Home
Open Menu
Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 36, nummer 1 (mei 2020), pag 14-16

Hasjalsjèeleth, periodiek voor ondergedoken joden in Nederland

Guusje Hent

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel
De afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

 

Het Gooi is de enige plek in Nederland geweest waar tijdens de oorlog een illegale krant verscheen die door joodse onderduikers werd gemaakt en verspreid.

Voedsel voor de geest

Na Dolle Dinsdag, september 1944, merkte Salomon van Gelder, voorganger van de Joodse Gemeente in Bussum, dat er onder de joodse onderduikers in het Gooi grote behoefte was aan geestelijke steun en troost. De meeste onderduikers zaten al vanaf 1943 vast op hun onderduikadres en leden niet alleen lichamelijk honger, maar hadden ook gebrek aan voedsel voor de geest. Het feit dat grote delen van Nederland al bevrijd waren maar dat zij, ook tijdens een verschrikkelijke winter, nog steeds vast zaten, was moeilijk te aanvaarden.

De in 1913 geboren Salomon van Gelder was in 1941 benoemd tot voorganger van de Joodse Gemeente. Sinds 1943 was hij ondergedoken in een huis naast de synagoge. Hij kwam op het idee een krant uit te geven. De omstandigheden waren uiteraard moeilijk. Zo kon de redactie van het blad, dat werd samengesteld door joodse onderduikers, nooit bij elkaar komen om te overleggen. Er was natuurlijk gebrek aan papier, aan mogelijkheden om de krant te drukken en ook de verspreiding was een heikel punt. Gelukkig kreeg Van Gelder van diverse mensen hulp.

 

Door en voor joodse onderduikers

Een van hen was de heer Philip Samuel (Sam) van Perlstein, die kans had gezien zich als jood te laten uitschrijven. Hij stelde zijn huis in Blaricum ter beschikking. De heer J. van Dam, voorzitter van de Joodse Gemeente in Hilversum, en gemengd gehuwd, werd de centrale figuur van de krant. Bij hem kwam de kopij binnen van joodse onderduikers uit het Gooi, van wie een aantal na de oorlog belangrijke posities in het joodse leven zouden gaan bekleden. Zo waren er bijdragen van dr. Isaac Dasberg, voorzitter van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap; Dick Goudsmit, oud-secretaris van de Joodse Gemeente in Den Haag; dr. Hans Keilson, psychiater en auteur, en journalist Sam Hamburger.

      
Biny Patto met echtgenoot Joop Overste
 

Onmisbaar was echter de enige vrouw in het gezelschap, Grietje Sabine Marianne (Biny) Patto. De in 1917 geboren en in 2006 overleden Biny Patto kon  – doordat ze er niet joods uitzag –  vrij rondlopen en werkte her en der als huishoudster. Zij haalde de kopij op, stencilde de krant bij stomerij De Boer in het Spiegel en bracht de krant daarna rond. Daarbij heeft zij heel wat hachelijke momenten meegemaakt.
Zo werd zij op de Franse Kampweg door de Duitsers aangehouden met fietstassen vol kranten. Ze verspeelde hierbij wel haar fiets, maar kon met haar fietstassen te voet verder. Ze vertelde verder hoe blij de mensen reageerden als ze het krantje kregen: ‘Eindelijk weer iets van contact met andere joden!’

 

De Keten

In februari 1945 kwam de 1ste editie uit, nog zonder titel. Daarna kwam door papiergebrek pas in maart 1945 de volgende editie uit, nu getiteld Hasjalsjèeleth (De Keten), met als ondertitel ‘Periodiek voor ondergedoken Joden in Nederland’. Deze editie behelsde 8 gestencilde bladzijden en werd in een oplage van 300 exemplaren verspreid door heel het Gooi, tot Amersfoort en zelfs verder. Zij riep niet op tot verzet en verhaalde nauwelijks over het verloop van de oorlog, dit in tegenstelling tot andere illegale kranten. Nee, zij was eerder filosofisch van aard en ging in op het joodse leven van de onderduik en de toekomst na de oorlog.

     
 
De laatste editie van Hasjalsjèeleth, met als ondertitel
De Vrije Joodsche Courant in Nederland

In het nummer van 16 maart 1945 vertelt de redactie onder andere waarom de krant verschijnt en plaatst een lang verhaal over Pesach, waarbij de uittocht uit Egypte wordt vergeleken met de positie van de onderduiker. ‘Hij die wonderen heeft gedaan voor onze voorouders en hen verlost heeft van de slavernij, Hij zal ook ons spoedig verlossen,’ aldus de krant.

In het nummer van 16 april wordt o.a. opgeroepen tot zelfbeheersing. Nu de bevrijding zo dichtbij is, moet men toch voorzichtig blijven. ‘Bederf toch niet het prachtige werk en vermijd de fatale lekke band vlak voor de eindstreep.’
Er staat ook een mooie ingezonden brief in van dr. Keilson, ondertekend met ‘Schalom Dr.K’ – shalom op zijn Duits gespeld.

In het nummer van 1 mei is een groot artikel gewijd aan het getto van Warschau. Hierbij komt de moed van de joden die zich hier hebben verzet aan de orde. Ook blijkt uit een artikel dat men langzamerhand te weten kwam wat het lot van de joden in de kampen is geweest. Zo verhaalt men over 3 miljoen Poolse joden, die zijn omgebracht. Het lot van de Nederlandse joden is op dat moment nog niet bekend.

 

De Vrije Joodsche Courant

De vijfde en laatste krant, die zonder datum na de bevrijding verscheen, heeft een nieuwe ondertitel: De Vrije Joodsche Courant in Nederland, en is enerzijds in jubelstemming, maar toont ook de enorme druk waarin de onderduikers geleefd moeten hebben en de grote vrees over al die dierbaren die naar de concentratiekampen zijn gedeporteerd en waarvan men niet weet of zij nog in leven zijn.
‘Het is voorbij – geen angst meer, niet meer vogelvrij, geen levensgevaar meer ieder uur van de dag de dood in een Duitschen gaskamer te vinden…’ schrijft Van Gelder in een groot artikel.En: ‘Is het mogelijk voor den mensch, dat hij gelijk juicht en weent?’

Deze laatste aflevering eindigt met een gedicht:
Een Nieuw lied Van het eind der aarde, uit verre woestijnen, straalt en stijgt een nieuw lied,
over puinhopen , over verweerde graven in trillende vlucht.
Als onder een lentewind neigt zich het gras op de graven, de dooden ontwaken
en heffen het hoofd en zij luisteren in smartelijke vreugd.
De bergen van Jehoedah, die verwoest zijn, openen het oog.
En op hun gelaten de glans van het eind: Een nieuw lied.

 

De medewerkers van de krant

Veel medewerkers van de krant hebben een belangrijke rol gespeeld in het joodse leven van na de oorlog in ’t Gooi.
Biny Patto verhuisde naar Antwerpen, waar zij directrice werd van een Joods bejaardentehuis.
Isaac Dasberg (1900-1997) werd weer huisarts in Amsterdam. Na zijn pensionering emigreerde hij naar Israël waar zijn broer Nathan al woonde.
Sam Hamburger bleef schrijven, nu vanuit Israël.
David (Dick) Goudsmit (1909-2000) was o.a. hoofd godsdienstonderwijs en redacteur van het joods periodiek Hakehilla.

      
 
 Hans Keilson

Hans Keilson ( 1909-2011) werd psychiater en behandelde zwaar getraumatiseerde oorlogsslachtoffers. Tevens publiceerde hij diverse succesvolle boeken. Hij woonde in Bussum, waar hij in 2011 op 102-jarige leeftijd overleed. Op dit moment werkt Jos Versteegen aan een biografie over hem.
Salomon (Sal) van Gelder (1913-1984) zette zich na de oorlog in voor de wederopbouw van de synagoge en de Joodse gemeenschap in Bussum. Hij startte bovendien een succesvolle onderneming in medische artikelen.
Sam van Perlstein bleef nog jaren betrokken bij de Joodse gemeente, hij overleed in 1959.

 

Er zijn van deze unieke krant niet veel exemplaren over. De Bibliotheca Rosenthaliana van de Universiteit van Amsterdam bezit een exemplaar, net als de synagoge in Bussum. In het Documentatiecentrum van de Historische Kring Bussum bevinden zich overdrukken van alle vier de afleveringen van de krant.

 

Bronnen

  • M. Kopuit, ‘Illegale krant voor ondergedoken joden’, in: Nieuw Israëlisch Weekblad, mei 1979.
  • Het gedicht ‘Nieuw lied’ is overgenomen uit: Moderne Hebreeuwsche Poëzie van D. Koker en J. Melkman.

 

 

Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 36, nummer 1 (mei 2020), pag 17-19

Afscheidsbrief van een vergeten Bussumse verzetsheld

Hans Jonker

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel
De afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

 

In oktober 1940 verhuist het gezin van Hieronymus Boissevain vanuit Den Haag naar de Regentesselaan 11 in Bussum. Kort daarvoor is de moeder op 44-jarige leeftijd overleden. Dochter Thea (22 jaar) gaat als secretaresse werken in Amsterdam, de 18-jarige zoon Lou schrijft zich in bij de Machinistenschool in Amsterdam. Via een van zijn leraren komt Lou in contact met het verzet en gaat hij deel uitmaken van de groep CS 6. Deze legt zich toe op het liquideren van handlangers van de bezettingsmacht en op sabotageacties.

     
Louis Boissevain
 

De verzetsgroep CS 6 blijkt echter geïnfiltreerd te zijn door de Duitse Sicherheitsdienst, die over steeds meer informatie over de leden beschikt. In februari 1943 wordt de Bussumse politie ingeschakeld bij de opsporing van Thea (ook actief in het verzet) en Lou Boissevain. 

Uit de dagrapporten van de politie

12/2/1943 23.30 uur
‘Meldt de agent Bruinsma dat door hem met de agenten Minekus en Kamphuis huiszoeking is verricht ten huize van Boissevain wonende Regentesselaan No.11, doch dat noch de zoon noch de dochter zich in het huis bevonden. Hem, Bruinsma, werd door de onderhuurster Mevr. Rakers medegedeeld dat de zoon, genaamd HIERONYMUS BOISEVAIN, hedenmorgen omstreeks 9.30 uur vertrokken was, niet zeggende waar heen. De dochter, genaamd THEODORA BOISSEVAIN, was hedenavond omstreeks 18.30 uur thuis gekomen, doch toen zij vernam dat haar broer was vertrokken was ook zij weggegaan, zonder adres achterlatende. Volgens Mevr. Rakers is zij in betrekking in Amsterdam Centraal Beheer, Singel No 123. Den Korpschef de uitslag medegedeeld.’

13/2/1943 17.30 uur
‘Op last van den Korpschef het navolgende alarmeeringsbericht doorgegeven: Als verdacht van ongeoorloofde politieke handelingen verzoekt de Korpschef van de pol[itie] te Bussum opsporing aanhouding en voorgeleiding van Louis D. Boissevain, geb. 27 juni 1922 te Arnhem, leerling stuurman zeevaartschool, en verm[oedelijk] in uniform gekleed van de zeevaartschool. 2e Theodora M. Boissevain, geb. 21 Nov 1917 te Arnhem, werkzaam op Centraal Beheer te Amsterdam, beiden won[ende] te Bussum, Regentesselaan no 11. Beiden zijn sedert 12-2-43 voortvluchtig. Doorgegeven aan de gem[eenten] Den Helder, Adam, Alkmaar, Hilversum, Hoorn, Velzen, Haarlem, Zaandam, Naarden, Laren en Ankeveen. Dit op last van den Korpschef.’

Het is deze chef van het Bussumse politiekorps E.J. Woerts, die een half jaar later het doelwit is van een van de liquidatieteams van de verzetsgroep CS 6. Op de hoek Brinklaan/Nieuwe Englaan wordt E.J. Woerts in de rug geschoten. Later wordt duidelijk dat de twee daders de Utrechtse rechtenstudente Truus van Lier en Lou Boissevain zijn geweest. Woerts overleeft de aanslag en kan een signalement van de schutter geven: ‘Het signalement is: 25 jaar oud, net postuur, vlot type, gekleed in lichte jas, reed per rijwiel in de richting van het dorp.’ (Uit het dagrapport van 20 augustus 1943.)

Na de bevrijding blijkt dat de korpschef hoogstwaarschijnlijk de dader heeft herkend. Uit de verhoren van Woerts en andere politiemensen komt het beeld naar voren van een korpschef die de actieve opsporing van Lou Boissevain tegenwerkt. In het strafproces tegen NSB-burgemeester Nieuwenhuys schuift de politiecommandant deze zelfs het bevel tot huiszoeking op Regentesselaan 11 in de schoenen. Waarom hij op deze manier zijn belager in bescherming zou hebben genomen, is onbekend. 

Het verraad binnen de verzetsgroep CS6  leidt in september 1943 tot de arrestatie van Lou Boissevain in Heemstede. Op 30 september 1943 veroordeelt het Polizei standgericht Amsterdam hem ter dood. Het vonnis wordt op 1 oktober in de duinen bij Overveen voltrokken. Lou Boissevain is later op de erebegraafplaats in Bloemendaal begraven.

Op de dag van zijn executie geeft Lou aan de geestelijk verzorger van het Huis van Bewaring in Amsterdam een brief voor zijn vader mee. Deze brief heeft zijn zusje Thea (die het vrouwenkamp Ravensbrück overleefde) aan het toenmalige Rijks Instituut voor Oorlogs Documentatie (nu NIOD) hebben . geschonken.

       
   
 
 Afscheidsbrief van Louis aan zijn vader Hieronymus Boissevain
   

  

 

Geachte heer Cremers,
Zoudt U zo vriendelijk willen zijn Vader voorzichtig mede te delen dat ik ter dood veroordeeld en als U deze brief krijgt zeer waarschijnlijk reeds ter dood gebracht ben.
Met vriendelijke groeten, LD Boissevain


Beste Vader,
Ik begrijp dat deze brief voor U een zeer slechte tijding zal inhouden maar ik heb altijd al laten doorschemeren wat mijn arrestatie zou betekenen. U moet hierover ook niet bedroefd  zijn want alles wat ik bij Moeders dood gezegd heb geldt nu zeker ook voor mij, en ik heb daarbij nog het gevoel voor het vaderland gevallen te zijn. Treur niet. Het heeft zoo moeten wezen. Ik berust volkomen en vertrouw in deze laatste ogenblikken op God. Weest U ook een steun voor Thea, zij heeft het nooit gemakkelijk gehad.
Ik vraag U verder vergeving voor al het leed dat ik U heb aangedaan. Groet al mijn vrienden en kennissen van mij. Jan Voerman krijgt nog geldt van me. Geef hem al mijn spoor en tramwegbezittingen. De erfenis van tante Mien heb ik niet veel aan gehad. Thea krijgt die hopelijk nu. Handel verder met mijn bezittingen naar goeddunken.
Vader denk er steeds aan dat ik U nog eens weer zal zien in een andere wereld. Ik zal Moeder de groeten van U doen. 
Haar portret draag ik tot in den dood bij me. Verder vertrouw ik er op dat voor mij de kruiswoorden van toepassing mogen zijn. nl. Heden zult ge met mij in het paradijs ingaan. Want met dat geloof valt het sterven niet zwaar. Slechts voor U en Thea spijt het me dat ik moet sterven. Nu neem ik dus afscheid voor het leven van U. 
Vaarwel Vader en weest sterk. 
Met innige Groeten en beste wensen van uw zoon
Lou 

10 October 1943
Amsterdam

   
 
 Transcriptie brief  

 

 

 

 

Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 36, nummer 1 (mei 2020), pag 20-23

Negen straten vernoemd naar elf verzetsstrijders

Klaas Oosterom

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel
De afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

 

Acht straten en een hof (de Elise Dammershof) in de Westereng zijn na de Tweede Wereldoorlog vernoemd naar tien mannen en een vrouw uit het verzet. De huizen in het verzetswijkje zijn tussen 1948 en 1951 gebouwd, op een aantal huizen in de P.M.R. Versteeghstraat na, die al in 1943 waren gebouwd. Die straat heette toen de Engweg.

Ter gelegenheid van de viering van 75 jaar bevrijding zal later in dit jaar op initiatief van de Historische Kring Bussum aan de zijgevel van Fokke Bleekerstraat 1 een plaquette worden bevestigd met de namen van de elf vernoemde verzetsstrijders. In dit artikel worden hun daden en de laatste periode van hun leven kort beschreven. De gegevens van de in alfabetische volgorde genoemde mensen zijn voor het grootste deel verzameld door de Bussumse historicus Paul Schneiders, die ze publiceerde in deel 2 van zijn trilogie Buitengewoon Bussum: Een villadorp in benarde tijden (Los, 2006) en in zijn boek Onvergetelijke Bussumers (Tadorna, 2012).

 

Cor van den Berg

Cornelis van den Berg (1909-1943) was een overtuigd communist en vakbondsman. Hij ontwikkelde al vroeg illegale activiteiten, zoals de uitgave van het ondergrondse blad Het Compas, maar werd echter verraden en op 8 december 1942 in zijn huis aan de K.P.C. de Bazelstraat gearresteerd.

Op 18 februari 1943 werd hij gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte bij Den Haag.

 

       
 
Verzetsherdekkingskruis
dat postuum aan Fokke
Bleeker (en anderen)
werd toegekend

 

 

Fokke Bleeker

De belastingambtenaar Fokke Bleeker (1899-1942) was actief in een Naardens-Bussumse verzetsgroep die heimelijk munitie uit de kazematten in Naarden weghaalde ten behoeve van het gewapend verzet.

Hij woonde met zijn gezin op de Waltherlaan, werd op 5 juli 1941 gearresteerd en 12 februari 1942 gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte. Zijn lichaam is nooit teruggevonden.

 

 

 

 Jan Bottema

Jan Bottema (1908-1944), stuurman op de grote vaart en reserve luitenant ter zee 2de klasse bij de Koninklijke Marine, woonde op J.H. van ’t Hoffweg 31.
Toen hij na de capitulatie werd gedemobiliseerd, weigerde hij  – fel anti-Duits als hij was –  in de Opbouwdienst te gaan werken. Bottema was betrokken bij hulp aan Engelse piloten en onderduikers.

Later werd hij alsnog als krijgsgevangen Nederlands officier naar Duitsland vervoerd. Hij sprong uit de trein, dook onder en werd districts-commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten, maar werd in 1944 opnieuw gearresteerd.

Op 17 december 1944 is hij gefusilleerd. Hij is begraven op de Eerebegraafplaats in Bloemendaal.

 

 

      

 
 
De villa van de familie Dammers aan de
Koningin Emmalaan

 

Elise Dammers

Elise (Lies) Dammers (1921-1945), woonde op Koningin Emmalaan 17a en studeerde geneeskunde. Ze bracht joodse kinderen naar onderduikadressen en zorgde voor valse persoonsbewijzen en voedselbonnen

Haar moeder, weduwe Dammers, had zelf twee joodse onderduikers in huis. Samen met die onderduikers werd Elise op 18 april 1944 gearresteerd. 

Ze is op 13 januari 1945 in het vrouwenkamp Ravensbrück overleden.

 

 

Tijmen Huurman

Tijmen Bastiaan Huurman (1891-1942), wonend op de Jacob Obrechtlaan, sloot zich al in 1940 aan bij de illegale Ordedienst.

Hij werd op 1 september 1941 gearresteerd en overgebracht naar de Scheveningse gevangenis. Vermoedelijk is hij in mei 1942 in het concentratiekamp Sachsenhausen gefusilleerd.

Een jaar later werd zijn zoon Piet, die in een Delftse verzetsgroep zat, eveneens gefusilleerd.

 

  

 

Joop Kemper

Johan L. (Joop) Kemper (1922-1943), student economie aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam, woonde op Middenlaan 1.
Hij was betrokken bij de aanslag op de Bussumse NSB-politiechef Woerts op 20 augustus 1943 en werkte samen met Herman Ruys.

Hij werd op 9 september 1943 in de Jeugdkapel aan de Meentweg 54 gearresteerd en op 22 oktober 1943 in de duinen bij Bloemendaal geëxecuteerd.
De familie Kemper en de familie van Joops verloofde hebben nog getracht de executie van Joop te voorkomen door de Duitsers geld aan te bieden, maar daar ging de Sicherheitsdienst niet op in.

 

 

Herman en Hugo Ruys

In de Ruysstraat worden drie leden van het gezin Ruys, wonende aan H.J. Schimmellaan 1, geëerd.

              
Gebroeders Ruys: links Herman, rechts Hugo

Een groep jonge mannen werkte samen in de verzetsgroep De Vliegende Brigade: wapens smokkelen, spioneren, en onderduikers helpen. De Duitsers vonden bij een gearresteerde een briefje met de namen, onder wie twee zonen Ruys: Herman en Hugo.

Herman (1923-1943) studeerde aan de mts en woonde thuis. Hij werd in september 1943 gearresteerd en op 23 oktober, 20 jaar oud, in de Bloemendaalse duinen gefusilleerd.

Broer Hugo Floris (1924-1945), leerling van het Christelijk Lyceum in Bussum (nu het Willem de Zwijger College), werkte voor de Paroolgroep. Hij kwam bij een, naar hij dacht, vertrouwd adres naar zijn broer informeren en werd ook gearresteerd. Na drie weken gevangenschap werd hij vrijgelaten en hervatte hij het illegale werk voor Het Parool. Maanden later werd hij daarbij aangehouden en weer gearresteerd. 

De Duitsers deden daarop een inval in de ouderlijke woning. Zijn broer Theo kon zich verbergen en dook onder, maar zijn ouders werden ook gearresteerd. Toen er anderhalf jaar later, in maart 1945, een aanslag werd gepleegd op Obergruppenführer Hanns Albin Rauter, werden als represaille op 7 maart 1945 op verschillende plaatsen 263 Nederlanders doodgeschoten, onder wie Hugo. Hij was nog maar 19 jaar.

 

Gerrit Ruys

Vader Gerrit Ruys, wiens verzetsdaden aan het licht kwamen bij een huiszoeking vanwege zijn zoon Hugo, werd ter dood veroordeeld omdat hij als notaris joods bezit veilig gesteld zou hebben. Zijn straf werd later omgezet in strafkamp.
Hij overleed op 5 april 1945 tijdens een transport in Neuengamme. Hij was 57 jaar.

Mevrouw J.G. Ruys-Bavinck werd vastgezet in het Huis van Bewaring in Amsterdam en op 22 april 1945 vrijgelaten. Bij haar terugkeer in Bussum bleek dat de woning aan de Schimmellaan was leeggeroofd door de bezetter en daarna nog eens geplunderd door ‘derden’.

 

 

Jan Thijssen

Jan Thijssen (1908-1945), geboren in Bussum, werd wegens zijn lengte van bijna twee meter ‘Lange Jan’ genoemd. Hij was een van de kopstukken van het Nederlandse verzet. Thijssen leidde de ondergrondse radiodienst, zorgde voor een ondergronds radio netwerk en had contact met de Nederlandse regering in ballingschap in Londen. Hij speelde een belangrijke rol in de mede door hem opgerichte Raad van Verzet, maar vond geen steun voor zijn opvattingen over de noodzaak van massaal, gewapend verzet en bundeling van alle gewapende verzetsploegen in één ondergrondse strijdmacht.

Bij een controle op 9 november 1944 werd hij gearresteerd en met 116 anderen werd hij  – net als Hugo Ruys –  op 8 maart 1945 gefusilleerd, als represaille voor de aanslag op Obergruppenführer Rauter. De weerbare Thijssen was de enige die zelfs bij deze executie nog trachtte te vluchten.

 

Pierre Versteegh

Luitenant-kolonel der marechaussee Pierre M.R. Versteegh was net als Thijssen een topfiguur uit het verzet.
Versteegh leidde de Ordedienst, de gewapende macht die de geallieerden zou moeten helpen bij de bevrijding van ons land. In zijn Bussumse woning, s’Jacoblaan 16, zijn veel bijeenkomsten met topmensen uit het verzet gehouden.

Versteegh werd echter al op 12 september 1941 thuis gearresteerd en kwam samen met 85 anderen voor het Feldgericht des Generals und Befelhhabers im Luftgau Holland. Tegen hem werd de doodstraf geëist.
In het concentratiekamp Sachsenhausen is hij op 3 mei 1942 met een nekschot geëxecuteerd.

 

 

Nu, meer dan 70 jaar na de vernoeming van de straten in de Westereng, zijn er nog veel meer verhalen bekend geworden van Bussumers die door verzetsdaden hun leven hebben verloren. Onder wie leden van de Bussumse verzetsgroep De Geuzen. Sinds 2006 is er in het verzetswijkje een Geuzenhof naar hen vernoemd. We zullen te zijner tijd ook aan een aantal van deze Bussumse verzetslieden aandacht besteden in BHT.
Veel van hen staan vermeld op https://www.erelijst.nl/
Op 22 april 2020 stond in de historische rubriek van BussumsNieuws een artikel over de Geuzen en de Geuzenhof. Dit artikel is te lezen op de website van BussumsNieuws en op die van de HKB.

 

Bronnen
De foto’s van Elise Dammers, Fokke Bleeker en Tijmen Huurman zijn afkomstig uit de Beeldbank WO2 van het NIOD

 

 

 

Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 36, nummer 1 (mei 2020), pag 24-27

Het gedenkkruis op de Bussummerheide

Hans Bouma

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel
De afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

 

Dit artikel is een enigszins ingekorte versie van het gelijknamige artikel op de website Oneindig Noord-Holland https://onh.nl/verhaal/het-gedenkkruisop-de-bussummerheide. Met dank aan de redactie van de website die ons toestond het artikel en de bijbehorende illustraties te gebruiken.

 

Elk jaar op 4 mei vertrekt ’s avonds om half acht een kleine stoet met stemmige muziek voorop vanuit een wijkcentrum in Bussum-Zuid naar het oorlogsmonument op de heide ten zuiden van de Dorotheagaarde. Naast het bijna vier meter hoge houten gedenkkruis is tevoren door de gemeente een tijdelijke vlaggenmast geplaatst waaraan de driekleur halfstok hangt. Tijdens de twee minuten  stilte om acht uur is het hier door de wat afgelegen ligging werkelijk doodstil. Er worden vijf verzetslieden uit de Tweede Wereldoorlog herdacht, geen van allen Bussumers, die in deze omgeving zijn geëxecuteerd. De rest van het jaar is het betreffende gedenkteken aan de rand van een bosje vooral een herkenningspunt voor wandelaars en hondenuitlaters uit de omgeving.

 

Legerplaats Crailo

Het gedeelte van de Bussummerheide waar nu het monument staat was, vroeger militair oefenterrein dat bij de oostelijk ervan gelegen legerplaats Crailo hoorde. Dit oefenterrein bestond vooral uit heide met een aantal schietbanen. Ten westen daarvan bevond zich de Kolonel Palmkazerne.

 

Executies

In de eerste oorlogsjaren werden de verzetsmensen Lodewijk van Hamel, Anne Bosschart, Rudolf s’Jacob, Cornelis van der Vegte en Han van Zomeren door de Duitsers gevangengenomen en ter dood veroordeeld. Op de schietbanen van de legerplaats zijn zij gefusilleerd en naar het schijnt zijn daar getuigen bij aanwezig geweest. De vijf mannen zijn elders begraven.

Kort na de bevrijding in 1945 zetten onbekenden  – wellicht de ooggetuigen –  hier op de heide een eenvoudig houten gedenkkruis neer; de beoordelingscommissie voor oorlogsmonumenten kwam er niet aan te pas. In 1978 was het kruis in verval geraakt en werd het vervangen door het huidige monumentale exemplaar. Het gedenkteken, dat een beetje verscholen ligt, kreeg verder lange tijd weinig aandacht. Pas sinds een jaar of tien vindt hier op particulier initiatief op 4 mei een georganiseerde dodenherdenking plaats. Hoewel het monument op Hilversums grondgebied staat is deze plechtigheid vooral een Bussumse aangelegenheid.

     
Het eenvoudige houten kruis op de voormalige schietbanen van legerplaats Crailo
voegt zich goed naar de omgeving, tegenwoordig een geliefd natuurgebied.
Al even sober als het monument is het gedenkplaatje op het kruis, dat niet meer
vermeldt dan de jaren 1940-1945, de namen van de slachtoffers en de jaren van hun
leven. De toevallige voorbijganger moet het daarmee doen en zal de vredige plek
misschien niet zo indringend als een ‘lieu de mémoire’ van de Tweede Wereldoorlog beleven    

 

Lodewijk van Hamel

De marineofficier Lodewijk Anne Rinse Jetze van Hamel had in de meidagen van 1940 Engeland weten te bereiken. Hij was de eerste Nederlandse geheim agent die door Londen naar Nederland werd uitgezonden. Op 27 augustus werd Van Hamel door een Engels vliegtuig bij Hillegom gedropt. Zijn opdracht was een spionage-eenheid te vormen en een radioverbinding met Engeland op te zetten om inlichtingen over te zenden. Het lukte hem al snel vier spionagegroepen samen te stellen en een adres in Den Haag te vinden waar een zender geplaatst kon worden.

      
 
 Legerplaats Crailo in 1931, met locatie van het gedenkkruis

In oktober zou Van Hamel voor overleg terugkeren naar Engeland. Het was de bedoeling dat hij in de nacht van 13 oktober met vier anderen opgepikt zou worden door een watervliegtuig op het Tjeukemeer in Friesland. Het 5-tal wachtte in een bootje echter vergeefs op het toestel. De volgende nacht kon het vliegtuig door dichte mist niet landen en moesten zij opnieuw terugroeien naar de oever. Daar werd de groep door twee Nederlandse politieagenten gearresteerd en aan de Duitsers overgedragen. Later vond de politie ook nog de koffer met spionagemateriaal die op een eilandje in het meer was verborgen.

De vijf mannen werden overgebracht naar het beruchte Oranjehotel, een afdeling van de Scheveningse strafgevangenis. Van Hamel werd daar gefolterd, maar hij heeft niets losgelaten over zijn contacten en zendcode. Van Hamel kreeg de doodstraf en is op 16 juni 1941, 26 jaar oud, op de Crailose schietbaan geëxecuteerd. In 1946 heeft hij postuum de Militaire Willemsorde gekregen.

In Baarn, de woonplaats van zijn ouders, staat sinds 1947 een standbeeld voor Lodewijk en zijn eveneens in het verzet omgekomen broer Gerard.

Op 16 juni 2016 is Van Hamel ter gelegenheid van zijn 75ste sterfdag herdacht tijdens een bijeenkomst bij het kruis op de heide. Daarbij waren vertegenwoordigers van de krijgsmacht, gemeentebestuur en burgers aanwezig.

 

Anne Bosschart, Rudolf s’Jacob en Cornelis van der Vegte

Al voor de oorlog was Anne Anton Bosschart, directeur van een reclamebureau, actief in de strijd tegen het fascisme. Kort na de bezetting nam hij het initiatief om met Rudolf s’Jacob en Cornelis van der Vegte het Comité voor Vrij Nederland op te richten, dat vanaf augustus 1940 de verzetskrant Vrij Nederland ging uitgeven. Ook wist Bosschart een groot aantal illegale groepjes met elkaar in contact te brengen.
In december werd hij door de Duitsers aangehouden en, na een verblijf van ruim een half jaar in het Oranjehotel, op 29 september 1941 op de schietbaan van Crailo gefusilleerd . Bosschart was toen 43 jaar oud.

De Amsterdamse advocaat Rudolf Pieter s’Jacob richtte met Bosschart en Van der Vegte in 1940 het Comité voor Vrij Nederland op. Net als zij werd hij in december van dat jaar opgepakt, vastgezet in het Oranjehotel en op 29 september 1941 bij Crailo doodgeschoten. Hij is 36 jaar geworden.

De directeur van het advertentiebedrijf van De Arbeiderspers in Amsterdam, Cornelis van der Vegte, was de derde oprichter van het Comité voor Vrij Nederland. Daarnaast ging hij al snel optreden als verbindingsman voor de Engelsen. Van der Vegte deelde het lot van zijn medeoprichters: ook hij werd in december 1940 gearresteerd, opgesloten in het Oranjehotel en op 29 september 1941 op 41-jarige leeftijd bij Crailo terechtgesteld.

Het was eigenlijk toeval dat Bosschart, s’Jacob en Van der Vegte op de Crailose heide aan hun einde zijn gekomen. De vrachtauto waarin zij vanuit Amsterdam werden vervoerd was op weg naar Kamp Amersfoort, waar zij zouden worden gefusilleerd, maar kreeg bij Crailo motorpech. De gevangenen brachten de nacht door in een cel van de nabije Kolonel Palmkazerne. De volgende dag arriveerde een executiepeloton uit Amersfoort en werd het 3-tal op de heide achter de kazerne doodgeschoten.

 

   
     
De vijf gefusilleerden op de Bussummerheide.
Van links naar rechts en van boven naar onder:
Lodewijk van Hamel, Anne Bosschart,
Han van Zomeren, Rudolf s’Jacob en
Cornelis van der Vegte.
(Beeld: foto’s Wikipedia.org,
bewerking Henk Bouma.)

Han van Zomeren

Nadat zijn vader in 1937 was overleden, werd Andreas Johannes (Han) Leendert van Zomeren al op zijn zeventiende bedrijfsleider van de Amsterdamse drukkerij Van Zomeren. Hij was een jongeman vol idealen en geloofde in het communisme waarin alles voor iedereen was. In de oorlog verzorgde hij overdag het gewone drukwerk en ’s avonds en ’s nachts produceerde hij pamfletten en manifesten voor de communistische partij, waarin werd opgeroepen tot het plegen van verzet tegen de Duitsers en sabotage. Dat illegale materiaal werd dan ’s ochtends vroeg opgehaald en verspreid.

Op 26 augustus 1941 werd Van Zomeren door de Duitsers aangehouden in de woning van zijn moeder en overgebracht naar het hoofdkwartier van de gevreesde Sicherheitsdienst in de Euterpestraat om ondervraagd te worden. Later werd hij opgesloten in het Huis van Bewaring aan de Weteringschans. Op 10 oktober 1941 werd Han van Zomeren bij Crailo gefusilleerd. Hij was nog maar 21 jaar oud.

In 1999 is het zogeheten gele bruggetje, een houten voetgangersbrug over het Amstelkanaal bij de Waalstraat, naar Han van Zomeren vernoemd. Hij woonde niet ver daarvandaan.

In 2007 is zijn naam toegevoegd aan de vier namen op het gedenkkruis op de Bussummerheide.

 

Bronnen

  • Historische Kring Bussum/Luud Wierenga en Chris Leenders.
  • Bas Kromhout, ‘Oorlogsmonumenten in Nederland’, in: Historisch Nieuwsblad, jrg. 2007 nr. 4.
  • Linda Theebe-Fisser, Lieux de Mémoire: Gedenkkruis op de Bussumerheide, gemeente Hilversum, 2011.

 

 

Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 36, nummer 1 (mei 2020), pag 28-34

Oorlogsgeheimen op de Isaac da Costalaan

Hans Jonker

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel
De afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

In 2010 gaf de Lochemse huisarts D. Voûte in eigen beheer een boekje uit met zijn jeugdherinneringen. Hij beschrijft onder meer de jaren in het ouderlijk huis aan de Bussumse Burgemeester s’Jacoblaan 14 (het huis links van de speelweide).*1

 

Duitse militairen bij de achterburen

Het is in de winter 1944-1945 als de 15-jarige Daan Voûte merkt dat de tussen twee huizen gespannen draadantenne voor zijn zelfgebouwde radio-ontvanger is gebroken. Daan gaat naar de achterburen op de Isaac da Costalaan 33: *2 ‘Ik naar mevrouw Peek om te vragen of ik even op het dak mocht klimmen om de antenne te repareren. De achterdeur was open.In de eerste kamer waar ik aanklopte, maar geen reactie kreeg, deed ik de deur open. Daar zag ik een paar militaire ransels en overjassen, met op iedere ransel een pistool met koppelriem.

In de tweede kamer waar ik aanklopte zag ik twee of drie hoge Duitse militairen. Hoeveel dat er precies waren weet ik niet meer, maar het waren “hoge omes”, dat kon ik aan hun uitmonstering wel zien. Mevrouw Peek hield haar wijsvinger voor haar mond, met andere woorden mond houden. Het repareren van de antenne was akkoord. Deze militairen hadden een in camouflage kleuren geschilderde Citroën. Die was echter iets te lang voor de garage van mevrouw Peek, de garagedeuren moesten daarom open blijven staan. Er werd een zeil over de achterkant van de auto gelegd.’ (…) 

‘Bij mevrouw Peek woonde ook een “meneer De Wit”. We konden het goed met hem vinden.’

 

‘Meneer de Wit’

In zijn memoires schrijft de 80-jarige dokter Voûte: ‘Heel veel later ben ik erachter gekomen dat deze Duitsers leden waren van de staf van Von Rundstedt, die bij mevrouw Peek ondergedoken waren via “meneer De Wit”, evenals hij van adel. Hij was oorspronkelijk de Duitse graaf Von Oberndorff, die geboren was in Brussel en daarom goed Nederlands sprak. Hij was in 1933 genaturaliseerd tot Nederlander en in 1937 ingelijfd in de Nederlandse adel, en reserve majoor algemene dienst. Het werd ons na de capitulatie duidelijk dat hij een belangrijke rol speelde bij de Binnenlandse Strijdkrachten (BS).*3 
De BS-leiders droegen militaire broeken en laarzen, een colbertjasje en daar overheen een koppelriem en een Nederlandse Militaire kepie […]  Alle BS-ers droegen verder een BSband om hun arm.’ (…)  ‘Achteraf is dit alles een zeer linke zaak geweest. Afgezien van de gevaren voor mevrouw Peek en “meneer De Wit”, zolang de Duitsers nog niet gecapituleerd hadden, maar ook daarna.’

Daan Voûte overleed in 2016. Hij heeft niet meer kunnen meemaken dat de gesloten archieven over de bezettingsjaren 1940-1945 na 75 jaar werden vrijgegeven en dat het verhaal van de gesprekken aan de keukentafel van mevrouw Peek in de openbaarheid kwam. Daaruit blijkt dat het allemaal net anders zat dan hij dacht.

 

Mysterieuze bijeenkomsten aan de Da Costalaan

Meteen in de zomer van 1945 was al iets naar buiten gekomen over de mysterieuze bijeenkomsten aan de Isaac da Costalaan.

      
 
C. Verhaar spreekt op een bevrijdingsbijeenkomst in het
Bussumse raadhuis (bron: collectie Verhaar)

Toen de plaatselijk commandant van de Bussumse BS Cees Verhaar op 29 juni stopte met zijn BS-werk, zei hij in zijn afscheidstoespraak al: ‘…Hoe weinig weet ons volk in het algemeen van de wijze waarop de BS tot stand kwam en hoe weinig weten velen van het werk van de “ondergrondse”. Als voorbeeld wil ik schetsen de werkzaamheden die hier in Bussum vóór, tijdens en na de capitulatie door de BS tot stand gebracht zijn. Vóór de capitulatie: toen, terwijl hier nog razzia’s woedden, heeft de leiding der BS reeds met de Duitsche generaals onderhandeld; toen de landelijke en gewestelijke commandanten met generaal Blascowitz besprekingen voerden, is één onzer officieren hier uit Bussum vlak vóór de bevrijding naar de Duitsche commandant gegaan om te vragen of het geen tijd werd zich over te geven.*4

      

De leiding van de BS in Bussum (bron: Nationaal Archief )
 

Een sleutelrol bij deze activiteiten speelde die aardige ‘meneer de Wit’ van Daan Voûte. Achter deze naam ging de in Den Haag woonachtige C.A.A.M.F.A. (Charles) von Oberndorff schuil, die door de Centrale Staf van de BS als verbindingsofficier aan de Bussumse afdeling van de BS was toegevoegd. Hij vond onderdak bij de (eveneens uit Den Haag afkomstige) mevrouw F.J.M. Peek-Dreesmann, verwant aan zowel de kledingzaken- als aan de warenhuisfamilie. Zij was uit haar Haagse woning verdreven en had tijdelijke huisvesting gevonden aan de Da Costalaan in Bussum.

Maar wie was Charles von Oberndorff?

 

Charles von Oberndorff

In 1927 verhuisde de in Brussel geboren zoon van een Duitse topdiplomaat vanuit Zwitserland naar Den Haag. Hij had al overal in Europa gewoond. Het echtpaar Von Oberndorff-Sauvon d’Asamon had zowel de Duitse als de Franse nationaliteit, maar verkreeg in 1933 het Nederlanderschap. In 1936 werden de graaf en zijn eveneens uit adellijke kringen afkomstige vrouw tot de Nederlandse adelstand toegelaten.‘

       
 
De Bredasche Courant van 3 mei 1935
(bron:Koninklijke Bibliotheek)
 

VON OBERNDORFF zou zeer rijk zijn en leven van de rente van zijn kapitaal. Van zijn moeder zou hij aanzienlijke sommen hebben geërfd.’ Dit is geen citaat uit een societyrubriek, maar uit een geheim rapport dat in 1935 door de Centrale Inlichtingen Dienst werd opgesteld in opdracht van de minister van Defensie. *5
Von Oberndorff was onderwerp van observatie geworden. De inlichtingenman schrijft: ‘Graaf VAN OBERNDORFF is aangesloten bij de N.S.B. *6  doch leeft geheel buiten het kringverband Den Haag. Hij treedt op als gevolmachtigde voor MUSSERT in het buitenland’ (…) ‘Hij voert den titel van “perschef voor Buitenlandsche zaken”. De brieven voor hem zouden door een vertrouwden koerier bij hem worden bezorgd en weer gehaald, zoodat die slechts in handen komen van enkele personen. Toen in 1934 MUSSERT een bezoek bracht aan Italië en bij die gelegenheid ook door MUSSOLINI werd ontvangen, had VON OBERNDORFF daartoe het contact gelegd.’

Bij de observaties door de Centrale Inlichtingen Dienst van internationale fascistische conferenties werd telkenmale de centrale rol van Charles von Oberndorff gesignaleerd. Ook de pers begon zich voor deze ‘buitenlander’ in de top van de zo nationalistische NSB te interesseren en stelde de partij vragen over diens loyaliteit. Veel aandacht in de kranten kreeg een vraaggesprek met Charles von Oberndorff door een Franse journalist.*7

In 1937 verliet Von Oberndorff de NSB. Hij was vervolgens in de jaren 1940-1941 actief lid van het extreem rechtse Nationaal Front. Na de oorlog is een brief opgedoken die Charles von Oberndorff op 27 november 1940 aan een partijgenoot schreef.*8 

De ultraconservatieve activiteiten van Von Oberndorff, onder meer als contactman met het Vaticaan en met het regime in Spanje, haalden geregeld de Nederlandse kranten.

 

Van rechtsextremist tot fel anti-Duits?

Graaf Charles von Oberndorff en zijn echtgenote Jacqueline gravin Sauvon d’Asamon waren inmiddels ook geaccepteerde leden van de Haagse high society en als zodanig geregeld te gast bij  plechtigheden waar ook leden van het koningshuis aanwezig waren. Von Oberndorff was lid van de elitaire Maltezer Orde. In de meidagen van 1940 stelde hij zich beschikbaar voor de Geneeskundige Troepen en verwierf daarbij de rang van majoor. Dit alles zou hem later, bij zijn intrede in de kring van de BS, tot voordeel zijn.

        
 
Persmededeelingen van Bureau Houtman’, Verzetsblad,  november 1944
(bron: Koninklijke Bibliotheek)

Na de bevrijding werd een onderzoek naar hem ingesteld. In de dossiers van het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging bevindt zich een ongedateerd bericht van een van de Nederlandse inlichtingendiensten. Het bericht wijst op een veranderde politieke houding van Von Oberndorff.

Onder de codenaam ‘I.2’ schrijft een informant: ‘Is niet lang geleden in 1944 drie of vier maanden ondergedoken geweest daar de S.D. hem wegens spionage zocht. Hierbij is hij aan een onderduikadres geholpen door een illegale organisatie. Toen exponenten van deze organisatie hem verzochten zich beschikbaar te stellen voor illegaal werk, daar hij nu toch ondergedoken was, wees hij dit van de hand met als argument dat als vader van zes kinderen hij hier liever niet aan begon.

Graaf von Oberndorff heeft nooit getracht achter illegale organisaties te komen en is fel anti-Duits. Hij is dan ook sinds 1942 “personen ingrata” bij de Duitsers.*9  En toch waarschuwde het Haagse verzet nog in november 1944 voor Von Oberndorff.

 

Op de witte lijst

Het naoorlogse onderzoek leidde tot niets. Charles von Oberndorff zei geen tijd te hebben voor gesprekken met de politieke recherche, wegens speciale regeringsopdrachten in het buitenland. Het dossier werd gesloten met de constatering dat van enig strafbaar feit niets was gebleken.

        
Bevel prins Bernhard, 30 juni 1945
 

Terug naar de bezettingsjaren. In april 1945 werd Charles von Oberndorff door de Centrale Staf van de BS naar Bussum gedetacheerd. Over een vorm van screening vooraf is niets bekend. Dit was niet uitzonderlijk. Pas toen na de bevrijding bleek dat de BS in de laatste fase van de bezetting overspoeld waren door avonturiers en meelopers, werd er ingegrepen.
Bevelhebber prins Bernhard gaf opdracht om alsnog de antecedenten van alle BS-medewerkers te onderzoeken. Met de opstelling van witte, grijze en zwarte namenlijsten werd het kaf van het koren gescheiden.

         
 
 De zuiveringsverklaring (bron: Nationaal Archief)

Ook Charles von Oberndorff werd op basis van deze criteria doorgelicht. Op welke manier deze ‘zuivering’ plaatsvond, is niet vastgelegd, wel het resultaat: Von Oberndorff kreeg een plaats op de witte lijst.

 

 

Afspraken aan de keukentafel?

Opnieuw terug naar de bezettingsjaren. Uitvoerig onderzoek in de archieven van de BS heeft geen enkel schriftelijk bewijs opgeleverd van activiteiten van Charles von Oberndorff op landelijk niveau vanuit de villa aan de Da Costalaan. Ook de officiële geschiedschrijving van de Tweede Wereldoorlog in opdracht van de Nederlandse Regering *10 noemt in al haar gedetailleerdheid geen aandeel vanuit Bussum in de slotfase van de bevrijding van het land.
Toch is er goede reden om ervan uit te gaan dat dit aandeel er wel degelijk is geweest. In aansluiting op wat C. Verhaar al in zijn toespraak van 29 juni 1945 onthulde, geeft hij als plaatselijk commandant een dag later in een bedankbrief aan Von Oberndorff meer details over diens activiteiten.
      
Graaf von Oberndorff en Ortskommandant
Giese bij het raadhuis
 

Een van de familieleden van Charles von Oberndorff weet zich te herinneren dat Charles hem ooit vertelde dat generaal Blaskovitz en hij elkaar van vroeger kenden en dat dit hem toegang gaf tot diens hoofdkwartier in Hilversum.*11

Is het bluf? Is het interessantdoenerij? Is het fantasie? We weten het niet.

      
 
Bedankbrief C. Verhaar aan Ch.von Oberndorff
(bron: collectie familie Verhaar)

Ook over betrokkenheid van Charles von Oberndorff bij de contacten tussen het verzet en deserterende Duitse dienstplichtigen is in de bewaard gebleven aantekeningen over deze gebeurtenis niets terug te vinden.

De bijdrage van Von Oberndorff aan de regeling van de gezagsoverdracht in Bussum is echter onomstreden. Zijn talenkennis en goede contactuele vermogens zijn van grote waarde geweest bij een nagenoeg probleemloze uitvoering van de wellicht eerder aan de keukentafel van mevrouw Peek gemaakte afspraken.

 

 

Pistolen in de fietstas

Door de ontsluiting van de archieven van de BS zijn veel nieuwe details over de bevrijding van Bussum nu openbaar. In een later artikel zal dit deel van het verhaal nog eens worden verteld.

            
Graaf von Oberndorff op de trap van het raadhuis
 

Hier ten slotte alvast nog een citaat uit de jeugdherinneringen van Daan Voûte: ‘… hoge Duitse militairen hebben zich na de capitulatie overgegeven aan onze buurman Pierre Versteegh Jr. van de Binnenlandse Strijdkrachten. Ik zie hem nog hun pistolen in zijn fietstas doen. Daar had ik er eigenlijk wel een van willen hebben! *12

 

Noten

  1. Daan Voûte: Schooljongen in oorlogstijd (uitgave in eigen beheer, Lochem 2010)
  2. Op 11 mei 1943 werd de naar de Joodse schrijver Isaac da Costa vernoemde laan omgedoopt in Jacob van Lenneplaan. Na de bevrijding keerde de oude naam meteen weer terug.
  3. De Binnenlandse Strijdkrachten werden in september 1944 door de Nederlandse regering in ballingschap opgericht. De bedoeling was het beheersbaar houden van de situatie in bezet Nederland in het vooruitzicht van de naderende bevrijding. Met name door de aanvoer van grote partijen wapens was een strakke regie nodig. Voor de leidinggevende functies werden voormalige officieren en onderofficieren gevraagd. Een systematische opdeling in provinciale, gewestelijke en plaatselijke afdelingen en een op het militaire rangenstelsel gebaseerde functieverdeling met de daarbij behorende bevoegdheden zorgden voor de beoogde strakke organisatie.
  4. Getypte persoonlijke notities van C. Verhaar (bron: collectie familie Verhaar)
  5. Rapport Centrale Inlichtingen Dienst No. 19625
    ( bron: Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis)
  6. De Nationaal Socialistische Beweging
  7. Zie Maarten van Voorst ‘Charles von Oberndorff. Ein Diplomat auf Abwegen’ (Luxemburg 2019) http:// www.land.lu/page/article/809/335809/DEU/index. html 
  8. Citaat: ‘Op alle punten in de Nederlandsche volkshuishouding en het Nederlandsche cultuurleven, van waaruit invloed kan worden uitgeoefend op de eigen aard van het Nederlandsche volk (onderwijs en opvoeding) zullen in het belang van dit volk Nederlanders moeten zetelen, bijgevolg géén Joden. Het doel van de maatregelen die te dien einde binnen korten tijd genomen moeten worden is een Nederlandsch Volk in een Nederlandschen Staat te doen leven, dat aan geen enkel gevaar voor zijn eigen aard en zijn cultuur is blootgesteld. De Joden zullen begrip moeten toonen voor de historische noodzaak van deze beslissing.’ Brief aan C.Ruygers
    (bron: NIOD)
  9. Dossier CABR (PRA Den Haag 29449 (bron: Nationaal Archief )
  10. Dr. L. de Jong: Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog
  11. Brief schoonzoon F. van Geen aan Maarten van Voorst d.d. 22 augustus 2019 (bron: collectie Maarten van Voorst)
  12. Dit artikel kwam tot stand met hulp van Henk Verhaar en Geraldine Klomp (Vreeland) en van Maarten van Voorst (Luxemburg), waarvoor veel dank.

 

 

 

Actueel

Fusie archiefdiensten in aantocht

   
 

De archieven van Gooise Meren /Huizen -met de vestiging in Naarden Vesting- en het Streekarchief Gooi en Vechtstreek in Hilversum, dat voor Hilversum, Wijdemeren, Laren en Blaricum archieftaken uitvoert, gaan fuseren. Dat meldt Bussums Nieuws Extra op basis van een collegebrief van wethouder Geert-Jan Hendriks aan de gemeenteraad van Gooise Meren. Volgens hem blijkt de schaalgrootte van de afzonderlijk archiefdiensten niet meer passend voor de opgaven waar het archief tegenwoordig voor staat, zoals het digitaal opslaan en beheren in een E-depot. 'Het onderzoek naar deze optie laat weinig ruimte voor twijfel: fuseren is een uitgelezen kans om te komen tot een robuuste organisatie die beter toegerust is voor de opgaven van de archiefdiensten'  staat in de brief.

Lees meer...

Foto van de maand

Juni 2022

Dit is de Groot Hertoginnelaan, vermoedelijk jaren ’20 of ‘30 van de vorige eeuw. Wat opvalt is de rust, die de foto uitstraalt. Een groot contrast met al het verkeer dat nu door de laan rijdt. De kinderen konden toen hier nog op straat spelen. We zien drie grote villa’s, waarvan er enkelen nu ook nog moeten staan, maar door de huidige begroeiing aan het oog zijn onttrokken. Kunt u ons vertellen welke dat zijn en welke huisnummers het betreft? Uw reactie gaarne naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. 

HKB Nieuws

Excursie grafheuvels

Vrijdagmiddag 10 juni maakte een groep vrijwilligers van de Historische Kring Bussum  en andere belangstellenden een ontdekkingstocht naar de grafheuvels in het heidegebied tussen Bussum en Hilversum. Dit onder leiding van Sander Koopman van de archeologenvereniging ANW Naerdincklant. De excursie betekende een pittige wandeling van ruim twee uur over de Bussumerheide en de Westerheide. Daarbij werden de grafheuvels bekeken, het gebied met het urnenveld en de Lange Heul, met de plaats van een verdwenen middeleeuwse boerderij, waar ook een grafheuvel heeft gelegen.

Lees meer...

We hebben 78 gasten en geen leden online