Home
Open Menu
Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 37, nummer 1 (april 2021), pag 1

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel
De afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

 

Historische Kring Bussum
Opgericht 7 juni 1983
ISSN 1871-2266

Bussums Historisch Tijdschrift
Jaargang 37 nr. 1 – april 2021
Losse verkoop € 7,50
Uitgever: Historische Kring Bussum


Redactie: Eric Bor, Frank de Groot, Anneke van de Koppel, Nol Verhagen
Redactiesecretariaat: Inge Engelbarts, Lijsterlaan 313, 1403 AX Bussum. E-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Medewerkers aan dit nummer: Eric Bor, Guusje Hent, Hans Jonker, Klaas Oosterom, Nol Verhagen
Foto’s en beeldmateriaal: aangeleverd door auteurs, diverse archieven, archief HKB; zie verder artikelen
Vormgeving: Anneke van de Koppel
Druk: Drukkerij Walden, Bussum

Documentatiecentrum
Adres: Stationsweg 3, 1404 AN Bussum Telefoon: 0648251281
Openingstijden: maandag, woensdag en donderdag van 10.30-12.00 uur; of op afspraak
E-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Website: www.historischekringbussum.nl
Facebook: www.facebook.com/HistorischeKringBussum/

Lidmaatschap & abonnement
De (minimum) contributie bedraagt € 15,00 per kalenderjaar. Voor verzending buiten Bussum, Naarden en de Hilversumse Meent wordt dit bedrag met € 7,50 verzendkosten verhoogd.
U kunt zich aanmelden als lid bij voorkeur per e-mail aan Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of telefonisch 0648251281.
Opzegging schriftelijk vóór 1 december.
Nieuwe leden ontvangen alle nummers van het tijdschrift van het lopende jaar.
Contributie en donaties: NL93 INGB 000 46 168 07
Losse nummers van het tijdschrift zijn voor € 7,50 verkrijgbaar bij het Documentatiecentrum en bij Boekhandel Los en Boekhandel Bruna te Bussum.

Advertenties
Voor informatie kunt u contact opnemen met de redactie, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of telefoon 035-6919221

     
 

13

Inhoud

Van de redactie, 3
De Amersfoortsestraatweg vanaf de Huizerweg in de 19de eeuw: vijf huizen, een hoenderpark en een ruïne, 4
De Godelindebuurt, 9
De Heilig Hartkerk: de kerk met de hoed, 13
What’s in a Name? Straatnamen in de Godelindebuurt, 18
Van uitspanning tot hotel-restaurant: herberg De Gooische Boer in trek bij jong en oud, 24
Jumbo. Klein industrieel erfgoed aan de Huizerweg, 29
Plan Gooioord, een nieuwe Bussumse forensenwijk uit het begin van de 20ste eeuw, 32
De geschiedenis van het Individueel Onderwijs in Bussum 40 Bussum in Boeken, 47

      
 

18

Auteursrecht voorbehouden. Gehele of gedeeltelijke overneming of reproductie van de inhoud van deze uitgave, op welke wijze dan ook, is zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende verboden, behoudens beperkingen bij de wet gesteld. Secretariaat: Stationsweg 3, 1404 AN Bussum

     
Op het omslag: Luchtopname uit 1949 van de Godelindebuurt
 

De Vereniging
De Historische Kring Bussum stelt zich ten doel het bevorderen van de kennis van en de belangstelling voor de geschiedenis van Bussum en omgeving en zet zich in voor het belang en behoud van het cultureel en historisch erfgoed aldaar. Zij probeert dat doel te bereiken door een documentatiecentrum in stand te houden, een tijdschrift uit te geven en tentoonstellingen, lezingen en excursies te organiseren. De vereniging heeft een aantal werkgroepen die historisch materiaal verzamelen, bestuderen, publiceren en opnemen in de digitale database van de HKB. De Historische Kring Bussum is per 1 januari 2011 aangemerkt als ANBI (algemeen nut beogende instelling). Het fiscaal nummer is RSIN 8166.01.227.

 

 

Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 37, nummer 1 (april 2021), pag 3

De Godelindebuurt

De redactie

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel

Het moet in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw in Bussum en omgeving een gouden tijd zijn geweest voor architecten, aannemers en anderen die in de bouw hun brood verdienden. Een kleine 50 jaar eerder was het Gooi ontsloten door de aanleg van de spoorweg. Bussum had daar al van geprofiteerd door de komst van welgestelde stadslui naar het Spiegel. Maar vervolgens werd de verdere ontwikkeling van Bussum en meer nog die van Naarden geblokkeerd door de welbekende Kringenwet. De militaire functie van de vesting was al honderden jaren een sta-inde-weg voor Naarden. Maar vlak voor de aanleg van de spoorweg in 1874 werd dat probleem nog eens flink vergroot door de aanleg van het Offensief voor Naarden, waardoor ook een halve cirkel rond Bussum tot onbegaanbaar of in elk geval tot onbruikbaar terrein werd gedegradeerd. Dat gebied hoorde toen overigens nog bij Hilversum.

Naarden en Bussum zullen dus opgelucht adem hebben gehaald toen de Kringenwet in 1926 voor de Vesting Naarden buiten werking werd gesteld. Zoals u in het vorige nummer van het Bussums Historisch Tijdschrift al kon lezen, leidde dat in de jaren twintig en dertig tot een explosie van bouwactiviteiten in het gebied ten zuiden van de vesting. In Bussum werd in diezelfde periode het Brediuskwartier volgebouwd, zoals we in 2019 bij de viering van het eeuwfeest van het Bredius hebben gememoreerd.

Maar er werd in diezelfde tijd nog een wijk bijna letterlijk uit de grond gestampt, in het gebied tussen de Huizerweg en de wel geplande, maar nog niet gerealiseerde Ceintuurbaan. Het was echter een heel andere wijk dan de eerder genoemde, want het hart ervan werd gevormd door een paar honderd arbeiderswoningen. Dat was andere koek dan de villaparken die tot dan toe rond het oude boerendorp waren ontstaan. Hoe dat allemaal in zijn werk is gegaan leest u in deze aflevering van Bussums Historisch Tijdschrift.

Daarnaast schrijft Eric Bor over het oudste gebouw in het uiterste hoekje van dit gebied, de Gooische Boer, bijna net zo’n roemrucht etablissement als Jan Tabak, dat maar een goede kilometer verderop lag. Langs de spoorlijn van de Gooische Stoomtram lagen trouwens nog een paar pleisterplaatsen, waar we te zijner tijd misschien nog eens bij stil moeten staan.

Van heel andere orde is het laatste stukje industrieel erfgoed in de wijk, het restant van het Jumbofabriekje aan de Huizerweg, waar aan het begin van de vorige eeuw schoensmeer werd gemaakt. Hans Jonker legt uit waar u dat kunt vinden.

Niet precies in de wijk, maar wel er vlakbij, aan de overkant van de Huizerweg, staat de Indonschool, school voor INDividueel ONderwijs, en dus niet, zoals sommigen destijds dachten, voor kinderen uit voormalig Nederlands-Indië. De school bestaat dit jaar 70 jaar. Dat is wel een eerbetoon waard, niet alleen voor de school, maar misschien vooral voor twee mensen, die aan de wieg van de school hebben gestaan: de heer J. van Hummel en mejuffrouw E. Boon. Zij hebben het met grote inzet en nietaflatend enthousiasme opgenomen voor de kinderen die in het gewone lager onderwijs niet konden meekomen. Van Hummel schreef in 1990 onder het pseudoniem Gerben van Ginder een autobiografisch boekje Op weg naar het leven, dat we nergens kunnen vinden. Als een van u het in zijn of haar bezit heeft, zouden wij heel graag even contact met u willen hebben!

 

Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 37, nummer 1 (april 2021), pag 4-8

De Amersfoortsestraatweg vanaf de Huizerweg in de 19de eeuw: vijf huizen, een hoenderpark en een ruïne

Eric Bor

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel
D
e afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

 

De Amersfoortsestraatweg was vroeger een belangrijke verbindingsweg tussen Naarden en Laren, van waaruit je verder kon reizen naar Amersfoort. Hij heette tot in de jaren twintig van de vorige eeuw Naarderstraatweg 1. Langs die weg, die vanuit Bussum bereikbaar was via de Oud Bussummerweg, de Huizerweg en enkele minder belangrijke paden, stond vanaf de Huizerweg in de richting van Laren aanvankelijk alleen aan de zuidwestkant enige bebouwing. Dit gebied hoorde tot de grondruil van 1902 bij Hilversum. De straatweg zelf en de overkant lagen (en liggen nog steeds) in Huizen.

Omstreeks 1880 stonden er aan de zuidwestkant nog maar weinig panden: naast herberg De Gooische Boer lagen de huizen Gooioord, Pniël, Erica, de ruïne van een koepel en een huis dat bekend stond als het huis van De Roeper. Een flink eind verderop stond nog de villa Buitenrust. Niet veel later kwam er naast Gooioord een hoenderpark. Over elk van deze huizen, de ruïne en het hoenderpark valt wel iets te vertellen wat in eerdere publicaties erover nog niet of niet geheel juist werd vermeld.

      

1. De villa Gooioord

In het Algemeen Handelsblad van 12 maart 1863 wordt H.M.G. van Rossum genoemd als bewoner van Gooioord. In 1847 kocht deze Van Rossum een stuk grond van Stad en Lande van Gooiland, mogelijk is de villa daar toen op gebouwd. In 1894 werd Frederik Drees, de oom van de latere premier Willem Drees, de eigenaar. Hij liet de villa in 1901 afbreken en vervangen door een nieuw, door architect Willem Langhout Gzn. ontworpen herenhuis. Aan het begin van de 20ste eeuw bezocht de jonge Willem Drees zijn oom daar regelmatig. Na de dood van Frederik Drees verkocht zijn weduwe Gooioord in 1918 aan de gemeente Bussum.

J.G. Griffioen

In 1919 kocht J.G. Griffioen de villa van de gemeente. Jan Griffioen was aanvankelijk slagersknecht. In september 1904 had hij een eigen slagerij geopend in het het pand Kerkstraat 6. Nadat hij in 1913 op de eng-gronden aan het eind van de Laarderweg een moderne ‘varkensmesterij’ had laten bouwen (een grote schuur met tien hokken voor 5 à 6 varkens), kreeg hij de smaak van het investeren te pakken. Vanaf 1916 kocht hij (met geleend geld) grond en nieuwbouwhuizen, die hij met winst verkocht (zie ook het artikel over Plan Gooioord, elders in dit nummer).
Niet lang daarna verkocht hij zijn slagerij aan zijn knecht J.A. Verkleij. Ook in de varkensmesterij was hij niet langer geïnteresseerd: de varkens werden geleidelijk aan verkocht en de schuur aan de Laarderweg werd uiteindelijk verhuurd. Tussen 1916 en 1921 kocht en verkocht Griffioen zo’n dertig objecten.
Zoals gezegd kocht Griffioen de villa Gooioord in 1919. Hij ging er ook wonen met zijn gezin, maar in 1921 zette hij Gooioord alweer te koop als ‘beboschte buitenplaats’. De villa werd niet verkocht, maar dat Griffioen zo snel na de aankoop van dit bezit probeerde af te komen, wijst erop dat hij op dat moment moeite had aan al zijn hypothecaire verplichtingen te voldoen.

Plan Gooioord

Griffioen wist dat architect K.P.C. de Bazel in opdracht van de gemeente een uitbreidingsplan had gemaakt voor de Oostereng. Zelf liet hij architect Jan Wilke alvast een plan ontwerpen voor de bouw van meer dan veertig forensenwoningen, grotendeels op het grondgebied van Gooioord: het Plan Gooioord. De gemeenteraad maakte ondanks zijn herhaald aandringen geen haast met de besluitvorming. Omdat hij dringend geld nodig had, huurde hij in 1924 een oude boerderij aan de Oud Bussummerweg en startte daarin een zuivelhandel.
Griffioen bleef intussen grond aankopen, niet alleen ten westen van de straatweg, maar ook, samen met M.G.M. Voorman, bij de Oud Bussummerweg, de Huizerweg en de Driestweg. In 1928 verkocht Griffioen twee kavels van het landgoed Gooioord, gelegen aan de Amersfoortsestraatweg en grenzend aan het terrein van De Gooische Boer. Op deze percelen verrees datzelfde jaar de door architect Van Wamelen ontworpen dubbele villa nummer 45 en 47, die nog steeds bestaat.

Fallissement

Tot 1935 ging Griffioen door met zijn handel in grond en onroerend goed: hij kocht, bebouwde en verkocht onder andere grote delen van de Godelindebuurt. In 1936 liep het echter stuk: Griffioen werd met een schuld aan de bank van 568.028 gulden failliet verklaard. Uit het faillissement kocht de gemeente Bussum in 1940 de al geruime tijd leegstaande en verloederde villa Gooioord.

      
 
Huize Pniël in 1886,
geschilderd door Catharina Agatha Willink

De villa werd gesloopt en het terrein werd gesplitst in drie kavels, die in 1941 en 1942 werden verkocht. Daar staan nu op nummer 49 een villa uit 1951, op nummer 51 een villa uit 1959 en op nummer 53 een villa uit 2000, die in de plaats kwam van een door Dudok ontworpen villa uit 1956.

 

2. Huize Pniël

Het huis Pniël (villa is in dit geval eigenlijk een te groot woord) is in 1856 gebouwd. De naam verwijst naar het Bijbelse gevecht van aartsvader Jacob met de engel. Jacob noemde die plaats Pniël (wat zoveel betekent als ‘Gods aangezicht’). Van het huis is een schilderij gemaakt door Catharina Agatha Willink(1864-1943), de dochter van de eigenaar Lucas Willink, die in 1867 overleed. Het huis bleef in de familie, want nadat de weduwe Aagje Willink-Repko was overleden, woonde hun zoon Wouter er tot 1888: toen werd het huis te koop gezet.

 

      
Hoenderfokkerij Gooioord
 

3. Hoenderpark

Omstreeks de tijd dat Pniël te koop stond, opende de heer Slagveld naast Gooioord een hoenderfokkerij. Het is heel goed mogelijk dat die op het terrein van Pniël stond, want van Pniël of enig ander gebouw op het terrein wordt sindsdien geen melding meer gemaakt. De opvolger van Slagveld, Coen Saarloos, kreeg de wind mee toen Jan Griffioen er niet in slaagde het aangrenzende landgoed Gooioord in 1921 te verkopen: hij mocht de volle vijf hectare van het terrein benutten voor het hoenderpark, dat hij uitbreidde met andere diersoorten. Dat maakte van de hoenderfokkerij een groot succes: het park werd geregeld door belangstellende gezelschappen bezocht en het sierpluimvee van kreeg tal van prijzen en eervolle vermeldingen. Vanaf 1927 kreeg Saarloos te maken met Plan Gooioord: hij moest een steeds groter deel van het terrein afstaan. In 1934 vertrok hij met zijn gezin naar Amsterdam. Het oorspronkelijke terrein van Pniël was een van de drie percelen die  de gemeente in 1941 en 1942 verkocht: er staat nu een villa met huisnummer 53.

     
 
Villa Erica in 1910

4. Villa Erica

Voor 1890 was villa Erica eigendom van J.F.E. de Neufville. In dat jaar liet hij het herenhuis naast zijn villa herstellen en verbouwen door de Amsterdamse architect Anton Joling. In 1891 verkocht hij het huis met erf en opstallen aan de weduwe Zoetelief. Zij noemde het Aersum. Helaas overleed zij binnen een jaar. Daarna had het huis nog twee opeenvolgende eigenaren, die er eveneens niet   lang woonden. In 1909 werd het huis verkocht aan de Lutherse Diaconesseninrichting, die er kinderherstellingsoord Erica oprichtte. Dit tehuis voorzag in zo’n grote behoefte, dat al in 1914 op de Naarderstraat in Naarden nabij de tol van Huizen een groter kinderhuis werd geopend, dat de naam Erica meenam. De achterblijvende villa vond niet meteen een koper. Een veiling uit 1921 had geen resultaat. In 1924 kocht D. Hoogeveen het pand, maar ook hij moest omstreeks 1930 wijken voor Plan Gooioord. Op het terrein staat nu een villa uit 1972 (Amersfoortsestraatweg 55).

 

5. Het huis en de koepel van De Roeper

Op de hoek van de Achtermeulenweg – een pad dat op de Naarderstraatweg uitkwam op de plek waar nu het voetpad vanaf de Lothariuslaan op de Amersfoortse-straatweg uitloopt – stond het (buiten)huis van notaris Anthonie Lodewijk de Roeper. De Roeper is korte tijd burgemeester van Bussum geweest, van 1851 tot 1852. In 1852 werd hij secretaris in Naarden. Hij kocht nadien veel grond aan op Hilversums grondgebied langs de Naarderstraatweg. Het is mogelijk dat hij dat deed in de verwachting er winst op te kunnen maken, omdat hij vanuit zijn functies voorkennis had verkregen van de plannen van Defensie om langs de weg van Naarden naar Laren extra fortificaties aan te leggen. Als dat zijn opzet was, is hij er niet in geslaagd: toen Defensie de prijs die hij voor de grond vroeg te hoog vond, werden de fortificaties aan de overkant, op het grondgebied van Huizen tegenover De Gooische Boer gebouwd.

          
Links: huis en ruïne van De Roeper
 
 Hierboven: Heidezicht, geschilderd door J. van Sloten, ca. 1915

In 1855 liet De Roeper op de grond ten westen van zijn huis een toren bouwen. Hij liet notarieel vastleggen dat deze toren 99 jaar niet afgebroken mocht worden. Het dak van deze toren bleek echter niet tegen hevige stormen bestand, zodat de ‘koepel van De Roeper’ al binnen enkele decennia de ‘ruïne van De Roeper’ werd. De koepel werd in 1916 afgebroken en pas in 1941 werd op het terrein ervan de villa gebouwd, die er nog steeds staat (Amersfoortsestraatweg 57).
Het huis van De Roeper bleef een tijdje bewoond en kwam omstreeks 1894 in handen van E. Hartman, die er café Ruimzicht van maakte. Dit café werd later overgenomen door J. Verheul, die de naam veranderde in Heidezicht. In 1928 werd op het terrein de grote door architect J. Negrijn ontworpen villa opgeleverd, die nog steeds in gebruik is (Amersfoortsestraatweg 59).

     
 
Villa Buitenrust

6. Villa Buitenrust

Villa Buitenrust werd in 1894 gekocht door de Amsterdamse architect en makelaar Willem Langhout Gzn. Hij woonde hier met zijn gezin en forensde naar Amsterdam. Wellicht deed hij dit vooral ’s zomers, want in Amsterdam had hij naast zijn kantoor ook een groot woonhuis aan de Weesperzijde. Langhout ontwierp voor de Bussumse projectontwikkelaar en onroerend goedmagnaat P.J. Loman het in 1878 in gebruik genomen Instituut Gooiland en voor Fredrik Drees de eerdergenoemde villa Gooioord. In Amsterdam ontwierp hij talloze huizen in een vaak wat barokke neo-renaissancistische stijl. Bijzonder is bijvoorbeeld het pand Keizersgracht 18.
Villa Buitenrust kreeg later het adres Amersfoortsestraatweg 77-79 en werd een Protestant Militair Tehuis.
In 1964 is het huis gesloopt en zijn er op het terrein tussen de Koekoeklaan en de Ceintuurbaan vijf flats verrezen.

Het vermelden waard zijn ten slotte nog de villa op Amersfoortsestraatweg 65, in 1927 ontworpen door architect J.C.O. Camman en de onlangs afgebrande villa op Amersfoortsestraatweg 67, ontworpen door J. Negrijn in 1932.

 

Bronnen

Noot
1. Op ansichtkaarten en landkaarten uit die tijd (en zelfs in een enkele krant) staat dikwijls Laarderstraatweg, maar dat was niet de officiële naam.

 

 

Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 37, nummer 1 (april 2021), pag 9-12

De Godelindebuurt

Nol Verhagen

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel
De afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

 

Godelinde I

In deze aflevering van Bussums Historisch Tijdschrift richten we de blik op het gebied tussen de Huizerweg en de Ceintuurbaan en tussen de Lorenzweg en de Amersfoortsestraatweg. Aan het begin van de vorige eeuw was het daar grotendeels nog ‘woest en ledig’. Een groot deel lag binnen de Verboden Kringen en mocht niet bebouwd worden met permanente bebouwing. Een klein hoekje viel er net buiten en daar werden dan ook tussen 1916 en 1918 de eerste huizen gebouwd: 138 arbeiderswoningen in opdracht van de Algemene Arbeiders Bouwvereeniging Bussum (AABB). Tegenwoordig noemen we dat stukje Godelinde I, namelijk het eerste van 5 bouwprojecten, die samen het hart vormen van de wijk. Het bijzondere was dat het allemaal woningen voor arbeiders betrof. Godelinde I omvatte (een stukje van) de Huizerweg, de Adelheidstraat, de Keizer Ottostraat, de Luitgardestraat en (een stukje van) de Voormeulenweg. De huizen waren ontworpen door K.P.C. de Bazel. Hans Jonker heeft over de totstandkoming van Godelinde I een uitvoerig artikel geschreven in BHT jaargang 23, nr. 2 (2007).

     
De situatie omstreeeks 1939.
Rechts tegenover de Heilig Hartkerk de Godelindebuurt
 

 

Godelinde II

Nog voor Godelinde I goed en wel was afgerond, maakte de AABB alweer plannen voor Godelinde II: 48 woningen pal ten oosten van Godelinde I. Deze woningen werden, opnieuw naar ontwerp van De Bazel, tussen 1920 en 1923 gerealiseerd aan de Huizerweg, de Voormeulenweg en een nieuwe weg die naar De Bazel werd genoemd, toen die in 1923 onverwacht overleed.

De AABB maakte er samen met De Bazel in de correspondentie met de gemeente herhaaldelijk een punt van dat de woningen 3 slaapkamers moesten hebben, zodat ouders, jongens en meisjes ieder over een eigen kamer konden beschikken. Er was voortdurend gedoe over de bouwkosten van de woningen, waardoor steeds nieuwe aanpassingen (lees: bezuinigingen) in de ontwerpen nodig waren. De AABB verweet het college van B&W in september 1918 (er woedde buiten onze landsgrens nog steeds een Wereldoorlog en in Rusland had onlangs een  communistische revolutie plaatsgevonden) dat het ‘de sociale zijde van deze aangelegenheid weinig of in het geheel niet in aanmerking neemt. De critieke tijd waarin wij leven laat (…) duidelijk zien hoe geld in alle opzichten bijzaak is en het voorkomen van de moreele en sociale inzinking der grote massa hoofdzaak’.

     
Bouwvakkers op het K.P.C. de Bazelplein
 

Godelinde III-IV-V

Vervolgens nam de gemeente het stokje over van de AABB. Eerst werden in opdracht van de gemeente tussen 1922 en 1925 tussen de Voormeulenweg en de Godelindestraat 53 woningen en een winkel
gerealiseerd die nog getekend waren door De Bazel: Godelinde III.

     
 
Hoek Huizerweg/ Keizer Ottostraat

Daarna ontstonden 40 woningen en 2 winkels aan de Godelindestraat, de Korte Godelindestraat en de  Godelindedwarsstraat: Godelinde IV. Deze woningen waren (weliswaar met De Bazel als voorbeeld) ontworpen door de Dienst Gemeentewerken. Dat laatste gold ook voor de 46 huizen en 1 winkel die tussen 1929 en 1933 werden gebouwd aan (het verlengde van) de Keizer Ottostraat, de Godelindestraat, de Godelindedwarsstraat en de Korte Godelindestraat.

     
De opdracht voor Godelinde III (tussen
Voormeulenweg en Godelindestraat)
 

Intussen was in 1929 aan de Korte Godelindestraat ook een lagere school van 7 klassen en gymlokaal gebouwd, die wat liefdeloos School D werd genoemd, maar die vooral bekend stond als de Engschool.
Deze school was ontworpen door ir. J. Gerber, directeur Gemeentewerken en gemeente-architect. In de oorlog stortte hier een Duits vliegtuig neer, waardoor de school en drie woonhuizen aan de Korte Godelindestraat grotendeels afbrandden. Na de oorlog werd de school vernoemd naar het jongste prinsesje, prinses Marijke. Nog weer later werd het de Lindeschool, en aan het eind van de jaren negentig werd de school verbouwd tot appartementen.

 

326 woningen en 4 winkels voor arbeiders

       
 
De winkel aan de Korte Godelindestraat 11
   

 Alles bij elkaar werden er in dit wijkje in vijftien jaar tijd dus zo’n 326 woningen en 4 winkels gebouwd, speciaal voor arbeiders. Daaromheen ontstonden in de jaren dertig buurtjes met wat destijds middenstands woningen werden genoemd; nu heten dit type woningen in makelaarstermen herenhuizen.

     
 De buurt is af
 

De economische crisis en vooral de Tweede Wereldoorlog legden daarna de bouwactiviteiten voor langere tijd stil. Op een paar plukjes huizen langs de Bremstraat, de Papaverstraat, de Irisstraat en de Lothariuslaan na, bleef het gebied ten zuiden van de Kamerlingh Onnesweg tot in de jaren vijftig braak liggen.

 

Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 37, nummer 1 (april 2021), pag 13-17

De Heilig Hartkerk: de kerk met de hoed

Eric Bor

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel
De afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

 

 In 1932 werd op de hei net buiten Bussum een nieuwe kerk in gebruik genomen waarin 900 gelovigen een zitplaats konden vinden die onbelemmerd zicht bood op het altaar. De inwendige hoogte van het middenschip bedroeg 17 m en de uitwendige hoogte 24 m. De toren had een metselhoogte van 37 m en was in totaal 54 m hoog. Het was voor die tijd een modern bouwwerk dat uniek werd genoemd en veel belangstelling trok, ook van buiten Bussum.

       
 
‘Het gebouw stond, als op een eiland, midden
op de hei’, 1932

Opvallend was de toren. Het vaktijdschrift Van bouwen en sieren vond ‘de toren te veel een hoed geworden, die ’t tegenover het slanke torenlichaam te zwaar doet’. Zeer te spreken was het tijdschrift daarentegen over het interieur. De architect, Herman van Eyden, was erin geslaagd een goede sfeer in de kerk te scheppen: ‘Dat ondefinieerbare en toch reële, dat wat niet te verklaren is en toch aanwezig, dat wat er zit in een boog en een gewelflijn, in een verhouding van een hoogte tot een breedte, in die van licht tot donker en in nog veel meer andere dingen.’

     
 
Het interieur van de nieuwe kerk, ‘wat er zit in een boog en
een gewelflijn’

Derde katholieke kerk

Het was de derde katholieke kerk die gebouwd werd sinds de opening van station Naarden-Bussum aan de spoorlijn Amersfoort in 1874, die voor een snelle groei van het van oudsher katholieke dorp had gezorgd. De eerste was in 1884 de Sint-Vituskerk, die naar het voorbeeld van de 14de-eeuwse Broederenkerk in Zutphen was ontworpen door de beroemde architect Pierre Cuypers.

In 1920 moest er een katholieke kerk bijkomen. Dit werd de door Cuypers’ zoon Jos Cuypers ontworpen Koepelkerk, die in 1921 in gebruik werd genomen. Jos Cuypers werd bijgestaan door zijn eigen zoon, die naar zijn grootvader Pierre was genoemd.

Al in 1929 was er opnieuw een kerk nodig. Deze kwam ‘aan de Keizer Ottostraat daar waar in de Bussumsche Eng de nieuwe complexen woningen steeds verder op het oorspronkelijk boschgebied toeschuiven’, zoals Laarder Courant De Bel op 6 juni 1931 schreef. De bouwpastoor, kapelaan A.W.G.M. Wiegerinck uit Utrecht, kreeg van de Sint-Vitusparochie een bruidsschat mee van 25.000 gulden en een toezegging van jaarlijks 5000 gulden gedurende vijftien jaar. De bouwgrond werd om niet ter beschikking gesteld: buiten de bebouwde kom, recht tegenover de Keizer Ottostraat. De gemeente zorgde voor het stratenplan rond de kerk.

 

Ontwerp en bouw

De Bussumse architect H. van Eijden maakte een ontwerp voor de nieuwe kerk. Het eerste ontwerp was een kruiskerk, maar realisering daarvan zou te duur worden. In het tweede ontwerp waren de zijbeuken teruggebracht tot processiegangen en was de kerk korter. Op 23 januari 1931 werd met de bouw begonnen en op zaterdag 13 juni 1931 werd onder grote belangstelling als ‘eerste steen’ – de hoeksteen van het altaar – gelegd door bouwpastoor Wiegerinck.

Wil van Berkel, die als kind in 1931 in de Godelindestraat kwam te wonen, recht tegenover de kerk in aanbouw, vertelde er later over: ‘Dagelijks kon men de vorderingen van de bouw volgen. Soms dacht ik dat het onweerde, maar dat was het geraas van de pas gemetselde gewelven die, zoals men dat noemde, zichzelf inklampten over de houten bogen die daar als stelwerk voor waren gemaakt. Het gebouw stond, als op een eiland, midden op de hei.’

     
 
De doopkapel

 

Bedelpreken

De plechtige consecratie werd op 2 mei 1932 verricht door monseigneur J. Jansen, aartsbisschop van Utrecht. De kerk kreeg de naam ‘de kerk van het Heilig Hart van Jezus’. Al snel stond pastoor Wiegerinck bekend om zijn zondagse bedelpreken. Onder soms daverend gelach in de kerk wist hij geld binnen te krijgen van zijn arme parochie.

Ten zuiden van de Kamerling Onnesweg stond nog geen enkele woning: het was louter bos en driestland (onontgonnen land). In 1933 startte men de bouw van de Heilig Hartkleuterschool in de Bremstraat, achter de kerk. Een jaar later kwam kapelaan H. Weller de parochie versterken. Hij bleef tot 1944: in dat jaar werd hij benoemd tot pastoor van de Heilig Hartkerk in Hilversum.

     
De eerste statie van de kruisweg van Mari Andriessen
 

 

Ziekentriduüm

De Bussumse Heilig Hartkerk werd vooral bekend door het ziekentriduüm, dat van 1935 tot 1960 regelmatig werd gehouden. Een ziekentriduüm is een driedaagse bijeenkomst voor langdurig zieken met gelegenheid voor bezinning en ontspanning. Voordien vond dat in de Koepelkerk plaats.

Pastoor Wiegerinck werd in 1943 benoemd tot deken van het district Arnhem. Zijn opvolger was pastoor Th. van Leeuwen, die zich beijverde voor de uitbreiding en verfraaiing van de kerk. De beeldhouwer Mari Andriessen ontwierp een prachtige kruisweg. Er kwam ook een orgel met 28 stemmen, dat in twee fasen gebouwd werd door de firma Pels & Van Leeuwen.

     
 
De kerk in 1980, met daarnaast basisschool De Hoeksteen

Lagere school en militair tehuis

Een bouwplan voor een lagere school annex militair tehuis kwam als gevolg van de oorlog te vervallen, hoewel het al in 1939 was gepland en zelfs aanbesteed. Pas in 1951 werd naast de kerk de Heilig Hartschool geopend. Bijzonder was, dat op deze school de jongens en de meisjes gezamenlijk les kregen. Op de andere katholieke scholen was dat niet zo. De Heilig Hartschool moest al in 1953 worden uitgebreid met vier lokalen aan de Papaverstraat en in 1959 kwam er een verdieping op de school met opnieuw vier lokalen aan diezelfde straat. In 1964 verrees aan het einde van de Bremstraat een gymzaal, waarvan ook anderen dan de leerlingen van de Heilig Hartschool gebruik konden maken. De naam van de school werd in 1972 veranderd in De Hoeksteen.

Het katholiek militair tehuis was halverwege de jaren dertig in het pand Irisstraat 3 ondergebracht. Het werd na de oorlog voortgezet in een zaaltje achter de kerk. In 1956 werd het nieuwe katholieke militair tehuis officieel geopend in de door architect C.J. Kruisweg ontworpen villa uit 1935 op de hoek van de Amersfoortsestraatweg en de Koekoeklaan, later bekend als De Palmpit. Nu is daar een fysiotherapiecentrum gevestigd.

 

De laatste jaren

Pastoor Van Leeuwen ging in 1967 met emeritaat en werd opgevolgd door pastoor W.G. Keijzer. Deze bleef tot 1972. Daarna werd de parochie toevertrouwd aan een team van pastores. Pastor B. van Schie bestuurde de parochie tot 1982. In dat jaar ging de kerk na precies 50 jaar definitief dicht. De kruisweg van Andriessen ging naar de Koepelkerk en is daar nog steeds te bewonderen. De drie klokken uit de kerk verhuisden in 1983 naar de Pancratiuskerk in Castricum en de kerkbanken naar de Martinuskerk in Ankeveen. In de leegstaande kerk vonden in 1984 opnamen plaats voor het programma Pisa van Henk Spaan en Harry Vermeeghen.

 

Speelterrein

De jeugd ging de leegstaande kerk steeds meer als speelterrein gebruiken. Er werden wedstrijdjes gehouden wie het hoogst stenen door de luigaten kon gooien. Een sport was ook het forceren van de achterdeuren en het binnendringen van de kerk. De beeldenstorm werd nagespeeld en de glas-in-loodramen bleken nog makkelijker stuk te gaan dan de beelden. Op verschillende plekken werden brandjes gesticht. In 1988 werd de kerk verkocht aan een projectontwikkelaar, die van plan was 37 appartementen in de kerk te bouwen. Bouwkundig onderzoek toonde in 1989 aan, dat de kans groot was dat de kerk een dergelijke verbouwing niet zou doorstaan. Een van de gewelven zou weg moeten en daardoor ontstond de kans dat de bogen waar het dak op rustte, het zouden begeven. Er moest een nieuw plan komen.

 

Hart voor de Wijk

Een in de buurt opgericht actiecomité Hart voor de Wijk meldde zich als tegenspeler van de projectontwikkelaar en wethouder Zonneveld. Het comité wilde het liefst de toren als herkenningspunt behouden en nieuwbouw die het karakter van de buurt niet zou aantasten. Uiteindelijk lukte het niet de toren te behouden, maar in de geplande nieuwbouw kon het comité zich wel vinden. Op de plek van de kerk zouden zes eengezinswoningen aan de Bremstraat en twaalf appartementen aan de Kamerlingh Onnesweg verrijzen. De sloop vond onder grote publieke belangstelling plaats in juli 1991.

 

Bronnen

  • Wil van Berkel, ‘H. Hartkerk verdwijnt’, in: Contactblad Historische Kring Bussum, jaargang 5, nr. 3 (december 1989)
  • Wil van Berkel en Martin Heyne, ‘Bussumse kerkgeschiedenis deel 2’, in: Contactblad Historische Kring Bussum, jaargang 10, nr. 2 (september 1994)
  • J.M. van Hardeveld, ‘De H. Hartkerk te Bussum’, in: Van bouwen en sieren, jaargang 3, nr. 18 (september 1932)
  • Nol Verhagen, ‘De Hoeksteen’, in: Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 30, nr. 1 (april 2014)
  • Beeldarchief Historische Kring Bussum
  • Beeldarchief Gooi en Vecht Historisch
  • Krantenarchief Gooi en Vecht Historisch

 

 

Actueel

Wel en wee van een watertoren

De Bussumse watertoren staat weer in de steigers, voor 't eerst sinds de laatste oplevering in 2010. Toen werd de toren onderdeel van een duurzaam kantoorcomplex. Er is door harde wind flinke schade ontstaan, vooral aan de bovenkant. De watertoren staat sinds 1897 aan de Bussumergrindweg. Renovatie-werkzaamheden werden uitgevoerd in 1927 en in 1967. Bij die laatste klus werd de ommanteling van de bovenbouw vervangen en ontstond het befaamde 'horlogeknopje'.

Lees meer...

Foto van de maand

Mei 2022

Dit is  een foto van een villa van rond de vorige eeuwwisseling. Waarschijnlijk staat het huis in het Spiegel maar zeker is dit niet. Wat wel zeker is, dat de villa huisnummer 4 heeft, dat zien we namelijk op de gevel staan. Maar in welke straat staat dit huis met nummer 4?  Misschien weet u het antwoord. Graag uw reactie naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. 

HKB Nieuws

Algemene  Ledenvergadering 2022

De Algemene Ledenvergadering wordt gehouden op maandag 23 mei in de Remonstrantse Kerk aan de Koningslaan 2b te Bussum. Voorafgaand aan de vergadering verzorgt de Hilversumse amateur-historicus Kees Schipper, een lezing over de geschiedenis van de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

Programma:

19.30 u   Ontvangst
20.00 u   Lezing door Kees Schipper
21.00 u   Pauze
21.15 u   Algemene Ledenvergadering:
                   1. Opening
                   2. Vaststelling agenda            
                   3. Vaststelling notulen van de ALV van 29 september 2021
                   4. Vaststelling verslag van het bestuur over 2021 (zie Kringnieuws)
                   5. Verslag kascontrolecommissie
                   6. Vaststelling jaarrekening 2021 
                   7. Benoeming kascontrolecommissie 2022
                   8. Vaststelling begroting 2023
                   9. Rondvraag en sluiting
22.00 u   Afsluitende borrel

 

We hebben 50 gasten en geen leden online