks waren in de keukens bezig, en ’s avonds stond het café blauw van de rook!’

     
De Gooische Boer in 1933
 

 

Talrijke bezoekers

Over de grote groepen kinderen vertelde Meyer: ‘Er stonden dan lange gedekte tafels onder de boomen en meer dan eens moesten er 2000 broodjes gesmeerd en belegd worden. Van Utrecht en Amsterdam kwamen ze met de vacantiekinderfeesten in drommen en in 4 dagen tijds waren er zoo een 1500 jeugdige bezoekers geweest. En dan de boerenbruiloften! Hoeveel optochten hebben er niet aangelegd,optochten van versierde sjeesjes, bestuurd door boeren met lange pijpen in den mond die de versierde zweep lustig lieten knallen. Ontelbare malen is hier het glaasje boerenjongens geledigd op het geluk van het jonge echtpaar.’

 
 
De speeltuin in 1930

 

Gooische Moordenaar

In 1920 kocht de heer E. Smit de herberg. In 1923 werd de Huizerweg bestraat, waardoor er meer verkeer vanuit Bussum de Amersfoortsestraatweg op ging. Een gevolg daarvan was, dat de Gooische Stoomtram, die tot dan toe voornamelijk slachtoffers maakte binnen de bebouwde kom, nu ook op de Amersfoortsestraatweg zijn reputatie als Gooische Moordenaar waar maakte. Het grootste stoomtramongeluk vond plaats in 1927. Voor de deur van De Gooische Boer was een wisselspoor. De machinist van de tram uit Naarden moest altijd even in de herberg bellen naar Laren, om er zeker van te zijn dat er op het enkelspoor vanaf Laren geen tegenligger aankwam. Door miscommunicatie deed machinist D.J. van den Berg dat op 7 augustus 1927 niet, met een noodlottig gevolg: in de onoverzichtelijke bocht bij villa Groenendaal op de Naarderstraat in Laren botste tram 7a frontaal op tram 10 die uit de tegengestelde richting kwam. Er vielen vier doden, zeven zwaar gewonden en verscheidene licht gewonden.
De vonkenregen van de stoomtram veroorzaakte soms een heidebrand. Op 28 maart 1929 brak er brand uit op de driestgrond (braakliggende grond) nabij De Gooische Boer. Door snel ingrijpen wist de politie met behulp van burgers te voorkomen dat de brand de huizen bereikte. De politiebrandweer, die ook al snel ter plaatse was, hoefde daardoor geen bluswerkzaamheden te verrichten.

 

Groter gebouw

In de jaren dertig nam het verkeer (en dus de bedrijvigheid) bij De Gooische Boer zodanig toe, dat een nieuw, groter gebouw noodzakelijk was. Het werd meer naar achteren gelegd om een groter terras mogelijk te maken. In maart 1938 werd het oude gebouw gesloopt en herbouwd in de vorm van een Gooise boerderij met rieten dak. Het terras, het restaurant en de bar waren nu groter en er waren tien logeerkamers. De voormalige herberg ging nu hotel-restaurant heten. Clinge Doorenbos, de Gooise bard en overbuurman, dichtte bij die gelegenheid:

     
 
De Gooische Boer in 1940

Gooische Boer raakt ‘uit de mode’,
Gooische roem heeft afgedaan
In een keurig, kwiek nieuw pakje
Zien we hem nu voor ons staan.

Gooische Boer raakt ‘uit de mode’,
Met een mooie zijden pet.
Hij heeft nu een veel moderner,
Strooien hoedje opgezet.

In 1939 werd de Gooische Stoomtram vervangen door een busdienst. Hij kwam nog even terug toen de benzine tijdens de oorlog schaars werd, maar stopte definitief toen de Amersfoortstraatweg in 1943 Sperrgebiet werd.

Oorlog

Eind 1941 overleed de heer Smit en zijn weduwe overleefde hem maar drie maanden. In juni 1942 nam P. Stokx het bedrijf van de erven over. Er vonden, zoals ook elders in het land, regelmatig kringbijeenkomsten van de NSB plaats. In januari 1943 bracht de kunstschilder Eppo Doeve prachtige wandschilderingen aan in het interieur. Vooral de vrolijke boerenbruiloft op een grote muur was indrukwekkend. Steeds meer diende het hotel gedurende de oorlog voor de eerste opvang van evacués.
Ook de speeltuin raakte tijdens de oorlog buiten gebruik. Na de oorlog is hij niet meer in gebruik genomen. In de overtuin kwam de snoepkiosk van J. Kooy, die veel Bussumers zich nog herinneren. Die kiosk werd in 1970 door een auto total loss gereden. Eigenaar Stokx verkocht in 1947 De Gooische Boer aan zijn bedrijfsleider W.G.M. Voorman.

     
De Gooische Boer in 1959 (zoals het gebouw er nu nog uitziet)
 

Hoog bezoek

Voorman kreeg op 9 mei 1948 onverwachts twee beroemde gasten op zijn terras: de Engelse premier Winston Churchill en zijn minister van buitenlandse zaken Anthony Eden. Zij waren onderweg van paleis Het Loo, waar zij sinds de vorige avond bij koningin Wilhelmina te gast waren, naar Amsterdam. Het was een warme lentedag en Churchill, die zin had in een koud biertje, liet de auto stoppen en nam met Eden plaats op het terras. De militaire politie, die voorop reed, bemerkte het niet en verdween uit het zicht. Nadat de Britse staatslieden zich het biertje goed hadden laten smaken, stapten zij weer in en vervolgden hun weg. De stoelen waarop de hoge heren hadden gezeten, werden door Voorman elk voorzien van een plaquette ter nagedachtenis aan dit unieke moment.

 

Brand

Op 21 april 1958 ontdekte een voorbijganger dat er brand was in De Gooische Boer. Door deze vroegtijdige signalering konden de gasten het hotel nog verlaten, voordat het geheel in brand stond.
Het lukte de vrijwillige brandweer niet de vlammen die uit het rieten dak sloegen te blussen. Wel kon de aangrenzende woning van Voorman gered worden. Terwijl de vlammen de bovenverdieping, de zolder en het dak verteerden, probeerde men zoveel mogelijk van de inventaris te redden. De stoelen die naar buiten werden gegooid, werden door de toegestroomde Bussumse jeugd naar de weg gedragen. Daarbij waren ook de stoelen waarop tien jaar eerder Churchill en Eden verpoosden.

 

A1

Het hotel werd herbouwd en op 2 juli 1959 weer geopend. Het was nu in een zakelijker stijl, zonder rieten kap gebouwd. Het gebouw staat er nog steeds, naast het Shell-station aan de Huizerweg. Tussen 1964 en 1967 werd het deel van de A1 tussen Naarden en Baarn verdiept aangelegd, waardoor het doorgaande verkeer De Gooische Boer sindsdien op grote afstand voorbijraasde en de Amersfoortsestraatweg veel rustiger werd. Er brak een moeilijke tijd aan voor het hotel. Er kwamen aanzienlijk minder gasten. Vanaf 1973 zorgde het CBR voor extra omzet, door de rijexamens voortaan bij De Gooische Boer te laten starten en eindigen, maar op 12 september 1976 viel het doek. Het pand werd overgenomen door de firma Van Kooy uit Amersfoort, die er een autoshowroom in vestigde. Momenteel is het pand niet in gebruik. Een aanvraag om er in afwijking van het bestemmingsplan een supermarkt te vestigen, is door de gemeente afgewezen.

 

Bronnen:

  • Klaas Oosterom, ‘Uit de Bussumse Historie’, De Gooische Boer (I)
  • Archief Historische Kring Bussum
  • Streekarchief Gooi- en Vechtstreek
  • Talrijke kranten van 1867 t/m 1976

 

Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 37, nummer 1 (april 2021), pag 29-31

Jumbo. Klein industrieel erfgoed aan de Huizerweg

Hans Jonker

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel
De afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

 

Achter de winkel van bakkerij Kwakman aan de Huizerweg 136 staat een bijzonder gebouwtje. Het is goed te zien door even rechts van het winkelrijtje naar de achterkant te lopen. Het is bijzonder omdat het pandje dat nu als bakkerswerkplaats in gebruik is, het enige overgebleven 19de­eeuwse bouwwerk aan deze kant van Bussum is.

 

Zuurvrije schoensmeer en vogelvoer

Van oorsprong is het geen Bussums gebouw. Tot 1902 was het gebied ten zuiden van de Huizerweg Hilversums grondgebied. Door een grondruil kreeg het uit zijn voegen barstende dorp Bussum in dat jaar de voor uitbreiding nodige ruimte. Bij deze ruil waren wel twee zwaar vervuilende Hilversumse industrieën langs de Huizerweg inbegrepen: een grote leerlooierij en dit fabriekje.

     
Plattegrond uit het grondruildossier, december 1901 Het logo van Jumbo
 

De geboorte van het pand ligt dus in Hilversum. Op 24 mei 1899 verleende de gemeente Hilversum aan A.P. Mijnders uit Delft vergunning voor ‘het oprichten eener fabriek tot bereiding van zuurvrije schoensmeer en voor vogelvoer’. De combinatie van de twee producten is wonderlijk, moet ook het gemeen-tebestuur hebben gedacht. De vergunning wordt verleend ‘onder mededeeling dat de stukken door ons niet in orde zijn bevonden. Het komt ons wenschelijk voor dat de beschrijvingen worden aangevuld met eene juiste toelichting op welke wijze de bereiding van schoensmeer en vogelvoeder plaats vindt en voor de ingrediënten welke hierbij zullen worden gebezigd (1 ).  In de praktijk zal uitsluitend schoensmeer worden geproduceerd.

        
 
 Het logo van Jumbo. De Nederlandsche 
Staatscourant,8 januari 1899

Er zijn geen bouwtekeningen van de fabriek bewaard gebleven. Wel een beschrijving uit 1904: ‘Een fabrieksgebouw bestaande uit twee verdiepingen met stoomschoorsteen, ketelhuis, machinekamer, kantoorgebouw met laboratorium, 2 in elkander loopende houten gebouwen op steenen voet, paardenstal, kolenbergplaats en verdere getimmerden. (2) De firmanaam wordt N.V. Chemische Fabriek ‘Jumbo’. Op 1 juli 1899 deponeert directeur Mijnders het beeldmerk van zijn product, met daarin de vooruitziende (maar wel fout gespelde) plaatsnaam Bussem.

Sigarenfabriek Rakers & Co

De fabricage van het schoenpoetsmiddel loopt niet goed. In 1904 is de firma Jumbo failliet en wordt een gedwongen verkoop van de roerende en onroerende goederen aangekondigd. Deze vindt uiteindelijk niet plaats omdat Mijnders inmiddels een nieuwe investeerder blijkt te hebben gevonden.

     
De veiling van 1907. Het Algemeen Handelsblad, 12 oktober 1907
 

Na de doorstart heet de vennootschap ‘Nieuwe Chemische Fabriek Jumbo’. Drie jaar later volgt echter alsnog het definitieve einde. Na een nieuwe faillietverklaring worden op woensdag 22 oktober 1907 in hotel De Rozenboom gebouw, machines en gereedschappen verkocht. De aanwezigheid van ‘flesschen en doozen Schoensmeer van bekende fabrieksmerken’ wekt verbazing. In december betrekt de sigarenfabriek Rakers & Co het fabrieksgebouw. Maar er rust geen zegen op het pand. Rakers stopt er midden 1909 weer mee.

     
 
De fabriek in 1965

 

Van timmerfabriek tot bakkerszaak

Een opmerkelijke periode breekt aan wanneer de uitbreidingsplannen aan deze kant van Bussum worden gerealiseerd en het eerste gedeelte van de Godelindebuurt in 1918 wordt gebouwd . De huizenrij aan de Keizer Ottostraat staat vlak naast het fabrieksgebouwtje. Later wordt aan de Huizerweg een rij woon-winkelhuizen gebouwd, waarvoor de voorzijde van het 19de-eeuwse pand wordt afgebroken. Er wordt duidelijk geen rekening gehouden met het voortbestaan van het Jumbo-pand.

     
De locatie van Jumbo, net naast het eerste groepje woningen
van de Godelindebuurt
 

Onduidelijk is wanneer het oude fabrieksgebouw bij de winkelnering in het hoekpand aan de Huizerweg wordt betrokken. Gebruikers van het stenen gebouw en de ‘2 in elkander loopende houten gebouwen op steenen voet’ zijn onder meer de timmerfabrieken van Van Schuil en Van Driel en later van Jacques Dels.

Op Huizerweg nr. 46 (later nr. 136) is een opeenvolging van bakkerszaken gevestigd: eerst Baltus, vanaf 1950 Bultink en sinds 1969 Kwakman. Een brand verwoest in 1977 het houten gedeelte van het fabriekscomplex.
De bewoners van de Karbouwstraat zijn verlost van de verwaarloosde straathoek en zullen (zeker na de bouw daar van moderne drive-in woningen) de oude aanblik inmiddels wel vergeten zijn. Wat rest is een heel klein stukje industrieel erfgoed met de reuzennaam ‘Jumbo’.

 

Noten

1. SAGV 034+97 Hinderwetvergunningen gemeente Hilversum (Streekarchief Hilversum)
2. De Nieuwe Tilburgsche Courant van 16 september 1904

 

 

Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 37, nummer 1 (april 2021), pag 32-39

Plan Gooioord, een nieuwe Bussumse forensenwijk uit het begin van de 20ste eeuw

Hans Jonker

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel
De afbeeldngen zijn aanklikbaar voor vergroting

 

Op de woningmarkt voor jonge gezinnen zijn de huizen in de Godelindestraat, de Lothariuslaan en de Waltherlaan (aan het eind van de Huizerweg) erg in trek. Zeker na een verbouwing beschikken de kopers over ruime woningen in verkeersarme straten, met scholen en plantsoenen in de buurt. Dit aantrekkelijke huizenaanbod ontstond zo’n honderd jaar geleden als Plan Gooioord.

 

Uitbreidingsplan

Aan het begin van de 20ste eeuw werd het grondgebied van de gemeente Bussum door een grondruil met Hilversum flink uitgebreid in zuidelijke richting. Bussum kon de beschikbaar gekomen ruimte maar in beperkte mate bestemmen voor woningbouw. De zogenoemde Kringenwet verbood immers de bouw van (stenen) huizen rondom de vestingwerken. De gemeente gaf niettemin aan architect K.P.C. de Bazel opdracht tot het maken van een stedenbouwkundig plan. In zijn ‘Uitbreidingsplan der gemeente ten Zuiden van den Huizerweg en den Singel’ (1903) tekende De Bazel de hoofdlijnen van een wegenplan met een globale toedeling van bebouwingmogelijkheden (inclusief de woningtypes) en van ruimte voor parken en plantsoenen.

     
 
Luchtfoto uit 1925

De bouw van arbeiderswoningen had in die jaren echter hoge prioriteit en was door nieuwe rijkssubsidies ook mogelijk geworden. Tot de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) beperkte de nieuwbouw in het zuidelijk deel van de gemeente zich tot de omgeving van de Laarderweg (zoals de Koopweg, de Bijlstraat en de Hamerstraat) en het begin van de Huizerweg (bijvoorbeeld de Korte Singel en de Batterijlaan). In de oorlogsjaren lag de woningproductie door gebrek aan materiaal nagenoeg stil. Na het vredesakkoord van 1918 kwam deze productie weer op gang (o.m. met het oudste deel van de Godelinde buurt).

 

J.G. Griffioen

Na deze wereldoorlog was er een geheel nieuwe situatie ontstaan. Het bouwverbod rond de forten bleek door nieuwe inzichten in defensietechniek niet langer houdbaar en werd in 1926 dan ook opgeheven. Het oude uitbreidingsplan werd van stal gehaald en de gemeente ontwikkelde aangepaste ideeën over de invulling van het gebied ten zuiden van de Huizerweg. ‘Ook over het terrein van Gooioord zijn eenige wegen ontworpen’ meldt de Laarder Courant in 1923. 

     
J. Griffioen
 

Niet alleen de plaatselijke overheid reageerde op de veranderde omstandigheden, ook particulieren werden actief. Lokale investeerders hadden kennelijk voorkennis over de beleidswijziging op het ministerie van Oorlog en kochten percelen landbouw-, bos- en heidegrond in de Verboden Kringen. Een van hen was J.G. Griffioen

     
 
Het Algemeen Handelsblad van 21 augustus 1920.
Door geldnood gedwongen moest Griffioen al na een
jaar de door hem aangekochte villa in de verkoop
zetten. Het bleek bij nader inzien toch niet nodig

Zoals elders in dit tijdschrift wordt beschreven, was de Bussumse slager J.G. Griffioen in 1919 in het bezit gekomen van villa Gooioord met een uitgestrekte siertuin, moestuin, boomgaard en bospartij aan de Amersfoortsestraatweg. Griffioen had er groot belang bij om zijn investering binnen korte tijd te gelde te maken. Hij kocht steeds met geleend geld en vervulde zijn financiële verplichtingen met de opbrengsten van eerdere investeringen. Een ingewikkeld en riskant spel van koop en verkoop en soms ook van ruil van percelen. De gemeente Bussum werd door Griffioen voortdurend onder druk gezet om haast te maken met de uitwerking van het herziene uitbreidingsplan. De herbestemming van de voormalige akkerlanden was namelijk cruciaal in zijn speculatiespel.

Verhitte correspondentie

Een kleine bloemlezing uit een dik gemeentelijk dossier vol verhitte correspondentie. Notaris Scheffelaar Klots verzoekt op 2 oktober 1922 de bevriende architect De Bazel om ‘medewerking voor eene aangelegenheid, waarin mogelijk met niet te veel moeite groote schade van een voorgenomen executie kan worden voorkomen’. Zolang het uitbreidingsplan niet vaststaat liggen de besprekingen tussen de gemeente en de ontwikkelaar stil. ‘Zoo lang dit (…) het geval is blijven echter alle onderhandelingen hokken en zal waarschijnlijk tegen 8 november a.s. de executie moeten doorgaan, hetgeen in de eerste plaats voor Griffioen doch ook voor verdere betrokkenen een groote schade kan opleveren.’ De Bazel had het razend druk en zal zich weinig hebben aangetrokken van deze pressie ter wille van de speculerende slager. De architect overleed vervolgens volkomen onverwacht op 28 november 1923. De uitwerking van het plan werd door gemeenteambtenaren overgenomen.

     
Stratenplan behorende bij de overeenkomst van 23 november 1927
 

Er volgden nog vele jaren duwen en trekken, de verhoudingen verslechterden, de toon van de brieven verscherpte. Eind 1927 (we zijn vijf jaar later) schrijft Griffioen bijvoorbeeld aan B&W:
‘Den 19en April j.l. had ik een onderhoud met den directeur van Gem. Werken, en vroeg hem hoeveel geld ik moest betalen voor de aanleg van wegen op bovengenoemde perceelen. De directeur antwoordde mij “Griffoen, geef mij 2 maanden de tijd om het uitbreidingsplan in orde te maken”. Ik was zoo welwillend en stond hem dit toe. Maar nu is het geen 2 maanden; maar bijna 8 maanden en ik ben nog niets gevorderd.’ De directeur Gemeentewerken reageert op zijn beurt in een notitie aan B&W: ‘Ik meen niet nader behoeven in te gaan op de opmerkingen van den heer Griffioen. Uiteraard is door mij geen enkele belofte gedaan, hetgeen ik dan ook niet kon doen, gezien de langen weg, dien een uitbreidingsplan heeft te doorlopen. Hoe eigenaardig de opvatting van Griffioen is blijkt wel (hieruit), dat hij meent welwillend te zijn geweest door te wachten op het uitbreidingsplan.’ En: ‘Ik moge er U opmerkzaam maken, dat Griffoen alle medewerking is verleend tot aanleg van wegen tusschen Huizerweg en Amersfoortsestraatweg, opdat hij bouwterreinen kon verkoopen. Thans echter blijft hij in gebreke de noodige gelden te storten.’ (19 december 1927)

 

Plan Gooioord II

In januari 1928 werd dan toch de overeenkomst getekend waarin de overdracht van de voor de wegen bestemde Gooioordgrond aan de gemeente wordt vastgelegd. De bedoeling was om de Godelindestraat door te trekken en deze met twee haakse bochten te laten uitkomen op de Waltherlaan. Het al vaker in Bussum toegepaste ‘hofjespatroon’ zonder doorgaand verkeer (Eendrachtspark, Hildegondestraat) zou zo worden herhaald. Bij nader inzien kreeg de verlenging van de Godelindestraat echter een eigen straatnaam: Lothariuslaan.

Het was geheel in de stijl van Griffioen om zichzelf in te halen en alvast een nieuw bouwproject en daarmee een nieuw spanningsveld in het leven te roepen: Plan Gooioord II. Ten zuiden van het nog niet eens gebouwde eerste plan moet een uitbreiding van de nieuwe wijk worden ontwikkeld. Onmiddellijk zijn de rapen gaar. Op 4 mei 1928 schrijft het gemeentebestuur: ‘… deelen wij U mede dat het terrein, ’t welk Gij wenscht te bebouwen, in verband met de voorwaarden waaronder de gemeente bij raadsbesluit van 12 mei 1919 de villa “Gooioord” c.s. aan U heeft verkocht, niet mag worden bestemd voor de stichting van arbeiderswoningen, zoodat wij Uw verzoek om te bevorderen dat aan U voor de bouw van arbeiderswoningen aangrenzende gemeentegrond wordt verkocht, moeten afwijzen. Wij verklaren ons echter bereid met U onderhandelingen te openen over de verkoop aan U van bedoelden gemeentegrond voor de stichting van middenstandswoningen.’ Een boze brief van Griffoen volgde. Burgemeester De Bordes noteerde in de kantlijn ‘even wachten. Niet beantwoorden’.

 

‘Een frisschen vrolijken indruk’

Inmiddels was door de Bussumse architect Jan Wilke (eerder verbonden aan het bureau van Karel de Bazel) een ontwerp getekend van het eerste Plan Gooioord. De Gooi- en Eemlander beschrijft zijn ontwerp op 18 januari 1928 als volgt: ‘Het ligt in de bedoeling langs de ontworpen wegen 44 bouwblokken te zetten, varieerend tusschen 2, 3 en 4 woningen onder één kap. Aan Godelindestraat en K.P.C. de Bazelstraat zullen 12 blokken van twee woningen verrijzen. Deze zullen zijn van eenvoudig type en worden opgetrokken in gele steen, donkere plint en helroode daken. Iets wat ongetwijfeld een frisschen, vroolijken indruk zal maken. Elke woning bevat: beneden twee kamers en suite; keuken; vestibule, hall; W.C.; kelder of kelderkast. Boven bevinden zich drie slaapkamers, een badkamer en een zolder met dienstbodenkamer. In de Waltherlaan zullen behalve blokken van twee, ook blokken van drie woningen verrijzen van het zelfde type als in de bovengenoemde straten. Langs de ontworpen wegen in het verlengde van de Godelindestraat en de Waltherlaan en ook langs de ontworpen zijwegen zullen de hoeken worden afgesloten door blokken van vier woningen onder één kap, terwijl ook de andere woningen een afwijkend type te zien zullen geven. Overal echter worden dezelfde bouwmaterialen gebruikt.’

     
Plantekening van Jan Wilke, augustus 1927
 

Met een uniforme uitvoering van verschillende woningtypen beoogde Wilke hetzelfde resultaat te bereiken als hij en ander moderne architecten eerder op andere plaatsen tot stand brachten: harmonie. Kleine accentverschillen en variaties moesten dit effect versterken. Het Plan Gooioord paste in de opvattingen van de nieuwe school in de Nederlandse architectuurwereld. ‘De exploitatie is zoo geregeld dat de heer Griffioen aan eigenbouwers terreinen zal verkoopen met goedgekeurde teekeningen. De geheele bebouwing die door de Schoonheidscommissie is goed gekeurd zal hierdoor een rustig aanzien krijgen,’ schrijft de Nieuwe Bussumsche Courant op 14 januari 1928.

     
 
Perceelsgewijs situatieplan van Jan Wilke, januari 1928.
Het doortrekken van de Lothariuslaan is dan nog niet verwerkt

De beschrijving van De Gooi- en Eemlander vervolgend: ‘De voortuinen der hoekperceelen hebben een oppervlakte van vijf meter diepte en 20 meter breedte; die van de tusschenliggende perceelen zijn 10 M. diep en 10 M. breed. De achtertuinen, waarin ook een schuurtje komt, krijgen een oppervlakte van 10 x 10 meter. Een royale bouw derhalve en het lijdt dan ook geen twijfel of in dit gedeelte van Bussum zal wederom een fraaie villawijk tot stand komen. Aangezien binnenkort aldaar in de nabijheid ook een nieuwe Openbare School zal worden gebouwd, zal dit alles bij elkaar genomen, Bussum als woongemeente beduidend doen winnen.’ 

      
Kadastraal minuutplan, 1929. Links aan de Huizerweg nog leerfabriek de
Koelit;in het midden het begin van de Godelindebuurt; rechts Plan Gooioord
 

In de beschrijving ontbreekt het onderdeel van het plan om bij een gedeelte van de huizen ook garages te bouwen. J.G. Griffioen mikte kennelijk op de in die jaren snelgroeiende markt van forenzen.

‘Groote stenen kasten, dicht op elkaar gebouwd’

De juichende toon van de lokale kranten werd niet gedeeld op het raadhuis. De directeur van Gemeentewerken deed op 17 augustus 1928 zijn beklag bij het college van b&w. ‘Thans kan worden geconstateerd, dat deze woonwijk in het geheel niet aan de gestelde verwachtingen beantwoordt. De Gemeente Bussum, die zich in andere gedeelten zoo fraai heeft ontwikkeld, wordt met deze woonwijk zeker niet verrijkt, hetgeen te betreuren valt.

      
 
Algemeen Handelsblad
van 25 januari 1920

In de eerste plaats voldoet de woonwijk niet aan de gestelde verwachtingen, omdat het de bedoeling was dat daar ter plaatse een kleine middenstandswijk zou verrijzen, een woonwijk dus waar minder ruim gesitueerden, geëmployeerden dus en particulieren die hun werkkring in Bussum hebben, hun woning zouden vinden. Aan deze woningen is in de gemeente behoefte. Met het oog daarop was de verkaveling niet groot.

     
Waltherlaan gezien vanaf de Huizerweg.
Links op de voorgrond pension Bosch en Zon (1928)
 

De winzucht der exploitanten, uiteraard niet geremd door maatschappelijke overwegingen, heeft er toe geleid dat er thans betrekkelijk groote woningen op de kleine terreinen zijn ontstaan, waardoor een forensenwijk is geschapen zooals eigenlijk niet in Bussum behoort. Het accent daarop wordt nog gelegd door den bouw van garages bij deze woningen.

In de tweede plaats beantwoordt de bebouwing niet aan de gestelde verwachtingen, omdat de groote stenen kasten, dicht op elkaar gebouwd, estetisch een ongelukkig effect maken.’

 

Ambtenaren, leraren, kleine ondernemers

Helaas is het advies van de gemeentelijke Schoonheidscommissie niet bewaard gebleven. Zij ging om onbekende redenen wel akkoord met het ontwerp van Jan Wilke. Het college van b&w verleende vergunning voor de bouw en de gemeente kon de wegenaanleg aanbesteden. Kort na het begin van de werkzaamheden vond een verandering van het stratenplan plaats en werden de Lothariuslaan en de Waltherlaan in zuidelijke richting doorgetrokken. Maar het idee van Griffioen om daar een tweede Plan Gooioord vorm te geven kwam niet van de grond. De percelen zouden door meerdere investeerders op heel diverse manieren worden bebouwd. Van de bebouwings dichtheid wordt geen punt meer gemaakt.

        
 De Telegraaf van 22 juli 1930
 

De uitvoering van Plan Gooioord I werd in fasen ter hand genomen. De huizen werden gedeeltelijk in opdracht van Griffioen zelf gebouwd, sommige door andere investeerders (onder wie lokale aannemers die voor eigen rekening en risico bouwden). Dit leidde ertoe dat de kwaliteit van de huizen uiteenliep en dat ook in de afwerking verschillen optraden. Ervaren Bussumse woningmakelaars kunnen tegenwoordig aan het ontwerp van de voordeuren nog zien welke kwaliteit indertijd geleverd is.

De huizen werden voor een deel in verkoop gebracht, de meeste werden echter verhuurd, veelal aan ambtenaren, leraren, musici, kleine ondernemers. Twee van de huizen werden in de beginjaren als pension geëxploiteerd. De heldere gele steensoort is in de loop van de eeuw donker geworden. Vrijwel alle 56 woningen in het Plan Gooioord I zijn inmiddels verbouwd, en de inrichting van de tuinen is zeer wisselend.
De door Jan Wilke beoogde harmonieuze eenvormigheid die de wijk een ‘rustig aanzien’ moest geven, is nu niet meer herkenbaar. Niettemin genieten de huidige bewoners enorm van het initiatief van de eigengereide slager Griffioen.

Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 37, nummer 1 (april 2021), pag 47

Bussum in boeken

Klaas oosterom

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel 
De afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

 

In deze rubriek bespreekt Klaas Oosterom boeken die bij het thema van dit nummer passen of boeken die met de geschiedenis van Bussum te maken hebben. De boeken zijn in het Documentatiecentrum van de Historische Kring in te zien en soms op internet te koop.

Drie gebonden delen met voorop de wapens van
Naarden, Bussum, Laren, Huizen, Hilversum en
Blaricum rond een zandloper, die de geschiedenis
symboliseert
      
   

Geschiedenis van Gooiland

Dit is het standaardwerk over het Gooi. De historici dr. D.Th. Enklaar en dr. A.C.J. de Vrankrijker schreven het in de jaren dertig van de 20ste eeuw. Er verschenen drie kloeke delen. Het werk werd opgedragen aan Emil Luden, voorzitter van het bestuur van de Erfgooiersvereniging Stad en Lande van Gooiland, ‘als blijk van erkentelijkheid voor de onbekrompen wijze, waarop hij de studie van de geschiedenis van het Gooi en der Erfgooiers bevorderd heeft’.

     
 
De Brinklaan, vanuit de herberg gezien door een reiziger op 31 juli 1784.
Aquarel door S. Goblé (uit: Geschiedenis van Gooiland)

Het eerste deel (door Enklaar) behandelt de landsheerlijke tijd en heet ‘De Middeleeuwen’. 
Deel II is van De Vrankrijker: ‘Nieuwe Geschiedenis’ (tot aan de Franse omwenteling). 
En deel III, ook van De Vrankrijker: ‘Nieuwe en Nieuwste Geschiedenis’. In de laatste hoofdstukken wordt de oprichting van het Gooireservaat (het latere Goois Natuur Reservaat) behandeld. De illustraties in kleur waren in de oorspronkelijke uitgave ingeplakt.

De boeken werden in 1939, resp. 1940 en 1941 uitgegeven door uitgeverij Parnassus te Amsterdam. In 1972 verscheen een heruitgave, met alle delen in een band. In 1976 schreef De Vrankrijker een aanvulling over de periode 1925-1975, waarin onder meer over het forensisme, de opkomst van radio en televisie, sportbeoefening, het Goois Natuurreservaat, de industrie, de cultuur en de gemeentelijk herindeling aan de orde komen, maar merkwaardig genoeg niet de periode 1940-1945.
In deze heruitgave staan 50 zwart/wit foto’s van de Gooise fotograaf Cok de Graaff. 

 

Actueel

Wel en wee van een watertoren

De Bussumse watertoren staat weer in de steigers, voor 't eerst sinds de laatste oplevering in 2010. Toen werd de toren onderdeel van een duurzaam kantoorcomplex. Er is door harde wind flinke schade ontstaan, vooral aan de bovenkant. De watertoren staat sinds 1897 aan de Bussumergrindweg. Renovatie-werkzaamheden werden uitgevoerd in 1927 en in 1967. Bij die laatste klus werd de ommanteling van de bovenbouw vervangen en ontstond het befaamde 'horlogeknopje'.

Lees meer...

Foto van de maand

Mei 2022

Dit is  een foto van een villa van rond de vorige eeuwwisseling. Waarschijnlijk staat het huis in het Spiegel maar zeker is dit niet. Wat wel zeker is, dat de villa huisnummer 4 heeft, dat zien we namelijk op de gevel staan. Maar in welke straat staat dit huis met nummer 4?  Misschien weet u het antwoord. Graag uw reactie naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. 

HKB Nieuws

Algemene  Ledenvergadering 2022

De Algemene Ledenvergadering wordt gehouden op maandag 23 mei in de Remonstrantse Kerk aan de Koningslaan 2b te Bussum. Voorafgaand aan de vergadering verzorgt de Hilversumse amateur-historicus Kees Schipper, een lezing over de geschiedenis van de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

Programma:

19.30 u   Ontvangst
20.00 u   Lezing door Kees Schipper
21.00 u   Pauze
21.15 u   Algemene Ledenvergadering:
                   1. Opening
                   2. Vaststelling agenda            
                   3. Vaststelling notulen van de ALV van 29 september 2021
                   4. Vaststelling verslag van het bestuur over 2021 (zie Kringnieuws)
                   5. Verslag kascontrolecommissie
                   6. Vaststelling jaarrekening 2021 
                   7. Benoeming kascontrolecommissie 2022
                   8. Vaststelling begroting 2023
                   9. Rondvraag en sluiting
22.00 u   Afsluitende borrel

 

We hebben 167 gasten en geen leden online