Home
Open Menu

Contactblad Historische Kring Bussum 14/3 (januari 1999) pag. 75-83


De huisjes aan de Veldweg

Martin Heyne

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.
Onderstaande illustraties zijn aanklikbaar voor een vergrroting.

Als derde artikel in de reeks over 'verdwenen buurtjes' is de Veldweg aan de beurt.

Door zijn ligging in een dode hoek van het dorp heeft het zich voor velen aan hun leefwereld onttrokken. toch lijkt het goed om het niet geheel en al aan de vergetelheid prijs te geven, en de spaarzame gegevens die ervan bekend zijn eens op een rij te zetten. Dit is eens temeer van belang gebleken toen bij het onderzoek naar voren kwam dat in het gemeentelijk bouwarchief hierover niets meer is terug te vinden, omdat bij de overplaatsing van dit archief uit Villa Berkenstein naar het nieuwe gemeentehuis alles wat over reeds verdwenen panden ging, is vernietigd.

Door de aanleg van de spoorlijn werd in 1873 de verbinding van de Veldweg met de Meentweg afgesneden. Op slag werd het stil op het pad, waarover eeuwenlang de boeren hun vee naar de Meent dreven en met vrachten hooi weer terug kwamen. Het was een der oudste wegen die in Bussum te vinden zijn. Nu diende het tot niets meer. Aan de noordzijde strekte zich de tuin uit van villa Nassau en aan de zuidkant lagen de akkers van Jacob Majoor, die in 1878 een groot gedeelte hiervan verkocht voor de bouw van Pensionaat Mariënburg. Zijn boerderij bleef echter staan met een ruim erf ervoor. Dwars op de weg stond een blokje van 4 woningen, met daarachter een pad, haaks op de Veldweg en evenwijdig aan de Brinklaan, die toen nog Voorstraat heette. De Veldweg liep door de afsluiting voortaan dood op de spoorlijn, werd door niemand meer gebruikt en raakte overwoekerd.

Er ging pas wat veranderen toen Jozef Biegel in 1880 zijn villa te koop zette in verschillende kavels. Dr. L.C.E.E. Fock kocht het, maar zonder de naar het oosten gerichte punt bij de Brinklaan, waar weldra de eerste bebouwing verrees, waaronder een café van Gijs Bus Hzn.
Dr. Fock verkocht in de jaren daarna meer percelen van zijn terrein, met name aan de Nassaulaan aan de kant van de spoorlijn.

 

Het westelijk deel

In De Gooi- en Eemlander van 22 april 1886 lezen we dat notaris H.P. Bok bouwterreinen veilt aan de Nassaulaan met ten westen (slager) Keppler en ten oosten de geprojecteerde weg. Met dit laatste wordt de dwarspoot aan de Veldweg bedoeld, die datzelfde jaar nog werd aangelegd. Vrij kort daarop worden er ook huizen aan gebouwd. want op 19 december 1889 veilt notaris W. Krabbendam uit Amsterdam met collega Bok "11 woonhuizen en bouwterreinen aan de grintweg en de Veldweg". Deze 11 woningen bestaan uit 4 dubbele woonhuizen aan de kant van de spoorlijn en één dubbele plus een enkele aan de overkant van dit nieuwe stukje straat. De bewoners worden in het adresboek uit 1893 genoemd onder de huisnummers 71B t/m 71L.

Hoe de huisnummers echter over de panden verdeeld waren, is mij niet gelukt te achterhalen .In de adreslijst van 1915 komen totaal andere namen voor. Aan de kant van de spoorbaan is dan nog een flink stuk grond vrij. Op de kadastrale kaart van 1902 blijken hierop 8 woninkjes te zijn gezet, verdeeld in 3 blokjes van 3 en daartussen één blokje van 2 woningen. Het opvallende op die kaart is dat het nieuwe stuk straat staat aangegeven als 'Veldstraat'. Mogelijk was dit gedaan in analogie met de Nassaustraat die dwars op de Nassaulaan staat.
Inmiddels is een nieuwe huisnummering ingevoerd en zoals op afbeelding 1 te zien is, liep deze gewoon door over beide straten.

      
 
Afbeelding 1: plattegrond Veldweg
(West) rond 1900 (originele kaart:
schaal 1:1000)

De volgende bewoners / gebruikers staan hierin vermeld:

4 School met den Bijbel
6 W. van Slooten, expediteur
8 Wed. J. Assman
10 R. Bakema, koopman in rietwerken
12 G. v.d. Geld, schoenmaker
15 -
17 C. van Grieken, kleermaker
19 P. van Paridon, melkslijter
21 A.C. Moleveld. schilder
23 M. Poldervaart, spoorwegarbeider
25 H.N. ter Weijde, timmerman
27 G. Renes, koetsier
29 -
31 J. Hooijer, arbeider gasfabriek
33 A. Dorresteijn, grondwerker
35 -
37 W.A. v.d. Berg. blikslager
39 A.J. Krijnen, stucadoor
41 J.J. Keijser, timmerman
43 Chr. Aalst, schilder
45 Wed. L. Roosemalen

De School met den Bijbel op nummer 4, staat in 1893 nog aangegeven op nummer 71O als Bewaarschool, wat het aanvankelijk ook was, vanaf de opening op 20 juni 1892 tot I juni 1895. De School met den Bijbel startte in september 1895 en moest in 1906 al drastisch vergroot worden. Het bleef een schoolgebouw tot de nieuwe S.m.d.B. in het Eendrachtpark in 1923 in gebruik werd genomen. Drukkerij Van Wetter & Co vestigde zich en liet er zijn boekdrukpersen stampen.

      
Afbeelding 2: plattegrond Veldweg (Oost) rond 1900
(originele kaart: schaal 1:500)
 

De koopman in netwerken Bakema had aan zijn huis op nummer 10 een flinke opslagmimte laten bouwen. welke deels bewoond kon worden en nummer 12 vormde.

In de schuur op nummer 47 begonnen Willem van der Haar en Willem Herremannen op 5 juni 1904 een stalhouderij, die in 1915 echter al niet meer vermeld staat.
Deze stalhouderij was via een diepe inrit vanaf de Veldweg te bereiken.

Aan het eind van de Veldweg bouwde Drukkerij R. Los rond 1888 een nieuwe drukkerij met boekwinkel. De oude zaak die aan de Brinklaan tegenover de Sint Vituskerk stond was daar niet uit te breiden. Hoewel niet aan de Veldweg nummerend, had het daar wel de grootste lengte.

 
     
Afb. 3 (1959) v.l.n.r.: de woningen Veldweg
45 t/m 37.

 Aan de overkant stond vanaf de bouw in 1885 de fabriek van mineraalwater en vruchtensappen van de firma Dijkhuis & Co. Deze werd overgenomen door L.A. Flier die er een bierbottelarij van maakte, totdat Hulsman er zijn slijterij in vestigde. Den Uyl kocht het in 1928 als winkel en vlechterij van riet en rotan artikelen. Aan de Veldweg bestreek dit tegenover Los eenzelfde lengte. Van nummer 14 is weinig te achterhalen, alleen dat er in 1947 de fouragehandel van Seldenrijk in zat.

 

      
Afb. 4 (1960): de huisjes langs de spoorlijn,
v.l.n.r. Veldweg 45 t/m 31.
 

Het Oostelijk deel

Intussen had Dr. Fock zijn villa verkocht aan W.H. M. Heslenfeld. De riante buitenplaats van Biegel was tot een villa met een kleine tuin teruggebracht en werd in 1905 werderom te koop aangeboden.

Op 6 januari 1906 wordt het als bedrijfsvestiging in gebruik genomen door de N.V. Nederlandsche Naamplaten- en Kunstemailleerfabriek v/h Keizer & Co. die op 17 juni 1912 een aanvraag indient tot uitbreiding en die het jaar daarop haar naam wijzigt in Vereenigde Blikfabrieken. Het vergrootte pand wordt met verloop van jaren weer te klein en in 1929 vertrekt de fabriek naar Amsterdam-Noord. Als nieuwe gebruiker dient zich dan de N.V. Lancat Bussum aan, eveneens een emailleerbedrijf.

Aan de overkant was op nummer 89 (zoals het adresboek van 1893 aangeeft) per 6 juli 1888 de koperslager R. Lantman komen wonen. Reeds vóór de eeuwwisseling deed hij het pandje over aan zijn zwager P.H. Kok, die er zijn loodgieterszaak in vestigde. in wat weldra tot nummer 3 zou worden. Zie afbeelding 2 en 6.

     
 
Afb. 5 (1960): de achterkant van de woningen Veldweg 31 t/rn 45

In de oude boerderij van Majoor woonde nog zijn zoon Nicolaas, niet als boer, maar als arbeider. Hij had de gemeente-arbeider R. Klarenbeek en Wed. N. Post Jzn. bij zich inwonen.

Deze boerderij blijkt in 1915 niet meer te bestaan. Het erbij behorende blokje van 4 woningen, zie ook de plattegrond op afb. 2, werd in 1893 bewoond door:
nr. 82 (werd later nr. 7) W. Rakhorst, tuinman
nr. 83 (werd later nr. 9) J. Hooijer, arbeider
nr. 84 (werd later nr. 11) -
nr. 85 (werd later nr. 13) J. Pelt, aanspreker

Twaalf jaar later was de situatie als volgt:
nr. 7 -
nr. 9 P. de Bruin, arbeider, J. Hooijer was verhuisd naar nr 31
nr. 11 G. v.d. Berg, gemeente-arbeider
nr. 13 Wed. J. van Pelt

     
Afbeelding 6 (±1920): de loodgieterszaak van P.H. Kok,
genummerd Veldweg 3. Rechts het blok Veldweg 7 t/m 13.
 

Zoals op afbeelding 6 nog juist te zien is. waren het woningen met in de voorgevel naast de deur één raam. Het opmerkelijkste echter, wat helaas niet te zien is, is dat ze elk een apart staande buiten-wc hadden. wat vooral 's winters geen pretje geweest zal zijn.

Achter dit blok liep een pad, dat er nu ook nog is. en dat leidde naar drie huisjes die al in 1891 zijn afgebroken. Turnmeester J. van Essen bouwde er vlak achter een gymnastieklokaal, waarin hij vanaf 26 juni 1896 les ging geven. Deze zaal is nu opgenomen in de werkplaats van loodgietersbedrijf Kok achter Brinklaan 80 en is nog steeds over dit pad te bereiken.

Toen in 1924 de hoek van de Brinklaan met de Veldweg gesloopt werd om de wegen daar te kunnen verbreden, sneuvelden niet alleen de beeldbepalende slagerij van Hoogenbirk, maar gingen aan de Veldweg ook de nummers 3 en 7 t/m 13 tegen de grond. De huidige winkel-woonhuizen kwamen ervoor in de plaats. Op de plek van de 4 woningen bouwde de Vrije Evangelische Gemeente in 1931 een kerkgebouw naar ontwerp van architect E. van Tuil onder voorganger Ds. C.J. Hoekendijk.

      
 
Afb. 7 (1964): de Veldweg rnet villa Nassau.

 

Na de Tweede Wereldoorlog

Na de periode van stilstand gedurende de crisis- en oorlogsjaren maakte de Veldweg een verpauperde indruk. Maar het zou nog erger worden.

De een na de ander gingen de winkeliers aan de Nassaulaan hun zaak uitbreiden, wat ten koste ging van de lapjes tuin langs de Veldweg. Er kwamen veelal loodsachtige opslagplaatsen te staan. wat bovendien laad- en losverkeer van vrachtauto's met zich meebracht, om over de overlast door de parkeerterreinen maar te zwijgen.

In de villa Nassau kwam een expeditiebedrijf van Vredenborg en Langelaar die de historische villa meedogenloos 'uitwoonde'. Zie afb 7.

In 1947 staan de drie rijen huisjes aan het eind van de Veldweg er nog. met als bewoners:
6 leeg
8 Th. van Harmelen
10 A. Bakema, groentehandelaar
12 R. Bakema
14 fouragehandel Seldennjk
15 M. Bakema, groentenkoopman
17 J. van Brenk, steenzetter
19 P. van Paridon
21 C. Majoor. tuinman
23 D.B. Spelde
25 A.J. Krijnen en H.A. Meijennk, besteller
27 T.C. Boomgaard en A. Keijzer, houthandel
29 H. Zwolsman, voeger
31 mej. K. Hooijer en Th.A.M. Hellevoirt
33 Wed. G.W. Steenvoorden
35 J. Dwars, gemeente-arbeider
37 Mevr. H.M. Kuiper
40 Wed. J. van Slooten
41 H. Hoogstraten, smid-plaatwerker
43 F.A. Bresser, kantoorbediende
45 J.A. Huijssteden de Wit

      
Afb. 8 (1965): v.l.n.r. Veldweg 14 en de woningen 12 en 10.
Hierachter Veldweg 4 de drukkerij van Van Wetter& Co.
 

Door een wegenplan dat de gemeente in 1952 ontwierp, waren de nummers 31 t/m 45 gedoemd om te moeten verdwijnen, om de Vlietlaan te kunnen doortrekken naar de Herenstraat. Op dit vroege plan komen al een aantal rotondes voor, die thans, meer dan 45 jaar later, de een na de ander gerealiseerd worden.

Genoemde huisjes vielen rond 1960 onder de sloophamer, na een tijdje onbewoonbaar verklaard te zijn geweest. Het slooplot trof ook de nummers 19 t/m 29 vrijwel gelijktijdig. Alleen het huis van Bakema en Van Brenk bleef nog tot 1965 staan op de hoek van het ervoor aangelegde parkeerterrein. Zie afbeelding 9. Nummer 6 en 8 er tegenover werden in 1955 ook onbewoonbaar verklaard, maar kregen een nieuwe bestemming doordat er zich het metaalbewerkingsbedrijf van W.H. v.d. Meer ging vestigen.

In 1972 viel ook hiervoor het doek. Groentehandelaar Bakema had langs het parkeerterrein bij hem aan de overkant twee opslagloodsen laten bouwen en kon toen de gammele linkerhelft (nummer 12) van zijn huis afbreken. Zo staat nu alleen nummer 10 (dat onlangs omgenummerd is tot 30) er nog. Het staat er bedolven onder de klimop en is misschien wel het kleinste en schilderachtigste huisje van Bussum.

      

 
Afb. 9 (1965): dit is het rechterdeel van afb 8. Veldweg 15/17
achter een noodwinkel van Albert Heijn in verband met de
verbouwing van het filiaal van A. Heijn op Nassaulaan 44.

's Avonds 18 februari 1980 brak brand uit in de inmiddels gerenoveerde en tot speelgoedwinkel omgebouwde zaak van Den Uyl. Het vuur kon zich tot een spectaculair schouwspel ontwikkelen omdat het gretig voedsel vond in het vele aanwezige verpakkingsmateriaal. Van voor naar achter vrat het vuur zich een weg door de gebouwen en verwoestte ook het ernaast aan de Nassaulaan staande redactiekantoor van De Gooi- en Eemlander. Honderden toeschouwers waren urenlang getuige van een van de spraakmakende branden in Bussum. De hele hoek moest volkomen gesloopt worden en er verrees een nieuwe speelgoedwinkel.

De rest van deze straat. met name het lange rechte stuk, smeekt om een face-lift. Mogelijk dat door de afbraak van villa Nassau en zijn aanbouwen en door nieuwbouw-met-visie daar aanzet toe kan worden gegeven.

Martin Heyne, november 1998

Contactblad Historische Kring Bussum 14/3 (januari 1999) pag. 72


Voor u gelezen in het Hollands Historisch Magazine nr. 3

(van de redactie)

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.

Op 19 juni 1999 vindt er in Naarden een grote historische manifestatie annex historische markt plaats met binnen- en buitenactiviteiten, georganiseerd door de stichting Stichtse Geschiedenis, de stichting regionale geschiedbeoefening Noord-Holland en Tussen Vecht en Eem. De Historische Kring Bussum is ook aanwezig.

 

Contactblad Historische Kring Bussum 14/3 (januari 1999) pag. 67-72


De eerste school in Bussum (2)

Gerard Langemeijer

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.
Onderstaande illustraties zijn aanklikbaar voor een vergroting.

Zie het 1ste artikel: Contactblad 13/3 (december 1997) pag. 91-93, het 3de en laatste artikel Contactblad 15/1 (mei 1999), pag. 9.

In het Contactblad van december 1997 ging ik op zoek naar de datum waarop de eerste school van Bussum werd geopend. Zoals u weet, viel Bussum tot 1817 onder Naarden, dus moest de zoektocht in Naarden beginnen. Eerlijk gezegd, ik kwam er niet zo goed uit. Achteraf bleek die datum haast voor het oprapen te liggen. Anders gezegd: het was gewoon een kwestie van goed lezen!

In het boek 'Die van Lage Bussum' door J.V.M. Out staat op bladzijde 93 bovenste regel: "Het staat vast, dat Bussum al in de eerste helft van de 17e eeuw een eigen school had." Iets verderop staat vervolgens dat op 18juli 1656 schrifrelijk werd vastgelegd dat door de stad Naarden toegestaan werd dat de buurtschap Bussum één eigen schoolmeester mocht hebben. Uit die zin valt op te maken dat in 1656 Bussum geen schoolmeester en dus geen school had.

In bovengenoemd boek staat op bladzijde 91: "Toch is er een tijd geweest, dat de hervormde kerk van Naarden het nodig vond om een voorzanger/voorlezer in het dorp (= Bussum) te hebben." Over de functie van voorzanger/voorlezer kom ik hieronder wat uitvoeriger terug. maar met die aanduiding werd mede bedoeld dat zo'n persoon die lezen en zingen kon ook wel onderwijs kon geven!

Naar aanleiding van bovengenoemde wens van de Hervormde kerk, en die had veel te zeggen, werd omstreeks 1670 een zekere Willem Isaack Spilt tot schoolmeester benoemd. Deze voorzanger-voorlezer-schoolmeester zal hoogstwaarschijnlijk tot de Hervormde kerk hebben behoord gezien de bovenaangehaalde wens van de Hervormde kerk. De Bussumse bevolking was overigens geheel katholiek. De Nederlandse stads- en dorpsbeschrijver L. van Ollefen spreekt in zijn boek van 1795 over de gereformeerden die in Bussum woonachtig zijn en niet meer dan vijf huishoudens uitmaken.

 

De functie voorzanger-voorlezer-schoolmeester

De Reformatie zorgde aan het einde van de 16e eeuw in de Nederlanden voor grote veranderingen in het onderwijs. Elk lid van de Hervormde gemeente moest de catechismus kennen en in staat zijn de bijbel te kunnen lezen. Dat standpunt maakte in feite onderwijs voor de hele bevolking noodzakelijk, ook voor de allerarmsten. Godsdienst, lezen en schrijven waren de hoofdvakken. Waar nodig betaalde de diaconie het schoolgeld.

We zullen ons maar niet al te veel verdiepen in de problemen van die tijd en in de verschillende schoolmeesters-kosters en voorzangers. Opvallend is dat in het buurmeesterboek vanaf 12 mei 1750 tot en met 4 mei 1809 voor wat betreft het uitbetalen aan de schoolmeesters nooit de naam van de schoolmeester werd vermeld. Zo vermeldt men bijvoorbeeld: "Uijtgaaf voor 't selfde jaar (1750)
Voor 4 voer turf aen de meester f 20,-
Den meester sijn traktement Bt. f 48,-
Voor riet op het schoolhijs BT. f 14.-
Aen de miester BT. Voor fles de klokkenmaker f 6,-
Aan die miester zijn jaarlijks traktement f 48,-
Van de turfton van de miester f 2,-

 

Onderhoud en renovatie van de school

In het buurmeesterboek van het jaar 1756 treffen zij de onderstaande uitgaven aan:
Aan Sijmen betaald voor arbeijdsloon f 4.18.-
voor riet aan het schoolhuijs betaald f 14.-.-
Aan Jan Waarlé (timmerman) betaald f 75.12.10
voor haarkalk f 5.-.-
Een balk in het schoolhuijs f 8.-.-
voor steen van Klinkenberg (leverancier stenen) f 23.10.12
Aan de weduwe van Poulus Heeswijk f 32. 1.-
Aan Reijk Wouterse voor zoden steken op het schoolhuijs f -. 16.-
(Deze zoden werden gebruikt om de nok van de school te bedekken)
Aan Teunis Puijk (rietdekker) voor arbeidsloon teijen en bandgaren f 27. 3.4
Aan van Leeuwen (schilder) betaald f 22. 3.12
Aan Teunis Breijer (metselaar) betaald f 10. 3.12
Aan de smid betaald f 4.16. 4

Maar ook:
Ontvangen voor afbraak van de school f 1.10.-
Vooral die laatste post is belangrijk. Er staat immers dat f 1.10 ontvangen werd voor de afbraak van de school (materialen?). We zagen hiervoor dat in 1670 een zekere Willem Isaack Spelt onderwijzer was. De conclusie lijkt gerechtvaardigd dat er sprake is van een tweede school of van totale vernieuwing, sedert 1670.

 

Bussum een zelfstandige gemeente

Na het jaar 1817, het jaar dat Bussum een zelfstandige gemeente werd, komt er meer duidelijkheid in het dorpsonderwijs. Wij ontmoeten dan als schoolmeester Lambert Huisman en die stelt de kersverse Bussumse gemeenteraad al direct voor zijn salarisprobleem, maar na wat gekibbel werd een oplossing gevonden. In het begin van zijn bestaan had de gemeenteraad van Bussum nog geen eigen onderkomen. Het lag dus voor de hand een beroep te doen op meesters hulp en hem te verzoeken ten huize van hem de raadsvergaderingen te mogen houden. Natuurlijk wist ieder raadslid de weg naar zijn oude 'schoolhuijs' wel te vinden. Dat plekje was zo bekend. dat in de lectuur over Bussum nooit aangegeven is waar de school precies stond.

      
 
Gedeelte van de kadastrale kaart van 1824: de hoek Kapelstraat/
Kerkstraat. Nummer A 217 is de Vituskapel en nummer A 225 de
gemeenteschool

Gezien een van de functies van de schoolmeester, namelijk die van koster, neemt men aan dat de school dicht bij de Vituskapel (later Irenestudio) gestaan moet hebben. Onder andere om de boerenbevolking attent te maken dat thuis het middagmaal klaar stond, moest meester te twaalf uur stevig aan het klokketouw trekken. In 1827 werd een nieuwe school gebouwd. vermoedelijk op de plaats of in de buurt van de oude school. Meester beschikte over één groot lokaal van 9.5 bij 4,s meter voor 60 à 70 kinderen! Een mooi aantal, waaruit blijkt dat Bussum groeide. In 1795 verschenen er dagelijks niet meer dan 20 kinderen!

De meeste hiervoor vermelde gegevens komen uit verschillende boeken die in de loop der jaren over Bussum zijn geschreven. Maar onze Historische Kring beschikt óók over veel gegevens inzake Bussums oudste school. Het gaat onder andere over brieven uit de periode 1821 -1869 compleet met de handtekeningen van meester Lambert Huijsman en meester J.A. Hoogen. Daarnaast beschikt de kring over kadastrale kaarten, onder andere van 1824.

Het is heel verleidelijk om enkele brieven uit ons H.K.B.-archief in dit artikel op te nemen. maar dan wordt dit verhaal veel te lang. U bent welkom op de kring om die brieven eens in te zien. Ze zijn goed te lezen omdat het kopieën zijn: bij een kopie is de achtergrond wit. terwijl het origineel juist vage gele achtergrond heeft. Ik noem slechts één brief, die van 2 januari 1822, geschreven door Bussums eerste schoolmeester Lambert Huijsman. Hij bevestigt dat hij f 77.- heeft ontvangen van het gemeentebestuur van Bussum voor:
-onderhoud der brandspuit f 5,-
-opwinden der kerkklok f 5,-
-pennen. inkt, papier enz. bij de gemeentevergaderingen f 9,50
-huislicht en kleine verschotten bij de vergaderingen f 11.50
-kamerverhuur f 38.-
-diverse kleine verschotten f 77.-

      
de gemeenteschool van 1861, gefotografeerd kort voor de sloop in 1889.
 

Het gaat hier om een jaarafrekening van de kosten die de gemeenteraadsvergaderingen ten zijne huize met zich meebrachten. Kennelijk hoorde tot de baantjes van meester naast het klokkenluiden ook zijn bemoeienis met de brandspuit. Een schoolmeester wist en kon alles!

Er woonden toen in Bussum 500 'zielen' en die goede zielen klampten zich vast aan meester als zij een belangrijke brief moesten schrijven. bijvoorbeeld aan de burgemeester. In ruil voor een paar eieren was meester dan wel bereid een fraai epistel op papier te zetten.

U zult in het archief ook kunnen vinden de kosten van het onderwijs in de jaren 1847 tot en met 1851, keurig ondertekend door burgemeester D.J. Vogelpoot. Het tractement (salaris) van de onderwijzer bedroeg toen f 200,- per jaar, aan onderhoud van de school werd f 8,-per jaar betaald en aan schoolbehoeften ongeveer f 5,50

Op 5 mei 1840 opende mej. M. Meijer haar school voor meisjes, maar door omstandigheden moest ze tijdelijk de school sluiten tot 1851. Met haar brief van 24 april 1851 vraagt zij de gemeenteraad van Bussum of die met haar terugkomst akkoord kan gaan. In de brief van 8 augustus 1856 komen wij de bekende onderwijzer J.A. Hoogen tegen. Omdat die brief zo typerend is voor die tijd volgt de inhoud hieronder.

"Edel Achtb. Heer Burgemeester
Door den toestand mijner dierbare Echtgenoote, wier ziekte hoe langer zoo ernstig wordt, zoo dar met ieder oogenblik haar einde daar kan wezen, zie ik mij gedwongen van Uw Ed. Achtbare de vrijheid te verzoeken, deze dag, morgen voormiddag en de geheele volgende week de school te sluiten en alzoo vacantie te geven.
In hoop van Ued. Aclztb. De begeerde toestemming te erlangen, heb ik de eer met alle onderdanigheid te zijn
de openb. onderw. te Bussum
J.A. Hoogen"

We slaan wat interessante brieven over en belanden dan bij Z.M. den Koning die heeft bepaald dat het aandeel van Bussum in de bouw van een nieuwe school bedraagt f 1.500,-. In datzelfde jaar valt te lezen in een brief van de provincie Noord-Holland:
"... dat aangezien de thans in Uwe gemeente gebruikt wordende school slechts toereikend is voor ongeveer 100 kinderen, het mij voorkomt dat de benoeming van een hulponderwijzer voorshands niet volstrekt noodzakelijk is. Eerst dan wanneer de nieuwe school in Uwe gemeente zal zijn daargesteld die voor een grooter aantal kinderen bestemd is, kan er naar mijn mening sprake zijn van de daarstelling van een hulponderwijzer."
(Haarlem 10 oktober 1863)

Het moet een bijzonder leuk gezicht zijn geweest om 's morgens voor de school 100 paar klompen te zien staan, dat wil zeggen 200 klompen. Of elk kind weer op zijn eigen klompen thuis kwam. ver- tellen de geschiedenisboeken niet. De onderwijzer deelde de kinderen in naar hun opnamevermogen en zal er verder maar het beste van gehoopt hebben. Uiteraard moest hij een man van gezag zijn. De gard en de roskam lagen binnen handbereik. Hij eiste dat de kinderen met twee woorden spraken: "Ja meneer". "Zeker meneer". "Goed meneer". Het woord nee mocht alleen hij gebruiken. Hij had een stem als van een sergeant-majoor. (Gegevens Comenius Museum, Naarden)

       
 
De Schoolmatres

Honderd paar klompen, honderd natte neuzen enz. Gelukkig dat ten tijde van meester Huijsman zijn zuster Wijntje hem hielp (Fabius blz. 69) en dat later meester Hoogen haar overnam na concessies beiderzijds. Wijntje hielp vooral de allerkleinste kinderen. Zij roept herinneringen op aan het zeer oude instituut van de schoolmatres. Zo rond 1825 waren er meisjes die na een betrekking als kindermeisje hogerop wilden. Een kinderschooltje beginnen was veelal hun ideaal. In ieder geval was dat beter dan 'wollenaaister' of 'linnenmeid' te worden. Het ging niet om een bewaarschooltje voor twee- of vijfjarige kleuters. Nee. het moest gaan om de zes- of zevenjarige kinderen, die met letterblokjes woorden als peer of koek konden vormen. De ouders van die kinderen moesten 's morgens wel naar draagkracht een hele of een halve cent meegeven als de school begon.

Begon? Ja, hoe laat begonnen de scholen? Dat tijdstip is nergens te vinden. Sterker nog; hoe wisten de mensen hoe laat het was? Ik heb geen idee, maar misschien weet een van de lezers een zinnig antwoord op deze vraag. In de boerderijen van Bussum zal in die jaren geen klok geweest zijn. Misschien nam het vee die plaats wel in: honger is wel een vrij betrouwbare gids en 'op de klok af'.

Overigens bestonden er in Nederland locale klokketijden. Op initiatief van de directie van Rhijnspoor kwam men in 1858 pas op de gedachte dat er een oplossing gevonden moest worden voor een uniforme tijd. Tussen de grote steden waren verschillen van soms 10 tot 15 minuten. (Boek: De eenwording van Nederland 1988)

A. Beeloo, de schoolopziener in het tiende district van Noord Holland. schrijft in 1857 een brief aan de burgemeester van Bussum D.J. Vogelpoot. De brief gaat over mej. Elisabeth Bus. kleinkinderschooihuishoudster. De inhoud van die brief in het kort: de provinciale commissie heeft mejuffrouw Bus een diploma uitgereikt in de gemeente wordt verzocht haar een speciale admissie te verlenen als klein-kinderschoolhuishouder op grond van die en die voorschriften.

We zijn afgedwaald van Bussums schoolgebeuren. Keren we dus terug naar Bussums oudste school met de vraag: wanneer werd die school afgebroken? In ons Contactblad van december 1993 staat op blz. 119 een artikel met de titel 'De bakkerij van mijn ouders' geschreven door mevr. A.J. Stappers-van Breemen. Zij schrijft dat haar vader een lap grond kocht op op de hoek Kerkstraat/Kapelstraat om daarop een bakkerij te laten bouwen annex woning enz. Verder schrijft zij: "naast onze zaak was een groot stuk grond waarop het huis van de hoofdonderwijzer stond"! Helaas, over de afbraak van de school schrijft zij niets. Ze was nauwelijks geboren toen haar vader die gronden kocht. Misschien helpt een van onze leden ons aan de datum van de sloop. En misschien weet iemand of de Willems-school in de Schoolstraat de opvolger werd van de oude naamloze school; of sprak men gewoon over de school van meester Hoogen?

Naschrift:
Zoals u in bovenstaand artikel hebt gelezen, beschikt onze Historische Kring over kopieën van oude brieven aan de gemeente Bussum over de periode 1817-1887. Zij hebben betrekking op een achttal onderwerpen. Het gaat om globaal 600 kopieën. Historisch gezien zijn die hoogst waardevol en zeker de moeite waard om daar kennis van te nemen, eventueel daaruit te publiceren. De lezers van ons Contactblad krijgen daarmee betrouwbare, echt interessante stof te lezen van 150 jaar geleden.

 

Contactblad Historische Kring Bussum 14/3 (januari 1999) pag. 66


Lezers reageren: arbeiderswoningen / Balkanoorlog

Cees van der Voort

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.

De heer C. van der Voort reageert op het artikel over het wonen van arbeiders in Bussum (Contactblad september 1998). Hij schrijft: "Wij woonden vanaf 1938 in de Cereslaan nr. 50. Achter ons huis stond een grote schuur, genaamd 'Het Brokkenhuis'. Voor de Tweede Wereldoorlog werd hier gedragen kleding ingezameld en van tijd tot tijd aan de armen uitgedeeld. Ik weet niet of dit een activiteit van de Sint Vincentius Vereniging was of van het Leger des Heils.

In de oorlogsjaren is het Brokkenhuis ook al eens tot kantoor verbouwd voor de 'Vereenigde Deurenfabrieken N.V.'. Veel deuren werden er in de oorlogsjaren niet gemaakt. Wel werden er heel wat klompen voorzien van nieuwe zolen en hakken: die bracht je naar de kruidenierswinkel van Stoelers in de Schoolstraat, daar werden ze in jute gestopt en vervolgens naar Naarden gebracht. Mot en zaagsel werden naar Voldendam gebracht voor de palingrokerij. Vader heeft eens een vracht mot geruild voor een oude zeilboot.

Ook bij het artikel over Rusland (blz. 47 e.v. Contactblad van september 1998) kwamen de herinneringen boven. Op de situatieschets rond 1895 staan in Rusland 5 huisjes getekend. Op nummer 232 woonde mijn grootvader Cees Emmink (geboren Laren 2 januari 1862) en getrouwd met Maria Koelink geboren te Bussum 9 juni 1860. Zij hadden één dochter, Maria Cornelia Emmink, geboren op 3 mei 1899, mijn moeder. Cees Emmink (scheldnamen: De Sneltrein en Gerrit de Mat) had een bodedienst. Met paard en wagen vervoerde hij goederen naar en van Hilversum. Uit verhalen van mijn moeder heb ik begrepen dat het brokkenhuis ooit de stalling was voor paard en wagen en als opslagplaats voor goederen diende. De vijf oude huisjes kan ik mij nog vaag herinneren, en ook de sloop in 1936. Mijn vader heeft toen ons huis op nr. 50 laten bouwen."

Was getekend: Cees van der Voort, kleinzoon van de Duvel.



Contactblad Historische Kring Bussum 14/3 (januari 1999) pag. 66


Van de redactie

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.

Dit is het laatste nummer van 1998. Zoals u waarschijnlijk al hebt bemerkt, leest het blad stukken beter; dit komt omdat de kopij nu op een floppy wordt aangeleverd en de drukker met behulp van de computer een constante kwaliteit letter kan afleveren.

Wegens het grote aanbod aan gegevens over diverse panden komen we in de komende Contactbladen nog uitgebreid terug op onze tentoonstelling over de Herenstraat.

Op onze oproep omtrent 'Bussums Bloei' is gereageerd door de heer Krant, wiens vader een van de oprichters was. Ook de laatste eigenaar, de heer Willems, is nog in leven. Wij hebben beide heren gesproken en gaan alle gegevens uitwerken. U ziet het resultaat in een van de komende Contactbladen.

De redactie wenst u goede feestdagen en hoopt u te mogen begroeten tijdens onze nieuwjaarsbijeenkomst op donderdag 21 januari vanaf 20.00 uur tot 22.00 uur.

 

Actueel

Maand van de Geschiedenis

'Wat een ramp!' Van persoonlijke rampen tot catastrofes die de samenleving ontwrichten: rampen zijn van alle tijden. In een periode waarin pandemieën, oorlogen, bosbranden en overstromingen de kranten en talkshowtafels in hun greep houden staat de maand oktober 2022 in het teken van het thema 'Wat een ramp!'. Er wordt niet alleen stilgestaan bij de verwoestende kracht van rampen, er wordt ook een ode gebracht aan de veerkracht en weerbaarheid die een ramp in de mens kan opstuwen. Bekijk HIER een video-trailer over de Maand van de Geschiedenis, die eind oktober in het Rijksmuseum wordt afgesloten met de Nacht van de Geschiedenis. Op 8 oktober is er een Open Dag van Tussen Vecht en Eem Er is onder meer aandacht voor het bloedbad van Naarden in 1572.

Foto van de maand

September 2022

Naar aanleiding van de evenementen ter gelegenheid van de Open Monumentendag in het gerenoveerde Bensdorpcomplex, deze maand een foto van een onderdeel van het fabricageproces zoals dat aan  het begin van de vorige eeuw plaats vond in de Bensdorpfabriek. Misschien heeft een van onze lezers daar wel verhalen over gehoord van iemand die dat nog meegemaakt heeft. Vertel het ons:
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.l  Alvast hartelijk dank voor uw reactie. 

HKB Nieuws

Toegang documentatiecentrum 

Werklieden hebben de laatste hand gelegd aan de vervolmaking van de hellingbaan die toegang geeft tot het documentatiecentrum van de HKB. Er werden loodzware blokken neergelegd van Portugese steen, anderhalve ton per stuk.  Het ziet er mooi uit, maar er is een probleem ontstaan met de toegang naar de vloer van het DC. Die ligt nu een stuk lager!  Onvoorbereide bezoekers dreigen nu een beetje naar beneden te storten. Dit zal ongetwijfeld op een aanvaardbare manier worden opgelost. 
(foto's Jaap van Hassel)

Actueel

Vredesprijs en Vredeswandeling 2022

Vorige week zaterdag werd voor de zesde keer tijdens de internationale Vredesweek in Gooise Meren de Vredesprijs uitgereikt aan hen die een positieve bijdrage hebben geleverd aan het samenleven in de gemeente. Dit jaar ging de prijs naar De Groene Ruijter (De GRRU) en @altijdwerkplaats. De prijs wordt gesymboliseerd in een Vredesboom, die evenals vorig jaar werd geplant in de tuin van de Koptisch Orthodoxe Kerk van St. Verena aan de Ceintuurbaan in Bussum. Voorafgaand kon men deelnemen aan de vredeswandeling, die liep door Bussum-Zuid via het voormalige Bos van Bouvy (nu woonwijk), de vijver bij de Anthoniushof en de Verzetsliedenbuurt weer terug naar de Ceintuurbaan. Nol Verhagen, Klaas Oosterom en Margreet de Broekert, vrijwilligers bij de Historische Kring  gaven uitleg en toelichting over deze locaties.

We hebben 65 gasten en geen leden online