Home
Open Menu
Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 36, nummer 2 (september 2020), pag 36-37

De schoenmaker bleef bij zijn leest: schoenmakers Iking in Bussum 

Nol Verhagen

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel
De afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

 

Laten we het thema van de Open Monumentdagen 2020 eens letterlijk nemen: monumenten van leer. Waarbij we het woord monument dan wel weer een beetje overdrachtelijk moeten interpreteren.

Nog niet zo lang geleden kende Bussum, net als alle andere steden en dorpen, een grote verscheidenheid aan schoenwinkels en schoenmakers. Een blik in de gemeentegidsen uit de jaren vijftig laat zien dat er in Bussum tientallen schoenherstellers actief waren. Sommigen van hen waren zo lang werkzaam en bij een zo breed publiek bekend dat je ze gerust een monument kunt noemen. In Bussum gold dat tot voor zeer kort in elk geval voor de vertegenwoordigers van de familie Iking. De laatste Iking, Mark, sloot pas op oudejaarsdag 2019 de deur van zijn schoenmakerij aan de Kapelstraat 5. Daarmee kwam een einde aan op de kop af 100 jaar aanwezigheid van schoenmakers Iking in Bussum.

 

Vijf generaties schoenmakers

De familietraditie gaat eigenlijk nog veel verder terug, want de Ikings beoefenden het schoenmakersvak gedurende zeker vijf generaties: overgrootvader, grootvader, vader en ooms, zoons en een kleinzoon. Die laatste is de reeds genoemde Mark Iking van de Kapelstraat.

De eerste Iking die zich in Bussum meldde, kwam in 1913 uit Arnhem, waar zijn vader en grootvader al als schoenmaker werkten. Begonnen als knecht in zijn vaders schoenmakerij, verhuisde hij naar Bussum om bij Kort Schoenen aan de slag te gaan. In 1919 begon hij voor zichzelf aan de Laarderweg 61. In 1928 verhuisde het bedrijfje naar de Bijlstraat 100 en in 1933 naar de best wel deftige Van ’t Hoffweg 43, waar toen net nieuwe huizen werden gebouwd. De schoenmakerij was destijds gewoon aan huis gevestigd, in een ruimte achter de woonkamer, of in een schuur naast het huis.

De vier zoons werden allemaal schoenmaker, zij het soms via een omweg. Ben Iking, die later de zaak aan de Van ’t Hoffweg zou overnemen, zat eerst op het seminarie voor zijn opleiding tot katholiek priester, waarna hij zich wegens gebrek aan roeping toch maar tot het schoenmakersvak bekeerde. In 1935 kwam hij bij zijn vader in de zaak en in 1952 nam hij, 34 jaar oud, de zaak over.
In april 1984 legde hij het bijltje, of liever de hamer, erbij neer. Arnout van Soest van de Bussumsche Courant interviewde hem bij die gelegenheid.

 

Een kijkje achter de schermen

Dat interview geeft een aardig beeld van hoe het er in de jaren dertig en veertig, en misschien wel tot in de jaren vijftig, aan toe ging. ‘Je werkte van ’s morgens half acht tot ’s avonds zes uur. ’s Avonds moest je de schoenen wegbrengen. En ’s maandags was het klantenhoordag, dan ging je de huizen langs om te vragen of er nog iets gerepareerd moest worden.’ ‘Je probeerde ook nieuwe klanten te werven. Er waren in die tijd zo’n vijftig schoenmakers in Bussum, dus er was een grote slag om de klanten. Dan wist je dat er ergens nieuwe mensen waren komen wonen en daar ging je maandagsmorgens meteen naar toe. Maar dan kon het gebeuren dat je om kwart over acht aanbelde en te horen kreeg dat een andere schoenmaker je vóór was geweest.’
‘Zaterdag werkte je tot één uur, tot de vrije zaterdag er door kwam, en daarna ging je je werkplaats opruimen en de machines smeren. Vakantie? We begonnen met één week in het jaar. Alle schoenmakers in Bussum namen dan in de week die volgde op 15 augustus vrij.’ Dat laatste was bedoeld om elkaar niet nodeloos te beconcurreren.

Tot de jaren zeventig gingen de zaken goed. Een gouden tijd was de opkomst van de naaldhak, maar Ben kreeg de zenuwen van het gepriegel aan die dingen. Daarna verschenen goedkope schoenen op de markt, die de kosten van de reparatie niet meer waard waren. Iking moest zijn zaak afbouwen. Hij had ooit wel vier man personeel, maar moest hen nu ontslaan, zelfs zijn eigen broer, die 25 jaar bij hem had gewerkt. Uiteindelijk bleef hij alleen over. Toch repareerde hij in de jaren tachtig nog gemiddeld veertig schoenen per dag. Totdat hij in 1984 besloot ermee op te houden.

De laatste der Mohikanen

Toen was alleen schoenmaker Mark Iking aan de Kapelstraat nog over. Diens vader, broer van de hierboven genoemde Ben Iking, werkte aanvankelijk ook in zijn vaders schoenmakerij aan de Van ’t Hoffweg, maar begon in 1953 voor zichzelf. Mark kwam in 1968 als 14-jarige bij zijn vader in de zaak. In 1996, toen zijn vader stopte, nam Mark het bedrijf over. Ook hier in het begin alleen maar een werkplaats, pas later is er een winkel gekomen en verhuisde de werkplaats naar waar vroeger de woonkamer was.
Mark signaleert de teloorgang van het schoenmakersvak. ‘Druk was het toen puntige schoenen in de mode waren. Die punten gingen snel kapot. Daarvóór waren van die dikke plateauzolen hip, daar was geen droog brood aan te verdienen. Nu is er zoveel plastic en dat valt niet echt te repareren.’
Bij zijn afscheid op oudejaarsdag 2019 krijgt Mark een zoen van koningin Maxima, het wapenschild van Hofleverancier en de bronzen legpenning van de gemeente Gooise Meren. Alleen de laatste is echt, uitgereikt door wethouder (tevens klant) Alexander Luijten.

Bron

  • Bussumsche Courant, april 1984
  • BussumsNieuws, januari 2020

 

 

Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 36, nummer 1 (mei 2020), pag 1

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel
De afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

HKBdeflogo2020ZW kleinHistorische Kring Bussum
Opgericht 7 juni 1983
ISSN 1871-2266

Bussums Historisch Tijdschrift
Jaargang 36 nr. 1 – mei 2020
Losse verkoop € 7,50
Uitgever: Historische Kring Bussum 

Redactie: Frank de Groot, Anneke van de Koppel, Nol Verhagen
Redactiesecretariaat: Inge Engelbarts, Lijsterlaan 313, 1403 AX Bussum. E-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Medewerkers aan dit nummer: Annet Betsalel, Eric Bor, Hans Bouma, Guusje Hent, Hans Jonker, Klaas Oosterom, Robert Vreugdenhil
Foto’s en beeldmateriaal: aangeleverd door auteurs, diverse archieven, archief HKB; zie verder artikelen
Vormgeving: Anneke van de Koppel
Druk: Drukkerij Walden, Bussum

Documentatiecentrum
Adres: Stationsweg 3, 1404 AN Bussum
Telefoon: 035-69 129 68
Openingstijden: maandag, woensdag en donderdag van 10.30-12.00 uur; vrijdag van 13.30-15.30 uur; of op afspraak
E-mail: hkb@historischekringbussum.nl
Website: www.historischekringbussum.nl
Facebook: www.facebook.com/HistorischeKringBussum/

Lidmaatschap & abonnement 
De (minimum) contributie bedraagt € 15,00 per kalenderjaar. Voor verzending buiten Bussum, Naarden en de Hilversumse Meent wordt dit bedrag met € 7,50 verzendkosten verhoogd.U kunt zich aanmelden als lid bij voorkeur per e-mail aan Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of telefonisch 035-6912968. Opzegging schriftelijk vóór 1 december. Nieuwe leden ontvangen alle nummers van het tijdschrift van het lopende jaar.
Contributie en donaties: NL93 INGB 000 46 168 07
Losse nummers van het tijdschrift zijn voor € 7,50 verkrijgbaar bij het Documentatiecentrum en bij Boekhandel Los en Boekhandel Bruna te Bussum.

Advertenties 
Voor informatie kunt u contact opnemen met de redactie, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of telefoon 035-6919221 

  
 
blz. 20

 

Inhoud

 3  Van de redactie
 4  De Joodse Gemeente Bussum tijdens de Tweede Wereldoorlog
 8  Gedenkroute 2020 
14 Hasjalsjèeleth, periodiek voor ondergedoken joden in Nederland 
17 Afscheidsbrief van een vergeten Bussumse verzetsheld
20 Negen straten vernoemd naar elf verzetsstrijders  

  
 
pag. 24

24 Het gedenkkruis op de Bussummerheide 
28 Oorlogsgeheimen op de Isaac da Costalaan
35 Het Willem de Zwijger College in de oorlog
40 De moord op de nachtportier 
43 Bussum in Boeken

Omslagillustratie: Canadees defilé mei 1945 Brinklaan gezien vanaf het bordes van het gemeentehuis (foto-archief Chris Leenders).

Auteursrecht voorbehouden. Gehele of gedeeltelijke overneming of reproductie van de inhoud van deze uitgave, op welke wijze dan ook, is zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende verboden, behoudens beperkingen bij de wet gesteld. Secretariaat: Stationsweg 3, 1404 AN Bussum

De Vereniging
De Historische Kring Bussum stelt zich ten doel het bevorderen van de kennis van en de belangstelling voor de geschiedenis van Bussum en omgeving en zet zich in voor het belang en behoud van het cultureel en historisch erfgoed aldaar. Zij probeert dat doel te bereiken door een documentatiecentrum in stand te houden, een tijdschrift uit te geven en tentoonstellingen, lezingen en excursies te organiseren.
De vereniging heeft een aantal werkgroepen die historisch materiaal verzamelen, bestuderen, publiceren en opnemen in de digitale database van de HKB.De Historische Kring Bussum is per 1 januari 2011 aangemerkt als ANBI (algemeen nut beogende instelling). Het fiscaal nummer is RSIN 8166.01.227.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 36, nummer 1 (mei 2020), pag 3

Onderdrukking en verzet: 75 jaar bevrijd

De redactie

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel

 

Dit jaar is het 75 jaar geleden dat Noordwest-Nederland als een van de laatste plekken van Europa werd bevrijd van de Duitse bezetting. Ook Bussum werd toen verlost van het juk van de oorlog. Hoewel Bussum niet erg te lijden had gehad van direct oorlogsgeweld, hadden de bezetting en vooral de hongerwinter zwaar op de bevolking gedrukt. Nog veel erger was de bezetting geweest voor de joodse medeburgers, van wie velen waren weggevoerd om nooit meer terug te keren; veel anderen waren ondergedoken, met alle angsten en benauwenissen van dien. Als we ons vandaag de dag in het nauw gebracht voelen door het coronavirus, kunnen we ons misschien een beetje voorstellen hoe het onze ouders en grootouders te moede moet zijn geweest in die bange jaren.

Vijf jaar geleden, in 2015, keken we in BHT 31, nr. 1 door de ogen van de Bussumse huisschilder Piet Bierman naar de laatste oorlogswinter, die voor hem en veel anderen vooral in het teken stond van de honger. In deze aflevering van BHT besteden we aandacht aan enkele groepen voor wie de oorlog een nog veel grotere impact had: onze joodse medeburgers en de helden die in verzet kwamen tegen de bezetter. Velen van hen moesten de oorlog met de dood bekopen. Wij kunnen hen eren door hen te herdenken.

Daarom staan in dit nummer twee herdenkingen centraal. De eerste is de Gedenkroute door de gemeente Gooise Meren, die Annet Betsalel in samenwerking met onder andere de Historische Kring Bussum heeft ontworpen en die later in dit jaar in gebruik zal worden genomen. De route voert langs 15 locaties die herinneren aan personen of gebeurtenissen die met de Tweede Wereldoorlog verbonden zijn. Annet gaat dieper in op drie locaties uit de route. Daarnaast schetst zij een beeld van de Joodse Gemeente van Bussum, vóór en vooral ín de oorlog. 

De tweede herdenking betreft een 11-tal verzetslieden naar wie in de Westereng, in een van de eerste na-oorlogse buurten van Bussum, straten zijn genoemd. Zij zijn bij lange na niet de enige verzetslieden uit onze gemeente, maar wel de enige die op deze wijze een vaste plaats in de openbare ruimte van Bussum hebben gekregen. De summiere aanduidingen op de straatnaambordjes worden ter gelegenheid van dit bevrijdingsjubileum aangevuld met een door de Historische Kring Bussum ontwikkelde plaquette, die mede dankzij een bijdrage van de Rotary Club Bussum in de loop van het jaar bevestigd zal wordenaan de zijgevel van Fokke Bleekerstraat 1. 

Het verleden en de herinnering daaraan levend houden is een van de kerntaken van de Historische Kring Bussum. Een taak die wel bijzonder relevant is als het gaat om oorlog, onderdrukking en verzet.

 

 

Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 36, nummer 1 (mei 2020), pag 4-7

De Joodse Gemeente Bussum tijdens de Tweede Wereldoorlog 

Annet Betsalel

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel
De afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

 

Nadat Hitler in 1933 in Duitsland aan de macht was gekomen, kende de Joodse Gemeente Bussum (opgericht in 1917, en ook Naarden, Blaricum en Huizen omvattend) een explosieve groei door de komst van vele Duitse vluchtelingen, die de nazistische agressie tegen de joodse bevolking in hun vaderland waren ontvlucht. Na de Reichskristallnacht in 1938 werd er een comité voor de opvang van deze vluchtelingen opgericht. Veel Duits-joodse kinderen werden opgevangen in het Burgerweeshuis in Naarden. Burgemeester Boddens Hosang kwam met zijn echtgenote de kinderen persoonlijk van het station halen. Na korte tijd werden zij ondergebracht bij joodse gezinnen en instellingen. Toen de Duitsers op 10 mei 1940 het neutrale Nederland binnenvielen, was de paniek in de Joodse gemeenschap groot vanwege de kennis die men had van de situatie van de joodse bevolking in Duitsland en Oostenrijk. Het aantal zelfdodingen onder de joodse bevolking (ook die van Bussum) was schrikbarend hoog.

 

De oorlogsjaren

In de loop van 1941 werden ook in Bussum aan de joodse bevolking steeds meer maatregelen opgelegd om hen te isoleren uit de maatschappij. Zo werden alle joodse ambtenaren en leraren ontslagen,werden oden uitgesloten van het openbare leven (theater, café, sport etc.) en mochten joodse kinderen na de zomer van 1941 geen lessen meer volgen op de scholen die zij bezochten.

      
 
Yf Vissel met zijn gezin

In Bussum werd voor de circa 100 joodse leerlingen van de lagere scholen in Bussum, Naarden en Muiderberg in alle haast een ‘School voor kinderen van Joodschen bloede’ opgericht. De joodse middelbare school kwam in Hilversum. Onder de bezielende leiding van Ys Vissel (voormalig leraar aan het Gooiland Instituut) werd het joodse schooltje in Bussum gerund in een pand in de Willemslaan.
Later verhuisde de school naar de Mecklenburglaan 14, waar de familie Minkenhoff kantoor aan huis hield. Met veel moeite werden joodse leerkrachten gevonden. Maar door de 
gedwongen evacuaties in de loop van 1942 daalde het aantal leerlingen drastisch en in de zomer van 1942 moest de school sluiten.

     
Sal van Gelder
 

Binnen de joodse gemeenschap werd met man en macht gewerkt aan het in standhouden van een sociaal en cultureel leven voor de joden, die inmiddels waren uitgesloten van alle openbare faciliteiten. Cursussen, muziekavonden, een eigen uitleenbibliotheek, administratief centrum: de synagoge aan de Kromme Englaan werd het levende joodse centrum voor iedereen, traditioneel of niet. De activiteiten werden grotendeels geïnitieerd en gecoördineerd door de in mei 1941 aangetreden jonge voorganger en secretaris Sal van Gelder en de bestuurders Louis Zeehandelaar en Sam van Perlstein.

Eind juni 1942 kregen de joodse inwoners de opdracht naar Amsterdam te vertrekken. De treinreis (met speciale treinen) moesten de geëvacueerden zelf betalen. Een circulaire in de archieven van de Joodse gemeente van 22 juni 1942 laat zien dat de bestuurders van Joods Bussum hun leden opriepen om ‘de uren tot het vertrek van den trein in het Gebouw der Gemeente door te brengen. U kunt daar tevens uw lunch nuttigen’. De circulaire eindigt met de woorden: ‘Het Kerkbestuur is overtuigd, dat U ook in de komende dagen de kracht zult vinden, om datgene wat gedragen moet worden, te dragen. Het wenscht U hiertoe kracht en goeden moed!’ Getekend: de heren Zeehandelaar (voorzitter) en Van Gelder (secretaris).

Het moet een emotioneel gezamenlijk wachten op de trein zijn geweest en voor velen zou dit het laatste weerzien blijken. Vermoedelijk is de mensen aangeraden om zich in Amsterdam te laten registreren en vervolgens onder te duiken. Vanaf die periode doken steeds meer joodse mensen onder, of traden zelfs toe tot het verzet. Een heel belangrijke actie hierbij was het laten onderduiken van de administratie van de Joodse gemeente door Philip Krant, prominent lid van de gemeente, in de opslagruimte bij zijn winkel aan de Hoogeweg. Hierdoor konden veel mensen niet worden getraceerd als leden van de Joodse Gemeente. Zij kwamen daardoor zonder kleerscheuren de oorlog door. Voorganger Van Gelder bracht de thorarollen naar dominee Manger van de Lutherse kerk, en de kostbare rituele voorwerpen naar de timmerman die werkzaam was voor de Joodse Gemeente. Zowel de bewaarders als de verborgen voorwerpen kwamen de oorlog veilig door; de voorwerpen werden meteen na de bevrijding teruggebracht en weer in gebruik genomen door de uit onderduik en kampen teruggekeerde overlevenden van de Joodse Gemeente.

      
 
Sam van Perlstein met kleindochter Nicky in 195

 

Joods verzet in ’t Gooi

Een belangrijke rol in het overleven van veel joodse mensen speelden bestuurder Sam van Perlstein en voorganger Sal van Gelder. Sam wist van zijn ster af te komen met de hulp van twee Duitse Wehrmacht-soldaten, Werner Klemke en Johann Gerhardt (respectievelijk graficus en fotograaf ), die door het vervalsen van een Duitse geboorteakte hebben bijgedragen aan de ‘arisering’ van Van Perlstein. Hij kreeg zijn bedrijf (dat in 1941 was onteigend door de Duitsers) weer terug en met de inkomsten daarvan kon een groot onderduiknetwerk worden gefinancierd. Historicus Ben Braber schat de omvang daarvan op zo’n 500 mensen. Gerhardt sneuvelde helaas tijdens de gevechten in Brabant in oktober 1944, Klemke zou de oorlog overleven en later een beroemde illustrator worden in de voormalige DDR.

      
Werner Klemke, geheel rechts
 

Een aanzienlijk aantal joden uit Bussum en omgeving die bij het verzet waren betrokken, betaalden hun verzetsactiviteiten met de dood en werden gefusilleerd. Onder hen Gerhard Badrian, Leon Beek, Jaap Poppers, Hildo Cohen, Izak Dasberg en Ernst Cahn. Anderen, zoals Carl Cahn, ook aangesloten bij het verzet, wisten te overleven.

 

Hasjalsjèeleth (De Keten)

Al in juni 1944 begon Sal van Gelder met andere onderduikers na te denken over hoe joods Nederland zich na de oorlog moest organiseren. Ze legden dat vast in een 30 blz. dik manifest.Het is een indrukwekkend en revolutionair stuk geworden, waaraan ook Hans Keilson, Nathan en Ies Dasberg, journalist Sam Hamburger en Dick Goudsmit meewerkten. Ook besloten ze een krant uit te geven om de joodse onderduikers morele steun te bieden. Elders in dit nummer staat een artikel over deze krant: Hasjalsjèeleth.

 

De bevrijding

Onder de bezielende leiding van voorganger Van Gelder werd enkele dagen na de bevrijding, op 11 mei 1945, in de Bussumse synagoge een speciale dienst gehouden, waarvoor zoveel belangstelling bestond dat er 150 mensen buiten in de Kromme Englaan moesten blijven staan en er een herhaling van de dienst nodig was.
De tekst die tijdens de dienst werd uitgesproken ontroert diep, tot op de dag van vandaag. Van de 1400 geregistreerde joden in 1940 uit Bussum, Naarden en Huizen is het aantal slachtoffers van de Duitse terreur circa 600, onder wie 100 kinderen. Dat het er niet meer waren (het percentage slachtoffers lag in veel Joodse Gemeenten in Nederland een stuk hoger), is voor een groot deel te danken aan de vooruitziende blik en de durf van Sal van Gelder en Sam van Perlstein, maar zeker ook aan die mensen die hun harten en hun huizen hebben opengesteld voor hun joodse medemens.

       
 
De eerste na-oorlogse dienst in de synagoge, 11 mei 1945

In augustus 1945 hield men volgens de notulen van de Joodse Gemeente alweer een ledenvergadering en werd Van Perlstein als voorzitter benoemd. In vier joodse weeshuizen in Bussum werden met steun van de Joodse gemeente tientallen verweesde kinderen opgevangen. Veel van die kinderen zouden uiteindelijk naar Israël emigreren. In de jaren 1945-1946 vonden er alweer tien joodse huwelijken in de synagoge plaats, een record. Daar waar vele andere kleine Joodse Gemeenten niet de kracht vonden om de gemeenschap weer op te bouwen, bouwde de Joodse Gemeente Bussum weer aan zijn toekomst.

 

Geraadpleegde literatuur en websites

  • Ben Braber, Zelfs als wij zullen verliezen – Joden in verzet en illegaliteit 1940-1945, 1990
  • J. Michman e.a., Pinkas, geschiedenis van de joodse gemeenschap in Nederland, 1992
  • Paul Schneiders, Buitengewoon Bussum, een villadorp in benarde tijden, 2006
  • L.E. Winkel, De ondergrondse pers 1940-1945, 1954
  • Hendrik Henrichs, De Synagoge van Naarden, 1730-1935, 1982
  • Richard Mouw, De Laan uit – Een Gooise wijk in crisis en oorlog, 2016
  • Joan Bruineman, Metterdaad: vijf jaar onderdrukking en verzet in Bussum, 1985
  • Sara Veffer & Ray Sonin, Hidden for 1000 days, 1960
  • Archiefstukken Joodse Gemeente Bussum
  • Joods Historisch Museum
  • Archieven Nederlands Israëlitisch Weekblad
  • Joods Weekblad De Vrijdagavond
  • Historische Kring Bussum (diverse artikelen)
  • Stichting Vijverberg (diverse artikelen)
  • Digitaal krantenarchief De Gooi- en Eemlander
  • Digitaal krantenarchief Koninklijke Bibliotheek
  • Beeldvanbussum.nl
  • JHM.nl
  • Joodsmonument.nl
  • 100jaarjoodsbussum.nl

 

 

Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 36, nummer 1 (mei 2020), pag 8-13

Gedenkroute 2020

Annet Betsalel

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel
De afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

 

Ter gelegenheid van de herdenking van de bevrijding, dit jaar precies 75 jaar geleden, heeft Annet Betsalel in samenwerking met onder andere de Historische Kring Bussum een gedenkroute ontwikkeld.Vanwege de coronacrisis zal de ingebruikneming van deze route pas later in het jaar kunnen plaatsvinden. De route leidt de wandelaar/fietser langs een aantal locaties in de gemeente Gooise Meren, die herinneren aan de oorlog en in het bijzonder aan de vervolging van onze joodse dorps- en streekgenoten. Op alle locaties is via een QR-code informatie (+ een filmpje) beschikbaar over de betreffende locatie. Ook in de gedrukte routebeschrijving wordt van elke locatie een korte karakteristiek opgenomen. Hieronder worden alvast drie locaties uitgelicht, door middel van een uitvoeriger beschrijving dan in een routebeschrijving of achter een QR-code passen.

 

Mecklenburglaan 14

De familie Minkenhoff kwam aan het begin van de 20ste eeuw vanuit Amsterdam naar Bussum en vestigde hier een fabriek die in waterdichte kleding was gespecialiseerd. In 1930 nam zoon Paul de zaak over van zijn vader Isaac. Broer Herman werd journalist. De familie was uiterst betrokken bij de jonge Joodse Gemeente, die mede door Isaac in 1917 was opgericht. Diverse familieleden vervulden bestuursfuncties binnen de gemeente. De naam Minkenhoff komt ook voor als Minekenhoff of Minkenhof.

Paul Minkenhoff trouwde in 1927 met Anita Witteboon. Het echtpaar kreeg twee zoons: Eddy, geboren op 15  september 1928, en vijf jaar later zijn broertje Robbie. De broers groeiden op in het bovenhuis aan de Mecklenburglaan 14 in Bussum. Beneden was het kantoor van de zaak gevestigd.

Eddy was actief bij de padvinderij, ging naar de Bussumse Montessorischool en in 1940 naar de Gooische HBS. Na de zomer van 1941 werden de joodse leerlingen niet meer tot de reguliere scholen toegelaten. Eddy vertrok naar het Joods Lyceum in Hilversum, opgericht om de joodse kinderen uit de regio middelbaar onderwijs te geven.

De zaak van Paul Minkenhoff was door de Duitsers onteigend. Hij stelde het kantoor beschikbaar om de joodse lagere school in te herbergen, tot deze eind 1942 werd gesloten. Alle leerlingen waren toen inmiddels met hun families óf geëvacueerd naar Amsterdam óf ondergedoken. Robbie Minkenhoff is te zien op een kinderfeestje in 1941, in het zaaltje van de synagoge van Bussum. Het zou het laatste feestje zijn.

     
 
Het laatste feestje in de synagoge, 1941

De familie Minkenhoff wist tot januari 1943 in Bussum te blijven, maar moest uiteindelijk toch ook naar Amsterdam evacueren. Ze kwamen terecht op de Prinsengracht 53. Eddy ging korte tijd naar het Joods Lyceum in Amsterdam, waar ook andere geëvacueerde kinderen uit Bussum en Naarden zaten. Niet lang daarna moest de familie op transport naar Westerbork, waar ze korte tijd bleven. Het overlijden van het hele gezin in Sobibor is geregistreerd in juni 1943. Een maand later stierf daar ook Eddy’s 88-jarige grootvader Isaac, op dezelfde dag als zijn oom Herman.

Onlangs zijn brieven van Eddy aan zijn buurjongen Wout Valk uit de periode 1941-1943 opgedoken. De eerste brieven dateren van oktober 1941 toen Wout van school was gestuurd en in Baarn bij familie woonde. In maart 1943 keerde Wout terug naar Bussum, Eddy was inmiddels geëvacueerd naar Amsterdam. Het laatste briefje dateert van 26 april 1943, verstuurd vanuit Westerbork.

     
Eddy Minkenhoff
als padvinder, 1939
 

In 1941 is Eddy 13 jaar en de onderwerpen uit de brieven en het taalgebruik zijn typisch voor deze leeftijd: verliefdheden, schoolzaken, zijn grammofoonplaten collectie, met woorden als ‘tabé’ en ‘een brief pennen’. In 1943, vanuit het evacuatieadres in Amsterdam, gaan de brieven meer en meer over de oorlog, al krijgen ook zijn schoolactiviteiten in Amsterdam aandacht, zoals de schoolkrant en vakanties. Vertrek van bekenden onder meer naar Westerbork wordt genoemd, en er worden cryptische aanduidingen als ‘rustkuur’ en ‘activiteiten’ gebruikt als schuilwoorden voor respectievelijk onderduiken en razzia’s. Veel namen van bekenden uit Naarden en Bussum worden genoemd.

     
 
 Laatste bericht van Eddy aan Wouter Valk

Eddy’s laatste kaartje aan Wout komt uit Westerbork. Hij moet vanuit de trein van Amsterdam naar Westerbork een laatste blik op Bussum hebben geworpen, want hij schrijft: ‘Toen we Bussum passeerden, zagen we Noor [zus van Wout] nog ergens staan.’

De omschrijving van de barak (‘de bedden zijn net als in een boot: 3 boven elkaar’) is weer typisch jongenstaal, alsof het allemaal één groot avontuur is. Ook het afsluitende ‘Schrijf je gauw terug?’ met het bijgevoegde adres in Hooghalen hoort bij deze jongenstaal, al lijkt de voorafgaande zin ‘we zijn vol goede moed en hopen bij elkaar te blijven’ uit een ander verhaal afkomstig: een standaard formulering in veel brieven die vanuit Westerbork zijn geschreven, onder druk van de strakke censuur in het kamp, om op deze manier het thuisfront (valselijk) gerust te stellen.

Eddy is 14 jaar oud geworden, zijn broertje Robbie 10.

 

Vaartweg 26

     
 
Het gezin Veffer in 1936

De familie Veffer (Jonas, Sara en zes kinderen) woonde aan de Stationsweg 34, boven de bloemenwinkel van Jonas. De zaak liep goed en de familie is nog steeds in het bezit van de bedankbrief van prinses Juliana en prins Bernhard voor het prachtige boeket ter gelegenheid van hun verloving in 1936.

Toen de oorlog uitbrak was het oudste kind 16, het jongste 6 jaar oud. In september 1942 besloot het gezin onder te duiken in plaats van vrijwillig te evacueren naar Amsterdam, zeker nadat ze kennis hadden gemaakt met de venijnigheid van enkele NSB-plaatsgenoten, die hun etalage hadden beklad. Overigens moet daarover gezegd worden dat de Bussumse bevolking de volgende dag uit protest tegen de laffe vertoning de hele winkel leegkocht (terwijl het bordje ‘Alleen voor Joden’ aan de deur hing), zodat de Veffers over wat contant geld konden beschikken.

Gedurende enige tijd waren de kinderen verdeeld over verschillende adressen, onder meer de Majellakliniek en het Diakonessen ziekenhuis. Sara maakte zich echter grote zorgen over haar spruiten, nu ze geen zicht meer had op wat er met hen gebeurde – het echtpaar besloot een plek voor het hele gezin te zoeken.

     
Het "Vefferhuis"aan de Vaartweg
 

Rachel (het enige meisje tussen de zes kinderen Veffer) was goed bevriend met klasgenootje Annie Makkinje. Haar vader Gerrit Makkinje was steenhouwer op de Vaartweg 26 (het huis is eind 2019 afgebroken). Annie’s ouders stemden ermee in om de 8-koppige familie onderduik te bieden in een kamer van 3 bij 3,5 m op de 1ste verdieping aan de straatkant.
Door het maken van een extra schuilplaats in een wandkast, waar zij zich enige malen tijdens huiszoekingen konden verbergen, wisten ze met veel ups en downs de oorlog te overleven. Zij werden geholpen door verschillende buren, artsen en mensen van het lokale verzet, zoals tante Fifi, de schuilnaam van Helena van Weering. Annie hielp met de bestrijding van de onvermijdelijke verveling door uit alle bibliotheken uit de regio boeken te blijven aanslepen.

      
Huwelijk van Rachel Veffer met Martin
Stern, links boven Annie Makkinje
 

     

 
Annie Makkinje

Na de bevrijding ontmoette Rachel de Canadees-joodse soldaat Martin Stern. Ze trouwden in april 1946 (met Annie Makkinje en een andere vriendin als bruidsmeisjes), en vertrokken naar Canada, waarna alsnel de rest van de familie Veffer volgde.

In 1960 schreef Sara Veffer haar herinneringen aan de oorlogstijd op in een boek getiteld Hidden for 1000 days.

 

Joodse begraafplaats Muiderberg

De Joodse begraafplaats in Muiderberg mocht vanaf 1942 van de Duitsers niet meer worden gebruikt. Toch werden er in het geheim mensen begraven. Hun namen en grafnummers werden in de onderkant van de keldertrap van de beheerderswoning gegekrast en na de oorlog konden de anonieme graven een grafsteen krijgen.

             
 
Lily Birnbaum (2de van links) met zoon en dochters van de
familie Revink uit Almelo, waar zij was ondergedoken

Die beheerder was Henri Birnbaum. Hij woonde met zijn vrouw Lydia en hun drie kinderen in het huis bij de Joodse begraafplaats, de grootste en een van de oudste van Nederland, die nog steeds in gebruik is. Hun dochtertje Lily werd geboren in 1935 en ging net naar de openbare school van Muiderberg toen de oorlog uitbrak. Daarna zat ze korte tijd op het joodse schooltje aan de Mecklenburglaan in Bussum, tot dat eind 1942 werd opgeheven, waarna ze met de bus naar Amsterdam heen en weer moest reizen. Dat kon omdat ze vanwege het werk van haar vader op de begraafplaats een zogenoemde Sperre (ontheffing) had.

       
De joodse Begraafplaat in Muiderberg
 

In de herfst van 1943 is de hele familie ondergedoken, Lily in Arnhem, haar ouders in Friesland, haar twee broertjes op verschillende plekken in Nederland.

De ouders Henri en Lydia zaten in huis bij een familie die op een gegeven moment hun 25-jarige bruiloft wilde vieren en het beter vond dat de Birnbaums tijdelijk naar( betrouwbare) buren gingen. Daar kwam echter toevallig de zoon thuis, een NSB-er, en die heeft hen verraden. Henri Birnbaum is in 1944 tijdens de reis naar Auschwitz overleden, Lydia heeft Auschwitz en daarna dwangarbeidskampen overleefd.

Dochtertje Lily was in Arnhem in huis bij twee ongetrouwde zussen, gepensioneerde onderwijzeressen, die haar thuis les gaven. Ze kon wel gewoon naar buiten en speelde met de kinderen uit de buurt, want niemand wist dat het ‘nichtje’ joods was.

      
 
Het holocaustmonument op de Joodse begraafplaats te Muiderberg

Na de Slag om Arnhem in september 1944 werd de hele regio geëvacueerd en kwam zij terecht bij een gezin in Almelo, waar ze in april 1945 de bevrijding meemaakte. Na de oorlog heeft een broer van Lydia, de bekende arts dr. Hausdorff uit Rotterdam, zijn zus met haar drie kinderen in huis genomen, totdat ze in 1956 naar Israël emigreerden.

 

Op de Joodse begraafplaats staat een indrukwekkend monument voor de vele Nederlandse joden die in de jaren 1940-1945 zijn vermoord. Er zijn regelmatig rondleidingen met een gids.

 

 

 

 

 

Actueel

Fusie archiefdiensten in aantocht

   
 

De archieven van Gooise Meren /Huizen -met de vestiging in Naarden Vesting- en het Streekarchief Gooi en Vechtstreek in Hilversum, dat voor Hilversum, Wijdemeren, Laren en Blaricum archieftaken uitvoert, gaan fuseren. Dat meldt Bussums Nieuws Extra op basis van een collegebrief van wethouder Geert-Jan Hendriks aan de gemeenteraad van Gooise Meren. Volgens hem blijkt de schaalgrootte van de afzonderlijk archiefdiensten niet meer passend voor de opgaven waar het archief tegenwoordig voor staat, zoals het digitaal opslaan en beheren in een E-depot. 'Het onderzoek naar deze optie laat weinig ruimte voor twijfel: fuseren is een uitgelezen kans om te komen tot een robuuste organisatie die beter toegerust is voor de opgaven van de archiefdiensten'  staat in de brief.

Lees meer...

Foto van de maand

Juni 2022

Dit is de Groot Hertoginnelaan, vermoedelijk jaren ’20 of ‘30 van de vorige eeuw. Wat opvalt is de rust, die de foto uitstraalt. Een groot contrast met al het verkeer dat nu door de laan rijdt. De kinderen konden toen hier nog op straat spelen. We zien drie grote villa’s, waarvan er enkelen nu ook nog moeten staan, maar door de huidige begroeiing aan het oog zijn onttrokken. Kunt u ons vertellen welke dat zijn en welke huisnummers het betreft? Uw reactie gaarne naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. 

HKB Nieuws

Excursie grafheuvels

Vrijdagmiddag 10 juni maakte een groep vrijwilligers van de Historische Kring Bussum  en andere belangstellenden een ontdekkingstocht naar de grafheuvels in het heidegebied tussen Bussum en Hilversum. Dit onder leiding van Sander Koopman van de archeologenvereniging ANW Naerdincklant. De excursie betekende een pittige wandeling van ruim twee uur over de Bussumerheide en de Westerheide. Daarbij werden de grafheuvels bekeken, het gebied met het urnenveld en de Lange Heul, met de plaats van een verdwenen middeleeuwse boerderij, waar ook een grafheuvel heeft gelegen.

Lees meer...

We hebben 84 gasten en geen leden online