Home
Open Menu
Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 37, nummer 1 (april 2021), pag 29-31

Jumbo. Klein industrieel erfgoed aan de Huizerweg

Hans Jonker

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel
De afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

 

Achter de winkel van bakkerij Kwakman aan de Huizerweg 136 staat een bijzonder gebouwtje. Het is goed te zien door even rechts van het winkelrijtje naar de achterkant te lopen. Het is bijzonder omdat het pandje dat nu als bakkerswerkplaats in gebruik is, het enige overgebleven 19de­eeuwse bouwwerk aan deze kant van Bussum is.

 

Zuurvrije schoensmeer en vogelvoer

Van oorsprong is het geen Bussums gebouw. Tot 1902 was het gebied ten zuiden van de Huizerweg Hilversums grondgebied. Door een grondruil kreeg het uit zijn voegen barstende dorp Bussum in dat jaar de voor uitbreiding nodige ruimte. Bij deze ruil waren wel twee zwaar vervuilende Hilversumse industrieën langs de Huizerweg inbegrepen: een grote leerlooierij en dit fabriekje.

     
Plattegrond uit het grondruildossier, december 1901 Het logo van Jumbo
 

De geboorte van het pand ligt dus in Hilversum. Op 24 mei 1899 verleende de gemeente Hilversum aan A.P. Mijnders uit Delft vergunning voor ‘het oprichten eener fabriek tot bereiding van zuurvrije schoensmeer en voor vogelvoer’. De combinatie van de twee producten is wonderlijk, moet ook het gemeen-tebestuur hebben gedacht. De vergunning wordt verleend ‘onder mededeeling dat de stukken door ons niet in orde zijn bevonden. Het komt ons wenschelijk voor dat de beschrijvingen worden aangevuld met eene juiste toelichting op welke wijze de bereiding van schoensmeer en vogelvoeder plaats vindt en voor de ingrediënten welke hierbij zullen worden gebezigd (1 ).  In de praktijk zal uitsluitend schoensmeer worden geproduceerd.

        
 
 Het logo van Jumbo. De Nederlandsche 
Staatscourant,8 januari 1899

Er zijn geen bouwtekeningen van de fabriek bewaard gebleven. Wel een beschrijving uit 1904: ‘Een fabrieksgebouw bestaande uit twee verdiepingen met stoomschoorsteen, ketelhuis, machinekamer, kantoorgebouw met laboratorium, 2 in elkander loopende houten gebouwen op steenen voet, paardenstal, kolenbergplaats en verdere getimmerden. (2) De firmanaam wordt N.V. Chemische Fabriek ‘Jumbo’. Op 1 juli 1899 deponeert directeur Mijnders het beeldmerk van zijn product, met daarin de vooruitziende (maar wel fout gespelde) plaatsnaam Bussem.

Sigarenfabriek Rakers & Co

De fabricage van het schoenpoetsmiddel loopt niet goed. In 1904 is de firma Jumbo failliet en wordt een gedwongen verkoop van de roerende en onroerende goederen aangekondigd. Deze vindt uiteindelijk niet plaats omdat Mijnders inmiddels een nieuwe investeerder blijkt te hebben gevonden.

     
De veiling van 1907. Het Algemeen Handelsblad, 12 oktober 1907
 

Na de doorstart heet de vennootschap ‘Nieuwe Chemische Fabriek Jumbo’. Drie jaar later volgt echter alsnog het definitieve einde. Na een nieuwe faillietverklaring worden op woensdag 22 oktober 1907 in hotel De Rozenboom gebouw, machines en gereedschappen verkocht. De aanwezigheid van ‘flesschen en doozen Schoensmeer van bekende fabrieksmerken’ wekt verbazing. In december betrekt de sigarenfabriek Rakers & Co het fabrieksgebouw. Maar er rust geen zegen op het pand. Rakers stopt er midden 1909 weer mee.

     
 
De fabriek in 1965

 

Van timmerfabriek tot bakkerszaak

Een opmerkelijke periode breekt aan wanneer de uitbreidingsplannen aan deze kant van Bussum worden gerealiseerd en het eerste gedeelte van de Godelindebuurt in 1918 wordt gebouwd . De huizenrij aan de Keizer Ottostraat staat vlak naast het fabrieksgebouwtje. Later wordt aan de Huizerweg een rij woon-winkelhuizen gebouwd, waarvoor de voorzijde van het 19de-eeuwse pand wordt afgebroken. Er wordt duidelijk geen rekening gehouden met het voortbestaan van het Jumbo-pand.

     
De locatie van Jumbo, net naast het eerste groepje woningen
van de Godelindebuurt
 

Onduidelijk is wanneer het oude fabrieksgebouw bij de winkelnering in het hoekpand aan de Huizerweg wordt betrokken. Gebruikers van het stenen gebouw en de ‘2 in elkander loopende houten gebouwen op steenen voet’ zijn onder meer de timmerfabrieken van Van Schuil en Van Driel en later van Jacques Dels.

Op Huizerweg nr. 46 (later nr. 136) is een opeenvolging van bakkerszaken gevestigd: eerst Baltus, vanaf 1950 Bultink en sinds 1969 Kwakman. Een brand verwoest in 1977 het houten gedeelte van het fabriekscomplex.
De bewoners van de Karbouwstraat zijn verlost van de verwaarloosde straathoek en zullen (zeker na de bouw daar van moderne drive-in woningen) de oude aanblik inmiddels wel vergeten zijn. Wat rest is een heel klein stukje industrieel erfgoed met de reuzennaam ‘Jumbo’.

 

Noten

1. SAGV 034+97 Hinderwetvergunningen gemeente Hilversum (Streekarchief Hilversum)
2. De Nieuwe Tilburgsche Courant van 16 september 1904

 

 

Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 37, nummer 1 (april 2021), pag 32-39

Plan Gooioord, een nieuwe Bussumse forensenwijk uit het begin van de 20ste eeuw

Hans Jonker

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel
De afbeeldngen zijn aanklikbaar voor vergroting

 

Op de woningmarkt voor jonge gezinnen zijn de huizen in de Godelindestraat, de Lothariuslaan en de Waltherlaan (aan het eind van de Huizerweg) erg in trek. Zeker na een verbouwing beschikken de kopers over ruime woningen in verkeersarme straten, met scholen en plantsoenen in de buurt. Dit aantrekkelijke huizenaanbod ontstond zo’n honderd jaar geleden als Plan Gooioord.

 

Uitbreidingsplan

Aan het begin van de 20ste eeuw werd het grondgebied van de gemeente Bussum door een grondruil met Hilversum flink uitgebreid in zuidelijke richting. Bussum kon de beschikbaar gekomen ruimte maar in beperkte mate bestemmen voor woningbouw. De zogenoemde Kringenwet verbood immers de bouw van (stenen) huizen rondom de vestingwerken. De gemeente gaf niettemin aan architect K.P.C. de Bazel opdracht tot het maken van een stedenbouwkundig plan. In zijn ‘Uitbreidingsplan der gemeente ten Zuiden van den Huizerweg en den Singel’ (1903) tekende De Bazel de hoofdlijnen van een wegenplan met een globale toedeling van bebouwingmogelijkheden (inclusief de woningtypes) en van ruimte voor parken en plantsoenen.

     
 
Luchtfoto uit 1925

De bouw van arbeiderswoningen had in die jaren echter hoge prioriteit en was door nieuwe rijkssubsidies ook mogelijk geworden. Tot de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) beperkte de nieuwbouw in het zuidelijk deel van de gemeente zich tot de omgeving van de Laarderweg (zoals de Koopweg, de Bijlstraat en de Hamerstraat) en het begin van de Huizerweg (bijvoorbeeld de Korte Singel en de Batterijlaan). In de oorlogsjaren lag de woningproductie door gebrek aan materiaal nagenoeg stil. Na het vredesakkoord van 1918 kwam deze productie weer op gang (o.m. met het oudste deel van de Godelinde buurt).

 

J.G. Griffioen

Na deze wereldoorlog was er een geheel nieuwe situatie ontstaan. Het bouwverbod rond de forten bleek door nieuwe inzichten in defensietechniek niet langer houdbaar en werd in 1926 dan ook opgeheven. Het oude uitbreidingsplan werd van stal gehaald en de gemeente ontwikkelde aangepaste ideeën over de invulling van het gebied ten zuiden van de Huizerweg. ‘Ook over het terrein van Gooioord zijn eenige wegen ontworpen’ meldt de Laarder Courant in 1923. 

     
J. Griffioen
 

Niet alleen de plaatselijke overheid reageerde op de veranderde omstandigheden, ook particulieren werden actief. Lokale investeerders hadden kennelijk voorkennis over de beleidswijziging op het ministerie van Oorlog en kochten percelen landbouw-, bos- en heidegrond in de Verboden Kringen. Een van hen was J.G. Griffioen

     
 
Het Algemeen Handelsblad van 21 augustus 1920.
Door geldnood gedwongen moest Griffioen al na een
jaar de door hem aangekochte villa in de verkoop
zetten. Het bleek bij nader inzien toch niet nodig

Zoals elders in dit tijdschrift wordt beschreven, was de Bussumse slager J.G. Griffioen in 1919 in het bezit gekomen van villa Gooioord met een uitgestrekte siertuin, moestuin, boomgaard en bospartij aan de Amersfoortsestraatweg. Griffioen had er groot belang bij om zijn investering binnen korte tijd te gelde te maken. Hij kocht steeds met geleend geld en vervulde zijn financiële verplichtingen met de opbrengsten van eerdere investeringen. Een ingewikkeld en riskant spel van koop en verkoop en soms ook van ruil van percelen. De gemeente Bussum werd door Griffioen voortdurend onder druk gezet om haast te maken met de uitwerking van het herziene uitbreidingsplan. De herbestemming van de voormalige akkerlanden was namelijk cruciaal in zijn speculatiespel.

Verhitte correspondentie

Een kleine bloemlezing uit een dik gemeentelijk dossier vol verhitte correspondentie. Notaris Scheffelaar Klots verzoekt op 2 oktober 1922 de bevriende architect De Bazel om ‘medewerking voor eene aangelegenheid, waarin mogelijk met niet te veel moeite groote schade van een voorgenomen executie kan worden voorkomen’. Zolang het uitbreidingsplan niet vaststaat liggen de besprekingen tussen de gemeente en de ontwikkelaar stil. ‘Zoo lang dit (…) het geval is blijven echter alle onderhandelingen hokken en zal waarschijnlijk tegen 8 november a.s. de executie moeten doorgaan, hetgeen in de eerste plaats voor Griffioen doch ook voor verdere betrokkenen een groote schade kan opleveren.’ De Bazel had het razend druk en zal zich weinig hebben aangetrokken van deze pressie ter wille van de speculerende slager. De architect overleed vervolgens volkomen onverwacht op 28 november 1923. De uitwerking van het plan werd door gemeenteambtenaren overgenomen.

     
Stratenplan behorende bij de overeenkomst van 23 november 1927
 

Er volgden nog vele jaren duwen en trekken, de verhoudingen verslechterden, de toon van de brieven verscherpte. Eind 1927 (we zijn vijf jaar later) schrijft Griffioen bijvoorbeeld aan B&W:
‘Den 19en April j.l. had ik een onderhoud met den directeur van Gem. Werken, en vroeg hem hoeveel geld ik moest betalen voor de aanleg van wegen op bovengenoemde perceelen. De directeur antwoordde mij “Griffoen, geef mij 2 maanden de tijd om het uitbreidingsplan in orde te maken”. Ik was zoo welwillend en stond hem dit toe. Maar nu is het geen 2 maanden; maar bijna 8 maanden en ik ben nog niets gevorderd.’ De directeur Gemeentewerken reageert op zijn beurt in een notitie aan B&W: ‘Ik meen niet nader behoeven in te gaan op de opmerkingen van den heer Griffioen. Uiteraard is door mij geen enkele belofte gedaan, hetgeen ik dan ook niet kon doen, gezien de langen weg, dien een uitbreidingsplan heeft te doorlopen. Hoe eigenaardig de opvatting van Griffioen is blijkt wel (hieruit), dat hij meent welwillend te zijn geweest door te wachten op het uitbreidingsplan.’ En: ‘Ik moge er U opmerkzaam maken, dat Griffoen alle medewerking is verleend tot aanleg van wegen tusschen Huizerweg en Amersfoortsestraatweg, opdat hij bouwterreinen kon verkoopen. Thans echter blijft hij in gebreke de noodige gelden te storten.’ (19 december 1927)

 

Plan Gooioord II

In januari 1928 werd dan toch de overeenkomst getekend waarin de overdracht van de voor de wegen bestemde Gooioordgrond aan de gemeente wordt vastgelegd. De bedoeling was om de Godelindestraat door te trekken en deze met twee haakse bochten te laten uitkomen op de Waltherlaan. Het al vaker in Bussum toegepaste ‘hofjespatroon’ zonder doorgaand verkeer (Eendrachtspark, Hildegondestraat) zou zo worden herhaald. Bij nader inzien kreeg de verlenging van de Godelindestraat echter een eigen straatnaam: Lothariuslaan.

Het was geheel in de stijl van Griffioen om zichzelf in te halen en alvast een nieuw bouwproject en daarmee een nieuw spanningsveld in het leven te roepen: Plan Gooioord II. Ten zuiden van het nog niet eens gebouwde eerste plan moet een uitbreiding van de nieuwe wijk worden ontwikkeld. Onmiddellijk zijn de rapen gaar. Op 4 mei 1928 schrijft het gemeentebestuur: ‘… deelen wij U mede dat het terrein, ’t welk Gij wenscht te bebouwen, in verband met de voorwaarden waaronder de gemeente bij raadsbesluit van 12 mei 1919 de villa “Gooioord” c.s. aan U heeft verkocht, niet mag worden bestemd voor de stichting van arbeiderswoningen, zoodat wij Uw verzoek om te bevorderen dat aan U voor de bouw van arbeiderswoningen aangrenzende gemeentegrond wordt verkocht, moeten afwijzen. Wij verklaren ons echter bereid met U onderhandelingen te openen over de verkoop aan U van bedoelden gemeentegrond voor de stichting van middenstandswoningen.’ Een boze brief van Griffoen volgde. Burgemeester De Bordes noteerde in de kantlijn ‘even wachten. Niet beantwoorden’.

 

‘Een frisschen vrolijken indruk’

Inmiddels was door de Bussumse architect Jan Wilke (eerder verbonden aan het bureau van Karel de Bazel) een ontwerp getekend van het eerste Plan Gooioord. De Gooi- en Eemlander beschrijft zijn ontwerp op 18 januari 1928 als volgt: ‘Het ligt in de bedoeling langs de ontworpen wegen 44 bouwblokken te zetten, varieerend tusschen 2, 3 en 4 woningen onder één kap. Aan Godelindestraat en K.P.C. de Bazelstraat zullen 12 blokken van twee woningen verrijzen. Deze zullen zijn van eenvoudig type en worden opgetrokken in gele steen, donkere plint en helroode daken. Iets wat ongetwijfeld een frisschen, vroolijken indruk zal maken. Elke woning bevat: beneden twee kamers en suite; keuken; vestibule, hall; W.C.; kelder of kelderkast. Boven bevinden zich drie slaapkamers, een badkamer en een zolder met dienstbodenkamer. In de Waltherlaan zullen behalve blokken van twee, ook blokken van drie woningen verrijzen van het zelfde type als in de bovengenoemde straten. Langs de ontworpen wegen in het verlengde van de Godelindestraat en de Waltherlaan en ook langs de ontworpen zijwegen zullen de hoeken worden afgesloten door blokken van vier woningen onder één kap, terwijl ook de andere woningen een afwijkend type te zien zullen geven. Overal echter worden dezelfde bouwmaterialen gebruikt.’

     
Plantekening van Jan Wilke, augustus 1927
 

Met een uniforme uitvoering van verschillende woningtypen beoogde Wilke hetzelfde resultaat te bereiken als hij en ander moderne architecten eerder op andere plaatsen tot stand brachten: harmonie. Kleine accentverschillen en variaties moesten dit effect versterken. Het Plan Gooioord paste in de opvattingen van de nieuwe school in de Nederlandse architectuurwereld. ‘De exploitatie is zoo geregeld dat de heer Griffioen aan eigenbouwers terreinen zal verkoopen met goedgekeurde teekeningen. De geheele bebouwing die door de Schoonheidscommissie is goed gekeurd zal hierdoor een rustig aanzien krijgen,’ schrijft de Nieuwe Bussumsche Courant op 14 januari 1928.

     
 
Perceelsgewijs situatieplan van Jan Wilke, januari 1928.
Het doortrekken van de Lothariuslaan is dan nog niet verwerkt

De beschrijving van De Gooi- en Eemlander vervolgend: ‘De voortuinen der hoekperceelen hebben een oppervlakte van vijf meter diepte en 20 meter breedte; die van de tusschenliggende perceelen zijn 10 M. diep en 10 M. breed. De achtertuinen, waarin ook een schuurtje komt, krijgen een oppervlakte van 10 x 10 meter. Een royale bouw derhalve en het lijdt dan ook geen twijfel of in dit gedeelte van Bussum zal wederom een fraaie villawijk tot stand komen. Aangezien binnenkort aldaar in de nabijheid ook een nieuwe Openbare School zal worden gebouwd, zal dit alles bij elkaar genomen, Bussum als woongemeente beduidend doen winnen.’ 

      
Kadastraal minuutplan, 1929. Links aan de Huizerweg nog leerfabriek de
Koelit;in het midden het begin van de Godelindebuurt; rechts Plan Gooioord
 

In de beschrijving ontbreekt het onderdeel van het plan om bij een gedeelte van de huizen ook garages te bouwen. J.G. Griffioen mikte kennelijk op de in die jaren snelgroeiende markt van forenzen.

‘Groote stenen kasten, dicht op elkaar gebouwd’

De juichende toon van de lokale kranten werd niet gedeeld op het raadhuis. De directeur van Gemeentewerken deed op 17 augustus 1928 zijn beklag bij het college van b&w. ‘Thans kan worden geconstateerd, dat deze woonwijk in het geheel niet aan de gestelde verwachtingen beantwoordt. De Gemeente Bussum, die zich in andere gedeelten zoo fraai heeft ontwikkeld, wordt met deze woonwijk zeker niet verrijkt, hetgeen te betreuren valt.

      
 
Algemeen Handelsblad
van 25 januari 1920

In de eerste plaats voldoet de woonwijk niet aan de gestelde verwachtingen, omdat het de bedoeling was dat daar ter plaatse een kleine middenstandswijk zou verrijzen, een woonwijk dus waar minder ruim gesitueerden, geëmployeerden dus en particulieren die hun werkkring in Bussum hebben, hun woning zouden vinden. Aan deze woningen is in de gemeente behoefte. Met het oog daarop was de verkaveling niet groot.

     
Waltherlaan gezien vanaf de Huizerweg.
Links op de voorgrond pension Bosch en Zon (1928)
 

De winzucht der exploitanten, uiteraard niet geremd door maatschappelijke overwegingen, heeft er toe geleid dat er thans betrekkelijk groote woningen op de kleine terreinen zijn ontstaan, waardoor een forensenwijk is geschapen zooals eigenlijk niet in Bussum behoort. Het accent daarop wordt nog gelegd door den bouw van garages bij deze woningen.

In de tweede plaats beantwoordt de bebouwing niet aan de gestelde verwachtingen, omdat de groote stenen kasten, dicht op elkaar gebouwd, estetisch een ongelukkig effect maken.’

 

Ambtenaren, leraren, kleine ondernemers

Helaas is het advies van de gemeentelijke Schoonheidscommissie niet bewaard gebleven. Zij ging om onbekende redenen wel akkoord met het ontwerp van Jan Wilke. Het college van b&w verleende vergunning voor de bouw en de gemeente kon de wegenaanleg aanbesteden. Kort na het begin van de werkzaamheden vond een verandering van het stratenplan plaats en werden de Lothariuslaan en de Waltherlaan in zuidelijke richting doorgetrokken. Maar het idee van Griffioen om daar een tweede Plan Gooioord vorm te geven kwam niet van de grond. De percelen zouden door meerdere investeerders op heel diverse manieren worden bebouwd. Van de bebouwings dichtheid wordt geen punt meer gemaakt.

        
 De Telegraaf van 22 juli 1930
 

De uitvoering van Plan Gooioord I werd in fasen ter hand genomen. De huizen werden gedeeltelijk in opdracht van Griffioen zelf gebouwd, sommige door andere investeerders (onder wie lokale aannemers die voor eigen rekening en risico bouwden). Dit leidde ertoe dat de kwaliteit van de huizen uiteenliep en dat ook in de afwerking verschillen optraden. Ervaren Bussumse woningmakelaars kunnen tegenwoordig aan het ontwerp van de voordeuren nog zien welke kwaliteit indertijd geleverd is.

De huizen werden voor een deel in verkoop gebracht, de meeste werden echter verhuurd, veelal aan ambtenaren, leraren, musici, kleine ondernemers. Twee van de huizen werden in de beginjaren als pension geëxploiteerd. De heldere gele steensoort is in de loop van de eeuw donker geworden. Vrijwel alle 56 woningen in het Plan Gooioord I zijn inmiddels verbouwd, en de inrichting van de tuinen is zeer wisselend.
De door Jan Wilke beoogde harmonieuze eenvormigheid die de wijk een ‘rustig aanzien’ moest geven, is nu niet meer herkenbaar. Niettemin genieten de huidige bewoners enorm van het initiatief van de eigengereide slager Griffioen.

Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 37, nummer 1 (april 2021), pag 47

Bussum in boeken

Klaas oosterom

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel 
De afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

 

In deze rubriek bespreekt Klaas Oosterom boeken die bij het thema van dit nummer passen of boeken die met de geschiedenis van Bussum te maken hebben. De boeken zijn in het Documentatiecentrum van de Historische Kring in te zien en soms op internet te koop.

Drie gebonden delen met voorop de wapens van
Naarden, Bussum, Laren, Huizen, Hilversum en
Blaricum rond een zandloper, die de geschiedenis
symboliseert
      
   

Geschiedenis van Gooiland

Dit is het standaardwerk over het Gooi. De historici dr. D.Th. Enklaar en dr. A.C.J. de Vrankrijker schreven het in de jaren dertig van de 20ste eeuw. Er verschenen drie kloeke delen. Het werk werd opgedragen aan Emil Luden, voorzitter van het bestuur van de Erfgooiersvereniging Stad en Lande van Gooiland, ‘als blijk van erkentelijkheid voor de onbekrompen wijze, waarop hij de studie van de geschiedenis van het Gooi en der Erfgooiers bevorderd heeft’.

     
 
De Brinklaan, vanuit de herberg gezien door een reiziger op 31 juli 1784.
Aquarel door S. Goblé (uit: Geschiedenis van Gooiland)

Het eerste deel (door Enklaar) behandelt de landsheerlijke tijd en heet ‘De Middeleeuwen’. 
Deel II is van De Vrankrijker: ‘Nieuwe Geschiedenis’ (tot aan de Franse omwenteling). 
En deel III, ook van De Vrankrijker: ‘Nieuwe en Nieuwste Geschiedenis’. In de laatste hoofdstukken wordt de oprichting van het Gooireservaat (het latere Goois Natuur Reservaat) behandeld. De illustraties in kleur waren in de oorspronkelijke uitgave ingeplakt.

De boeken werden in 1939, resp. 1940 en 1941 uitgegeven door uitgeverij Parnassus te Amsterdam. In 1972 verscheen een heruitgave, met alle delen in een band. In 1976 schreef De Vrankrijker een aanvulling over de periode 1925-1975, waarin onder meer over het forensisme, de opkomst van radio en televisie, sportbeoefening, het Goois Natuurreservaat, de industrie, de cultuur en de gemeentelijk herindeling aan de orde komen, maar merkwaardig genoeg niet de periode 1940-1945.
In deze heruitgave staan 50 zwart/wit foto’s van de Gooise fotograaf Cok de Graaff. 

 

Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 37, nummer 1 (april 2021), pag 2

Rectificaties

De redactie

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel


Het gebeurt wel eens dat oplettende en deskundige lezers ons opmerkzaam maken op fouten of onvolkomenheden in artikelen in ons tijdschrift.
Zo staat in het artikel over de Kippenbrug in BHT nr. 3 (december 2020) dat de Franse inval in Naarden en de daarop volgende bevrijding hadden plaatsgevonden in respectievelijk 1662 en 1663. Een heel pijnlijke slip of the pen in een historisch tijdschrift, want het betreft het welhaast allerbekendste jaartal uit onze vaderlandse geschiedenis, het Rampjaar 1672, toen Nederland van alle kanten werd belaagd en raadspensionaris Johan de Witt samen met zijn broer Cornelis door het Oranjegezinde Haagse gepeupel werd gelyncht.
In datzelfde artikel wordt gewag gemaakt van de Bussumse katholieken die langs de Kerkweg in Naarden ter kerke gingen. Terwijl het natuurlijk juist de weinige protestantse inwoners van het overwegend katholieke Bussum waren, die zich langs die weg naar de Grote Kerk in Naarden spoedden – de Grote Kerk die al in 1576, aan het begin van de Opstand, in protestantse handen was overgegaan.

Bij het artikel over de Rijksweg in dezelfde aflevering staat op blz. 30 een foto uit 1955 van een vrachttransport dat de Rijksweg oversteekt. Dat transport werd echter niet door de Gooise tram uitgevoerd, maar door de Nederlandse Spoorwegen, die – nadat de tram in 1947 was opgeheven – nog goederen vervoerde over dat lijntje.
Bij het artikel over ‘De wording van Naarden-Zuid’ is op blz. 18 een kaartje geplaatst dat door Kees Henselmans is ontworpen. Daar had aan moeten worden toegevoegd dat het ontwerp van Henselmans is gebaseerd op een kaart door J.W van Aalst uit 2012, en gedigitaliseerd door Virginia Pinto Masís.

Ten slotte nog een omissie in het artikel over het Blindeninstituut, in BHT nr. 2 (september 2020). Daarin wordt gesteld dat het eerste katholieke blindeninstituut in 1859 in het Brabantse Grave werd gevestigd. Dat is niet helemaal juist, want er heeft kortstondig en zeer kleinschalig tussen 1842 en 1851 een rooms-katholiek Blindeninstituut bestaan in onze buurgemeente Laren. Jan Out wees ons daarop, en hij kan het weten, want hij heeft er een uitvoerig artikel over geschreven in Tussen Vecht en Eem, jaargang 21, nr. 3 (september 2003).

 

Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 37, nummer 1 (april 2021), pag 40-46

De geschiedenis van het Individueel Onderwijs in Bussum

Nol Verhagen

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel
De afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

 

Na de Tweede Wereldoorlog moest de samenleving weer op gang komen. Dat gold zeker ook voor het onderwijs. In de oorlogsjaren hadden de scholen grote moeite gehad om de normale gang van zaken een beetje in stand te houden. Veel schoolgebouwen waren gevorderd door de bezetter en alle scholen, zowel in het lager als in het voortgezet onderwijs, waren voortdurend op zoek geweest naar beschikbare leslokalen. Nu kon men weer terugkeren naar de vertrouwde routine van voor de oorlog. Maar de bezettingsjaren hadden ook sporen achtergelaten bij de leraren, en meer nog bij de leerlingen. Sommigen hadden moeite om weer in het gareel te raken. Dat gold ook voor de kinderen van de Christelijke School met den Bijbel.

 

Oorlogsjaren

De School met den Bijbel bestond in Bussum al vanaf 1895. Het eerste schooltje aan de Veldweg was in 1912 verhuisd naar de Havenstraat, waar het onder de naam Samuëlschool was ingekwartierd in de (openbare) Prins Hendrikschool. Het hoofd van die school was J. van Hummel, die met een van zijn onderwijzeressen, mej. E. Boon, al snel tot de ontdekking kwam dat er nogal wat kinderen niet goed mee konden komen in het gewone klassikale onderwijs. Zij kregen het lezen of het spellen niet onder de knie. Andere kinderen vertoonden gedragsproblemen, al dan niet onder de invloed van de oorlogsjaren of als gevolg van hun leerproblemen, die hen ontmoedigden en aanleiding gaven tot gebrek aan zelfrespect.

     

J. van Hummel in 1990 bij de presentatie (onder pseudoniem
Gerben van Ginder) van zijn autobiografisch boek Op weg
naar het leven aan majoor Boshardt van het Leger des Heils
 

 

De ‘bijwerkklas’

Juffrouw Boon, over wie we helaas niet veel hebben weten te achterhalen, was kennelijk een ondernemende maar ook bevlogen onderwijzeres. Ze had contact met een Amerikaanse collega, via wie zij heel wat te weten was gekomen over leerlingen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden. Lom-kinderen zouden wij ze nu noemen, hoewel juffrouw Boon nu juist op die special needs-kinderen geen etiketje wilde plakken. In haar klas van 46 kinderen zaten zo’n 12 kinderen die speciale aandacht nodig hadden. Al in 1947 wist ze Van Hummel ervan te overtuigen dat er iets voor deze kinderen gedaan moest worden. Ze kreeg de kans om een zogenoemde ‘bijwerkklas’ te starten, met 16 leerlingen. De school moest daarvoor zelf middelen vrijmaken. Van Hummel probeerde daarom op alle mogelijke manieren geld bijeen te schrapen, onder meer door een spaarbusjesactie. ‘Als elke inwoner een cent per maand geeft, zijn we gered’, liet Van Hummel in de plaatselijke pers weten – ook in het bewerken van de publieke opinie was Van Hummel een meester. Met de regelmaat van een klok verschenen er in de lokale pers artikelen waarin hij uiteenzet dat er veel kinderen zijn die extra aandacht behoeven en dat daar geld voor nodig is.

       
 
Juffrouw Boon aan het werk in de ‘bijwerkklas’
   

Steeds werd benadrukt dat het niet ging om kinderen die achterlijk of zelfs debiel waren – die termen werden destijds nog onbekommerd gehanteerd om moeilijk of zelfs zeer moeilijk lerende kinderen mee aan te duiden. Nee, het waren kinderen die speciale aandacht nodig hadden, individueel onderwijs. De naam Indon raakte dan ook al snel ingeburgerd. Dit ter onderscheiding van het buitengewoon lager onderwijs (blo). De naam Indon gaf overigens aanleiding tot misverstanden. Tot op de dag van vandaag denken sommigen dat het ging om een school voor kinderen van uit Nederlands-Indië gerepatrieerde ouders.

 

Indon

In Hilversum bestond al vanaf 1918 een (openbare) blo-school. En in 1939 was een initiatief gestart om ook een christelijke blo-school op te richten, dat echter door de oorlog in de kiem werd gesmoord. Juist in de tijd dat Van Hummel en Boon met hun ‘bijwerkklas’ begonnen, werd in Hilversum de draad weer opgepakt, zodat in 1949 de Wisseloordschool voor buitengewoon lager onderwijs kon worden geopend. Daar wilde Indon aanvankelijk echter niet mee worden vergeleken – Indon behoorde eigenlijk, zo betoogde Van Hummel, tot de ‘andere’ buitengewone scholen, zoals de school voor schipperskinderen of de sanatoriumscholen.

Van Hummel sprak liever van zwakbegaafd, ter onderscheiding van debiel en zwakzinnig. Van Hummel benadrukte dit op zichzelf zinvolle onderscheid onder meer om ouders niet kopschuw te maken voor de speciale behandeling die hun kind nodig had. Kennelijk wist hij hen daarvan te overtuigen, want Indon werd zo’n groot succes dat het de school bijna boven het hoofd groeide. In 1950 moest er al een tweede (nog steeds niet gesubsidieerde) leerkracht worden aangetrokken voor de ‘bijwerkklas’, die inmiddels zo’n 50 leerlingen bediende.Deze kinderen waren niet alleen afkomstig van de School met den Bijbel, maar ook van andere lagere scholen uit Bussum, of eigenlijk het hele Gooi.

Toewijding

Van Hummel en vooral Boon schreven in het Correspondentieblad Buitengewoon Onderwijs uitvoerig over het onderscheid tussen zwakzinnige kinderen, die op een blo-school thuis hoorden, en zwakbegaafde kinderen, die daar nu juist niet naar toe moesten worden gestuurd. De eersten waren niet in staat tot abstract logisch denken, de laatsten konden dat wel, maar moesten daarbij meer dan het normaal begaafde kind geholpen worden. Ze hadden een achterstand die kon en moest worden ingelopen.

Het Gewoon Lager Onderwijs’, zo schrijft Van Hummel, ‘mag het zwakbegaafde kind in onze huidige onderwijsconstellatie niet loslaten.’ We moeten daarbij bedenken dat men destijds nog niet de beschikking had over het hele arsenaal aan onderscheidingen in (zwak) begaafdheid, zoals wij dat nu kennen. Ook begrippen als schoolrijpheid, dyslexie en dyscalculie waren nog geen gemeengoed. 

Ter onderrichting van de ouders publiceerde Van Hummel in 1951 een brochure over ‘Moeilijke Ouders’, een doorwrocht werkje met een respectabele literatuurlijst, dat laat zien hoe diepgaand hij (en ongetwijfeld ook juffrouw Boon) zich in de materie hadden verdiept.

De toewijding van de leerkrachten is sowieso bewonderenswaardig. Van Hummel vermeldt in het Contactblad van De School met den Bijbel min of meer terloops dat hij in de loop van een jaar of tien als leerkracht en hoofd van de Samuëlschool niet minder dan 1200 (!) huisbezoeken heeft afgelegd. Een vader die zich beklaagde over gebrek aan aandacht voor zijn zoon, kon hij erop wijzen dat hij maar liefst 13 keer bij hem thuis was geweest om over de jongen te praten. Huisbezoek behoorde ook later tot de vaste taken van leerkrachten van de Indonschool. In de verslagen van de docentenvergadering wordt steevast vermeld wie van de leerkrachten bij welke leerlingen op huisbezoek zal gaan.

 
 
     
 
De Centrale School of Jan Ligthartschool in 1929
(Ill. Van Gooi en Vecht Historisch)

 

De Jan Ligthartschool

Wat in 1947 was begonnen als ‘bijwerkklas’ met een kleine 20 leerlingen, was in 1951 al uitgegroeid tot een zelfstandige tak van de School met den Bijbel. Er was voor de 74 leerlingen die voor individueel onderwijs in aanmerking kwamen, dringend behoefte aan een eigen schoolgebouw. Na wat geharrewar werd daarvoor door de gemeenteraad de Jan Ligthartschool aan de Albert Neuhuyslaan ter beschikking gesteld.

De Jan Ligthartschool was in 1927 opgezet als (openbare) school voor voortgezet gewoon lager onderwijs (vglo). Het idee was dat leerlingen van het vglo daar vanuit diverse (openbare) lagere scholen zouden worden ondergebracht, maar dat plan is nooit goed van de grond gekomen: de scholen hielden de kinderen uit de zevende klas gewoon bij zich en het vglo als apart schooltype was inmiddels overvleugeld door de mulo en de Ambachtsschool. Probleem was wel dat op deze manier een schoolgebouw voor openbaar onderwijs werd overgedragen aan het bijzonder onderwijs – niet voor de laatste maal overigens (zie onder meer de geschiedenis van de transformatie van de openbare Prins Hendrikschool naar de bijzondere Vondelschool in 1965, BHT jaargang 34, nummer 1, mei 2018).

 

De werkwijze van Indon

Hoe het op de nieuwe school zou toegaan, werd in de plaatselijke pers als volgt uiteengezet: ‘De leerlingen worden niet in klassen verdeeld, naar in vier groepen, naar leeftijd, aanleg en
vorderingen. De eerste groep omvat de leerlingen van 7 tot 9 jaar die lees- en schrijfmoeilijkheden hebben. De tweede, van 9 tot 11 jaar is bedoeld voor kinderen met moeilijkheden in lezen, schrijven en rekenen. De derde, eveneens van 9 tot 11, voor hen die moeite hebben met het abstraherend denken. De vierde, van 11 tot 14 jaar, is voor gevorderden.’

Een aantal vakken werd in groter verband aangeboden, om tijd te winnen voor individuele begeleiding en om het contact met een grotere gemeenschap niet verloren te laten gaan. Er werd contact gehouden met de school waar het kind vandaan kwam (ze waren zoals gezegd afkomstig van diverse scholen in de regio), zodat ze naar die school terug konden gaan als na een of enkele jaren ‘geschikt waren gemaakt voor de klassikale school’. Toen de school in augustus 1951 begon, had de school al 4 leerkrachten, een niet onaanzienlijk risico, aangezien er nog geen definitieve beslissing was genomen over de (rijks)subsidie voor de school. Die beslissing kwam uiteindelijk op 17 oktober van datzelfde jaar. De school moest overigens al in 1954 met enkele lokalen worden uitgebreid. Een van de eerste leerlingen was de onlangs overleden meubelontwerper en binnenhuisarchitect Jan des Bouvrie, die zwaar dyslectisch was. Hij vond, geheel volgens de principes van de school, al snel de weg terug naar het gewone lager onderwijs.

 

Christelijk buitengewoon onderwijs in het Gooi

Het afscheid van de Samuëlschool lijkt niet helemaal zonder problemen te zijn verlopen. Door het plotseling beschikbaar komen van de Jan Ligthartschool verdwenen er drie leerkrachten – onder wie het hoofd der school – naar een anderen locatie. Indon werd bovendien door de toekenning van de subsidie in oktober 1951 een zelfstandige school, zij het nog steeds onder de vleugels van het oude schoolbestuur. Maar ook daaraan kwam een einde. Van Hummels pleidooi voor het (ook bestuurlijk) handhaven van de band met het gewoon lager onderwijs vond bij de Inspectie geen gehoor. Daar was men van mening dat de nieuwe school beter ondergebracht kon worden bij de al bestaande Hilversumse Vereniging voor Christelijk Buitengewoon Lager Onderwijs in het Gooi.

Aldus geschiedde, want het was door de Inspectie als voorwaarde gesteld voor de toekenning van de subsidie. De school werd officieel Instituut Indon, christelijke blo-school voor kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden. Indon was achteraf gezien de eerste protestants-christelijke lomschool van Nederland. Hoewel het schoolgebouw al in september 1951 met enig ceremonieel in gebruik was genomen, volgde er in december 1951 nog een informeel afscheid van de leerkrachten die van de Samuëlschool naar de nieuwe school waren overgestapt. Op woensdag 10 september 1952 vond ten slotte
de officiële opening van de school plaats. De gebruikte terminologie rondom individueel onderwijs blijft wat verwarrend. In de uitnodiging voor de opening was sprake van ‘INSTITUUT “INDON” (Christelijk Individueel Onderwijs voor kinderen met leer- en opvoedingsproblemen)’. Niet veel later publiceerde de vereniging een ongedateerde brochure betreffende de Christelijke School voor Individueel Onderwijs ‘Wisseloordschool’ te Hilversum en de Christelijke School voor kinderen met Leer- en Opvoedingsmoeilijkheden ‘Instituut Indon’ te Bussum.

     
De Stimulansschool aan de Bloemhof in 1996.
De school is in 1997 gesloopt
 

De eigen zuil

J. van Hummel zou tot eind 1973 als hoofd aan de school verbonden blijven. Toen ging hij, waarschijnlijk moegestreden, met ziekteverlof, vooruitlopend op zijn pensionering in januari 1975. Wat er van juffrouw Boon is geworden heb ik niet kunnen achterhalen.Door de verbinding met de Hilversumse Wisseloordschool maakte Indon deel uit van een Stichting voor christelijk speciaal onderwijs dat in de daarop volgende decennia snel zou groeien. Het werd daardoor beter mogelijk om ieder kind dat voor speciaal onderwijs in aanmerking kwam op de goede plek te krijgen. Al in 1954 werd vanuit de Wisseloordschool een school voor zeer moeilijk lerende kinderen (zmlk) opgericht, de Klimopschool aan de Mozartlaan in Hilversum. In 1960 werd in Hilversum bovendien een tweede christelijke lom-school opgericht: de Schakel. Ten slotte ontstond in 1978 in Huizen, op initiatief van de basisscholen aldaar, een christelijke lom-school: de Wijngaard. Geheel in de geest van die tijd, vonden al die scholen een plekje binnen de eigen levensbeschouwelijke zuil.

Ook hier is het verhaal nog niet afgelopen, want naarmate het speciaal onderwijs op primair niveau zich uitbreidde, kwam er haast vanzelf ook behoefte aan speciaal onderwijs op secundair niveau. Tot 1980 werd dat nog vormgegeven in aparte afdelingen van de (christelijke) lts voor de jongens en de (eveneens christelijke) Huishoudschool voor de meisjes. Maar in 1981 werd in Bussum het Christelijk Instituut STIMULANS opgericht voor uitstromers van Indon. Volledigheidshalve vermeld ik ook nog de oprichting van een vervolgschool voor moeilijk lerende kinderen, de Wissel in Hilversum.

     
 
Breeduit in 2009 (foto Jaap van Hassel)

 

‘Weer Samen Naar School’

Eind jaren negentig van de vorige eeuw besloot de overheid dat het maar eens afgelopen moest zijn met de spectaculaire groei van het speciaal onderwijs. Onder de slogan ‘Weer Samen Naar School’ werden de diverse scholen voor speciaal (lager) onderwijs samengevoegd onder de titel speciaal basisonderwijs (sbo). De bedoeling was dat er meer kinderen met leerproblemen worden opgevangen in het gewone basisonderwijs en dat er minder wordt doorverwezen naar het speciaal onderwijs. Het ‘echte’ speciaal onderwijs (so), voor kinderen met ernstige lichamelijke en/of geestelijke beperkingen, werd apart gezet.

   '    
 De Indonschool in 2006 (foto Jaap van Hassel)
 

Indon maakt heden ten dage als school voor speciaal basisonderwijs deel uit van de Stichting Elan, die 8 scholen voor sbo en (v)so in Hilversum, Huizen en Bussum beheert. Daartoe behoren ook drie scholen voor voortgezet speciaal onderwijs, voor de oudere leerlingen dus. Naast de Indon-school vinden we in Bussum nog het Elan College Bussum, beter bekend als Elan College Breeduit,voor leerlingen op havo/vwo-niveau met een ‘Autisme Spectrum Stoornis’ (ASS).
Het ‘bijwerkklasje’ van Van Hummel en Boon uit 1947 heeft voorwaar een hoge vlucht genomen: dit jaar viert Indon zijn 70ste verjaardag!

 

 

Bronnen

  • Knipselmap Indon 1947-1966
  • Notulenboek van de personeelvergaderingen Indon 1969-1979
  • De Groene Draad, gedenkgidsje bij het 40-jarig bestaan van de stichting voor Christelijk Speciaal
  • Onderwijs in het Gooi en omstreken in 1979 (gerekend vanaf 1939)
  • De Groene Draad, idem bij het 50-jarig bestaan in 1989
  • Jubileumgids 50 jaar Christelijk Instituut Indon 1950-2000
  • Ada Fischer, vanaf 1989 directeur van Indon en thans bestuurder van de Stichting Elan, de opvolger van de Stichting voor Christelijk Speciaal Onderwijs in het Gooi

 

 

Actueel

Herdenkingssteen Toonkunst weer te zien.

Onze vereniging heeft allerlei bijzondere voorwerpen in bezit, ook heel zware gevallen zoals (gevel)stenen. Een mooie bestemming voor zulke geschenken is moeilijk te vinden, maar af en toe is het raak. De herdenkingssteen '75 jaar Toonkunst Bussum' heeft eindelijk een goede plek gekregen in het gerenoveerde Bensdorp-complex, vlakbij het restant van de oude fabrieksschoorsteen aan de Nieuwe Spiegelstraat. De steen heeft ooit gehangen in de oude muziekschool aan de 's Gravelandseweg.

Lees meer...

Actueel

Herdenking Burgermoord Naarden

Op 1 december 1572 werd Naarden ingenomen door het regeringsleger onder leiding van de Spaanse kapitein Julian Romero. Op donderdagavond 1 december 2022 – precies 450 jaar later – worden de gebeurtenissen herdacht in de Grote Kerk van Naarden. Drie bekende historici laten hun licht schijnen over de gebeurtenissen op 1 december 1572.  Lees hier meer over de herdenking: Herdenking Naardense burgermoord | 1572 Geboorte van Nederland.Je kunt je hier aanmelden: Evenementenkalender - Geboorte van Nederland 1572 (gooisemeren.nl).

Foto van de maand

December 2022

Op deze plek aan de Nwe ’s-Gravelandseweg 38 stond de villa Nieuwburg. Hierin werd op 24 april 1920 de lyceumafdeling gevestigd van de Luitgardeschool, een kostschool voor meisjes. In 1923 werden ook jongens toegelaten en ging de school het (Christelijk) Lyceum heetten. In 1925 en 1934 werd de villa uitgebreid met flinke aanbouwen. In 1955 werd de villa gesloopt, het hoofdgebouw gedeeltelijk vernieuwd en aanmerkelijk vergroot. De naam werd nu gewijzigd in Willem de Zwijger College. Het gebouw staat nu op de nominatie om gesloopt te worden en de school zal als Montessori Lyceum worden gevestigd in een nog te bouwen  schoolgebouw aan de Franse Kampweg.

HKB Nieuws

Jumbo-album nu online

Het Jumbo-geschiedenisalbum dat in januari dit jaar werd gepresenteerd staat met toestemming van de supermarkt nu op onze website. Het album beslaat tweehonderd jaar Bussumse geschiedenis geïllustreerd met 176 plaatjes. Met het oog op de grote belangstelling is een keer een ruilbeurs van plakplaatjes geweest in het Bussumse Jumbo-filiaal, en er was onlangs nog tijdens de Open Dag van onze vereniging gelegenheid om missende plaatjes te zoeken. Voor wie het album uiteindelijk toch niet vol heeft weten te plakken is dit goed nieuws. Het staat nu online en kan worden gedownload en desgewenst geprint. Ja heus, alle plaatjes staan er in ! Het boekwerkje is samengesteld door medewerkers van de Historische Kring Bussum. Zij stellen het bijzonder op prijs dat hun werk nu digitaal kan worden gepresenteerd. Klik HIER om het album te bekijken.

We hebben 210 gasten en geen leden online