Home
Open Menu

Contactblad Historische Kring Bussum 14/3 (januari 1999) pag. 65


Inhoud

(van de redactie)

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.

Jaargang 14 nummer 3 * januari 1999
ISSN 0920-5683

pagina
66 Van de redactie
66 Lezers reageren: arbeiderswoningen / Balkanoorlog C. van der Voort
67 De eerste school in Bussum (2) G.M. Langemeijer
72 Historische manifestatie op 19 juni 1999
75 De huisjes aan de Veldweg M.J.M. Heyne
83 Een uitstapje? B. de Beer
85 Een waar wonderdier: Marianne Philips mw. T. Plettenberg
93 Lezers reageren: Balkanoorlog in Bussum T van der Tweel
93 Kaart van Het Gooi
94 Genealogische werkgroep B. de Beer
94 De oorspronkelijke kleuren van de windvaan
94 Vrijwilligers gevraagd ; (Prentbrief)kaarten van Bussum
95 Theeschenkerij De Zandzee N. Langemeijer

Voorblad: de loodgieterszaak van P.H. Kok aan de Veldweg 3 (foto 1920). Zie ook het artikel op pag. 75.

AGENDA van de Historische Kring Bussum:
Donderdagavond 21 januari 1999 * Nieuwjaarsbijeenkomst
Dinsdagavond 23 maart 1999 * jaarvergadering
Donderdagavond 10 juni 1999 * contactavond
Dinsdagavond 12 oktober 1999 * contactavond
* aanvang 20.00 uur Huizenveg 54. De invulling van de avonden wordt nog bekend gemaakt.

Verantwoording illustraties: voorblad. pag. 70, pag. 76 t/m 83 M.J.M. Heyne, pag. 89 mevr. Lugt-Goudeket, de overige illustraties H.K.B.

U wilt iemand feliciteren of bedanken? Een leuk kado-idee? Geef een jaargang Contactbladen van de Historische Kring Bussum! Hiermee steunt u de Kring.

Kopij voor het voorjaarsnummer graag inleveren vóór 1 maart 1999.
Redactie: Joke Vos-Bogaard & Johan H.M. Klijnman.
Redactie-adres: Hamerstraat 106, 1402 PX Bussum. Tel.: 693 67 10.

De redactie is niet verantwoordelijk voor de inhoud van de ondertekende artikelen. Zij behoudt zich het recht voor artikelen voor plaatsing te weigeren of zonodig in te korten.

 

Contactblad Historische Kring Bussum 14/2 (september 1998) pag. 64


Paarden in Bussum

Joke Vos

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.

Buiten het dorp Bussum lag vroeger een renbaan. Voor zover bekend, lag de eerste baan op de hei tussen Bussum en Hilversum. Daarna kwam de renbaan Cruysbergen achter de Franse Kampweg en de Nieuwe 's-Gravelandseweg. En tot 1940 kon de liefhebber van paardensport terecht op Sportpark Zuid, waar drie grote tribunes zitplaatsen boden. Na de oorlog was er in Bussum voor het concours-hippique geen mogelijkheid meer.

Er schijnen zelfs paardendraverijen te hebben plaatsgevonden op de Vlietlaan.

Herinnert u zich nog iets over evenementen met paarden in Bussum? Heeft u hiervan foto's?

Laat dit de redactie van het Contactblad dan weten:
mevr. J. Vos.
Hamerstraat 106
1402 PX Bussum.
Telefoon: (035) 693 67 10.

Contactblad Historische Kring Bussum 14/2 (september 1998) pag. 61-64


Het buurmeesterboek

Bert de Beer

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.

In vroeger tijden - toen Bussum nog geen zelfstandige gemeente was (voor 1817) - kwamen de bewoners in de maand mei bijeen en hielden een buurspraak. Zij praatten over het wel en wee van hun buurtschap en kozen uit hun midden de armmeesters en de buurmeesters.Na afloop dronken zij op kosten van het buurtschap een borreltje. Elk jaar werd voor de duur van twee jaar één buurmeester gekozen en trad één buurmeester af. Zo was er altijd een oude en een nieuwe buurmeester in functie. Deze keuze werd formeel bekrachtigd door de schepenen van de stad Naarden en genoteerd in het resolutieboek van de stad. De oude buurmeester hield het buurmeesterboek bij.

Het buurmeesterboek was in feite een soort kasboek waarin per jaar de inkomsten en de uitgaven van het buurtschap werden opgeschreven. Van de reeks buurmeesterboeken die er in de loop der eeuwen zijn volgeschreven. is slechts het laatste exemplaar bewaard gebleven. Het bevindt zich in het stadsarchief te Naarden en omvat de periode van 1750 tot 1809. Na 1797 wordt het gebruikt als notulenboek van de municipaliteit. Vanaf 1795 begon namelijk de periode welke leidde tot de zelfstandigheid van Bussum; tevoren behoorde Bussum onder de jurisdictie van Naarden. Deze periode wordt uitvoerig beschreven in het boek 'Die van Lage Bussum' van J.V.M. Out Dit buurmeesterboek behoort tot de weinige documenten uit de periode vóór 1817, die uitsluitend betrekking hebben op Bussum. Dit was voor ons aanleiding om het toegankelijker te maken voor geïnteresseerden in de vroege historie van Bussum. Mijn vrouw G.J. de Beer-van Asselt heeft het origineel uitgetypt en ik heb het verder bewerkt en voorzien van een index op de voorkomende persoonsnamen. De tekst is letterlijk overgetypt; inclusief de schrijffouten. Kennelijk is de tekst min of meer fonetisch opgeschreven. Daardoor betekent bijvoorbeeld het woord moliesepalireijd (blz. 60) waarschijnlijk municipaliteit. Wij konden de tekst het beste begrijpen door deze hardop te lezen.

Bij grondige bestudering van een boekje als dit, komen veel interessante gegevens uit het leven in Bussum in de 18e eeuw tevoorschijn. Door mij is op 12 september 1996 hierover een lezing gehouden voor de Historische Kring te Bussum.

 

Wie werden buurmeester ?

Een buurmeester was:
- bewoner van (Lage) Bussum,
- hij kan lezen, schrijven en rekenen,
- is formeel protestant, maar bij gebrek aan protestanten in Bussum werden meestal rooms-katholieken gekozen.

In de periode van 1750 ... 1809 waren de gekozenen gemiddeld 43 jaar. De jongste gekozene was 26 jaar (Claas de Beer) en de oudste gekozene was 67 jaar (Lammert Coppen Distelblom). Voorkomende namen zijn onder andere: Ruijzendaal, de Jongh, van de Berg, Krijnen, Distelblom, de Beer, van Stranden

 

De uitgaven en ontvangsten

Uit bestudering van het boek blijkt dat een aantal ontvangst- en uitgavenposten jaarlijks terugkeren.

De vaste ontvangsten
- De schapenmest.
      De schapenmest uit het Bussumse schapenhok werd jaarlijks bij opbod verpacht. Opbrengst per jaar circa f 240,--
- De hekscharen.
     Het buurtschap had een onderhoudsplicht van de hekken van de Hilversumse meent. Als vergoeding hiervoor kreeg men het recht zogenaamde hekscharen te verpachten. Opbrengst per jaar circa f 50,--.
- Gebruik turfton.
     Bij het gebruik van de turfton als inhoudsmaat diende men te betalen. Opbrengst per jaar circa f 2.--.
De buurmeesters traden ook als gaarders op voor:
- De verpondingen van een deel van het dorp Huizen.
     Bussum pachtte voor f 210,-- per jaar de inning van deze verpondingen. Zo bracht de inning in 1770 f 230,16,6 op: dus een batig saldo van f 20,16,6.
- De betaling van de molenmeesters van Hilversum voor het beheer van de watermolens aan de Hilversumse meent. Deze inning leverde géén inkomsten voor het buurtschap op.
Uit een en ander blijkt dat de hoofdbron van inkomsten de opbrengst van de schapenmest was! De stad Naarden droeg overigens niets bij.

De vaste uitgaven
- Traktement schoolmeester per jaar f 48,--.
- Turf voor de schoolmeester per jaar f 24,--.
- Cijns op deze turf f 10,--.
- Koptienden.
    Van elke schepel graan diende 4 kop te worden afgestaan aan de abdis van Elten. Deze tiende werd jaarlijks omgerekend naar geld en dit werd dan opgehaald. De geschiedenis van deze bijzondere vorm van tienden heffen wordt uitvoerig beschreven in het boek 'Naerdincklant' van dr. A.C.J. de Vrankrijker.
De buurtschap bezat eveneens wat grond en diende daarover koptienden te betalen. Per jaar circa f 8,10,4.
- Een almanak voor de diender. Jaarlijks kreeg de diender, die ook als nachtwaker optrad een almanak. f. 1.8.-
- Trekgeld schapenmest circa f 2,--
- Trekgeld hekscharen f 1,13,-.
      Dit trekgeld werd als een soort premie uitbetaald tijdens de veiling van de verpachtingen.

 

Speciale uitgaven

In de periode van 1750 ... 1796 waren er enkele uitgavenposten, die door hun grootte opvielen. Enkele van deze posten worden hieronder beschreven.

* Onderhoud en renovatie van de school.
In 1756 werd de school minstens grondig opgeknapt; misschien wel herbouwd.
In dat jaar worden de volgende uitgaven vermeld.

Aan Sijmen betaald voor arbeijdsloon f 4.18.--
voor riet aan het schoolhuis betaald f 14.--.--
Aan Jan WaarIJ [timmerman] betaald f 75.12.10
voor haarkalk f 5.--.--
Een balk in het schoolhuijs f 8.--.--
voor steen van Klinkenberg [leverancier stenen]  f 23.10.12
Aan de weduwe van Paulus Heeswijk f 32.1.--
Aan Reijk Wouterse voor zoden steken op het schoolhuijs f --.16.-- [Deze zoden werden gebruikt om de nok van de school te bedekken]
Aan Teunis Puijk [rietdekker] voor arbeidsloon teijen en bandgaren f 27.3.4.
Aan van Leeuwen [schilder] betaald f 22.3.12
Aan Teunis Breijer [metselaar] betaald f 10.3.12
Aan de smid betaalt f 4.16.4

Maar ook:
Ontvangen voor afbraak van de school f 1.10.--

 

* Oorlogshandelingen

Bussum was altijd het slachtoffer van belegeringen van Naarden. In 1787/1788 bezet een Pruisisch leger ons land. De gevolgen daarvan gingen ook weer niet aan Bussum voorbij. Er wordt veel geld uitgegeven aan "het achternalopen van de dragonders" en "het weg wijzen voor de Pruisen" en - niet te vergeten - de verteringen.

Zo staat onder andere in dit jaar geboekt:
Een vlag gekogt op de kapel en het opzetten tezaarnen (Je moet oranjeklant zijn, of je wilt of niet !) f 2.5.--
Jan van Weelderen betaalt voor gelevert brood aan de Pruijsen f 2.-.-
Jan Roelen betaalt voor geleverde drank Aan de Pruijsen f 1.16.--
Aan Cornelis Voorthuijzen van geleverde drank en eeten ivoor de pruijsen van 17 september tot den 20 october te zaanten f 79.12.--

 

Het drama van Jan Jansz de Ligter

De eerste bladzijden van dit buurmeesterboek vermelden veel uitgaven ten behoeve van de zorg voor Jan Jansz de Ligter. Vanuit diverse bronnen is het volgende gereconstrueerd.

Jan Teunisz de Ligter uit Eemnes trouwt in 1702 met Aaltje Jans uit Bussum. Zij krijgen in 1706 een zoon Jan. Deze zoon Jan Jans de Ligter trouwt in 1735 met Pieternel Elbers Breet. Een goede partij; de bruid komt uit een familie van welgestelde boeren.
Zij krijgen 7 kinderen. Pieternel sterft in 1745: er sterft een kind in april 1746 en de jongste zoon overlijdt in mei 1749. Op dat moment is nog slechts de oudste zoon over.

In 1750 woont Jan samen met zijn zoon en zijn moeder. Hij wordt krankzinnig. Zijn schoonfamilie Breet laat het afweten. Waarschijnlijk zijn dit niet zulke sociaal voelende mensen. Zo loopt er in 1750 een langdurig proces tussen moeder en zoon Breet over het gebruik van weg en grond.

De buurt ontfermt zich over Jan Hendrik Ritbergen en Pieter Jacobsz brengen hem met paard en wagen naar een klooster in Brabant. Zij krijgen medicijnen en gaan weer terug naar Bussum. Op 25 februari 1751 wordt een request van de buurmeesters aan de schepenen van Naarden toegewezen waarin zij verzoeken Jan te mogen vastzetten. Hij is door "innocentie en kranksinnighijd buijten staat geraakt van het gebruijk sijner gesonde vermogens, als nu daar bij ook seffens steeds best: Sij met quaad en vuilaardige concepten, Sulks dat ingevalle denselven niet binnenshuijs gehouden en bewaard word niet sonder reeden te dugten staan de allergevaarlijkste gevolgen en droevige onthijlen." In dit zelfde verzoek verklaren vrienden en familie "ten eenemale onmagtig te zijn" om bij te dragen in de kosten.

De volgende dag, 26 februari, gaan Harmen de Jong en Willem Jansz vergeefs voor Jan in Utrecht een plek zoeken. Hendrik Ritbergen heeft in Beverwijk meer succes. Jan wordt (met een nieuw hemd en kousen) naar Beverwijk gebracht.

Uit een toegewezen request van 5 mei 1751 blijkt dat, in tegenstelling met eerdere uitspraken van de schoonfamilie, Jan nog enige effecten in zijn bezit had. Hiermee zou althans een deel van de inmiddels gemaakte kosten gedekt kunnen worden. De voogden - de familie Breet -v an de oudste zoon proberen zoveel mogelijk geld en goederen op te eisen. Daarom vragen en krijgen de buurmeesters en de armmeesters het mandaat om op te treden als curatoren van Jan.
Op 9 juli 1751 halen de buurmeesters Harmen de Jong en Marten Gijsberts (van de Berg) Jan weer terug uit Beverwijk.

Het verdere verloop van de affaire verdwijnt weer in de schaduw van de tijd. De totale kosten voor rekening van het buurtschap bedragen echter ongeveer f 200,-. De ontvangst voor de schapenmest was in 1751 f 261,--.


 

Contactblad Historische Kring Bussum 14/2 (september 1998) pag. 57-58


De boerderij van de familie Verver

Joke Vos

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.
Onderstaande illustratie is aanklikbaar voor een vergroting.

Het verhaal begint op 21 december 1871 wanneer Roelof Verver, landbouwer, van mevrouw Maria Kluck-van Blaricum een stuk bouwland met boschhegge koopt. Het stuk grond kostte tachtig gulden. Een kopie van de originele akte is natuurlijk op onze tentoonstelling te zien. In deze akte wordt nog niet gesproken over de Heerenstraat: die kreeg zijn naam pas tijdens de raadsvergadering van 13 augustus 1883. Roelof Verver bouwt op zijn stuk grond een boerderij en een "burgerwoonhuis". Dit woonhuis staat aan de Meentwegzijde. In 1893. na het overlijden van Roelofs eerste vrouw Lammertje Bogaard, wordt de grond toebedeeld aan Roelof Verver. De akte van scheiding en de akte van inventaris naar aanleiding van het overlijden van Lammertje zijn ook in ons bezit en tijdens de tentoonstelling in te zien. De boerdeiij blijft familiebezit want na Roelof erft Everardus Verver de boerderij en na hem de laatste Ververbewoners: Roelof Verver, gehuwd met Clasina de Graaf. Zij krijgen een zoon Evert genaamd en van hem hoorden wij enige leuke anekdotes over de boerderij en zijn bewoners.

     
 
(1998): de deel van de boerderij van de familie Verver.

De boerderij had een kleine woonkamer ongeveer 3 × 3 meter: met 1 tafel en 4 stoelen was het er dan ook vol. Er zat een raam in de kamer. Via de kamer kwam je in de keuken waarvan de vloer was bedekt met straatstenen. Er was ook geen deugdelijke afscheiding tussen de keuken en de deel. want als de koeien met hun koppen schudden vlogen gras en hooi de keuken in.

Evert moest via een trapje naar de zolder boven de koeien naar zijn slaapruimte. Eventuele knechten woonden ook in. De vader van Evert, Roelof, was een echte binnenboer met koeien, varkens en paarden. Er was ook een stier. Wanneer die los brak kwam de hele straat helpen om hem te vangen. Tijdens de oorlog werd er illegaal geslacht bij Bantam en dan werd het geslachte vee bij Verver opgehangen.

Om te voorkomen dat de Duitsers zouden komen kijken, had Roelof aan zijn pereboom een bordje opgehangen met het opschrift 'MOND EN KLAUWZEER': hierdoor bleven de Duitsers uit de buurt van de boerderij.

Roelof ging vaak als eerste op pad 's morgens en het gebeurde dan regelmatig dat de spoorbomen aan de Heerenstraat nog dicht waren. De spoorwegbeambte was dan in slaap gevallen en moest eerst door Verver gewekt worden voordat hij verder kon gaan. De boerderij had vroeger nummer 24. Na 1929 is het nummer 44 geworden: helaas hebben we de juiste datum (nog) niet kunnen achterhalen. Volgens Evert is pas in 1964 het tweede rieten dak op de boerderij gekomen. Dit kan wel kloppen, want tijdens een brand in 1913 brandden wel de hooiberg en de stal af, maar bleef het woonhuis gespaard.

Voor meer informatie over de boerderij, zoals foto's en de stamboom van de Ververs, moet u onze tentoonstelling bezoeken. Uiteraard is er nog veel meer te zien over de Heerenstraat, de huizen en zijn bewoners. De tentoonstelling wordt geopend op maandagavond 26 oktober 1998 om 20.00 uur en duurt tot 27 november. Openingstijden: elke woensdagmiddag van 2 tot 4 uur, elke vrijdagmiddag van 2 tot 5 uur en voor de mensen die werken en toch willen komen kijken zijn wij op woensdag 18 november ook open van 20.00 tot 21.00 uur.

Met dank aan: de heer E. Verver. mevr. N. Krijnen-van Gog, de heer P. Heyen. Verder heb ik gebruik gemaakt van het archief van Ab Winthorst.



Contactblad Historische Kring Bussum 14/2 (september 1998) pag. 47-57


Balkanoorlog in Bussum

Martin Heyne

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.
Onderstaande illustraties zijn aanklikbaar voor een vergroting.
Zie een reactie op pag. 66 van het volgende nummer. 
Zie een tweede reactie op pag. 93 van het volgende nummer.

 

De geschiedenis

Het Ottomaanse Rijk had zich na de val van het Oostromeinse Rijk in 1453 naar het noorden over de Balkan uitgebreid en heerste daar eeuwenlang over de Slavische volkeren. In juli 1875 kwam de bevolking van Herzegowina in opstand tegen de Turkse overheersers. De beweging breidde zich weldra uit naar Bosnië. De bewoners van beide provincies, die het Turkse wanbestuur en de onderdnikkking niet langer konden verdragen, verklaarden zich vrij. Het jaar daarop deden dat eveneens de Bulgaren. Tegen hen traden de Turken op met een hardvochtigheid, die Europa liet verbleken. Twaalfduizend Bulgaarse mannen vrouwen en kinderen werden door de Turkse horden vermoord. Ook Servië en Montenegro sloten zich bij de vrijheidsbeweging aan [voetnoot 1].

Rusland mengde zich in het conflict, omdat het zich verplicht achtte om de christelijke volken op de Balkan te beschermen tegen de razernij der Turken. Daar kwam de politieke overweging bij dat het graag satelietstaten wilde vormen, wat tegen de zin was van de keizer van Oostenrijk-Hongarije, die zijn macht en invloed in de regio wilde handhaven dan wel uitbreiden.

      
 
Situatie rond 1875

In april 1877 brak de oorlog tussen Rusland en Turkije uit en rukten de Russische legers op over de Donau door Roemenië. Voorjaar 1878 stonden de Russen voor Constantinopel. Op 3 maart 1878 dicteerden zij hun tegenstanders voorlopige vredesvoorwaarden. Die oorlog dreigde zich echter te gaan uitbreiden, want de Britse Middelandse Zeevloot zette koers naar de zee van Marmara om de verbindingsroute met India veilig te stellen tegen de Russen.

Ook de Oostenrijkse keizer mengde zich er in, om zijn invloed op de Balkan te verzekeren. Tenslotte kwam het congres van Berlijn tot stand dat op 13 juni van datzelfde jaar werd geopend en onder leiding van de Duitse kanselier graaf Otto von Bismarck tot een vredesaccoord kwam. Om het machtsevenwicht in Europa te handhaven moest Turkije ontzien worden en Rusland zich terugtrekken. Turkije stond aan Rusland Ardahan, Kars en Batum af, maar behield politieke greep op Bulgarije. Oostenrijk kreeg Bosnië Herzegowina. Servië, Roemenië en Montenegro tenslotte werden zelfstandige staten. Met deze verdeling werd de basis gelegd voor latere conflicten, die zouden leiden tot de Eerste Wereldoorlog en tot de Yoegoslavische burgeroorlog die nu nog slepende is.

Nu zult u zich verbaasd afvragen wat dit alles met Bussum te maken heeft. Die internationale problemen maakten zoveel indruk op de plaatselijke bevolking dat, toen zich aan weerszijden van wat nu het laatste deel van de Cereslaan is bij de Nieuwstraat rond 1880 een slepende ruzie ontwikkelde, men de ene kant met Turkije ging aanduiden en de overkant met Rusland.

       
Situatie rond 1895
 

Het ontstaan van de buurtjes Rusland en Turkije

Als we de kaart uit 1875 van het oostelijke gedeelte van de oude dorpskern bekijken dan blijkt er sedert 1832 nog vrijwel alles bij het oude te zijn gebleven. Langs de Kapelstraat stond op de hoek met de Kerkstraat de dorpsschool. Die stamde daar op die plek al uit de 18e eeuw. maar was in 1863 geheel vernieuwd. Dwars er tegenaan gebouwd woonde aan de Kapelstraat de hoofdonderwijzer J.A. Hoogen. Tegenover hem op de andere hoek had Gerrit Koelink met Jac. Banis een boerderij.

Deze brandde in de nacht van 2 december 1881 af. Het gezin van Banis wist nog op tijd weg te komen. maar Gerrit Koelink vond de dood in de vuurzee, tesamen met zijn paard. 3 geiten en wat kippen. Verderop in de straat was Hermann Kluck in 1871 zijn smederij begonnen in wat eerst de boerderij van Cornelis Fokker was. Achter de smederij stond aan de St.Vitusstraat de boerderij van Lammert Fokker, op de plaats waar in 1913 het St. Vitusgebouw zou verrijzen. In de vork van de St. Vitusstraat had Tijmen Dekker zijn boerderij. Tegenover hem woonde aan de Kapelstraat de weduwe Izaak Ernst op perceel A246 met naast haar op de hoek met de Nieuwstraat op A264 de boerderij van Gijs en Jan Koelink.

De samenkomst van wegen vormde hier een brinkje wat kenmerkend is voor Gooise dorpen. Midden op dit brinkje stond de grote gemeenschappelijke waterpomp. Als we nu met de wijzers van de klok mee om deze brink gaan, treffen we aan de overzijde van de Nieuwstraat een grote boerderij aan bewoond door Hendrik Ernst op perceel A249-250. Ten zuiden daarvan op perceel 251 stond ook een boerderij. Hier woonde Jan Krijnen die gehuwd was met Dina Ernst. Hun eerste kind werd hier in 1878 geboren. Tegen de achterkant van deze hofstede waren drie huisjes gebouwd die mogelijk bestemd waren voor ongehuwde broer of zus of eventuele knechts die op het bedrijf meewerkten.

      
 
Foto 1: de Nieuwstraat in zuidelijke richting.

We zijn hier aan de rand van de gemeente. Ten oosten lag de Bussummer Eng, maar dat was grondgebied van Hilversum, waarover Bussum niet kon beslissen. Door een grenscorrectie in 1887 kreeg Bussum een strook grond erbij die lag tussen de Brinklaan en de Laardenveg, ongeveer vanaf waar nu de watertoren staat en tussen de Huizerweg en de Voormeulenweg/ Singel tot aan wat nu het Prinses Beatrixplantsoen is. zo kreeg het dorp aan die kant wat meer armslag. Het eerste deel van de Laardenveg heette in die jaren daarom ook Kapelstraat.

Aan de overkant van dit stukje Kapelstraat stond een kapitale boerderij op perceel A257-258. Deze was van Harmen de Jong, die getrouwd was met de dochter van Simon Hendrik Veer en na diens overlijden in 1884 veel grond zou erven. De schapenschuur van deze boerderij stond vlak tegen de rijweg aan waardoor de weg daar abrupt smaller werd. Als vijfde boerderij rond deze brink stond op de noordelijke hoek van de Prinsenstraat die van Jan Ernst. Hierheen verhuisde Jan Krijnen toen hij in 1878 zijn boerderij verliet. Twee jaar later werd er zijn tweede kind geboren.

Twintig jaar later is de situatie met name aan de oostkant van de Nieuwstraat ingrijpend veranderd. De boerderij van Hendrik Ernst is door zijn weduwe aan de ZW-kant ingekort en geheel verbouwd om het in te richten als acht woningen.
Aan de kant van de Nieuwstraat is op haar grond een rijtje van 4 woninkjes gebouwd in de periode 1884-1893. Deze huisjes zijn te zien op de foto die als nr. 1 op het kaartje staat aangegeven. Op de achtergrond is de kruidenierswinkel van Schimmel te zien. Na Schimmel zat 'onze' Jan Krijnen erin tot zijn overlijden in 1909, waarna Elsman er een sigarenwinkel begon met als adres Kapelstraat 153. Na het afbreken van de boerderij van Jan Krijnen in 1878, tesamen met de drie huisjes erachter, werd de grond verkaveld.

      
Foto 2: de Laarderweg gezien vanaf de Nieuwstraat in zuidelijke
richting.
 

Het voert te ver om al de wisselingen van eigenaar hier te vermelden. Belangrijker is nu wat er voor in de plaats kwam. Van perceel A253 werd het zuidelijke deel afgesplitst voor de bouw van de nieuwe boerderij van Andriessen aan de Laarderweg. Op de plaats van de gesloopte boerderij werden arbeiderswoningen gezet. Een blok van vier en een rij van acht evenwijdig aan de Laarderweg. Merkwaardig is dat men op de openbare weg voor de 4 van acht een extra rijtje van vier nog kleinere huisjes zette, waardoor de weg beduidend smaller werd. De pomp die al bij de gesloopte boerderij stond kwam nu als gemeenschappelijke drinkwatervoorziening midden op het terrein achter de huizen terecht. Foto 2 en 3 laten zien hoe die blokken huisjes eruit zagen.

Aannemer Anth. Vrakking verwierf het NW-deel van het terrein en bouwde twee huizen aan het brinkje en één om de hoek, aan wat nu de Cereslaan heet. Dwars op de acht huizen kwam nog een blok van drie te staan. Tenslotte kwam aan de noordgrens van het terrein ook nog een rij van vijf woningen te staan dicht tegen de boerderij van Ernst aan. Die zien we op foto 4. De plattegrond die fa. Los in 1893 bij hun adresboek uitgaf geeft de hele situatie goed weer.

       
 
Foto 3: de huisjes aan de Laarderweg in de richting Kapelstraat/
Nieuwstraat

 Intussen was de reeds vermelde ruzie ontstaan tussen het noorden (de vroegere boerderij geflankeerd door twee rijtjes huizen) tesamen 17 gezinnen. tegenover de zuidelijken met in totaal 22 gezinnen. De Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) met zijn noordelijke en zuidelijke staten was al te lang beëindigd. maar de Balkanoorlog tussen de Turken in het zuiden en de Russen in het noorden lag nog vers in het geheugen. Men kan zich afvragen of daarbij gevoelens van het grotere aantal arme Turkijers tegenover de zich méér voelende Ruslanders. Waar de ruzie over ging is niet meer te achterhalen en was voor onze begrippen misschien ook erg onbenullig. Hoe dan ook, de namen bleven aan deze buurtjes kleven.

 

De bewoners

Naar de vraag wie er zoal op Rusland en Turkije woonden, heeft Ab Winthorst een onderzoek gedaan over de periode vlak na 1900. Door te vergelijken met het adresboek van 1893 was het mogelijk precies na te gaan wie op welk huisnummer woonde. Hieruit is met aanvullingen het volsende overzicht samengesteld. Deze huisnummers zijn op het kaartje anno 1895 aangegeven.

      
Foto 4: de bocht in de Cereslaan. Achter de huizen is de toren van
de Sint Vituskerk te zien.
 

Op Turkije woonden op huisnummer:
137 Marie Dorrestein
138 van Houten
139 T. Thiel. arbeider
140 M. v.d. Tweel. arbeider
141 J. van Breemen. arbeider -  rond 1921 omgenummerd in Laarderweg 15
142 Tetenburg -  rond 1921 omgenummerd in Laarderweg 13
143 B. van Thienen. bakker -  rond 1921 omgenummerd in Laarderweg 11
144 G. van der Linden. arbeider -  rond 1921 omgenummerd in Laarderweg 9
145 J.J. van Odijk -  rond 1921 omgenummerd in Laarderweg 7
146 Sander Thiel, metselaar -  rond 1921 omgenummerd in Laarderweg 5

      
Foto 5: de Cereslaan vanaf de Nieuwstraat met rechts het blok
genummerd 149-150-151, later genummerd Cereslaan 97-95-93.
In het middelste huisje woonde Trijntje Out (zie foto 6).
 

147 Aart Thiel. arbeider -  rond 1921 omgenummerd in Laarderweg 3
148 H.P. de Bruijn -  rond 1921 omgenummerd in Laarderweg 1
149 weduwe H. de Jager -  rond 1921 omgenummerd in Laarderweg 1a werd later Cereslaan 97
150 Trijn Out (foto 6) -  rond 1921 omgenummerd in Laarderweg 1B werd later Cereslaan 95
151 Vos -  rond 1921 omgenummerd in Laarderweg 1C werd later Cereslaan 93
152 IJzik Ernst
153 Teuntje Krijnen, aflegster -  rond 1921 omgenummerd in Laarderweg 1D werd later Cereslaan 91
154 J. Niehues -  rond 1921 omgenummerd in Laarderweg 1E werd later Cereslaan 89
155 Sas -  rond 1921 omgenummerd in Laarderweg 23
156 Koenders -  rond 1921 omgenummerd in Laarderweg 21
157 J.S. Jansen, timmerman -  rond 1921 omgenummerd in Laarderweg 19
158 Kits -  rond 1921 omgenummerd in Laarderweg 17

       
 
Foto 6: Trijntje Out-van de Kamer (Egmond
Binnen 20.1.1846 - Bussum 3.1.1927) lezend
voor het raam van haar huisje Cereslaan 95
(zie ook foto 5), waar zij tot juli 1925 woonde.

Op Rusland woonden op huisnummer
232 Cees Emmink, vrachtrijder
233 Jac. Majoor, arbeider
234 J. de Graaf
235 B. Majoor, tuinman
236 Marie Ruizendaal
237 W. Dorresteijn
238 weduwe Van Breemen
239 Nieuwenhuis
240 Krijnen
241 van Os
242 Matje Krijnen
243 G. v.d. Berg, arbeider
244 Alb. Vos, arbeider
245 Hoebee, arbeider
246 de Leeuw
247 H. van Thienen, barbier
248 Bertus Boekraat, tuinman en belezer

      
Foto 7: Paulus H.M.J. Out (geboren Bussum
19 december 1903), kleinzoon van Trijntje Out,
in militair tenue op het binnenterrein van Turkije.
Te zien is de achterkant van de woningen aan
de Laarderweg, de kerktoren links is van de
Sint Vituskerk.
 

Zoals blijkt uit de beroepen die van de bewoners bekend zijn, woonden er inderdaad (vrijwel) uitsluitend arbeidersgezinnen. Hun woningen hadden een gemiddeld vloeroppervlak van 4,5 × 7 meter met een zolder erboven om te slapen, waarin in een aantal gevallen ook gezinnen met een flink aantal kinderen moest leven. Zoals toen nog algemeen gebruikelijk was bouwde men éénsteens muren. waardoor iedereen alles van iedereen kon horen. Anderzijds droeg dat bij tot een groot saamhorigheidsgevoel tussen de bewoners. Dat kwam tot uiting bij geboorte, ziekte, overlijden en andere familiegebeurtenissen waarbij de hele omgeving meeleefde en zonodig bijsprong.

Als postadres werd Turkije tot een deel van de Kapelstraat gerekend en viel Rusland onder de Nieuwstraat. Dit bleef zo tot vlak voor 1900 de Cereslaan werd aangelegd en zijn naam kreeg. In de eerste en tweede bocht achter Turkije ging toen ook gebouwd worden. Eerst kwam er nog een boerderij maar direct daarna ook woonhuizen.

De slechte woonomstandigheden konden weldra niet meer gehandhaafd blijven. Als eerste ging de boerderij van Rusland tegen de grond. In 1923 vielen op Turkije de rij van acht en de beide van vier onder de slopershamer, nadat de firma Gorel en Kuilenburg in 1920 op het terrein van nummer 137 t/m 140 een groenteloods had laten bouwen. Het blok van drie aan de Cereslaan (foto 7) volgde in 1929, twee jaar later gevolgd door de vier huisjes van Rusland die langs de Nieuwstraat stonden.
Als laatste moesten in 1936 de vijf pandjes aan de Cereslaan het veld ruimen voor nieuwbouw.

Thans herinnert niets meer aan het Bussums Rusland en Turkije. Alleen een groep ouderen onder ons heeft nog een herinnering aan Turkije.

Bij het samenstellen van dit artikel is gebruik gemaakt van nuttige genealogische en kadastrale informatie die door Nel Krijnen verzorgd zijn alsmede van aanvullingen door Johan Klijnman. waarvoor mijn oprechte dank.

 

Voetnoot
1. Sesam Wereldgeschiedenis, deel 16, pag. 95 e.v.




Actueel

Maand van de Geschiedenis

'Wat een ramp!' Van persoonlijke rampen tot catastrofes die de samenleving ontwrichten: rampen zijn van alle tijden. In een periode waarin pandemieën, oorlogen, bosbranden en overstromingen de kranten en talkshowtafels in hun greep houden staat de maand oktober 2022 in het teken van het thema 'Wat een ramp!'. Er wordt niet alleen stilgestaan bij de verwoestende kracht van rampen, er wordt ook een ode gebracht aan de veerkracht en weerbaarheid die een ramp in de mens kan opstuwen. Bekijk HIER een video-trailer over de Maand van de Geschiedenis, die eind oktober in het Rijksmuseum wordt afgesloten met de Nacht van de Geschiedenis. Op 8 oktober is er een Open Dag van Tussen Vecht en Eem Er is onder meer aandacht voor het bloedbad van Naarden in 1572.

Foto van de maand

September 2022

Naar aanleiding van de evenementen ter gelegenheid van de Open Monumentendag in het gerenoveerde Bensdorpcomplex, deze maand een foto van een onderdeel van het fabricageproces zoals dat aan  het begin van de vorige eeuw plaats vond in de Bensdorpfabriek. Misschien heeft een van onze lezers daar wel verhalen over gehoord van iemand die dat nog meegemaakt heeft. Vertel het ons:
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.l  Alvast hartelijk dank voor uw reactie. 

HKB Nieuws

Toegang documentatiecentrum 

Werklieden hebben de laatste hand gelegd aan de vervolmaking van de hellingbaan die toegang geeft tot het documentatiecentrum van de HKB. Er werden loodzware blokken neergelegd van Portugese steen, anderhalve ton per stuk.  Het ziet er mooi uit, maar er is een probleem ontstaan met de toegang naar de vloer van het DC. Die ligt nu een stuk lager!  Onvoorbereide bezoekers dreigen nu een beetje naar beneden te storten. Dit zal ongetwijfeld op een aanvaardbare manier worden opgelost. 
(foto's Jaap van Hassel)

Actueel

Vredesprijs en Vredeswandeling 2022

Vorige week zaterdag werd voor de zesde keer tijdens de internationale Vredesweek in Gooise Meren de Vredesprijs uitgereikt aan hen die een positieve bijdrage hebben geleverd aan het samenleven in de gemeente. Dit jaar ging de prijs naar De Groene Ruijter (De GRRU) en @altijdwerkplaats. De prijs wordt gesymboliseerd in een Vredesboom, die evenals vorig jaar werd geplant in de tuin van de Koptisch Orthodoxe Kerk van St. Verena aan de Ceintuurbaan in Bussum. Voorafgaand kon men deelnemen aan de vredeswandeling, die liep door Bussum-Zuid via het voormalige Bos van Bouvy (nu woonwijk), de vijver bij de Anthoniushof en de Verzetsliedenbuurt weer terug naar de Ceintuurbaan. Nol Verhagen, Klaas Oosterom en Margreet de Broekert, vrijwilligers bij de Historische Kring  gaven uitleg en toelichting over deze locaties.

We hebben 93 gasten en geen leden online