Home
Open Menu
Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 37, nummer 1 (april 2021), pag 4-8

De Amersfoortsestraatweg vanaf de Huizerweg in de 19de eeuw: vijf huizen, een hoenderpark en een ruïne

Eric Bor

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel
D
e afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

 

De Amersfoortsestraatweg was vroeger een belangrijke verbindingsweg tussen Naarden en Laren, van waaruit je verder kon reizen naar Amersfoort. Hij heette tot in de jaren twintig van de vorige eeuw Naarderstraatweg 1. Langs die weg, die vanuit Bussum bereikbaar was via de Oud Bussummerweg, de Huizerweg en enkele minder belangrijke paden, stond vanaf de Huizerweg in de richting van Laren aanvankelijk alleen aan de zuidwestkant enige bebouwing. Dit gebied hoorde tot de grondruil van 1902 bij Hilversum. De straatweg zelf en de overkant lagen (en liggen nog steeds) in Huizen.

Omstreeks 1880 stonden er aan de zuidwestkant nog maar weinig panden: naast herberg De Gooische Boer lagen de huizen Gooioord, Pniël, Erica, de ruïne van een koepel en een huis dat bekend stond als het huis van De Roeper. Een flink eind verderop stond nog de villa Buitenrust. Niet veel later kwam er naast Gooioord een hoenderpark. Over elk van deze huizen, de ruïne en het hoenderpark valt wel iets te vertellen wat in eerdere publicaties erover nog niet of niet geheel juist werd vermeld.

      

1. De villa Gooioord

In het Algemeen Handelsblad van 12 maart 1863 wordt H.M.G. van Rossum genoemd als bewoner van Gooioord. In 1847 kocht deze Van Rossum een stuk grond van Stad en Lande van Gooiland, mogelijk is de villa daar toen op gebouwd. In 1894 werd Frederik Drees, de oom van de latere premier Willem Drees, de eigenaar. Hij liet de villa in 1901 afbreken en vervangen door een nieuw, door architect Willem Langhout Gzn. ontworpen herenhuis. Aan het begin van de 20ste eeuw bezocht de jonge Willem Drees zijn oom daar regelmatig. Na de dood van Frederik Drees verkocht zijn weduwe Gooioord in 1918 aan de gemeente Bussum.

J.G. Griffioen

In 1919 kocht J.G. Griffioen de villa van de gemeente. Jan Griffioen was aanvankelijk slagersknecht. In september 1904 had hij een eigen slagerij geopend in het het pand Kerkstraat 6. Nadat hij in 1913 op de eng-gronden aan het eind van de Laarderweg een moderne ‘varkensmesterij’ had laten bouwen (een grote schuur met tien hokken voor 5 à 6 varkens), kreeg hij de smaak van het investeren te pakken. Vanaf 1916 kocht hij (met geleend geld) grond en nieuwbouwhuizen, die hij met winst verkocht (zie ook het artikel over Plan Gooioord, elders in dit nummer).
Niet lang daarna verkocht hij zijn slagerij aan zijn knecht J.A. Verkleij. Ook in de varkensmesterij was hij niet langer geïnteresseerd: de varkens werden geleidelijk aan verkocht en de schuur aan de Laarderweg werd uiteindelijk verhuurd. Tussen 1916 en 1921 kocht en verkocht Griffioen zo’n dertig objecten.
Zoals gezegd kocht Griffioen de villa Gooioord in 1919. Hij ging er ook wonen met zijn gezin, maar in 1921 zette hij Gooioord alweer te koop als ‘beboschte buitenplaats’. De villa werd niet verkocht, maar dat Griffioen zo snel na de aankoop van dit bezit probeerde af te komen, wijst erop dat hij op dat moment moeite had aan al zijn hypothecaire verplichtingen te voldoen.

Plan Gooioord

Griffioen wist dat architect K.P.C. de Bazel in opdracht van de gemeente een uitbreidingsplan had gemaakt voor de Oostereng. Zelf liet hij architect Jan Wilke alvast een plan ontwerpen voor de bouw van meer dan veertig forensenwoningen, grotendeels op het grondgebied van Gooioord: het Plan Gooioord. De gemeenteraad maakte ondanks zijn herhaald aandringen geen haast met de besluitvorming. Omdat hij dringend geld nodig had, huurde hij in 1924 een oude boerderij aan de Oud Bussummerweg en startte daarin een zuivelhandel.
Griffioen bleef intussen grond aankopen, niet alleen ten westen van de straatweg, maar ook, samen met M.G.M. Voorman, bij de Oud Bussummerweg, de Huizerweg en de Driestweg. In 1928 verkocht Griffioen twee kavels van het landgoed Gooioord, gelegen aan de Amersfoortsestraatweg en grenzend aan het terrein van De Gooische Boer. Op deze percelen verrees datzelfde jaar de door architect Van Wamelen ontworpen dubbele villa nummer 45 en 47, die nog steeds bestaat.

Fallissement

Tot 1935 ging Griffioen door met zijn handel in grond en onroerend goed: hij kocht, bebouwde en verkocht onder andere grote delen van de Godelindebuurt. In 1936 liep het echter stuk: Griffioen werd met een schuld aan de bank van 568.028 gulden failliet verklaard. Uit het faillissement kocht de gemeente Bussum in 1940 de al geruime tijd leegstaande en verloederde villa Gooioord.

      
 
Huize Pniël in 1886,
geschilderd door Catharina Agatha Willink

De villa werd gesloopt en het terrein werd gesplitst in drie kavels, die in 1941 en 1942 werden verkocht. Daar staan nu op nummer 49 een villa uit 1951, op nummer 51 een villa uit 1959 en op nummer 53 een villa uit 2000, die in de plaats kwam van een door Dudok ontworpen villa uit 1956.

 

2. Huize Pniël

Het huis Pniël (villa is in dit geval eigenlijk een te groot woord) is in 1856 gebouwd. De naam verwijst naar het Bijbelse gevecht van aartsvader Jacob met de engel. Jacob noemde die plaats Pniël (wat zoveel betekent als ‘Gods aangezicht’). Van het huis is een schilderij gemaakt door Catharina Agatha Willink(1864-1943), de dochter van de eigenaar Lucas Willink, die in 1867 overleed. Het huis bleef in de familie, want nadat de weduwe Aagje Willink-Repko was overleden, woonde hun zoon Wouter er tot 1888: toen werd het huis te koop gezet.

 

      
Hoenderfokkerij Gooioord
 

3. Hoenderpark

Omstreeks de tijd dat Pniël te koop stond, opende de heer Slagveld naast Gooioord een hoenderfokkerij. Het is heel goed mogelijk dat die op het terrein van Pniël stond, want van Pniël of enig ander gebouw op het terrein wordt sindsdien geen melding meer gemaakt. De opvolger van Slagveld, Coen Saarloos, kreeg de wind mee toen Jan Griffioen er niet in slaagde het aangrenzende landgoed Gooioord in 1921 te verkopen: hij mocht de volle vijf hectare van het terrein benutten voor het hoenderpark, dat hij uitbreidde met andere diersoorten. Dat maakte van de hoenderfokkerij een groot succes: het park werd geregeld door belangstellende gezelschappen bezocht en het sierpluimvee van kreeg tal van prijzen en eervolle vermeldingen. Vanaf 1927 kreeg Saarloos te maken met Plan Gooioord: hij moest een steeds groter deel van het terrein afstaan. In 1934 vertrok hij met zijn gezin naar Amsterdam. Het oorspronkelijke terrein van Pniël was een van de drie percelen die  de gemeente in 1941 en 1942 verkocht: er staat nu een villa met huisnummer 53.

     
 
Villa Erica in 1910

4. Villa Erica

Voor 1890 was villa Erica eigendom van J.F.E. de Neufville. In dat jaar liet hij het herenhuis naast zijn villa herstellen en verbouwen door de Amsterdamse architect Anton Joling. In 1891 verkocht hij het huis met erf en opstallen aan de weduwe Zoetelief. Zij noemde het Aersum. Helaas overleed zij binnen een jaar. Daarna had het huis nog twee opeenvolgende eigenaren, die er eveneens niet   lang woonden. In 1909 werd het huis verkocht aan de Lutherse Diaconesseninrichting, die er kinderherstellingsoord Erica oprichtte. Dit tehuis voorzag in zo’n grote behoefte, dat al in 1914 op de Naarderstraat in Naarden nabij de tol van Huizen een groter kinderhuis werd geopend, dat de naam Erica meenam. De achterblijvende villa vond niet meteen een koper. Een veiling uit 1921 had geen resultaat. In 1924 kocht D. Hoogeveen het pand, maar ook hij moest omstreeks 1930 wijken voor Plan Gooioord. Op het terrein staat nu een villa uit 1972 (Amersfoortsestraatweg 55).

 

5. Het huis en de koepel van De Roeper

Op de hoek van de Achtermeulenweg – een pad dat op de Naarderstraatweg uitkwam op de plek waar nu het voetpad vanaf de Lothariuslaan op de Amersfoortse-straatweg uitloopt – stond het (buiten)huis van notaris Anthonie Lodewijk de Roeper. De Roeper is korte tijd burgemeester van Bussum geweest, van 1851 tot 1852. In 1852 werd hij secretaris in Naarden. Hij kocht nadien veel grond aan op Hilversums grondgebied langs de Naarderstraatweg. Het is mogelijk dat hij dat deed in de verwachting er winst op te kunnen maken, omdat hij vanuit zijn functies voorkennis had verkregen van de plannen van Defensie om langs de weg van Naarden naar Laren extra fortificaties aan te leggen. Als dat zijn opzet was, is hij er niet in geslaagd: toen Defensie de prijs die hij voor de grond vroeg te hoog vond, werden de fortificaties aan de overkant, op het grondgebied van Huizen tegenover De Gooische Boer gebouwd.

          
Links: huis en ruïne van De Roeper
 
 Hierboven: Heidezicht, geschilderd door J. van Sloten, ca. 1915

In 1855 liet De Roeper op de grond ten westen van zijn huis een toren bouwen. Hij liet notarieel vastleggen dat deze toren 99 jaar niet afgebroken mocht worden. Het dak van deze toren bleek echter niet tegen hevige stormen bestand, zodat de ‘koepel van De Roeper’ al binnen enkele decennia de ‘ruïne van De Roeper’ werd. De koepel werd in 1916 afgebroken en pas in 1941 werd op het terrein ervan de villa gebouwd, die er nog steeds staat (Amersfoortsestraatweg 57).
Het huis van De Roeper bleef een tijdje bewoond en kwam omstreeks 1894 in handen van E. Hartman, die er café Ruimzicht van maakte. Dit café werd later overgenomen door J. Verheul, die de naam veranderde in Heidezicht. In 1928 werd op het terrein de grote door architect J. Negrijn ontworpen villa opgeleverd, die nog steeds in gebruik is (Amersfoortsestraatweg 59).

     
 
Villa Buitenrust

6. Villa Buitenrust

Villa Buitenrust werd in 1894 gekocht door de Amsterdamse architect en makelaar Willem Langhout Gzn. Hij woonde hier met zijn gezin en forensde naar Amsterdam. Wellicht deed hij dit vooral ’s zomers, want in Amsterdam had hij naast zijn kantoor ook een groot woonhuis aan de Weesperzijde. Langhout ontwierp voor de Bussumse projectontwikkelaar en onroerend goedmagnaat P.J. Loman het in 1878 in gebruik genomen Instituut Gooiland en voor Fredrik Drees de eerdergenoemde villa Gooioord. In Amsterdam ontwierp hij talloze huizen in een vaak wat barokke neo-renaissancistische stijl. Bijzonder is bijvoorbeeld het pand Keizersgracht 18.
Villa Buitenrust kreeg later het adres Amersfoortsestraatweg 77-79 en werd een Protestant Militair Tehuis.
In 1964 is het huis gesloopt en zijn er op het terrein tussen de Koekoeklaan en de Ceintuurbaan vijf flats verrezen.

Het vermelden waard zijn ten slotte nog de villa op Amersfoortsestraatweg 65, in 1927 ontworpen door architect J.C.O. Camman en de onlangs afgebrande villa op Amersfoortsestraatweg 67, ontworpen door J. Negrijn in 1932.

 

Bronnen

Noot
1. Op ansichtkaarten en landkaarten uit die tijd (en zelfs in een enkele krant) staat dikwijls Laarderstraatweg, maar dat was niet de officiële naam.

 

 

Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 37, nummer 1 (april 2021), pag 9-12

De Godelindebuurt

Nol Verhagen

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel
De afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

 

Godelinde I

In deze aflevering van Bussums Historisch Tijdschrift richten we de blik op het gebied tussen de Huizerweg en de Ceintuurbaan en tussen de Lorenzweg en de Amersfoortsestraatweg. Aan het begin van de vorige eeuw was het daar grotendeels nog ‘woest en ledig’. Een groot deel lag binnen de Verboden Kringen en mocht niet bebouwd worden met permanente bebouwing. Een klein hoekje viel er net buiten en daar werden dan ook tussen 1916 en 1918 de eerste huizen gebouwd: 138 arbeiderswoningen in opdracht van de Algemene Arbeiders Bouwvereeniging Bussum (AABB). Tegenwoordig noemen we dat stukje Godelinde I, namelijk het eerste van 5 bouwprojecten, die samen het hart vormen van de wijk. Het bijzondere was dat het allemaal woningen voor arbeiders betrof. Godelinde I omvatte (een stukje van) de Huizerweg, de Adelheidstraat, de Keizer Ottostraat, de Luitgardestraat en (een stukje van) de Voormeulenweg. De huizen waren ontworpen door K.P.C. de Bazel. Hans Jonker heeft over de totstandkoming van Godelinde I een uitvoerig artikel geschreven in BHT jaargang 23, nr. 2 (2007).

     
De situatie omstreeeks 1939.
Rechts tegenover de Heilig Hartkerk de Godelindebuurt
 

 

Godelinde II

Nog voor Godelinde I goed en wel was afgerond, maakte de AABB alweer plannen voor Godelinde II: 48 woningen pal ten oosten van Godelinde I. Deze woningen werden, opnieuw naar ontwerp van De Bazel, tussen 1920 en 1923 gerealiseerd aan de Huizerweg, de Voormeulenweg en een nieuwe weg die naar De Bazel werd genoemd, toen die in 1923 onverwacht overleed.

De AABB maakte er samen met De Bazel in de correspondentie met de gemeente herhaaldelijk een punt van dat de woningen 3 slaapkamers moesten hebben, zodat ouders, jongens en meisjes ieder over een eigen kamer konden beschikken. Er was voortdurend gedoe over de bouwkosten van de woningen, waardoor steeds nieuwe aanpassingen (lees: bezuinigingen) in de ontwerpen nodig waren. De AABB verweet het college van B&W in september 1918 (er woedde buiten onze landsgrens nog steeds een Wereldoorlog en in Rusland had onlangs een  communistische revolutie plaatsgevonden) dat het ‘de sociale zijde van deze aangelegenheid weinig of in het geheel niet in aanmerking neemt. De critieke tijd waarin wij leven laat (…) duidelijk zien hoe geld in alle opzichten bijzaak is en het voorkomen van de moreele en sociale inzinking der grote massa hoofdzaak’.

     
Bouwvakkers op het K.P.C. de Bazelplein
 

Godelinde III-IV-V

Vervolgens nam de gemeente het stokje over van de AABB. Eerst werden in opdracht van de gemeente tussen 1922 en 1925 tussen de Voormeulenweg en de Godelindestraat 53 woningen en een winkel
gerealiseerd die nog getekend waren door De Bazel: Godelinde III.

     
 
Hoek Huizerweg/ Keizer Ottostraat

Daarna ontstonden 40 woningen en 2 winkels aan de Godelindestraat, de Korte Godelindestraat en de  Godelindedwarsstraat: Godelinde IV. Deze woningen waren (weliswaar met De Bazel als voorbeeld) ontworpen door de Dienst Gemeentewerken. Dat laatste gold ook voor de 46 huizen en 1 winkel die tussen 1929 en 1933 werden gebouwd aan (het verlengde van) de Keizer Ottostraat, de Godelindestraat, de Godelindedwarsstraat en de Korte Godelindestraat.

     
De opdracht voor Godelinde III (tussen
Voormeulenweg en Godelindestraat)
 

Intussen was in 1929 aan de Korte Godelindestraat ook een lagere school van 7 klassen en gymlokaal gebouwd, die wat liefdeloos School D werd genoemd, maar die vooral bekend stond als de Engschool.
Deze school was ontworpen door ir. J. Gerber, directeur Gemeentewerken en gemeente-architect. In de oorlog stortte hier een Duits vliegtuig neer, waardoor de school en drie woonhuizen aan de Korte Godelindestraat grotendeels afbrandden. Na de oorlog werd de school vernoemd naar het jongste prinsesje, prinses Marijke. Nog weer later werd het de Lindeschool, en aan het eind van de jaren negentig werd de school verbouwd tot appartementen.

 

326 woningen en 4 winkels voor arbeiders

       
 
De winkel aan de Korte Godelindestraat 11
   

 Alles bij elkaar werden er in dit wijkje in vijftien jaar tijd dus zo’n 326 woningen en 4 winkels gebouwd, speciaal voor arbeiders. Daaromheen ontstonden in de jaren dertig buurtjes met wat destijds middenstands woningen werden genoemd; nu heten dit type woningen in makelaarstermen herenhuizen.

     
 De buurt is af
 

De economische crisis en vooral de Tweede Wereldoorlog legden daarna de bouwactiviteiten voor langere tijd stil. Op een paar plukjes huizen langs de Bremstraat, de Papaverstraat, de Irisstraat en de Lothariuslaan na, bleef het gebied ten zuiden van de Kamerlingh Onnesweg tot in de jaren vijftig braak liggen.

 

Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 37, nummer 1 (april 2021), pag 13-17

De Heilig Hartkerk: de kerk met de hoed

Eric Bor

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel
De afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

 

 In 1932 werd op de hei net buiten Bussum een nieuwe kerk in gebruik genomen waarin 900 gelovigen een zitplaats konden vinden die onbelemmerd zicht bood op het altaar. De inwendige hoogte van het middenschip bedroeg 17 m en de uitwendige hoogte 24 m. De toren had een metselhoogte van 37 m en was in totaal 54 m hoog. Het was voor die tijd een modern bouwwerk dat uniek werd genoemd en veel belangstelling trok, ook van buiten Bussum.

       
 
‘Het gebouw stond, als op een eiland, midden
op de hei’, 1932

Opvallend was de toren. Het vaktijdschrift Van bouwen en sieren vond ‘de toren te veel een hoed geworden, die ’t tegenover het slanke torenlichaam te zwaar doet’. Zeer te spreken was het tijdschrift daarentegen over het interieur. De architect, Herman van Eyden, was erin geslaagd een goede sfeer in de kerk te scheppen: ‘Dat ondefinieerbare en toch reële, dat wat niet te verklaren is en toch aanwezig, dat wat er zit in een boog en een gewelflijn, in een verhouding van een hoogte tot een breedte, in die van licht tot donker en in nog veel meer andere dingen.’

     
 
Het interieur van de nieuwe kerk, ‘wat er zit in een boog en
een gewelflijn’

Derde katholieke kerk

Het was de derde katholieke kerk die gebouwd werd sinds de opening van station Naarden-Bussum aan de spoorlijn Amersfoort in 1874, die voor een snelle groei van het van oudsher katholieke dorp had gezorgd. De eerste was in 1884 de Sint-Vituskerk, die naar het voorbeeld van de 14de-eeuwse Broederenkerk in Zutphen was ontworpen door de beroemde architect Pierre Cuypers.

In 1920 moest er een katholieke kerk bijkomen. Dit werd de door Cuypers’ zoon Jos Cuypers ontworpen Koepelkerk, die in 1921 in gebruik werd genomen. Jos Cuypers werd bijgestaan door zijn eigen zoon, die naar zijn grootvader Pierre was genoemd.

Al in 1929 was er opnieuw een kerk nodig. Deze kwam ‘aan de Keizer Ottostraat daar waar in de Bussumsche Eng de nieuwe complexen woningen steeds verder op het oorspronkelijk boschgebied toeschuiven’, zoals Laarder Courant De Bel op 6 juni 1931 schreef. De bouwpastoor, kapelaan A.W.G.M. Wiegerinck uit Utrecht, kreeg van de Sint-Vitusparochie een bruidsschat mee van 25.000 gulden en een toezegging van jaarlijks 5000 gulden gedurende vijftien jaar. De bouwgrond werd om niet ter beschikking gesteld: buiten de bebouwde kom, recht tegenover de Keizer Ottostraat. De gemeente zorgde voor het stratenplan rond de kerk.

 

Ontwerp en bouw

De Bussumse architect H. van Eijden maakte een ontwerp voor de nieuwe kerk. Het eerste ontwerp was een kruiskerk, maar realisering daarvan zou te duur worden. In het tweede ontwerp waren de zijbeuken teruggebracht tot processiegangen en was de kerk korter. Op 23 januari 1931 werd met de bouw begonnen en op zaterdag 13 juni 1931 werd onder grote belangstelling als ‘eerste steen’ – de hoeksteen van het altaar – gelegd door bouwpastoor Wiegerinck.

Wil van Berkel, die als kind in 1931 in de Godelindestraat kwam te wonen, recht tegenover de kerk in aanbouw, vertelde er later over: ‘Dagelijks kon men de vorderingen van de bouw volgen. Soms dacht ik dat het onweerde, maar dat was het geraas van de pas gemetselde gewelven die, zoals men dat noemde, zichzelf inklampten over de houten bogen die daar als stelwerk voor waren gemaakt. Het gebouw stond, als op een eiland, midden op de hei.’

     
 
De doopkapel

 

Bedelpreken

De plechtige consecratie werd op 2 mei 1932 verricht door monseigneur J. Jansen, aartsbisschop van Utrecht. De kerk kreeg de naam ‘de kerk van het Heilig Hart van Jezus’. Al snel stond pastoor Wiegerinck bekend om zijn zondagse bedelpreken. Onder soms daverend gelach in de kerk wist hij geld binnen te krijgen van zijn arme parochie.

Ten zuiden van de Kamerling Onnesweg stond nog geen enkele woning: het was louter bos en driestland (onontgonnen land). In 1933 startte men de bouw van de Heilig Hartkleuterschool in de Bremstraat, achter de kerk. Een jaar later kwam kapelaan H. Weller de parochie versterken. Hij bleef tot 1944: in dat jaar werd hij benoemd tot pastoor van de Heilig Hartkerk in Hilversum.

     
De eerste statie van de kruisweg van Mari Andriessen
 

 

Ziekentriduüm

De Bussumse Heilig Hartkerk werd vooral bekend door het ziekentriduüm, dat van 1935 tot 1960 regelmatig werd gehouden. Een ziekentriduüm is een driedaagse bijeenkomst voor langdurig zieken met gelegenheid voor bezinning en ontspanning. Voordien vond dat in de Koepelkerk plaats.

Pastoor Wiegerinck werd in 1943 benoemd tot deken van het district Arnhem. Zijn opvolger was pastoor Th. van Leeuwen, die zich beijverde voor de uitbreiding en verfraaiing van de kerk. De beeldhouwer Mari Andriessen ontwierp een prachtige kruisweg. Er kwam ook een orgel met 28 stemmen, dat in twee fasen gebouwd werd door de firma Pels & Van Leeuwen.

     
 
De kerk in 1980, met daarnaast basisschool De Hoeksteen

Lagere school en militair tehuis

Een bouwplan voor een lagere school annex militair tehuis kwam als gevolg van de oorlog te vervallen, hoewel het al in 1939 was gepland en zelfs aanbesteed. Pas in 1951 werd naast de kerk de Heilig Hartschool geopend. Bijzonder was, dat op deze school de jongens en de meisjes gezamenlijk les kregen. Op de andere katholieke scholen was dat niet zo. De Heilig Hartschool moest al in 1953 worden uitgebreid met vier lokalen aan de Papaverstraat en in 1959 kwam er een verdieping op de school met opnieuw vier lokalen aan diezelfde straat. In 1964 verrees aan het einde van de Bremstraat een gymzaal, waarvan ook anderen dan de leerlingen van de Heilig Hartschool gebruik konden maken. De naam van de school werd in 1972 veranderd in De Hoeksteen.

Het katholiek militair tehuis was halverwege de jaren dertig in het pand Irisstraat 3 ondergebracht. Het werd na de oorlog voortgezet in een zaaltje achter de kerk. In 1956 werd het nieuwe katholieke militair tehuis officieel geopend in de door architect C.J. Kruisweg ontworpen villa uit 1935 op de hoek van de Amersfoortsestraatweg en de Koekoeklaan, later bekend als De Palmpit. Nu is daar een fysiotherapiecentrum gevestigd.

 

De laatste jaren

Pastoor Van Leeuwen ging in 1967 met emeritaat en werd opgevolgd door pastoor W.G. Keijzer. Deze bleef tot 1972. Daarna werd de parochie toevertrouwd aan een team van pastores. Pastor B. van Schie bestuurde de parochie tot 1982. In dat jaar ging de kerk na precies 50 jaar definitief dicht. De kruisweg van Andriessen ging naar de Koepelkerk en is daar nog steeds te bewonderen. De drie klokken uit de kerk verhuisden in 1983 naar de Pancratiuskerk in Castricum en de kerkbanken naar de Martinuskerk in Ankeveen. In de leegstaande kerk vonden in 1984 opnamen plaats voor het programma Pisa van Henk Spaan en Harry Vermeeghen.

 

Speelterrein

De jeugd ging de leegstaande kerk steeds meer als speelterrein gebruiken. Er werden wedstrijdjes gehouden wie het hoogst stenen door de luigaten kon gooien. Een sport was ook het forceren van de achterdeuren en het binnendringen van de kerk. De beeldenstorm werd nagespeeld en de glas-in-loodramen bleken nog makkelijker stuk te gaan dan de beelden. Op verschillende plekken werden brandjes gesticht. In 1988 werd de kerk verkocht aan een projectontwikkelaar, die van plan was 37 appartementen in de kerk te bouwen. Bouwkundig onderzoek toonde in 1989 aan, dat de kans groot was dat de kerk een dergelijke verbouwing niet zou doorstaan. Een van de gewelven zou weg moeten en daardoor ontstond de kans dat de bogen waar het dak op rustte, het zouden begeven. Er moest een nieuw plan komen.

 

Hart voor de Wijk

Een in de buurt opgericht actiecomité Hart voor de Wijk meldde zich als tegenspeler van de projectontwikkelaar en wethouder Zonneveld. Het comité wilde het liefst de toren als herkenningspunt behouden en nieuwbouw die het karakter van de buurt niet zou aantasten. Uiteindelijk lukte het niet de toren te behouden, maar in de geplande nieuwbouw kon het comité zich wel vinden. Op de plek van de kerk zouden zes eengezinswoningen aan de Bremstraat en twaalf appartementen aan de Kamerlingh Onnesweg verrijzen. De sloop vond onder grote publieke belangstelling plaats in juli 1991.

 

Bronnen

  • Wil van Berkel, ‘H. Hartkerk verdwijnt’, in: Contactblad Historische Kring Bussum, jaargang 5, nr. 3 (december 1989)
  • Wil van Berkel en Martin Heyne, ‘Bussumse kerkgeschiedenis deel 2’, in: Contactblad Historische Kring Bussum, jaargang 10, nr. 2 (september 1994)
  • J.M. van Hardeveld, ‘De H. Hartkerk te Bussum’, in: Van bouwen en sieren, jaargang 3, nr. 18 (september 1932)
  • Nol Verhagen, ‘De Hoeksteen’, in: Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 30, nr. 1 (april 2014)
  • Beeldarchief Historische Kring Bussum
  • Beeldarchief Gooi en Vecht Historisch
  • Krantenarchief Gooi en Vecht Historisch

 

 

Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 37, nummer 1 (april 2021), pag 18-23

What’s in a Name? Straatnamen in de Godelindebuurt

Guusje Hent

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel
De afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

 

Het toekennen van straatnamen is sinds de Gemeentewet van 1851 een taak van de gemeente. Voor die tijd vertelden de straatnamen vaak iets over de aard van de straat: Kerkstraat, Huizerweg. In de 19de eeuw kozen degenen die een bepaald gebied tot ontwikkeling brachten, vaak ook de straatnamen. Vanaf de 20ste eeuw bepaalde de gemeente steeds meer zelf de naamgeving. Meestal deed de directeur Gemeentwerken een voorstel en stemde de gemeenteraad hiermee in. De gemeente Gooise Meren heeft nu een staatnamencommissie, die advies uitbrengt aan het college van burgemeester en wethouders. Sinds kort maak ik deel uit van die commissie en sindsdien kijk ik met veel meer interesse naar de namen van straten.

Een goede straatnaam moet aan veel eisen voldoen. Voor de herkenbaarheid is het goed als de straatnamen in een buurt een zekere samenhang vertonen. Het achtervoegsel (-straat, -weg, -laan, steeg, -pad, enz.) moet passen bij het karakter van de straat, dus geen ‘boulevard’ voor een klein straatje, geen ‘pad’ voor een doorgaande weg. Personen kunnen pas worden vernoemd als ze zijn overleden, maar dat geldt weer niet voor leden van het Koninklijk Huis.

     
 
Oude paden en wegen door de Godelindebuurt (collectie Heyne)
 

 

Tussen Huizerweg en Ceintuurbaan

Dit artikel gaat over de wijk die ligt tussen de Huizerweg, de Amersfoortsestraatweg, de Lorenztweg en de Ceintuurbaan. In dit gebied liepen vanouds al enkele wegen. De Huizerweg liep van de Brink naar Huizen. De Amersfoortsestraatweg was de verbindingsweg van Amsterdam via Naarden en Laren naar Amersfoort – deze weg heette overigens ter hoogte van Bussum tot ver in de 20ste eeuw de Naarderstraatweg.
De Voormeulenweg liep vanaf de dorpskern naar de Amersfoortsestraatweg, de Achtermeulenweg volgde min of meer parallel daaraan dezelfde richting. Vermoedelijk gaat de benaming van deze wegen terug op een molen, maar we weten niet waar die heeft gestaan – hij is op geen kaart te vinden.
Van de Achtermeulenweg is nu niets meer terug te vinden. Verder was er de Barle Postweg, op de plaats waar nu het Beatrixplantsoen is.

      
 
Het Nieuwe Plantsoen, alias het Beatrixplantsoen, voorheen
de Barle Postweg

Tot de grenswijziging van 1902 behoorde dit gebied aan de gemeente Hilversum en was het nauwelijks ontwikkeld. In 1893 kwam er aan de Huizerweg een leerlooierij, de Koelit, die verschrikkelijk stonk. De verdedigingswerken van Fort Werk IV en V met hun Verboden Kringen maakten het vrijwel onmogelijk het gebied te bebouwen. Vanwege het grote gebrek aan arbeiderswoningen plande de Algemene Arbeiders Bouwvereniging Bussum (AABB) hier in 1918 toch een wijkje, in een hoekje dat net buiten de Verboden Kringen viel. De rest van het gebied kon pas ontwikkeld worden nadat de Vesting Naarden in 1926 uit de Nieuwe Hollandse Waterlinie was geschrapt en de Kringenwet hier dus niet langer van toepassing was.

     
Raadsverslag over de vernoeming van straten
in Godelinde I
 

De gemeente deelt het gebied in 4 wijkjes in: Godelindebuurt, Waltherlaan, Dondersstraat en Bloemenbuurt. Deze indeling houd ik hieronder aan.

Godelindebuurt

De eerste straten, de Adelheidstraat, de Luitgardestraat, de Keizer Ottostraat en de lage nummers van de Voormeulenweg, zijn vanaf 1918 bebouwd. De architect was K.P.C. de Bazel. De AABB, ontwikkelaar van dit buurtje, stelde aanvankelijk de namen Trotski, Marx en Gorter voor. Het gemeentebestuur vernoemde de straten echter naar historische figuren uit de geschiedenis van het Gooi.

Otto I de Grote werd in 962 tot keizer gekroond. Zijn zoon Otto II en zijn kleinzoon Otto III volgden hem tussen 973 en 1002 als keizer op. Ons gebied, toentertijd Naerdincklant of Nardingerland genoemd, maakte deel uit van hun rijk. De machthebber in het Gooi, graaf Wichman II van Hamaland (in Wikipedia wordt hij Wichman IV genoemd), was een leenman van Otto I. We mogen aannemen dat Otto I de naamgever is van onze Keizer Ottostraat.

Wichman had twee dochters, Adelheid (of Adela) en Liutgard, en een zoon, Wichman jr. Adelheid van Hamaland was de oudste dochter, maar zij had de toorn van haar vader gewekt. Na het overlijden van zijn zoon in 966 en daarmee het wegvallen van een opvolger, stichtte Wichman het Jufferenstift Elten en schonk hij tweederde van zijn persoonlijke bezittingen en de grafelijke rechten, waaronder Nardinckland, aan het klooster. Zijn jongste dochter Liutgard werd daar abdis. Het klooster was aan Sint Vitus gewijd. Adelheid heeft haar achterstelling lange tijd aangevochten, maar de erfenis werd door keizer Otto III bekrachtigd en zo werd Elten een rijksstift.

     
 
Braakliggend terrein ten zuiden van de Godelindestraat, 1925 

Nadat de Kringenwet buiten werking was gesteld, kon ook de rest van het gebied bebouwd worden. De Godelindestraat, de Godelindedwarsstraat, de Korte Godelindestraat en de Godelindebreestraat werden door de AABB gerealiseerd en vernoemd naar Godelinde. Zij was in 1280 abdis van het klooster in Elten en verkocht de wereldrijke rechten van Nardincklant, het gebied waarin Bussum lag, aan Graaf Floris V.
Deze Godelinde was in Bussum al eerder vernoemd als Gudela, maar dat werd niet als zodanig herkend door de gemeenteraad. Ook de namen van graaf Wichman en Floris waren al eerder vergeven in het Spiegel. Het was oorspronkelijk de bedoeling een Eerste, Tweede en Derde Godelindestraat te benoemen. Bij nader inzien meende men dat dat verwarring zou geven, maar de huidige naamgeving is ook niet ideaal. De Korte Godelindestraat is niet kort, de Godelinde Breestraat is niet breed en het geheel loopt zodanig door elkaar dat er weinig logica in is te bespeuren.

 

Waltherlaan

In 1923 volgde de bouw van het eerste deel van de K.P.C. de Bazelstraat en de Hildegondestraat. De architect van deze woningen, De Bazel, was net overleden en om hem te eren werd een straat naar hem vernoemd. Hij heeft hier en in de Godelindebuurt in totaal 143 woningen ontworpen. Veel minder duidelijk is de keus voor de namen Hildegonde en Walther. De naam Hildegonde kan teruggaan op een dochter van graaf Wichman, maar waarschijnlijker is dat zowel Hildegonde als Walther afkomstig is uit de Duitse sage ‘Waltharius Manufortis’ uit de 10de eeuw, waarin wordt beschreven hoe Walther van Aquitanië en zijn verloofde Hildegonde in 434 door Atilla uit het Hunnenland werden gevoerd en gegijzeld.

Ook over de naamgeving van de Lothariuslaan bestaat onduidelijkheid. Er zijn diverse keizers met de naam Lotharius geweest, maar die waren geen van allen de naamgever van onze Lothariuslaan. Dat was namelijk Lotharius van Frankrijk, een oom-zegger van keizer Otto I en een neef van keizer Otto II. Gelukkig is er over de naam Radboud geen misverstand mogelijk. Hij was van 899 tot 917 bisschop van Utrecht. Radboud is de patroon van de katholieke wetenschapsbeoefening en daarom is de katholieke universiteit van Nijmegen ook naar hem genoemd. Hij heeft geen connecties met de andere hoogwaardigheidsbekleders die hier genoemd zijn, behalve dat hij in het begin van de 10de eeuw een onopgehelderd conflict heeft gehad met een van de voorvaderen van Wichman van Hamaland.

     
De Radboudlaan, gezien vanaf de K.P.C. de Bazelstraat
 

Het lijkt erop dat bij de naamgeving van de straten in deze buurt maar wat is gegrasduind in de geschiedenis, niet eens speciaal die van het Gooi. De vernoeming naar Hildegonde en Walther is in elk geval wel origineel, want er zijn in Nederland geen andere straten naar deze figuren genoemd. Naarden en Bussum hebben maar weinig straten met dezelfde naam, wat bijzonder mag worden genoemd. Wel komen in beide gemeenten de namen van keizer Otto en Godelinde voor, wat laat zien hoe belangrijk de geschiedenis van Elten voor de naamgeving van onze straten is geweest.

 

Dondersstraat

Na 1930 werd begonnen met de bouw van deze zogenoemde professorenwijk, waarin zes belangrijke wetenschappers zijn vernoemd. Deze wijk vormt qua bebouwing, bewoning en vernoeming een mooi geheel.

Hendrik Antoon Lorentz (1853-1928) was een natuurkundige, die zeer belangrijk werk heeft gedaan. Samen met Pieter Zeeman deed hij onderzoek naar de bouw en de werking van atomen. In 1902 ontvingen zij samen de Nobelprijs voor de natuurkunde.
Deze eer viel in 1913 ook Heike Kamerlingh Onnes (1853-1926) ten deel, eveneens een natuurkundige, bekend om zijn onderzoek naar de eigenschappen van materialen bij zeer lage temperaturen. ‘Door meten tot weten’ was zijn slagzin.
Jacobus Hendrik van ’t Hoff (1852-1911) was een scheikundige, die baanbrekend onderzoek deed naar de bouw van moleculen en naar de thermodynamica. Hij kreeg in 1901 de eerste Nobelprijs voor de scheikunde, zijn naam is nog steeds verbonden aan de wet van Van ’t Hoff. In zijn geboortestad Rotterdam staat een standbeeld van hem.
Franciscus Cornelis Donders (1818-1889) was een specialist op het gebied van de oogheelkunde. De huidige indeling, verklaring en correctie van oogafwijkingen als bijziendheid, verziendheid en oudziendheid zijn door hem bedacht. Hij was medeoprichter van het Ooglijdersgasthuis in Utrecht.
Hendrik Zwaardemaker (1857-1930) was hoogleraar in Utrecht. Hij deed onderzoek naar smaak en reukzin, maar is vooral bekend geworden door zijn onderzoek naar gehoorapparaten.
Hector Treub (1856-1920) ten slotte, was hoogleraar in Leiden en wordt gezien als de grondlegger van de moderne verloskunde in ons land. Hij schreef, niet tot ieders genoegen, over geboortebeperking. Een aardig detail is dat Treub toevallig in de trein zat die op 13 september 1918 bij Weesp verongelukte, waarna Treub de eerstehulpverlening organiseerde. Bij de ramp kwamen 41 passagiers om het leven.

     
 
In het midden links de Karbouwstraat en omgeving in aanbouw op de
plaats van de voormalige leerfabriek de Koelit (1938); rechts daarvan
de Profesorenbuurt

Tot deze buurt worden ook de straten gerekend die bebouwd werden nadat leerlooierij de Koelit in 1932 was afgebrand. Ter herinnering aan de fabriek kregen de straten de namen Bison-, Karbouw- en Wisentstraat, naar Amerikaanse, Indische en Europese runderen die hun huiden aan de voormalige leerlooierij geleverd hadden.
De oude Barle Postweg veranderde in Prinses Beatrixplantsoen na de geboorte van de prinses in 1938. Tijdens de oorlogsjaren, toen alle straten die verwezen naar het Koninklijk Huis of naar joodse medeburgers een andere naam kregen, was dit het Willem de Zwijgerplantsoen. 

 

Bloemenbuurt

De directeur Gemeentewerken stelde voor de straten in deze buurt te vernoemen naar het sterrenstelsel. De gemeenteraad koos echter voor vernoeming naar de Gooise flora en fauna. Nu is er geen typische Gooise flora, er zijn alleen bomen en planten die hier meer voorkomen dan elders. De namen die uiteindelijk zijn gekozen, hebben echter weinig te maken met de oorspronkelijke flora van het Gooi. De goudenregen is een cultuurstruik, de meidoorn komt meer voor in de duinen en de vogelkers komt in het hele land voor. Iris en papaver zijn namen voor kweekproducten – dan waren gele lis en klaproos beter geweest. Alleen de kamperfoelie, brem en gentiaan voldoen min of meer aan het uitgangspunt. In het oorspronkelijke plan, dat al in 1932 werd vastgesteld, waren er drie straten naar vogels genoemd.

     
Op een kaart uit 1940 staan nog de vogelnamen, die later naar
het gebied ten zuiden van de Ceintuurbaan zijn verhuisd
 

De Goudenregenstraat was aanvankelijk de Merelstraat, de Vogelkersstraat was de Nachtegaalstraat en de Kamperfoeliestraat was de Lijsterstraat. In de oorlog is de bouw van de wijk stil komen liggen en in 1949 is er een nieuw stratenplan gekomen, waarbij de vogelnamen verdwenen. Deze vogels hebben nu hun naam gegeven aan lanen in de Oostereng.

De Meidoornstraat was oorspronkelijk als plantsoen gepland. De naam Zilverschoon is pas veel later toegevoegd, wellicht als verwijzing naar de leeftijd van de beoogde bewoners, namelijk ouderen.

 

Straat, weg of laan?

In Bussum zijn straten die met ‘weg’ worden aangeduid vanouds doorgaande wegen. Een uitzondering daarop is de J.H. van ’t Hoffweg, die niet echt een doorgaande weg is. De Kamerlingh Onnesweg is ook geen doorgaande weg, maar die was aanvankelijk wel als zodanig gepland, over het Sportpark heen, achter Fort Werk IV langs. Dat is de reden dat de eerste even nummers van de weg beginnen bij nummer 44, en dat de nummers 2-42 ontbreken.
In het Brediuskwartier, het Prins Hendrik-park en in het Spiegel zijn alle straten lanen. De Westereng heeft straten, de Oostereng heeft lanen. Het onderscheid heeft duidelijk te maken met het verschil in meer of minder deftige bebouwing. In het beschreven gebied tussen Huizerweg en Ceintuurbaan zijn maar drie lanen, de Loharius-, de Walther- en de Radboudlaan. Straten die qua bebouwing in de rest van Bussum het achtervoegsel ‘laan’ hebben, zijn hier gewoon ‘straat’. Dit is echt in afwijking van het geven van straatnamen in Bussum. Vaak heeft de directeur Gemeentewerken in de jaren dertig van de vorige eeuw erop aangedrongen straten ‘laan’ te noemen, maar het College gaf in die tijd de voorkeur aan het achtervoegsel ‘straat’.

 

Bronnen

  • Historische Kring Bussum, In Bussum hebben straten namen. Europese bibliotheek, Zaltbommel (1995)
  • H.A. Kos, ‘Graaf Wichman belicht’, in: Vrienden van het Gooi, 1998 nr. 3
  • Rene Dings, Over straatnamen met name, Nijgh en Van Ditmar (2017)

 

 

Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 37, nummer 1 (april 2021), pag 24-28

Van uitspanning tot hotel-restaurant: herberg De Gooische Boer in trek bij jong en oud

Eric Bor

     
 
De Gooische Boer aan de spoorlijn van de Gooische Stoomtram, 1910

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel
De afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

  

De Bussumsche Courant meldde in 1946 dat De Gooische Boer 130 jaar bestond. Dat zou betekenen dat de boerderij op de Amersfoortsestraatweg (destijds nog Naarderstraatweg geheten) bij de tolboom aan het eind van de Huizerweg in 1816 als herberg is begonnen. Het zou best kunnen. We weten dat Christiaan Hanou (in 1831 geboren in Laren) in 1867 de herberg kocht en dat het een gewilde bestemming was voor wandelaars uit Bussum en voor reizigers die met de sjees, de diligence of de vélocipède (fiets) onderweg waren. De herberg bevond zich destijds nog op Hilversums grondgebied

 

Speeltuin

Vanaf 1881 werd het er drukker, doordat De Gooische Boer een halteplaats werd voor de Gooische Stoomtram. In 1893 en 1894 kocht Hanou stukken grond aan de overkant van de Huizerweg en vestigde daar een overtuin met een extra terras en een grote speeltuin. Dat verhoogde de aantrekkingskracht van de uitspanning en zorgde ervoor dat De Gooische Boer een gewild doel werd voor schoolreisjes. In 1901 kreeg W.J. Bel uit Amsterdam van de gemeente Bussum vergunning in de overtuin aan de Huizerweg sterke drank ‘in het klein’ te verkopen. Het jaar daarop nam hij de herberg over van Hanou.
In datzelfde jaar ruilden Hilversum en Bussum stukken grond en kwam het café binnen Bussums grenzen te liggen. De speeltuin had kennelijk een flinke capaciteit, want op 14 augustus 1902 kwam een groep van maar liefst 500 Amsterdamse kinderen van 11 tot 18 jaar met de trein naar Bussum. Ze liepen via Jan Tabak naar de speeltuin en aan het eind van de middag via de Huizerweg weer terug naar het station.

 

Fortificatie

Tegenover De Gooische Boer lag in die tijd aan de Amersfoortsestraatweg een fortificatie Werk V die behoorde tot de verdedigingswerken van Naarden. De criticus Cirsius was er blijkens zijn verhaal in het dagblad Het Volk van 6 oktober 1907 niet van onder de indruk: ‘Vluchtig nam ik de lunetten en offensieve forten, oostelijk en zuidelijk van Naarden gelegen, in oogenschouw. Het leken mij geen buitengewoon geweldige dingen; je kunt er zóó maar binnenturen; die “De Gooische Boer” bezoekt, kan zich overtuigen dat men van den straatweg het fort van achteren ongemerkt binnenstapt; maar de kastelein van “De Gooische Boer”, de heer Bel, een reus van een vent, die vroeger op het Rembrandtplein een hoefsmederij had, wordt waarschijnlijk, en niet ten onrechte, door “Oorlog” in staat geacht een omtrekkende beweging te verhinderen, waarbij de divisie melkjongens van het nabij gelegen “Oud-Bussem”, onder aanvoering van den heer Floris Vos, goede diensten kan bewijzen.’

     
De overtuin in 1905
 

In 1913 werd de herberg verbouwd: er kwamen op de bovenverdieping meer logeerkamers en het dak werd plat. Op een reclamekaart van de verbouwde herberg uit 1914 ontbreken het hekwerk op het dak en het grote naambord boven het terras die later op alle foto’s stonden; je kunt zien dat de tram hier stopte. De tekenaar was ter plaatse kennelijk niet zo goed bekend, want op het bord voor de aanduiding van de richting staan de plaatsnamen verkeerd.

     
 
Reclamekaart met tekening uit 1914. De bordjes voor de tram
wijzen in de verkeerde richting

Mobilisatie

Kelner Meyer, die vanaf 1910 aan het bedrijf was verbonden, blikte in 1938 terug: ‘In de mobilisatiejaren waren de troepen in Naarden geconsigneerd en vooral de eerste drie weken van Augustus 1914 was het ernst. Geen man kwam er weg. Plotseling van huis en dan drie weken “vast”. Toen die tijd voorbij was, stond het hier bij de Boer vol familie en vrouwen, die een bezoek kwamen brengen.

Er waren drie wachtposten voordat je Naarden binnen kon: bij de Galgesteeg, bij de brug van de tramkruising en één bij de Utrechtsepoort. De Gooische Boer was toen alleen via Bussum te bereiken, want de bewaking was streng. […] Tegenover de Gooische Boer was een fort waar de wacht van de vesting-artillerie lag. En de soldaten verbeeldden zich, dat ze het fort beter konden zien van de Gooische Boer uit, dan vanaf de wachtlokalen… In de maneschijn schoten ze hier vandaan dwars over de weg op de konijntjes, want er was in de boschjes daar een doorloopend regiment van die langooren. Ruim een half jaar hebben bij ons nog 46 man uit Arnhem gelegen, in de oude garage. Drie militaire koks waren in de keukens bezig, en ’s avonds stond het café blauw van de rook!’

     
De Gooische Boer in 1933
 

 

Talrijke bezoekers

Over de grote groepen kinderen vertelde Meyer: ‘Er stonden dan lange gedekte tafels onder de boomen en meer dan eens moesten er 2000 broodjes gesmeerd en belegd worden. Van Utrecht en Amsterdam kwamen ze met de vacantiekinderfeesten in drommen en in 4 dagen tijds waren er zoo een 1500 jeugdige bezoekers geweest. En dan de boerenbruiloften! Hoeveel optochten hebben er niet aangelegd,optochten van versierde sjeesjes, bestuurd door boeren met lange pijpen in den mond die de versierde zweep lustig lieten knallen. Ontelbare malen is hier het glaasje boerenjongens geledigd op het geluk van het jonge echtpaar.’

 
 
De speeltuin in 1930

 

Gooische Moordenaar

In 1920 kocht de heer E. Smit de herberg. In 1923 werd de Huizerweg bestraat, waardoor er meer verkeer vanuit Bussum de Amersfoortsestraatweg op ging. Een gevolg daarvan was, dat de Gooische Stoomtram, die tot dan toe voornamelijk slachtoffers maakte binnen de bebouwde kom, nu ook op de Amersfoortsestraatweg zijn reputatie als Gooische Moordenaar waar maakte. Het grootste stoomtramongeluk vond plaats in 1927. Voor de deur van De Gooische Boer was een wisselspoor. De machinist van de tram uit Naarden moest altijd even in de herberg bellen naar Laren, om er zeker van te zijn dat er op het enkelspoor vanaf Laren geen tegenligger aankwam. Door miscommunicatie deed machinist D.J. van den Berg dat op 7 augustus 1927 niet, met een noodlottig gevolg: in de onoverzichtelijke bocht bij villa Groenendaal op de Naarderstraat in Laren botste tram 7a frontaal op tram 10 die uit de tegengestelde richting kwam. Er vielen vier doden, zeven zwaar gewonden en verscheidene licht gewonden.
De vonkenregen van de stoomtram veroorzaakte soms een heidebrand. Op 28 maart 1929 brak er brand uit op de driestgrond (braakliggende grond) nabij De Gooische Boer. Door snel ingrijpen wist de politie met behulp van burgers te voorkomen dat de brand de huizen bereikte. De politiebrandweer, die ook al snel ter plaatse was, hoefde daardoor geen bluswerkzaamheden te verrichten.

 

Groter gebouw

In de jaren dertig nam het verkeer (en dus de bedrijvigheid) bij De Gooische Boer zodanig toe, dat een nieuw, groter gebouw noodzakelijk was. Het werd meer naar achteren gelegd om een groter terras mogelijk te maken. In maart 1938 werd het oude gebouw gesloopt en herbouwd in de vorm van een Gooise boerderij met rieten dak. Het terras, het restaurant en de bar waren nu groter en er waren tien logeerkamers. De voormalige herberg ging nu hotel-restaurant heten. Clinge Doorenbos, de Gooise bard en overbuurman, dichtte bij die gelegenheid:

     
 
De Gooische Boer in 1940

Gooische Boer raakt ‘uit de mode’,
Gooische roem heeft afgedaan
In een keurig, kwiek nieuw pakje
Zien we hem nu voor ons staan.

Gooische Boer raakt ‘uit de mode’,
Met een mooie zijden pet.
Hij heeft nu een veel moderner,
Strooien hoedje opgezet.

In 1939 werd de Gooische Stoomtram vervangen door een busdienst. Hij kwam nog even terug toen de benzine tijdens de oorlog schaars werd, maar stopte definitief toen de Amersfoortstraatweg in 1943 Sperrgebiet werd.

Oorlog

Eind 1941 overleed de heer Smit en zijn weduwe overleefde hem maar drie maanden. In juni 1942 nam P. Stokx het bedrijf van de erven over. Er vonden, zoals ook elders in het land, regelmatig kringbijeenkomsten van de NSB plaats. In januari 1943 bracht de kunstschilder Eppo Doeve prachtige wandschilderingen aan in het interieur. Vooral de vrolijke boerenbruiloft op een grote muur was indrukwekkend. Steeds meer diende het hotel gedurende de oorlog voor de eerste opvang van evacués.
Ook de speeltuin raakte tijdens de oorlog buiten gebruik. Na de oorlog is hij niet meer in gebruik genomen. In de overtuin kwam de snoepkiosk van J. Kooy, die veel Bussumers zich nog herinneren. Die kiosk werd in 1970 door een auto total loss gereden. Eigenaar Stokx verkocht in 1947 De Gooische Boer aan zijn bedrijfsleider W.G.M. Voorman.

     
De Gooische Boer in 1959 (zoals het gebouw er nu nog uitziet)
 

Hoog bezoek

Voorman kreeg op 9 mei 1948 onverwachts twee beroemde gasten op zijn terras: de Engelse premier Winston Churchill en zijn minister van buitenlandse zaken Anthony Eden. Zij waren onderweg van paleis Het Loo, waar zij sinds de vorige avond bij koningin Wilhelmina te gast waren, naar Amsterdam. Het was een warme lentedag en Churchill, die zin had in een koud biertje, liet de auto stoppen en nam met Eden plaats op het terras. De militaire politie, die voorop reed, bemerkte het niet en verdween uit het zicht. Nadat de Britse staatslieden zich het biertje goed hadden laten smaken, stapten zij weer in en vervolgden hun weg. De stoelen waarop de hoge heren hadden gezeten, werden door Voorman elk voorzien van een plaquette ter nagedachtenis aan dit unieke moment.

 

Brand

Op 21 april 1958 ontdekte een voorbijganger dat er brand was in De Gooische Boer. Door deze vroegtijdige signalering konden de gasten het hotel nog verlaten, voordat het geheel in brand stond.
Het lukte de vrijwillige brandweer niet de vlammen die uit het rieten dak sloegen te blussen. Wel kon de aangrenzende woning van Voorman gered worden. Terwijl de vlammen de bovenverdieping, de zolder en het dak verteerden, probeerde men zoveel mogelijk van de inventaris te redden. De stoelen die naar buiten werden gegooid, werden door de toegestroomde Bussumse jeugd naar de weg gedragen. Daarbij waren ook de stoelen waarop tien jaar eerder Churchill en Eden verpoosden.

 

A1

Het hotel werd herbouwd en op 2 juli 1959 weer geopend. Het was nu in een zakelijker stijl, zonder rieten kap gebouwd. Het gebouw staat er nog steeds, naast het Shell-station aan de Huizerweg. Tussen 1964 en 1967 werd het deel van de A1 tussen Naarden en Baarn verdiept aangelegd, waardoor het doorgaande verkeer De Gooische Boer sindsdien op grote afstand voorbijraasde en de Amersfoortsestraatweg veel rustiger werd. Er brak een moeilijke tijd aan voor het hotel. Er kwamen aanzienlijk minder gasten. Vanaf 1973 zorgde het CBR voor extra omzet, door de rijexamens voortaan bij De Gooische Boer te laten starten en eindigen, maar op 12 september 1976 viel het doek. Het pand werd overgenomen door de firma Van Kooy uit Amersfoort, die er een autoshowroom in vestigde. Momenteel is het pand niet in gebruik. Een aanvraag om er in afwijking van het bestemmingsplan een supermarkt te vestigen, is door de gemeente afgewezen.

 

Bronnen:

  • Klaas Oosterom, ‘Uit de Bussumse Historie’, De Gooische Boer (I)
  • Archief Historische Kring Bussum
  • Streekarchief Gooi- en Vechtstreek
  • Talrijke kranten van 1867 t/m 1976

 

Actueel

Herdenkingssteen Toonkunst weer te zien.

Onze vereniging heeft allerlei bijzondere voorwerpen in bezit, ook heel zware gevallen zoals (gevel)stenen. Een mooie bestemming voor zulke geschenken is moeilijk te vinden, maar af en toe is het raak. De herdenkingssteen '75 jaar Toonkunst Bussum' heeft eindelijk een goede plek gekregen in het gerenoveerde Bensdorp-complex, vlakbij het restant van de oude fabrieksschoorsteen aan de Nieuwe Spiegelstraat. De steen heeft ooit gehangen in de oude muziekschool aan de 's Gravelandseweg.

Lees meer...

Actueel

Herdenking Burgermoord Naarden

Op 1 december 1572 werd Naarden ingenomen door het regeringsleger onder leiding van de Spaanse kapitein Julian Romero. Op donderdagavond 1 december 2022 – precies 450 jaar later – worden de gebeurtenissen herdacht in de Grote Kerk van Naarden. Drie bekende historici laten hun licht schijnen over de gebeurtenissen op 1 december 1572.  Lees hier meer over de herdenking: Herdenking Naardense burgermoord | 1572 Geboorte van Nederland.Je kunt je hier aanmelden: Evenementenkalender - Geboorte van Nederland 1572 (gooisemeren.nl).

Foto van de maand

December 2022

Op deze plek aan de Nwe ’s-Gravelandseweg 38 stond de villa Nieuwburg. Hierin werd op 24 april 1920 de lyceumafdeling gevestigd van de Luitgardeschool, een kostschool voor meisjes. In 1923 werden ook jongens toegelaten en ging de school het (Christelijk) Lyceum heetten. In 1925 en 1934 werd de villa uitgebreid met flinke aanbouwen. In 1955 werd de villa gesloopt, het hoofdgebouw gedeeltelijk vernieuwd en aanmerkelijk vergroot. De naam werd nu gewijzigd in Willem de Zwijger College. Het gebouw staat nu op de nominatie om gesloopt te worden en de school zal als Montessori Lyceum worden gevestigd in een nog te bouwen  schoolgebouw aan de Franse Kampweg.

HKB Nieuws

Jumbo-album nu online

Het Jumbo-geschiedenisalbum dat in januari dit jaar werd gepresenteerd staat met toestemming van de supermarkt nu op onze website. Het album beslaat tweehonderd jaar Bussumse geschiedenis geïllustreerd met 176 plaatjes. Met het oog op de grote belangstelling is een keer een ruilbeurs van plakplaatjes geweest in het Bussumse Jumbo-filiaal, en er was onlangs nog tijdens de Open Dag van onze vereniging gelegenheid om missende plaatjes te zoeken. Voor wie het album uiteindelijk toch niet vol heeft weten te plakken is dit goed nieuws. Het staat nu online en kan worden gedownload en desgewenst geprint. Ja heus, alle plaatjes staan er in ! Het boekwerkje is samengesteld door medewerkers van de Historische Kring Bussum. Zij stellen het bijzonder op prijs dat hun werk nu digitaal kan worden gepresenteerd. Klik HIER om het album te bekijken.

We hebben 240 gasten en geen leden online