Home
Open Menu

Contactblad Historische Kring Bussum 16/3 (december 2000) pag. 102-104


Tanah Abang (ii)

H.M.M. van Veen

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.
Onderstaande illustraties zijn aanklikbaar voor een vergroting.

Een stukje historie van de familie Van Veen in de periode 1958 tot 1963 door H.M.M. van Veen, zoon van H. C.M. van Veen.

In de vijftiger jaren bezat de familie Van Veen een hotel in Beek bij Nijmegen gelegen aan de Duitse grens tegen de plaats Wieler. Omdat door de provincie besloten werd in het jaar 1957 een weg te leggen van Nijmegen naar Kleef in Duitsland, kwamen er veel horeca eigenaren in de problemen omdat veel zakenmensen van de nieuwe weg gebruik gingen maken. Mijn vader, H.C.M. van Veen, was eigenaar van het toenmalige hotel Rusthof, dat lag aan de provinciale weg naast hotel Spijker voor Berg en Dal. Hij besloot daarom samen met mijn opa naar een andere locatie te kijken. In het jaar 1958 vertrok hij samen met vrouw, kinderen, oma en opa naar Bussum. Hij pachtte het hotel van de heer D. van Buuren. Het was wel wennen, het hotel was heel anders ingedeeld als in Beek, het was eigenlijk een grote villa met een losstaand paviljoen.

De taken werden eigenlijk hetzelfde ingedeeld als in Beek. Opa deed de boekhouding, oma verzorgde de kinderen, mijn vader kookte in de keuken en mijn moeder had voor de bediening de coördinatie.

Ik heb een broer en een zus, we speelden vaak in het bos om de villa met vrienden. Beneden was een grote kamer aan de achterzijde, hierin brachten we de tijd door als we in huis waren. Het was streng verboden om de gasten lastig te vallen. Boven in de villa was een grote zolder, waar twee kamers waren voorzien van een dakkapel met glas-in-lood ramen. Als het regende hoorde je het altijd kletteren omdat het dak van de villa was voorzien van leien, op deze kamers sliepen wij als kinderen.

 

De villa

De villa lag aan de Amersfoortsestraatweg 33 en was via de toenmalige ventweg bereikbaar. Als er bruiloften of partijen waren stond de ventweg altijd vol met auto's waar de buren veel klachten over hadden. Verder lag het hotel tussen De Gooise Boer en Jan Tabak in, wat ook problemen gaf. Daarom besloot mijn vader in overleg met de gemeente Bussum een aantal bomen te snoeien en een parkeerplaats met oprit te maken. Boven de oprit kwam een neonverlichting met Hotel-Restaurant. Tussen de villa en het paviljoen liep een weg die via een hek op de Jacob Obrechtlaan uit kwam. Hier woonden al onze vriendjes waar we mee speelden.

 

Indeling van de villa

Je kwam binnen via een hal in een soort ronde ruimte waar de balie was. Via deze ruimte kon je twee zalen betreden. Een was een kleinere zaal, die meestal werd gebruikt voor de vaste gasten; de zaal grensde aan de ventweg. De tweede zaal was de tuinzaal, deze was groter en lag aan de achterzijde en werd meestal gebruikt voor bruiloften en partijen. Ook was er nog een serre. Deze lag aan de linkerzijde gezien van de ventweg en werd meestal gebruikt voor kleine groepen en was voorzien van schuifdeuren met glas- in- lood. Verder waren alle vloeren van eikenhout parket. Tussen de zalen in bevond zich de privékamer, aangrenzend een grote keuken die bij de tussenstraat uitkwam. Deze tussenstraat liep tussen het paviljoen en het hoofdgebouw naar de Jacob Obrechtlaan. Ook zat er nog een kantoortje in de vorm van een halve cirkel voorzien van glas-in-lood ramen. Via de hal kwam je dan in een grote wijnkelder. Verder zaten er in het hoofdgebouw zeven levensgrote kamers met allemaal een eigen grote badkamer en een balkon. Het paviljoen bestond uit kleinere kamers ongeveer acht met eronder een enorme garage, waar mijn vader een groot treinemplacement gemaakt had waar we in onze vrije uurtjes mochten spelen. Dit gebeurde ook tijdens het aardappels schillen want in dezelfde ruimte stond de aardappelschilmachine.

 

      
 
De kerk gemaakt van honderden suikerklontjes,
rechts de maker H.C.M. van Veen.

Gasten

In het hoofdgebouw (villa) werden de kamers meestal verhuurd aan diplomaten, die voor de kinderen zelfs een gouvernante meenamen, en soms wel voor een of twee maanden kwamen. Daarentegen werd het paviljoen meestal verhuurd aan zakenmensen van de omliggende industrie b.v. Bensdorp, Van Houten, Chemische Fabriek, Van Meurs enz. De zalen werden gebruikt voor bruiloften en partijen, verder werd de grote zaal één maal per maand verhuurd aan de Rotaryclub. Dit blijft mij altijd bij omdat ze een eigen vlag hadden en meestal moest ik die hijsen. Ik kreeg van mijn vader dan een kwartje, wat in die tijd veel geld was. De Rotarymensen konden toen voor f. 2,50 van een koffietafel gebruik maken. Ook werd de kleine zaal vaak op donderdagavond verhuurd aan een bridgeclub.

 

Wat deden de kinderen?

Toen ik vijftien was werd ik ingezet voor hand- en spandiensten. Het was altijd het gezelligst tijden de feestdagen, we mochten dan helpen met de versieringen en het dekken van de tafels met het vaste personeel samen. Ook werd er door ons wel geholpen met de afwas voor een extra zakcentje. Op mijn zestiende kreeg ik van het vaste personeel een opleiding voor het bedienen van de gasten, dit deed ik als ik vrij was. Mijn vader was op en top een kok. Hij heeft verschillende prijzen behaald. Wat mij altijd boeide was het moment, waarop bij grote feesten, de brandende plumpudding overgoten met rum binnengebracht werd. Misschien ben ik daarom wel brandweerman geworden. Verder blijft mij nog bij hoe mijn vader van aardappels tulpen maakte in alle kleuren. Ook heeft hij nog een kerk gemaakt van honderden suikerklontjes, hiermee heeft hij een hoofdprijs behaald. De klok was van ronde borstplaat gemaakt en werkte echt, er zaten glas- in- lood ramen in en een speeldoos. De kerk was op schaal gemaakt en had een toren van 1,50 meter.

      
Jongen op de voorgrond H.M.M. van Veen.
 

 

Tragische afloop

Door de hoge pachtkosten en de concurrentie kon mijn vader het helaas niet redden ondanks zijn harde werken met mijn moeder samen. Gelukkig kon er in 1963 een koper gevonden worden, dit was de stichting 'Dr. Jan van Breemen' die er op 13-09-1963 het Rheuma vakantiecentrum opende. Hiermee konden veel problemen voor ons voorkomen worden. Mijn vader ging als chef-kok bij Mariënburg aan de Brinklaan werken en wij zijn op de Lindelaan in Bussum gaan wonen.

 







Contactblad Historische Kring Bussum 16/3 (december 2000) pag. 101-102


Tanah Abang (i)

Joke Vos-Bogaard

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.
De illustratie is aanklikbaar voor een vergroting.

      
 
Hotel-restaurant Tanah Abang

In het jaar 1932 kocht de gemeente Bussum een perceel bos en bouwland sectie B. 3634-3635 voor de aanleg van wegen en voor villabouw.
In 1933 kocht de heer D. Rens, mededirecteur van een auto-onderneming in het voormalig Nederlands Indië de op deze percelen gebouwde villa met garage en herenhuis aan de Amersfoortsestraatweg 33 en noemde deze Tanah Abang "Goede Aarde". De architect was de heer Dusschoten. De eerste steen vermeldt Daniel Voûte 19-08-1931. Weet een van de lezers misschien wie dit is?

In 1938 werd bij akte van scheiding mevrouw de weduwe Aldonse Maria Holle eigenaresse van bovengenoemde villa en het herenhuis aan de Jacob Obrechtlaan. In 1946 werd de villa gedeeltelijk vernieuwd en werd de sectie veranderd in B.4532. In 1947 worden villa en herenhuis verkocht aan de heer D. van Buuren die er na een verbouwing in 1950 een hotel-restaurant met grote tuin en paviljoen vestigde. In 1952 volgde een bij- en verbouw van hotel-restaurant Tanah Abang. Vanaf 1958 pachtte de heer H.C.M. van Veen het hotel restaurant (zie onderstaand verhaal van zijn zoon H.M.M. van Veen).

Het bleef hotel-restaurant tot 1963, toen werd het pand gekocht door de stichting Dr. Jan van Breemen die er op 13 september 1963 het Rheuma vakantie centrum opende. Tot 28 april 1978 is het vakantiecentrum gebleven. Op 4 januari 1970, vier dagen na de fatale zolderbrand aan de Brediusweg, waarbij een meisje en twee brandweerlieden het leven verloren, brak er brand uit in het pand van de stichting. Het blussen ging toen zeer moeizaam, omsdat de meeste brandweermensen nog in gedachten bij de vorige brand waren. (zie Brandweer Bussum 1899-1999 pag. 88)

De Volle Evangelische Gemeente Huizen kocht het pand, dat inmiddels sectie B.5419 was geworden aan. De naam van de villa werd gewijzigd in 'Gooise Berg' en werd uitgebreid met een zaal van 20 x 20 meter waar tot 29 december 1988 door de Volle Evangelische Gemeente ontmoetingsbijeenkomsten werden gehouden voor gemiddeld 100 à 200 gelovigen.

Nadat deze gemeente het pand had afgestoten werd het op 6 juni 1989 verkocht aan projectontwikkelaar Wilcor Leasing b.v.

De villa is grotendeels door brand verloren gegaan en nadat diverse plannen de revue waren gepasseerd is er nu een definitief bouwplan ontworpen door Friso Woudstra. Op de voormalige plek van Tanah Abang worden drie nieuwe stijlvolle landhuizen gebouwd.

Deze gegevens heb ik gehaald uit de collectie Ab Winthorst welke ter inzage ligt bij het streekarchief in Naarden.



Contactblad Historische Kring Bussum 16/3 (december 2000) pag. 97-100


Rijwielhandel Peeters

Ina de Beer

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.
Onderstaande illustraties zijn aanklikbaar voor een vergroting.

Op Nieuwe 's Gravelandseweg nr. 1 opende Johannes Hermanus (Joop) Peters in 1922 een rijwielzaak. Daarnaast huurde hij een grote ruimte voor het stallen van ongeveer 50 fietsen. Hij woonde bij zijn ouders op Vaartweg 30 in Bussum.

       
 
Moeder Dina Peters de Groot ± 1930.

Op 29 oktober 1924 trad hij in het huwelijk met Dina Francisca Wilhelmina de Groot. Zij werd op 30 mei 1899 in Delft geboren en zij woonde na het huwelijk eveneens op Vaartweg 30. Uit dit huwelijk werden drie kinderen geboren, één meisje en twee jongens (John en Louis).

Omstreeks 1924 verhuisde de rijwielhandel naar Spiegelstraat 12, een pand naast Grotenhuis. Daar begon Joop Peters met de verkoop van benzine. De verkoopkar was wit en bruin van kleur en er stond een tank op die + 500 liter benzine kon bevatten. De benzine in de tank werd eens per tien dagen bijgevuld. Dan kwam de tankwagen van Tone Line. Een liter benzine kostte destijds 4 cent.

      
Vader Peters tijdens militaire dienst in 1914/1918.
 

Johannes Franciscus Adrianus Gerardus (John) Peters werd op 3 oktober 1929 geboren op het adres Sint Josephpark 24E. Voordat hij naar de kleuterschool ging, zat hij op de Juliana bewaarschool aan de Torenlaan 11 B. Van de kleuterschool aan de Herenstraat herinnert hij zich de namen van de zusters Edmunda en Francisco. Daarna bezocht hij de Broederschool aan de Sint Vitusstraat, waar hij onder andere les kreeg van de broeders Adrianus, Eric, Bavo en Petrus Canisius. Na zeven klassen te hebben doorlopen, ging hij in 1943 naar de dagschool Don Bosco in Amsterdam, waar hij drie jaar later het diploma automonteur uitgereikt kreeg. Hij was toen ongeveer 17 jaar oud. Thuis konden vader en moeder al op zijn hulp rekenen: hij hielp met het repareren en verkopen van fietsen. Louis: "Wie het eerst de bel hoorde gaan, ging naar de winkel. Zo nodig kon ik de hulp van mijn vader of moeder inroepen." Maar John was nog niet klaar met zijn studie, want in de avonduren volgde hij een middenstandscursus. Hij kreeg in Amsterdam het "Remec-diploma" uitgereikt en mocht zich rijwielhersteller noemen. (Remec: Rijwiel en motoren corporatie.)
Omstreeks 1946 kwam John Peters bij zijn vader in loondienst.

In 1931 huurde het echtpaar Peters een woning annex winkellwerkplaats aan de Herenstraat 24, waar in 1935 zoon Louis werd geboren.Louis Maria Johannes Petrus Peters werd op 3 1 augustus 1935 geboren op het adres Herenstraat 24 Bussum. Bij de zusters op Herenstraat 4 ging hij naar de kleuterschool. Daarna doorliep hij de Broederschool aan de Sint Vitusstraat. Hij kreeg daar onder anderen les van broeder Giovanni, broeder René en van meneer Van der Voort. "Zij gaven goed les.", herinnert Louis zich. Na de oorlog bezocht hij de Ambachtschool aan de Landstraat 3. Daar volgde hij twee jaar de dagschool en later de avondschool. Hij behaalde twee diploma's in metaalbewerking.

In zijn vrije tijd hielp hij zijn ouders in de werkplaats en bij de benzinepomp. Ook hielp hij met het verversen van olie en met doorsmeren. Uiteindelijk werd hij electromonteur en werkte hij bij diverse constructiebedrijven, onder andere bij de firma Reelfs en in 1953 bij het constructiebedrijf Geessink in Weesp op de afdeling staalconstructie waar reinigingsautos werden opgebouwd. Daarna werkte hij een aantal jaren bij de NEGEMA (NEderlandse GEreedschap MAker) op de Gooiberg in Bussum.

In 1931 bevat de Zakengids een advertentie voor J.H. Peters, Rijwiel- en Motorhandel reparatie inrichting, voor Durabo en Brampton rijwielen en driewieler carriers.

In de beginjaren dertig verkocht vader Peters fietsen van het merk BSA (Birmingham Society Association). Naast de zorg voor haar drie kinderen, hielp ook mevrouw Peters in de winkel met de verkoop van fietsonderdelen. Betalingen werden contant of per giro voldaan, daarnaast deed zij de administratie. Eens per maand schreef zij de rekeningen uit, die John of Louis in hun vrije tijd bij de klanten in de brievenbus deden. Louis: "Moeder ging prettig met de klanten om en was niet opdringerig." John kan zich nog herinneren, dat hij nieuw verkochte fietsen op zaterdagmiddag bij de klanten afleverde.

 

Kettingkast

Om een nieuwe kettingkast op een fiets te monteren moest eerst het rechter pedaal gedemonteerd worden. Dan werd tevens gecontroleerd of de cranck en het kamwiel recht waren en of er speling zat in de trapas en de spie. Dat was een moeilijk en secuur karwei. Daarna werden de bouten van het te vervangen kettingkastraam losgedraaid. Het nieuwe raam werd eerst 'uitgelijnd', dat wil zeggen dat de ketting van de fiets vrij moest liggen, zodat het nieuwe kettingkastdoek niet door de ketting beschadigd kon worden. Dit doek was gemaakt van linnen waarop een laklaag zat en dat in diverse kleurenverkrijgbaar was. De kettingkasten werden geleverd door de firma De Woerd in Barneveld via grossiers en rijwielfabrikant. Enkele van de grossiers waren de firma Van Vuure en de firma Schouten in Hilversum. Rijwielhandel Peters verkocht fietspompen van de merken Jumbo en Steco.

Naast de verkoop van fietsen startte vader Peters in 1936 met de verkoop van benzine voor auto's. Er werd een pomp geplaatst die met de hand bediend werd. Omstreeks 1938 kwam daar een electrische pomp voor in de plaats. Voor de opslag van de benzine werd een ondergrondse brandstoftank geplaatst met een inhoud van 2.000 liter.

 

       
   

Rijwielplaatje

Vóór 1900 was er al in een aantal Nederlandse plaatsen een belasting ingevoerd op het bezit enlof het gebruik van fietsen op de openbare weg. Diverse gemeenten en ook provincies zagen hierin een dankbare bron van inkomsten. Om aan de plaatselijke verschillen een einde te maken, werd op 9 juni 1898 besloten om de belasting landelijk te regelen. De belastingopbrengst kwam echter niet of nauwelijks bij het rijk binnen. Aan de gebruikers van de velocipèdes op de openbare weg viel niet te zien, of zij al dan niet aan hun verplichtingen hadden voldaan. Daarom werd per 1 augustus 1924 het zichtbaar meevoeren van een metalen bewijsstuk dat de rijwielbelasting betaald was, verplicht gesteld. De belasting bedroeg toen f 3,-per jaar per rijwiel.

De hoogte van het bedrag deed menigeen besluiten de fiets maar weer aan de kant te zetten en een andere wijze van vervoer te kiezen. Enkele jaren later werd het tarief verlaagd tot f 2,50 en dat bleef zo tot en met 1941. In dat jaar werd het niet al te populaire plaatje op last van de Duitsers afgeschaft. Aanvankelijk moest het metalen plaatje op het voertuig zelf worden bevestigd. Toen er te veel rijwielplaatjes door diefstal werden verwijderd van de fietsen, mocht het ook duidelijk zichtbaar op de borst worden gedragen.

Er was slechts één maker van de plaatjes: 's Rijksmunt in Utrecht. De plaatjes waren in drie uitvoeringen te krijgen: 1. normaal, 2. kosteloos, voorzien van een rond gaatje voor werklozen en steuntrekkers en 3. voorzien van een sterretje, bedoeld voor buitenlanders in dienst van de ambassades. Wie bang was voor verlies of diefstal mocht er, tegen betaling van tien centen, naam en adres in laten slaan door een charitatieve instelling die hiervoor vergunning had gekregen.

 

Na de oorlog

Toen tijdens de Tweede Wereldoorlog fietsonderdelen en benzine steeds schaarser werden en ook de fietsbanden op de bon waren en nog maar mondjesmaat geleverd werden, gingen de winkel en de werkplaats tijdelijk dicht. Na de oorlog kwam -weliswaar op toewijzing - de levering van fietsen weer op gang. Rijwielhandel Peters verkocht toen onder andere de merken Hercules en Raleigh. Er werden ook gezondheidszadels verkocht. Deze zadels, gemaakt van beige suède of van donkerbruin leer, waren in het midden voorzien van een brede gleuf. In die gleuf stond de naam van de leverancier vermeld: "Hygia", gevestigd in Dieren. De nonnen van pensionaat Mariënburg en de nonnen van het voormalig Sint Gerardus Majellaziekenhuis die over een fiets beschikten, hadden veelal zo'n gezondheidszadel.

      
De winkel in 1966.
 

Na het overlijden van Johannes Hermanus Peters, op 15 november 1974 in Bussum, ging de rijwielhandel over op zoon John. Ook hij ging op een correcte wijze met zijn klanten om en had het erg druk, want hij had geen personeel in dienst. Ongeveer twintig mensen per dag konden van zijn diensten gebruik maken. Veelal ging het om het repareren van een lekke band of het vervangen van fietsbanden. Hij verving bijvoorbeeld ook een trapas of een kettingkast. Als het om een grote reparatie of het vervangen van onderdelen ging, werd er vooraf prijsopgave gedaan, zodat de klant wist waar hij aan toe was. Ook de administratie hield John zelf bij. Zijn klanten kwamen niet alleen uit Bussum: ook inwoners van omliggende gemeenten zoals Huizen, Muiden, Muiderberg, Kortenhoef en 's Graveland wisten de weg naar rijwielhandel Peters te vinden. John: "Zelfs de klanten die verhuisden naar een andere gemeente, kwamen vaak nog terug."

Dina Peters-de Groot overleed op 30 december 1975 in Bussum.

      
 
De gebroeders Peters in 2000.

Naast de fietsen verkocht John ook kinderfietsen, autopeds en driewielers. Niet veel later kwamen daar bromfietsen van het merk Simplex Sachs bij. Hij bezocht zelf de leveranciers, zoals Simplex in Amsterdam, Gazelle in Dieren en Batavus in Heerenveen.

De rijwielhandel en de benzineverkoop liepen goed, maar in 1991 kreeg John problemen met zijn gezondheid, waardoor hij genoodzaakt werd om met de handel en de verkoop te stoppen. De bedrijfsbeëindiging is voor de broers geen reden om te verhuizen; zij kunnen geen afstand doen van de vele dopsleutels, schroevendraaiers, boutjes en moertjes op de werkbank in de werkplaats. John bereidt de warme maaltijd, Louis doet de boodschappen en is dikwijls in de werkplaats te vinden waar hij oude grammofoons repareert. Hij heeft een benzinepomp opnieuw geschilderd en is zeer trots op zijn Chevrolet uit 1977. Beide zijn al acht jaar lid van de Historische Kring en bezoeken graag de tentoonstellingen en contactavonden. Tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst laten zij zich het glaasje wijn goed smaken.

 

 

Contactblad Historische Kring Bussum 16/3 (december 2000) pag. 94



Oproep (voor een diaprojector)

(van de redactie)

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.

De Historische Kring beschikt over een groot aantal dia's. Helaas moet een dia-apparaat steeds geleend worden. Heeft u er misschien nog een staan dat toch niet meer gebruikt wordt? Laat het ons weten, over de prijs worden we het vast wel eens. Uw reactie gaarne bij de redactie.

 



Contactblad Historische Kring Bussum 16/3 (december 2000) pag. 92-94



Waar werden de gemeenteraadsvergaderingen gehouden?

Joke Vos-Bogaard

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.
Onderstaande illustraties zijn aanklikbaar voor een vergroting.

      
 
Het eerste raadhuis aan de Brinklaan

De eerste gemeenteraadsvergadering vond plaats op 1 mei 1817 in de gezellige herberg De Haas van Gerrit Hazelager. Maar waar woonde deze Gerrit, waar was zijn herberg? De heer A.winthorst heeft die plek gevonden. De eerste aanwijzing was een hypotheekakte van 21 februari 1821 nummer 118. Daarin stond vermeld dat Gerrit Hazelaar woonde op perceel A 157, in het huis nummer 52. Door de aktes van aan- en verkoop te volgen kwam hij erachter dat herberg De Haas lag aan de Brinklaan waar nu de winkel van Halfords is en de erachter gelegen flats van de Nieuwe Brink (zie Contactblad april 1992).

Haselager leende in 1818 geld met als onderpand de herberg en toen hij deze schuld niet kon inlossen ging het geheel over in handen van de Amsterdamse koopman Arend Rooseboom. Die zette de herberg niet voort, maar maakte er een herenhuis van met koetshuis en stalling. De gemeenteraad moest op zoek naar een ander onderkomen en week uit naar de woning van schoolmeester Lambert Huysman. Hij woonde naast het schoolhuis dat stond op de hoek van de Kapelstraat met de Kerkstraat. Huisnummer 20 was het pand waar in zijn beste kamer de raad 23 jaar bijeenkwam.

Tot 1845 was de raadszaal dus gevestigd in een kamer van de meesterswoning doch toen deze stierf was zijn opvolger niet genegen een kamer af te staan. Zodoende stelde de heer H. Kaarsgaren voor om een nieuw rechthuis te bouwen, wat bij een van zijn medeleden de vraag deed oprijzen of de kamer wel even groot zou worden als de vorige (niet minder dan 16 voet lang, 14 voet breed en 10 voet hoog). Men sprak toen nog over een kamer. Kaarsgaren stelde de heren gerust, maar de huur zou wel dertig gulden per jaar bedragen voor de tijd van ten minste l0 jaar. Na vier maanden was het rechthuis klaar en op 30 juli 1845 werd de eerste vergadering gehouden. Het nieuwe rechthuis op de Brink voldeed de heren goed, maar zij meenden dat er een stenen poort met een houten deur bij hoorde met het wapen van Bussum erop. Kaarsgaren ZOU dit alles leveren, maar de huur zou dan wel veertig gulden per jaar gaan bedragen. Daartegen werd geen bezwaar gemaakt. Tevens besloot men om iedere laatste donderdag van de maand te vergaderen, ieder lid die zonder geldige reden afwezig was kreeg een boete van 30 cent. (Deze gegevens zijn ontleend aan 'Geschiedenis van een Honderdjarige van Fabius'). Burgemeester Hendrik Banis zou hier de raad mim 4 jaar voorzitten.

      
Het gemeentehuis van 1885 tot 1961.
 

Dit gemeentehuis is tot 1882 in gebruik gebleven. Men heeft het eerst vergroot door "de kamer van Wijntje" erbij te trekken, waardoor de huur op honderdtien gulden per jaar kwam. Maar in 1882 kwam er onder burgemeester Pieter Langerhuizen een voorstel op tafel om een degelijk, welingericht gemeentehuis te bouwen met daaraan verbonden een post- en telegraafkantoor met directeurswoning, bergplaats voor brandblusmiddelen, zomede bewaarplaats voor gevangenen. Niet iedereen was voor, maar toch werd er besloten een terrein te kopen tussen de Kapelstraat en de Kerkstraat voor ruim f 4.000,-. Er zou een prijsvraag worden uitgeschreven met een premie van honderd gulden. Er werden 34 plannen ingediend, het beste was dat onder de naam "Hebe" van architect J. Verheul uit Rotterdam, maar de uitvoer bleek te duur. In november 1882 besloot de raad de bouw van een nieuw gemeentehuis op te dragen aan de gemeentearchitect J.F. Everts. Die het voor f 22.998,- gunde aan aannemer E. van Klaarwater.

Vreemd is dat er een jaar lang niks meer over de plannen werd gehoord. In november 1883 werd bekendgemaakt dat er een terrein gekocht was voor f 6.700,-voor de bouw van een raadhuis. Waarom de grond tegenover de kapel niet meer in aanmerking kwam is altijd een raadsel gebleven. Op 20 augustus 1884 metselde de burgemeester de eerste steen en negen maanden later, op 7 mei 1885, was het kapitool gereed en werd het nieuwe raadhuis feestelijk geopend door burgemeester Reinier van Suchtelen van de Haare. Het Rijkstelegraafkantoor met beperkte dagdienst werd op I juni 1884 voor algemeen verkeer geopend. Het gemeentehuis zag zes burgemeesters komen en gaan. Een paar weken na de opening besloot de raad een uurwerk te laten plaatsen in de raadhuistoren. Dit uurwerk is onlangs door onze leden H. Bierman en J. Horst zo prachtig gerestaureerd. In 1906 was het gemeentehuis een aantal maanden gesloten wegens een grote verbouwing aan de achterzijde. Van 5 sept. 1906 tot 23 maart 1907 fungeerde de woning van burgemeester Van Suchtelen v.d. Haare aan de Lindelaan nr. 17 (nu nr. 57) tijdelijk als gemeentehuis. Bij de verbouwing werd o.a. het politie- en brandweergedeelte drastisch gewijzigd onder architect M.J.C. van Eijck.

De volgende verbouwing vond plaats in 1932, toen werd een grote raadszaal naar een ontwerp van gemeentearchitect Ir. J. Gerber aangebouwd. Dit gemeentehuis werd in 1961 tot verdriet van vele Bussumers gesloopt. In 1952 namelijk schreef de gemeente een prijsvraag uit voor een ontwerp van een nieuw gemeentehuis. Het oude gebouw vond men te klein en te weinig passen bij de centrum-ambitie die het dorp toen koesterde. De inzending van prof. ir. C. Wegener Sleeswijk werd gekozen en in 1961 werd de werkvleugel al in gebruik genomen. In 1974 werd de representatieve vleugel met de ontmoetingsruimte feestelijk geopend, waarbij ook de carillontoren op het verhoogde plein in gebruik werd genomen. (Bron: In Bussum kan alles ...) Nu, in het jaar 2000, rijst wederom de vraag: "Wat te doen met het gemeentehuis? Gaan we verbouwen of bouwen we nieuw?"

Met dank aan Martin Heyne voor de aanvullingen.

 

Actueel

Veel meer struikelstenen in Gooise Meren

Ruim zeshonderd struikelstenen zullen de komende jaren binnen de gemeente Gooise Meren worden geplaatst. Dat zegt de recent opgerichte Stichting Struikelstenen Gooise Meren. Het gaat om herdenkingsstenen die in de stoep worden geplaatst voor woningen van waaruit bewoners in de Tweede Wereldoorlog werden gedeporteerd naar Duitse vernietigingskampen .In Naarden en Bussum liggen er nu nog geen twintig stenen, maar dat zullen er uiteindelijk vele honderden worden op basis van een lijst die is opgesteld door Hans Jonker, die research heeft gedaan in het bevolkingsregister.

Lees meer...

Foto van de maand

Augustus 2022

Onderaan deze foto staat  “Bussum, Mouwtje”....
Is dat wel zo? Het huis met het rieten dak en het huis met de grote schoorsteen kunnen wij niet als zodanig lokaliseren. Is er iemand van onze lezers die de huizen op deze foto herkent en weet waar deze staan of gestaan hebben? En misschien bij benadering het jaar waarin deze foto is gemaakt? 
Mail dan naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.l  Alvast hartelijk dank voor uw reactie

Lees meer...

HKB Nieuws

SNEAK PREVIEW BHT

  

Het Bussums Historisch Tijdschrift is weer in aantocht. Het septembernummer is naar de drukker gestuurd en wij kunnen de bezoekers van deze website alvast een blik gunnen op het omslag.

Zoals zo vaak is het een themanummer, dit keer gewijd aan het onderwerp dat gekozen is voor het Open Monumenten-weekeinde op 10 en 11 september. Bensdorp speelt daarbij een belangrijke rol. Op zondag 11 september is de Historische Kring Bussum te gast bij de huidige eigenaar van het restant van de voormalige Bensdorpfabriek, House of Dialogue.

Het vernieuwde Bensdorp-complex was de winnaar van de K.P.C de Bazel-publieksprijs.

 

We hebben 234 gasten en geen leden online