Home
Open Menu
Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 36, nummer 2 (september 2020), pag 43-44

BUSSUM IN BOEKEN

Klaas Oosterom

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel
De afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

In deze rubriek bespreekt  boeken die bij een thema passen. De hier besproken boeken passen bij het onderwerp erfgooiers. De Week van de erfgooier gaat dit najaar vanwege de Coronamaatregelen niet door. De HKB wil met dit boekenoverzicht en een lezing op 9 oktober toch aandacht aan de erfgooiers schenken. De boeken zijn in het Documentatiecentrum van de Historische Kring in te zien. Sommige zijn nog in de boekhandel te koop en andere zijn veelal tweedehands via Internet verkrijgbaar

 

Erfgooiers

Het nieuwste boekje over de erfgooiers is van 2019.
Auteur is Anton Kos, die veel over de erfgooiers heeft gepubliceerd.
In dit 48 blz. tellende boekje, dat is uitgegeven door de Stichting Stad en Lande van Gooiland, zet hij de meer dan 1050-jarige geschiedenis van de oorspronkelijke bevolking van het Gooi uiteen in 10 tijdvakken. De tekst is gebaseerd op de artikelen die hij tussen 2014 en 2017 in het blad van de Historische Kring Laren publiceerde.
Op het omslag: scharende erfgooiers in 1946.

  

Erfgooiers geportretteerd

Koos Breukel maakte fotoportretten van ‘Gooise geërfden’ (mannen en vrouwen) en van ‘families’.
De foto’s werden in 2015 geëxposeerd in het Singer Museum in Laren.
De landschapsfoto’s zijn van Dirk Kome. Anton Kos schreef de teksten.
Het is in 2017 uitgegeven door het Goois Natuurreservaat en de Stichting Stad en Lande van Gooiland, ter gelegenheid van het 40-jarig jubileum van de Stichting.

 

Erfgooiers Ten eeuwigen dage

Het standaardwerk van Anton Kos en Karin Abrahamse over de geschiedenis van de erfgooiers en van het Gooise landschap.
De toenmalige boeren uit het Gooi verwierven in de 15de eeuw erkenning van hun gebruiksrechten op de woeste gronden. Hun organisatie Stad en Lande van Gooiland bleef tot in de 20ste eeuw in stand.
In kaderteksten staat aanvullende informatie over de erfgooiers.
Bijzonder zijn de geschilderde en getekende portretten van erfgooiers. Het boek sluit af met de lijst van namen van alle erfgooiers uit 1708, die sindsdien het uitgangspunt is geweest voor de erkenning van de rechten van de erfgooiers.

 

De geschiedenis van het Gooi en zijn erfgooiers

Historicus dr. A.C.J. de Vrankrijker en kunstenaar Eppo Doeve tekenden voor dit informatieve boekje uit 1984.
In 24 ‘vensters’ wordt de geschiedenis uit de doeken gedaan.
De rechten van de boeren in de dorpen en de poorters uit de stad Naarden werden in 1404 vastgelegd in de eerste schaarbrief. Ook later moesten zij voor hun rechten strijden. In de loop der eeuwen veranderde de erfgooiersgemeenschap van karakter, doordat er steeds minder boeren overbleven en er juist steeds meer erfgooiers kwamen die geen boer meer waren. Een deel van de grond werd bestemd voor woningbouw, een ander deel werd natuurreservaat. In 1971 werd de organisatie ontbonden.

 

Het Gooi en de Erfgooiers

In de eeuwenoude geschiedenis van de erfgooiers is de Erfgooierswet van 1912 een keerpunt. Onder de energieke leiding van voorzitter Emil Luden (1863-1942) werd de organisatie van Stad en Lande omgezet in een vereniging en werden alle betrokkenen weer bij de tijd gebracht.
Luden schreef in dit boek over de veranderingen. Mooie uitspraak: ‘Te meenen echter dat al deze verbeteringen de belanghebbenden tot dankbaarheid en tevredenheid hebben gestemd, zoude een vergissing zijn. De mensch, vooral de boer en bij uitstek de Erfgooier, lijdt niet aan een overmaat van tevredenheid.’

 

 

 

Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 36, nummer 2 (september 2020), pag 1

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel
De afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

HKBdeflogo2020ZW kleinHistorische Kring Bussum
Opgericht 7 juni 1983
ISSN 1871-2266

Bussums Historisch Tijdschrift
Jaargang 36 nr. 2 – september 2020
Losse verkoop € 7,50
Uitgever: Historische Kring Bussum 

Redactie: Frank de Groot, Anneke van de Koppel, Nol Verhagen
Redactiesecretariaat: Inge Engelbarts, Lijsterlaan 313, 1403 AX Bussum. E-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Medewerkers aan dit nummer: Annet Betsalel, Eric Bor, Jos van Eijden, Nico Guns, Guusje Hent, Klaas Oosterom, Nol Verhagen, Gijs Vorstman, Luud Wierenga
Foto’s en beeldmateriaal: aangeleverd door auteurs, diverse archieven, archief HKB; zie verder artikelen
Vormgeving: Anneke van de Koppel
Druk: Drukkerij Walden, Bussum

Documentatiecentrum
Adres: Stationsweg 3, 1404 AN Bussum
Telefoon: 035-69 129 68
Openingstijden: maandag, woensdag en donderdag van 10.30-12.00 uur; of op afspraak
E-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Website: www.historischekringbussum.nl
Facebook: www.facebook.com/HistorischeKringBussum/

Lidmaatschap & abonnement
De (minimum) contributie bedraagt € 15,00 per kalenderjaar. Voor verzending buiten Bussum, Naarden en de Hilversumse Meent wordt dit bedrag met € 7,50 verzendkosten verhoogd.U kunt zich aanmelden als lid bij voorkeur per e-mail aan Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of telefonisch 035-6912968.
Opzegging schriftelijk vóór 1 december.
Nieuwe leden ontvangen alle nummers van het tijdschrift van het lopende jaar.
Contributie en donaties: NL93 INGB 000 46 168 07
Losse nummers van het tijdschrift zijn voor € 7,50 verkrijgbaar bij het Documentatiecentrum en bij Boekhandel Los en Boekhandel Bruna te Bussum.

 
pag 6  
     
  
pag. 15  

Advertenties
Voor informatie kunt u contact opnemen met de redactie, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of telefoon 035-6919221

Inhoud
Van de redactie, 3
Monumenten om te leren, 4
Alef-Beth – Het joods onderwijs in Bussum vanaf 1911, 10
De Broeders van Maastricht in Bussum, 15
Honderd jaar Volksuniversiteit Naarden-Bussum, 20
Het Instituut tot Onderwijs van Blinden, Visio, 24
Michiel Noordewier, kunstschilder en geliefde docent klassieke talen, 28
Meer uitgebreid lager onderwijs in Bussum, 31
De schoenmaker bleef bij zijn leest, 36
Villa’s en scholen – Huisvesting van het voortgezet onderwijs, 38
Bussum in Boeken, 43

 

Auteursrecht voorbehouden. Gehele of gedeeltelijke overneming of reproductie van de inhoud van deze uitgave, op welke wijze dan ook, is zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende verboden, behoudens beperkingen bij de wet gesteld.
Secretariaat: Stationsweg 3, 1404 AN Bussum

De Vereniging
De Historische Kring Bussum stelt zich ten doel het bevorderen van de kennis van en de belangstelling voor de geschiedenis van Bussum en omgeving en zet zich in voor het belang en behoud van het cultureel en historisch erfgoed aldaar. Zij probeert dat doel te bereiken door een documentatiecentrum in stand te houden, een tijdschrift uit te geven en tentoonstellingen, lezingen en excursies te organiseren
De vereniging heeft een aantal werkgroepen die historisch materiaal verzamelen, bestuderen, publiceren en opnemen in de digitale database van de HKB.De Historische Kring Bussum is per 1 januari 2011 aangemerkt als ANBI (algemeen nut beogende instelling). Het fiscaal nummer is RSIN 8166.01.227.

 

 

 

Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 36, nummer 2 (september 2020), pag 3

Leermonumenten

De redactie

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel

 

De Open Monumentendagen 2020 hebben van de landelijke organisatie het thema ‘Leermonumenten’ meegekregen. Maar wat is een leermonument? In Van Dale komt het woord niet voor. Maar er zijn natuurlijk heel wat monumenten waarvan je iets kunt leren, en er zijn ook veel monumenten waarin je iets kunt of kon leren. Denk maar aan al die monumentale scholen, die soms ware burchten van geleerdheid waren, dat dacht je tenminste als je voor het eerst als klein jongetje of meisje in die lange, hoge gang stond. Ook Bussum heeft zulke scholen gekend, en gelukkig zijn er nog een paar over. Niet de prachtige Koningin Wilhelminaschool, die ooit aan het eind van de Brinklaan stond om verwonderde treinreizigers naar Bussum te lokken – die is in 1971 helaas afgebroken. Maar gelukkig is er nog de Vondelschool, voorheen Prins Hendrikschool. Ook de Paulusschool bij Spant!, nu kinderdagverblijf de Bommelburcht, staat nog overeind, net als de Julianaschool aan de W. Kalfflaan in het Brediuskwartier. De Julianaschool en de Vondelschool doen nog steeds daadwerkelijk dienst als ‘Leermonument’. Gijs Vorstman schrijft in dit nummer van het Bussums Historisch Tijdschrift over deze monumenten en hun architecten.

Geen monument (of maar ten dele) in de fysieke zin van het woord, maar wel een ‘monument van de geest’, is het Willem de Zwijger College, dat dit jaar honderd jaar bestaat. COVID-19 heeft een gemene spaak gestoken in het wiel van de jubileumviering. Tijdens de aanstaande Open Monumentdagen proberen we dat een beetje goed te maken, want de Historische Kring Bussum en het Willem de Zwijger College slaan dan de handen ineen en organiseren een programma dat plaatsvindt in de school. Begonnen als de lyceumafdeling van de Luitgardeschool voor (rijke) meisjes, groeide deze school uit tot het Christelijk Lyceum (voor jongens en meisjes), in 1955 vernoemd naar Willem de Zwijger. Eric Bor, oud-leraar aan die school, heeft uitgezocht waar de Bussumse middelbare scholen in de afgelopen 110 jaar zoal onderdak hebben gevonden.

Een ander ‘monument van de geest’ is de Volksuniversiteit Naarden-Bussum, die dit jaar ook al honderd jaar bestaat. Een initiatief van de gegoede burgerij, bedoeld voor de minder goed bedeelden en de minder hoog opgeleiden, maar door de doelgroep niet altijd op waarde geschat. Toch vonden er in de eerste 25 jaar maar liefst 1864 bijeenkomsten plaats, met meer dan 180.000 deelnemers.

En dan waren er nog de Broeders van Maastricht, die in navolging van de Zusters van Amersfoort hier in 1908 een katholieke jongensschool stichtten, en later voetbalvereniging SDO hielpen oprichten, en tafeltennisvereniging Good Luck, en nog later jeugdmuziekgezelschap ViJos. Twee oud-leerlingen van de broeders schrijven een boek over hun leermeesters en lichten alvast een tipje van de sluier – voor zover dat mogelijk is bij een broeder.

‘Echt leder’ gold lang als een keurmerk voor kwaliteitsschoeisel. Aan deze interpretatie van Leermonumenten wordt recht gedaan in een artikel over de leden van de familie Iking, die tot aan het begin van dit jaar onze schoenen hebben gerepareerd.

Dit en meer in deze aflevering van BHT. Bezoek tijdens de Open Monumentendagen op 12 september onze bijeenkomst over Leermonumenten in het Willem de Zwijger College of een van de andere Open Monumenten. Lees erover in de brochure die u bij deze BHT aantreft. Tot ziens op de Open Monumentendagen.

 

Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 36, nummer 2 (september 2020), pag 4-9

Monumenten om te leren

Luud Wierenga en Gijs Vorstman

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel
De afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

 

In mei 2018 presenteerde het Bussums Historisch Tijdschrift een reeks artikelen over het onderwijs in Bussum. Bij die gelegenheid werd vermeld dat er in Bussum sinds het einde van de 19de eeuw maar liefst 120 scholen en schooltjes zijn geweest, naamsveranderingen meegerekend. De gebouwen waarin die scholen zijn of waren ondergebracht, kunnen we in drie categorieën verdelen:

  • gebouwen (meestal villa’s) die eind 19de/begin 20ste eeuw (tijdelijk) werden ingericht voor onderwijs;
  • de eerste scholen, die oorspronkelijk als school zijn ontworpen;
  • moderne, eind vorige eeuw of na 2000 ontworpen schoolgebouwen.

Op een bescheiden aantal daarvan willen we hieronder de aandacht vestigen. De eerste categorie laten we buiten beschouwing. Van de tweede categorie bespreken we een viertal scholen uit verschillende bouwperioden, met herkenbare monumentale elementen in plattegrond, gevels en details. Daarna besteden we aandacht aan twee moderne scholen, die weliswaar nog niet de monumentwaardige leeftijd bezitten, maar die vanwege hun opzet en uitwerking in stedenbouwkundige en/of architecturale uitwerking aandacht verdienen.

       
 
Ontwerptekening van de voor- en de achtergevel van
de Prins Hendrikschool, met de signatuur van de
gemeentearchitect J.F. Everts. In werkelijkheid doet de
achterzijde van de school thans dienst als voorzijde

 

Internationale vormentaal

Al vanaf de renaissance waren vormgeving en kunst voor de politieke en de geestelijke macht belangrijke middelen om zich te onderscheiden. Bij een organisatie hoorden herkenbare gebouwen. Kunstenaars, onder wie ook bouwmeesters en architecten, ontwikkelden diverse stijlen die breed aandacht en toepassing kregen. Om mee te kunnen doen werd zowel regionaal als landelijk of zelfs internationaal veel kennis en kunde uitgewisseld. Architecten maakten studiereizen en liepen stage om kennis te nemen van ontwikkelingen in vormgeving en architectuur. Ook woonden zij lezingen bij of vertelden zelf over hun ervaringen in het buitenland. Regelmatig was er aandacht voor de stedenbouwkundige samenhang. Daarom belichten wij hieronder niet alleen de architectuur maar ook stedenbouwkundige aspecten van de door ons besproken gebouwen.

 

Scholen voor kinderen van forenzen

Afgezien van wat particuliere initiatieven in de tweede helft van de 19de eeuw om onderwijs te geven in bestaande gebouwen zoals schuren, woningen en villa’s, kwam de eerste scholenbouw in Bussum en omgeving pas echt op gang na het openen van de spoorlijn Amsterdam-Amersfoort in 1874. Rijke en ontwikkelde Amsterdammers kochten in het Gooi grond en bouwden er villa’s om met hun gezin de stinkende stad te ontvluchten. Middenstanders volgden hun voorbeeld. De heren hadden hun werk in de stad en reisden op en neer met de trein. Voor de kinderen moesten er natuurlijk in het Gooi schoolvoorzieningen komen.

In de onderwijswet van 1886 werden eisen gesteld aan onderwijsgebouwen. Een van de eerste echte schoolgebouwen in Bussum werd gebouwd op de hoek van de Landstraat en de Schoolstraat, de Koning Willemschool. Die school is al weer lang geleden gesloopt. Een ander groot schoolgebouw, de in 1899 opgerichte Koningin Wilhelminaschool aan het eind van de Brinklaan, grenzend aan het Bos van Bouvy, is ook gesloopt. 

       
 
De huidige hoofdingang van de Vondelschool aa in de Molenlaan

 

De Prins Hendrikschool

Maar in 1905 werd aan het begin van de Oud-Bussummerweg de Prins Hendrikschool geopend en die bestaat gelukkig nog wel. Het gebouw is een goed voorbeeld van een volwaardige school uit het begin van de 20ste eeuw. De school heet sinds 1965 Vondelschool.
Het ontwerp is van gemeente- architect J.F. Everts (1851-1905), die tevens het veel betreurde oude gemeentehuis van Bussum ontwierp. De school was waarschijnlijk een van zijn laatste werken. In zijn ontwerp van het gemeentehuis aan de Brinklaan van 1884 had Everts, passend voor een raadhuis, veel Hollandse neo renaissance stijlkenmerken toegepast, zoals de entree, het daktorentje, dakkapellen, de goot en kroonlijst en vooral het veelvuldig toepassen van natuursteen in de zogenoemde speklagen (de witte stroken tussen het metselwerk). 

       
De zijingang van de Vondelschool aan de Havenstraat/Hogeweg
 

Het ontwerp van de Prins Hendrikschool toont veel minder uitbundig materiaalgebruik, maar wel veel sober vakmanschap in de detaillering van het metselwerk. Dat vind je onder meer terug in de hoge verticale raamopeningen met zogenoemde segmentbogen en sluitstenen die overgaan in de al eerder genoemde speklagen van natuursteen in de gevels.

Wat ook opvalt, is de gevelindeling in traveeën met 3 en 5 raamopeningen. Elke travee duidt op een lokaal. Het is een zeer klassieke gevelindeling die je ook kunt terugvinden in bijvoorbeeld het Koninklijk Paleis op de Dam in Amsterdam, daar met een 3-5-7 indeling.

Helaas is de oriëntatie van het schoolgebouw, ondanks de symmetrie van de plattegrond en de gevels, onduidelijk binnen het stedenbouwkundig kader. Er lijken twee (hoofd)ingangen te zijn, een aan de Molenlaan en een aan de Oud Bussummerweg / Simon Stevinweg. Ondanks de hoge voorgevel, die een sterk horizontaal accent heeft, heeft deze laatste entree – toch al niet sterk geaccentueerd in de gevel met horizontale belijning – zijn karakter als hoofdentree verloren, mede door het talud dat het voorterrein scheidt van de Simon Stevinweg en  door de fors uitgegroeide bomenrij.
Dit in tegenstelling tot de entree aan de Molenlaan, eigenlijk de achterzijde van het gebouw, die door het vooruitgeschoven bouwdeel met de tuitgevel, de gemetselde kolommen en met het fraaie smeedwerk van het toegangshek zeer aanwezig is en die dan ook als entree wordt gebruikt. De lang doorlopende neergaande kapvormen duiden echter meer op de achterzijde van een gebouw. De zijingang aan de Havenstraat is duidelijk wel als zodanig herkenbaar.

 

       
 
De achterzijde van de School met de Bijbel / Paulusschool
aan het Eendrachtpark

School met den Bijbel-Bommelburcht

Het huidige kinderdagverblijf de Bommelburcht (voorheen de School met den Bijbel en later Paulusschool) is stedenbouwkundig wel mooi gesitueerd. 

        
De monumentale hoofdingang van de School met de Bijbel aan
de Abraham Kuyperlaan
 

De hoofdtoegang aan de zijde van het Eendrachtpark ligt precies in het verlengde van de as van de Bijlstraat en het plantsoen, en de toegang aan de Abraham Kuijperlaan heeft een fraai toegangshek aan het schoolplein ervoor.

Deze school uit 1923 van architect Tjeerd Kuipers (1857-1942) is een fraai voorbeeld van de late Amsterdamse School en is terecht een gemeentelijk monument.

 

Julianaschool

       
 
Christelijke Julianaschool, W. Kalfflaan

Ook uit die periode stamt de Christelijke Julianaschool aan de Willem Kalfflaan van architect N. Doornberg (1887-1966). Het ontwerp is van 1929. De strakke horizontale lijnen en de duidelijke dakoverstekken duiden op invloeden uit Amerika van de befaamde architect Frank Lloyd Wright.

Ook stedenbouwkundig zijn de bouwdelen goed gesitueerd en de hoofdentree heeft een duidelijk accent door de recht opgemetselde toren met verticale sierelementen. De raampartijen, de glas-in-lood ramen van het trappenhuis en het letterontwerp van de naam van de school lijken meer geïnspireerd te zijn door de Amsterdamse School.

 

De Indonschool

Toen in de jaren twintig het Brediuskwartier voltooid raakte, werd er ook een basisschool gepland. In 1928 werd die naar een ontwerp van dorpsarchitect J. Gerber (18851948) gebouwd aan de Albert Neuhuyslaan en – heel prozaïsch – school G genoemd. (Meer scholen kregen toen bij de planning een letter, zoals school D voor de Prinses Marijkeschool. Kennelijk kon men er geen passende naam voor bedenken!) Later werd de school vernoemd naar Jan Ligthart. Niet te verwarren met wat nu het Jan Ligthartcentrum is van de zorgorganisatie Sherpa aan de Brinklaan naast de Koepelkerk. In 1950 werd het de school voor speciaal basisonderwijs Indon.

       
De lange daken van de Indonschool aan de Albert Neuhuyslaan,  
voorheen de Jan Ligthartschool
 

Het is een bijzonder gebouw, waarin je niet zo gauw een school  zou vermoeden. De eenvoudige, horizontale raamindeling zonder enige decoratie, de fors overstekende daken en het gebruik van baksteen duidt op de stijl die na 1925, als reactie op het functionalisme (platte daken, beton, grote stalen ramen, e.d.) werd ontwikkeld in Delft: de Delftse School.
De grote naam daar was hoogleraar M.J. Granpré Molière. Het was een terugkeer naar de traditionele bouwkunst en materiaalgebruik, die de oude ambachten weer kans gaven op te bloeien: baksteen, hout en hoge kapvormen met dakleien. In algemene zin wordt die stijl ook wel traditionalisme genoemd.

Ook de vroegere rooms-katholieke Fröbelschool aan de Herenstraat, de voormalige rooms-katholieke St.-Agnesschool aan de Brinklaan en de Prinses Juliana Bewaarschool aan de Torenlaan zijn typische voorbeelden uit die periode (het zogenoemde Interbellum, 1920-1940). In die tijd werden verscheidene stijlen ontwikkeld zoals het modernisme, nieuwe zakelijkheid, en ontstond ook De Stijl.

De hoge kappen en overstekken van de Julianaschool, de Indonschool en de voormalige Prinses Marijkeschool (nu ingericht als appartementengebouw) in de Godelindebuurt sluiten duidelijk aan bij de villa’s van het Brediuskwartier. Het landelijke karakter (buiten wonen) wordt daarmee versterkt.

Moderne schoolgebouwen

De laatste twee schoolgebouwen waar we aandacht aan willen geven zijn moderne gebouwen met een bijzonder karakter. Leermonumenten vanwege het karakter, de ligging en opzet van de bouwmassa’s.

            
 
 De Breeduit=school aan de Akkerlaan
   

Breeduit

De opzet van een brede school werd in het meerjarenprogramma van B&W 2002-2006 voor het eerst genoemd. De brede school is een nieuwe ontwikkeling in het positioneren van voorzieningen op één locatie, met als doel meer voorzieningen en ontmoetings mogelijkheden dicht bij elkaar te kunnen aanbieden. Werd aanvankelijk nog gedacht aan de verbouwing van de bestaande school De Zonnewijzer aan de Akkerlaan, gaandeweg koos men in 2007 voor een nieuw complex met meer (brede) functies geconcentreerd op één locatie, geïntegreerd met wonen, parkeergelegenheid en openbare ruimten. Samen vormen de functies een klein dorp.

Na enige wisselingen in het gebruik is het uiteindelijk in 2013 een centrum geworden voor protestant-christelijk en speciaal basisonderwijs, kinderopvang, GGD, bibliotheek, theater en wonen. Snelder Architecten heeft er een bijzonder gebouw van gemaakt met een strakke, functionele materiaaltoepassing, maar met een zeer acceptabele uitstraling. De hoog liggende hoofdentree leidt op originele, bijna theatrale, maar ook wel speelse wijze naar de verschillende functies.

 

        
Binnenplaats en entree van de Vrije School Michaël
 

Vrije School Michaël

De laatste hier te bespreken school is op een andere wijze bijzonder, zowel wat de inrichting van het onderwijs als wat de vormgeving betreft. De Vrije School Michaël heeft een antroposofische grondslag. De uitgangspunten voor architectuur en ruimtelijke vormgeving zijn ontwikkeld op basis van de filosofieën van Rudolf Steiner. Het ontwerp uit 2010 is van SP architecten.

Als je op de hoek van de Aaltje Noorderwierlaan en de Esther de Boer van Rijklaan staat, vallen de lange, aflopende metalen dakvlakken op. Een beetje verwarrend zijn de twee witte vlakken met glasstroken, omdat de neiging bestaat juist daar naar binnen te willen lopen. De hoofdentree is echter aan de achterzijde, in de hoek, die merkwaardig genoeg ook al twee verticale voordeurvlakken heeft. Je moet naar de ingang zoeken omdat je door het fraai ingerichte binnenplein wordt afgeleid.
Opvallend is de zorgvuldige vormgeving van het buitenterrein. Deze behoort ook duidelijk bij de school en is geen kaal niemandsland.

 

Koesteren en behoeden

Zo telt Bussum een keur aan scholen en schoolgebouwen. Het brede aanbod van onderwijs vertaalt zich ook in een grote variatie en kwaliteit in gebouwen, ontwerpstijl en stijlperioden. Die variatie mogen we best koesteren en behoeden voor afbraak en nuchtere nieuwbouw. Je bent nooit te oud om te leren!

 

Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 36, nummer 2 (september 2020), pag 10-14

Alef-Beth – Het joods onderwijs in Bussum vanaf 1911

Annet Betsalel

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel
De afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

 

In 1910 klaagden verschillende Bussumse ouders bij opperrabbijn Dünner over het feit dat hun kinderen twee keer per week naar de Naarder Vesting moesten lopen (drie kwartier gaans) om daar het godsdienstonderwijs in de aftandse synagoge te volgen bij een stokoude leraar, die niets op had met moderne onderwijsmethoden. Bussum had geen zelfstandige joodse gemeente of synagoge. Opperrabbijn Dünner verwees de ouders naar het burgerlijk bestuur in Bussum, dat volgens de wet voor dat doel een klaslokaal ter beschikking moest stellen.

       
Klasje joods onderwijs, Bussum ca. 1920
 

Een schoolcommissie onder de energieke leiding van de heer Sitters diende daarop een verzoek in bij de gemeente Bussum om een lokaal toe te wijzen voor de woensdagmiddag en de zondag. Hiertegen werd geen principieel bezwaar aangetekend, maar wel tegen het feit dat de beheerder van de Koning Willem I school, waar de lessen plaats zouden vinden, dan zondagsarbeid moest verrichten en de kachel er speciaal voor moest aansteken. Na enige correspondentie met de onderwijsinspecteur uit Amsterdam werd eind 1911 een compromis bereikt: de lessen zouden plaatsvinden op maandag- en donderdagmiddag. Op donderdag 19 oktober 1911 werd de eerste joodse les gegeven door de heer Engelsman uit Weesp.

In 1917 verhuisden de lessen naar een lokaal in de Prins Hendrikschool (nu de Vondelschool). Uiteindelijk kregen de lessen vanaf 1918 een vaste plek, toen de jonge Joodse Gemeente Bussum zijn intrek nam in een tot synagoge en leslokaal omgebouwd pand op de hoek van de Hogeweg en Havenstraat, het oude noodlokaal van de Prins Hendrikschool.

 

       
 
De synagoge aan de Hogeweg

Aap, noot, Mies – van rechts naar links ...

Joodse les in de eerste twintig jaren van de 20ste eeuw moet niet altijd een pretje zijn geweest. Er was weinig inlevingsvermogen in het kind, dat sowieso al lange dagen op school maakte en dan nog eens twee keer per week naar de ‘jodenschool’ moest, zoals de Bussumer kruidenierszoon Maurits van der Ven zich in 1987 herinnerde:
‘De sjoel was in een oud gebouw op de Hogeweg. Hij bestond uit twee bijna gelijk grote vertrekken. Het ene diende als sjoel. Er was misschien plaats voor twintig vrouwen en vijfendertig mannen, maar was natuurlijk nooit vol, behalve op Rosh Hasjana en Jom Kippoer [Joods Nieuwjaar en Grote Verzoendag].

Op een of andere manier was er voor passende elektrische verlichting gezorgd, maar het was primitief. Ik herinner me nog de geweldige draai om mijn oren die ik kreeg toen ik door onvoorzichtigheid – neem ik nu aan – een dubbele dubbele dubbele stekker uit de muur deed vallen en alles donker was. Haastig stopte ik ze er allemaal weer in – op sjabbat [volgens de joodse regels is het niet toegestaan op sjabbat elektriciteit aan of uit te doen]. Of de draai om mijn oren nu als gevolg van het laatste of eerste kwam, weet ik natuurlijk nog altijd niet.’

      
Het Hebreeuwse leesplankje
 

Het andere deel van het gebouw diende als leslokaal en zal niet in veel betere staat hebben verkeerd. Natuurlijk kwam de inspecteur uit Amsterdam regelmatig het niveau van de leerlingen controleren. De school-commissie maakte zich hier vaak druk over,  zoals uit de notulen van de Joodse Gemeente blijkt, want hoewel van de leraren werd geëist dat ze een passende opleiding op het Nederlands Israëlitisch Seminarium in Amsterdam hadden genoten, viel het niveau vaak tegen. Behalve Hebreeuws en Bijbelse verhalen zullen er ook wel wat zionistische geluiden hebben geklonken – in de jaren twintig was er immers ook al een Joodsche Vrouwenvereeniging voor Practisch Palestinawerk actief in Bussum.

Misschien zijn de kinderen op de foto van begin jaren twintig op blz. 10, zoals Philip, Greet en Joop Krant, nog wel zo gelukkig geweest om de veranderingen in lesmethoden meegemaakt te hebben: er werd een (van rechts naar links lopend) Hebreeuws leesplankje ontwikkeld, er werden speciale Nederlandstalige joodse kinderliedjes geschreven, er was een joodse jeugdkrant met spannende feuilletons en al met al kreeg het leren een speelser karakter

 

Op stand in de Kromme Englaan

In 1931 was het eindelijk zo ver: onder grote belangstelling van joodse en niet-joodse kant verhuisde de Joodse Gemeente Bussum naar het nieuwe pand aan de Kromme Englaan 1a, de voormalig kerk van het Hersteld Apostolisch Genootschap. Het moet een enorme overgang zijn geweest, ook voor de kinderen die ineens in een prachtig pand terecht kwamen – zeker in vergelijking met het ‘kippenhok’, zoals de hierboven genoemde Maurits van der Ven het lokaal aan de Hogeweg omschreef.

         
   

Over het aantal kinderen dat joodse les had in Bussum bestaat geen volledige duidelijkheid. Het zullen er jaarlijks waarschijnlijk zo’n twintig zijn geweest in verschillende leeftijden. Ook de lesboekjes pasten zich aan de tijd aan, zoals is te zien op een lesboekje uit 1931 met prachtige illustraties van de bekende illustrator Leo Pinkhof (zie hiernaast).

Over het algemeen waren de jaren dertig goed voor de Joodse Gemeente: men kwam door hard werken vooruit, de mensen die tien jaar daarvoor nog met een kar door Bussum ventten, hadden nu een winkel in de Raadhuisstraat, een slagerij in de Vlietlaan of een klein modehuis in de Nassaulaan. Bussum was een welvarend dorp geworden, dat zich had ontworsteld aan de greep van Naarden, waar de ruim tweehonderd jaar oude Joodse Gemeente Naarden in 1935 inmiddels was opgeheven (dat wil zeggen: opgegaan in de Joodse Gemeente Bussum). De synagoge was door achterstallig onderhoud afgebroken.

 

School voor Kinderen van Joodschen Bloede

In het eerste jaar na de Duitse bezetting veranderde er voor joodse kinderen nog niet veel: de joodse lessen gingen gewoon door, de sjoel bleef open – alleen werden in november 1940 alle joodse leraren en onderwijzers van reguliere scholen ontslagen. In de zomer van 1941 kregen alle joodse kinderen te horen dat ze na de zomer niet terug konden komen op hun oude scholen. Dit moet voor velen een enorme schok geweest zijn, volledig geïntegreerd als ze waren in de Nederlandse samenleving. Het moet ook een bittere teleurstelling zijn geweest dat niemand van de docenten ooit meer iets van zich had laten horen, zoals Daan van Creveld liet weten in Paul Schneiders boek Buitengewoon Bussum, een villadorp in benarde tijden.

       
 
De joodse Montessorischool in Amsterdam, najaar 1942.
Op de bovenste rij naast de klok Kiki Barents, die tot de
zomer 1942 in de Rhijnvis Feithlaan 11 in Bussum woonde.

Vanaf het moment dat het bericht over de verwijdering van joodse kinderen van de algemene scholen bekend werd, zette het bestuur van de Joodse Gemeente zich met volle energie in om toch onderwijs voor hen te regelen. Er werd een schoollokaal gezocht, schoolbanken aangekocht, docenten (allen joods) aangetrokken, lesmateriaal en boeken aangeschaft. In het najaar van 1941 werd de lagere school geopend in een pand aan de Willemslaan, onder de bezielende leiding van Ys Vissel, die zelf ontslagen was als leraar aan het Gooiland Instituut. Er waren zo’n honderd leerlingen. Voor middelbaar onderwijs moesten de leerlingen naar Hilversum – te voet, want de fietsen van joodse eigenaren (ook die van kinderen) waren allemaal geconfisqueerd.

Toen door gedwongen evacuaties in de zomer van 1942 het leerlingental verminderde, verhuisde de joodse school naar de Mecklenburglaan nr. 14, waar de familie Minkenhoff op de benedenverdieping kantoor had gehouden van hun inmiddels geconfisqueerde bedrijf. Ondanks de ernst van de situatie is het toch amusant om in de archiefstukken van de gemeente de verontwaardigde correspondentie te lezen tussen de vader van een leerling en een leraar: het kind was naar eigen zeggen onterecht uit de klas verwijderd. Bestuurder Ies van Creveld moest tussen beiden komen om de gemoederen te kalmeren. Heel gewone schoolperikelen dus.

In november 1942 werd na amper een jaar de school door de overheid alweer gesloten. Die zomer werden veel families gedwongen geëvacueerd naar Amsterdam, waar de kinderen de joodse scholen bleven bezoeken, tot hun deportatie naar Westerbork.

Na de sluiting van de joodse school bleef alleen de sjoel in Bussum over als cultureel en educatief centrum. Vanaf het moment dat de toegang tot de gewone bibliotheken voor joden verboden was, werd er een uitleenbibliotheek opgericht (waarvoor wethouder Caron nog boeken doneerde), werden er voor jong en oud door allerlei leden van de Joodse Gemeente cursussen gegeven, van Engels en Hebreeuws tot kunstgeschiedenis en gymnastiek, en werden er lezingen en concerten georganiseerd. Na maart 1943 kwam er een einde aan alle activiteiten.

       
Het Zionistische jeugdhuis in de Schwerinlaan nr. 7 in 1947.
De meeste jongeren vertrokken naar Israël. Foto Ruben Cahn
 

Terug op school in Bussum

Voor veel van de kinderen die vooral via onderduik de oorlog doorkwamen, was echter ook de naoorlogse tijd een beproeving. De terugkeer naar de ouders (als zij het al hadden overleefd), die zelf vaak ook allerlei trauma’s hadden opgelopen, was op zijn minst stroef te noemen. De terugkeer naar school was vaak nog erger, vanwege leerachterstand en sociale isolatie, en omdat ze altijd het buitenbeentje waren. Er waren zelfs antisemitische incidenten. Geen wonder dat vrij veel families opteerden voor emigratie naar Israël of Canada.

Daarnaast stonden de overheidsinstanties niet te wachtenom ouderloze joodse kinderen door de joodse gemeenschap te laten opnemen. Menig rechtzaak was hiervan het gevolg en zelfs ontvoeringen, zoals in de zaak rond het .joodse meisje Anneke Beekman. Moeder-overste van Mariënburg, die verdacht werd van medeplichtigheid aan de ontvoering van het meisje naar een Belgisch klooster, werd daar uiteindelijk van vrijgesproken. Vanuit Bussum waren het met name mr. Ies van Creveld en dr. Hans Keilson die zich inzetten voor het op nemen van joodse kinderen binnen de eigen gemeenschap. In Bussum waren een 4-tal opvanghuizen voor joodse oorlogswezen, waarvan het bekendste het Birnbaum-huis was aan de Eslaan. Behalve veel aandacht voor educatie lag de nadruk vooral op ‘normaal’ zijn: feestjes en uitstapjes organiseren, om het onbespreekbare vooral onbesproken te laten.

       

Reizigers in de Heer

De Joodse Gemeente werkte intussen hard aan de wederopbouw. Naast de onvermoeibare voorganger en bestuurder Sal van Gelder vallen ook Koos en Ina Caneel op, die in 1949.als joods docentenduo naast de synagoge in de Kromme Englaan waren komen wonen. Zij gaven niet alleen in Bussum les, maar ook op instituten als de Larense Berg-Stichting en de Hilversumse S.A. Rudelsheimstichting, waar vooral oorlogsweeskinderen verbleven. Daarnaast reisden zij in de loop van de tijd in hun aftandse autootje door heel Nederland om kinderen joodse les te geven, hen voor te bereiden op bat mitswa voor meisjes of bar mitswa voor jongens, verder toneelstukken en musicals met de kinderen op te voeren, tot Koos het op zijn 78ste welletjes vond. Honderden, zo niet duizenden joodse kinderen in Nederland hebben warme herinneringen aan het echtpaar Caneel

       
Hedendaagse kinderen, bezig wenskaarten te maken
 

In Bussum werd ook als eerste naoorlogse gemeente in Nederland lesgegeven in het moderne Hebreeuws, het Ivrit, ook de sjoeldiensten vonden plaats in het Ivrit. De oud-Nederlandse Askjenazische uitspraak was verleden tijd.

Traditie en vernieuwing

Op dit moment heb ik er plezier in samen met mijn man Amir, de voorganger van de Joodse Gemeente, de kinderen enige kennis van het Jodendom bij te brengen. Afgelopen jaar was een recordjaar, zeker voor een kleine Joodse Gemeente als Bussum, met maar liefst acht bar en bat mitswa-vieringen, met iedere keer een overvolle synagoge.

Op de wenskaart van begin 1900, zien we een vader die zijn kinderen voor het nieuwe jaar zegent terwijl zij hem trots hun zelfgemaakte wenskaarten laten zien. Traditie en vernieuwing hand in hand – exact de waarden waar Joods Bussum al ruim honderd jaar voor staat en nog lang mee hoopt door te gaan.

 

 

 

Actueel

Fusie archiefdiensten in aantocht

   
 

De archieven van Gooise Meren /Huizen -met de vestiging in Naarden Vesting- en het Streekarchief Gooi en Vechtstreek in Hilversum, dat voor Hilversum, Wijdemeren, Laren en Blaricum archieftaken uitvoert, gaan fuseren. Dat meldt Bussums Nieuws Extra op basis van een collegebrief van wethouder Geert-Jan Hendriks aan de gemeenteraad van Gooise Meren. Volgens hem blijkt de schaalgrootte van de afzonderlijk archiefdiensten niet meer passend voor de opgaven waar het archief tegenwoordig voor staat, zoals het digitaal opslaan en beheren in een E-depot. 'Het onderzoek naar deze optie laat weinig ruimte voor twijfel: fuseren is een uitgelezen kans om te komen tot een robuuste organisatie die beter toegerust is voor de opgaven van de archiefdiensten'  staat in de brief.

Lees meer...

Foto van de maand

Juni 2022

Dit is de Groot Hertoginnelaan, vermoedelijk jaren ’20 of ‘30 van de vorige eeuw. Wat opvalt is de rust, die de foto uitstraalt. Een groot contrast met al het verkeer dat nu door de laan rijdt. De kinderen konden toen hier nog op straat spelen. We zien drie grote villa’s, waarvan er enkelen nu ook nog moeten staan, maar door de huidige begroeiing aan het oog zijn onttrokken. Kunt u ons vertellen welke dat zijn en welke huisnummers het betreft? Uw reactie gaarne naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. 

HKB Nieuws

Excursie grafheuvels

Vrijdagmiddag 10 juni maakte een groep vrijwilligers van de Historische Kring Bussum  en andere belangstellenden een ontdekkingstocht naar de grafheuvels in het heidegebied tussen Bussum en Hilversum. Dit onder leiding van Sander Koopman van de archeologenvereniging ANW Naerdincklant. De excursie betekende een pittige wandeling van ruim twee uur over de Bussumerheide en de Westerheide. Daarbij werden de grafheuvels bekeken, het gebied met het urnenveld en de Lange Heul, met de plaats van een verdwenen middeleeuwse boerderij, waar ook een grafheuvel heeft gelegen.

Lees meer...

We hebben 76 gasten en geen leden online