Home
Open Menu
Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 37, nummer 2 (september 2021), pag 3

Mijn monument is jouw monument

De redactie

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel

De Open Monumentendagen zijn bedoeld om de belangstelling voor de monumenten in Nederlandse dorpen en steden aan te wakkeren. Daarvoor worden die monumenten opengesteld, zodat iedereen die dat wil er een kijkje kan gaan nemen. Historische verenigingen verzorgen rondleidingen en excursies en proberen bezoekers warm te maken voor de ‘historische sensatie’, het gevoel dat het heden niet vanzelf is ontstaan, dat steden en dorpen, straten en pleinen, gebouwen en ook mensen een geschiedenis hebben en dat het leuk en leerzaam is daar iets van af te weten. Veel van die monumenten blijven echter ook op Open Monumentendagen voor bezoekers en belangstellenden gesloten, domweg omdat ze bewoond worden door mensen die niet per se zitten te wachten op onuitgenodigde bezoekers.

Dit jaar is het landelijke thema van de Open Monumentendagen ‘Mijn monument is jouw monument’. De bedoeling is natuurlijk om omwonenden het gevoel te geven dat de monumenten in hun omgeving ook een beetje van hen zijn. Maar dat is, zoals gezegd, maar ten dele het geval: sommige monumenten zij nu eenmaal gewoon van iemand anders. Dat is zeker zo in Bussum, waar het aantal openbare monumenten betrekkelijk klein is, terwijl het aantal particuliere monumenten, in de vorm van statige en minder statige woonhuizen juist betrekkelijk groot is. Loop maar eens rond in het Spiegel, het Prins Hendrikpark, het Brediuskwartier of het Vondelkwartier en verbaas je over de prachtige architectuur links en rechts en voor en achter je – en dan te bedenken dat lang niet al die bijzondere huizen de status van monument hebben. En het gaat lang niet alleen om kostbare villa’s in dure wijken – we hebben in Bussum ook prachtige voorbeelden van volkshuisvesting, bijvoorbeeld in het Sint-Josephpark, en aan de Koopweg, aan het Oosterpad, in het Eendrachtpark en in de Godelindebuurt. Die overigens nog geen van alle de status van monument hebben.

Om ook die particuliere monumenten een beetje nader tot u te brengen, om ze ook een beetje ‘van u’ te maken, hebben we een aantal bewoners/eigenaars gevraagd hun deuren voor Bussums Historisch Tijdschrift open te zetten. U maakt kennis met de bewoners en hun voorgangers, met architecten en met bouw en verbouwingen. U gaat misschien, hopelijk, met andere ogen kijken naar huizen die u voorheen wellicht achteloos passeerde. En u bedenkt misschien, hopelijk, dat iedere straat, ieder huis een geschiedenis heeft – ook als het geen monument is.

 

Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 37, nummer 2 (september 2021), pag 4-10

Zoutzieders, middeleeuwse kunst en tal van tinten groen:
de bewoningsgeschiedenis van Singel 6

Eric Bor

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel
De afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

     
Singel 6 met prieel, aan de linkerkant is de straat nog onbebouwd.
 

Het gemeentelijk monument Singel 6 was meer dan een eeuw eigendom van de familie Bouvy. Hieronder volgt de historie van deze villa en zijn bewoners.

François Bouvy was eind 19de eeuw samen met zijn broer Léon eigenaar van een zoutziederij in Muiden. De onderneming had ook een kantoor in Amsterdam. Léon woonde boven het kantoor in Muiden en François tegenover het kantoor in Amsterdam. Vanwege de gezondheid van zijn vrouw Eulalie Thijssen kocht François een enorm stuk onbebouwde grond in Bussum, dat zich uitstrekte van de Singel tot de (huidige) Ceintuurbaan en van de Brinklaan tot de Laarderweg.

     
 
Huwelijksfoto François en Eulalie 15 januari, 1901

Aan de Singel liet hij door de architecten Jan Stuyt (een beroemde kerkenbouwer) en Jos Cuypers (de zoon van de beroemde architect Pierre Cuypers) een villa ontwerpen. Op 12 augustus 1903 legde hun zoon Henri, een baby van zes maanden, symbolisch de eerste steen van het huis. Slechts twee dagen na die eerstesteenlegging overleed Henri aan stuipjes. 

 

Architectuur

De villa werd in 1905 opgeleverd. De architectuur heeft zowel rationalistische als historiserende kenmerken. In de gevel zijn twee verschillende kleuren baksteen gebruikt: rode rijnsteen voor de plint en de schoorstenen, en gele ijsselsteen voor de rest van de gevel. De geveltoppen zijn voorzien van vakwerk in groen geschilderd hout met daar tussenin wit stucwerk. De bijzondere, driehoekige dakkapellen van de zolderverdieping aan de achterzijde en de topgevels aan de voor- en zijkanten doen denken aan de omstreeks 1900 zeer populaire cottagestijl.

 

     
Singel 6 gezien vanaf de kant van de Laarderweg
 

Interieur

 
 
De parketvloer in de
woonkamer
     
 
Detail van de wand
bespanning in de hal
(foto: BMBeeld, 2016)

Opvallende elementen in het interieur zijn monumentale deurbekroningen, stucplafonds met geometrische patronen, modern gedetailleerde schouwen met kleurrijke tegels en de uitbundige parketvloer in de woonkamer. Deze artistiek gecomponeerde parketvloer, uitgevoerd in blond en donker hout, heeft een middenveld met een opvallend patroon van diagonaal gelegde vierkanten omgeven door een brede rand met een meandermotief.
François en Eulalie namen uit hun huis aan de Keizersgracht in Amsterdam twee glas-in-loodramen met schepen erop mee, evenals een deel van de meubels. Ze hadden het Amsterdamse huis laten inrichten door de firma ’t Binnenhuis van Hendrik Berlage, architect van het bekende Amsterdamse beursgebouw, maar ook de toonaangevende woninginrichter in de rationele richting van de Nieuwe Kunst. In deze kunstvorm werd het uiterlijk van het meubilair bepaald door zijn gebruik en de aard van het verwerkte materiaal. De versiering was meestal spaarzaam en ondergeschikt aan de vorm. Het geheel moest beredeneerd of logisch zijn.

 

     
De reisauto, een Panhard et Levassor, met aan het stuur
François en op de treeplank zoon Frans
 

Sint-Josephpark

François liet op het reusachtige terrein een gevarieerd bos aanplanten. In 1912 kwam de rooms-katholieke woningbouwvereniging Sint Joseph met een plan om op het terrein aan de Brinklaan achter Singel 65 arbeiderswoningen te bouwen. De Singelbewoners protesteerden hiertegen, maar kregen weinig gehoor bij de gemeenteraad. François Bouvy, die dergelijke woningen liever niet direct – al was het op een behoorlijke afstand – achter zijn huis wilde hebben, bood de woningbouwvereniging voor een aantrekkelijke prijs een deel van zijn grond dat grensde aan de Laarderweg aan. Ondanks de protesten van de buurtbewoners verrees daar in 1914 het Sint-Josephpark (nu: de Laarderweg, De Peppels en De Berken). 

 

Verbouwing

      
 
Digna en Désiré

In datzelfde jaar liet François de benedenverdieping van het huis aanzienlijk uitbreiden. Opnieuw maakten Jan Stuyt en Jos Cuypers de bouwtekeningen. De eerste steen van deze uitbreiding werd gelegd door de in 1904 geboren zoon Frans. Er werden een serre, een biljartkamer en een bergruimte aan de achterkant van het huis aangebouwd. De biljartkamer werd in de strakke stijl van firma ’t Binnenhuis ingericht en de serre werd een eetkamer in Oud-Hollandse stijl. In het interieur was er, net als in het uiterlijk van het huis, dus sprake van rationalistische en historiserende elementen.
De grote hal kreeg in 1914 een moderne wandbespanning van een flessengroen jacquardweefsel van de kunstenaar Theo Nieuwenhuis (1866-1951), die toen werkzaam was voor de firma Van Wisselingh. Daar kocht de familie Bouvy onder meer werk van de kunstschilder Marius Bauer. De schilderijen van Marius Bauer, die kleurige beelden van het leven in de Oriënt weergaven, waren destijds zeer geliefd. Omstreeks 1895 woonde Marius Bauer enige tijd bij zijn broer, de architect Willem Bauer, op de kolonie Walden van Frederik van Eeden in Bussum. 

 

      
De toren Wolfsdreuvik in 1938
 

Personeel

Volgens kleindochter Hortense Bouvy, die een boek schreef over het huis waarin zij en haar broers opgroeiden, bestond het personeel van de villa uit een hoofd in de huishouding en haar hulp, een dienstbode en een kindermeisje, dat later de rol van gezelschapsdame van Eulalie kreeg. De zorg voor de tuin werd overgelaten aan tuinman/chauffeur ‘Vader Boor’ en zijn zoon Jan. Het contact met de personeelsleden was goed en zij bleven vaak lang in dienst. Tijdens de vakanties bewoonden Jan Boor en zijn vrouw het huis. De dames van de huishouding gingen mee op vakantie, evenals neven, nichten, vrienden en vriendinnen. De familie Bouvy had een grote vrienden- en kennissenkring, die onder meer bestond uit plaatselijke geestelijken en katholieke kunst- en cultuurliefhebbers, onder wie architect Jan Stuyt.

 

Désiré

In 1930 overleed François Bouvy. Zijn zoon Frans volgde hem op in het zoutbedrijf. In 1938 trouwde hij met juffrouw Jurrissen, die eerder hoofd van de huishouding was. Hij kocht een eigen huis aan de Amersfoortsestraatweg in Naarden. Zijn moeder Eulalie bleef achter met zijn broer Désiré, die in 1915 geboren was. Désiré studeerde kunstgeschiedenis en ontwikkelde een voorliefde voor middeleeuwse kunst. In 1937 kocht Désiré het Smithuyzerbos ten zuidoosten van Hilversum. Om dit verwaarloosde bos weer aantrekkelijk en vitaal te maken, volgde hij avondcursussen bosbouw en knoopte hij banden aan met de Koninklijke Nederlandse Bosbouwvereniging en met de Nederlandse Heidemaatschappij. Hij gaf architect Jan Rebel de opdracht er een toren te bouwen. De toren kwam gereed in 1938 en kreeg de naam Wolfsdreuvik, wat Wolfsheuvel betekent. Dit bijzondere bouwwerk is nog steeds af en toe te bezichtigen. In het bos stelde Désiré een bosarbeider aan.

     
 
De Bouvygronden kort na de oorlog.
De Ceintuurbaan is in 1946/1947 aangelegd

 

Oorlog

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het huis van Frans aan de Amersfoortsestraatweg door de Duitsers gevorderd, waardoor Frans, zijn vrouw en drie kinderen de oorlog in het huis aan de Singel doorbrachten.
Désiré trouwde op 8 september 1941 met Digna van Nispen tot Pannerden. Het jonge stel kocht een woning in de Jacob Obrechtlaan. Digna’s vader en haar broer Alphons met zijn vrouw uit Arnhem vonden niet veel later onderdak bij Eulalie in de villa aan de Singel. Tussen de bomen werd overdag een vrachtwagen van het zoutbedrijf verborgen om te voorkomen dat deze door de Duitsers werd gevorderd.
Désiré zat een tijdje ondergedoken in de toren Wolfsdreuvik, samen met zijn bosarbeider Cornelis Jacobsen en diens gezin. Digna bracht hem daar regelmatig een pan soep die zij achterop de fiets vervoerde. Soms moest zij zich dan even schuilhouden om geen doelwit te worden van de overvliegende geallieerde vliegtuigen.

     
Koningin Juliana opent het Catharijeconvent. Links staat Désiré
 

 

Catharijneconvent

In 1946 promoveerde Désiré op het proefschrift Noord-Nederlandse beeldhouwkunst. In datzelfde jaar werd hij conservator bij het Aartsbisschoppelijk Museum in Utrecht.
Later werd hij directeur van dit museum en in die hoedanigheid lukte het hem in 1979 een fusie te bewerkstelligen tussen zijn museum, het Bisschoppelijk Museum in Haarlem en het Oud-Katholiek Museum in Utrecht. Zo ontstond het bekende museum het Catharijneconvent, waarvan hij de eerste directeur werd. 

 

Inwoning

In 1949 overleed Eulalie. Désiré en Digna vestigden zich in de villa aan de Singel, maar hadden die voorlopig nog niet voor zich alleen. Door de regeling voor gedwongen inwoning na de Tweede Wereldoorlog woonden behalve het huishoudelijk personeel ook de families Ferree (1946-1957), Van Ommeren (1946-1950) en Post (1950-1954) in op Singel 6. Toen de inwoning in 1957 voorbij was, werd het huis gemoderniseerd. Voor de drie kinderen die Désiré en Digna inmiddels hadden, werd de voorkamer door de woninginrichtingszaak van Des Bouvrie ingericht als speelkamer. Deze zaak aan de Brink was van de ouders van Jan des Bouvrie. Op de vloer van de speelkamer kwam linoleum in sprekende kleuren. Eindelijk had Désiré nu ook de ruimte om de talrijke middeleeuwse beelden die hij had gekocht, een plek te geven.
In het begin van de jaren zestig wijzigde de gemeente het bestemmingsplan: de ‘Gronden van Bouvy’ werden bouwgrond. Vlak achter de tuin verschenen langs de Ceintuurbaan vier flats en het bejaardentehuis Sint-Antoniushove (dat later naar de overkant verplaatst werd). Eind 1963 werd opnieuw grond aangekocht voor de bouw van woningwetwoningen aan De Dennen en De Larix. Er kwam een hek om de resterende grond van de familie Bouvy, die nu was gereduceerd tot een royale achtertuin bij de villa. De gemeente wilde eigenlijk nog meer grond aankopen en een weg aanleggen tussen Singel 6 en Singel 8, vooral ten behoeve van de brandweer. Désiré en Digna bedongen echter dat daarover pas na hun dood zou worden besloten. 

 

Opsplitsing

In de jaren zeventig gingen twee kinderen het huis uit en in 1981 het laatste. Toen Désiré in 1993 overleed, bleef Digna alleen achter. ‘Wel een duur bejaardenhuis voor een vrouw alleen’, placht ze te zeggen. Digna overleed in 2006. Na haar dood begon de opsplitsing van het terrein. De afwikkeling daarvan heeft maar liefst 10 jaar geduurd. Een weg van de Singel naar De Larix kwam er niet. Het resterende terrein werd opgesplitst in zes kavels. Eén voor de villa met een (gedecimeerde) tuin, één voor een nieuwe villa aan de Singel tussen de nummers 6 en 8 en vier voor vrijstaande huizen aan De Larix. Verder resteert het Bos van Bouvy: een strookje bos tussen De Peppels en De Dennen, inclusief een speeltuintje. 

      
 
Harry en Christine Fraser-Boer (foto: Harry Fraser)

 

Nieuwe eigenaars

De nieuwe eigenaars van de villa Singel 6 werden in 2016 Harry en Christine Fraser- Boer met hun kinderen Emma en Ruben. Toen ik de villa bezocht, was Harry bezig een groene gevel te verven. ‘Dat groen is een probleem’, vertelde hij, ‘je moet de originele kleur groen gebruiken omdat het een monument is, maar wat is de originele kleur? Ik heb heel veel tinten groen aangetroffen en soms zit onder een groene verflaag nog een andere.’ Harry heeft op zich genomen de villa aan te passen aan de wooneisen die de 21ste eeuw stelt. Een hele klus, maar hij is wel wat gewend. Voordat hij met zijn Schotse vrouw Christine deze villa kocht, kochten ze in Engeland steeds een huis aan, waarin ze gingen wonen en dat ze na een grondige opknapbeurt verkochten. Toen hun dochter Emma viereneenhalf was en haar broertje Ruben bijna één, hebben ze de villa op de Singel aangekocht met de bedoeling er zich definitief te vestigen. Ze verhuisden op de dag dat Ruben één werd. Harry knapt de villa op en Christine zorgt voor het gezinsinkomen. Zij werkt bij een pas gestart bedrijf in Amsterdam dat ondersteunende software voor het onderwijs maakt. 

 

Veel te doen

Er moet heel wat gebeuren in het huis. Hier en daar moeten krakende vloeren vervangen worden, omdat er in de loop van de tijd luiken in zijn gemaakt ten behoeve van verschillende voorzieningen die in 1905 nog niet bestonden: gaslicht, elektriciteit, centrale verwarming, enzovoort. Onder de vloeren liggen veel buizen, die al lang niet meer gebruikt worden. De elektrische bedrading moet hier en daar worden vernieuwd en de waterafvoeren zijn veelal nog van lood, evenals de watertoevoer naar boven. Van de voormalige biljartzaal heeft Harry een woonkeuken gemaakt.
De badkamer is gedateerd, het groene sanitair (alweer een andere tint groen!) laat zien dat hij in de jaren zeventig voor het laatst is vernieuwd. In een toilet op de overloop is nog ouder sanitair te bewonderen: een Delfts-blauwe wc-pot getuigt van de voorkeur voor Oud-Hollands meubilair van de eerste bewoners en deze zal niet verdwijnen. Een curiosum dat Harry voorlopig niet verwijdert, is een zwarte wandtelefoon met draaischijf uit de jaren dertig, die in de hal hangt. 

 

Verduurzaming

Harry heeft de enkele ramen aan de achterkant van het huis vervangen door dubbel glas, nog net voordat zijn huis de monumentenstatus kreeg: in een monument mag je de ramen niet zomaar vervangen. Het verduurzamen van een monument vindt Harry een grote uitdaging, maar wel een noodzakelijke. Het gaat lastig worden de zolder te isoleren: om het isolatiemateriaal onzichtbaar te verwerken zullen de kraaldelen aan de binnenkant van het dak moeten worden verwijderd en over het isolatiemateriaal heen weer worden aangebracht. Harry moet hierover met de monumentenwacht overleggen. Hij vindt het lastig dat de monumentenstatus van het huis zoveel beperkingen oplegt, maar heeft anderzijds wel plezier in de uitdaging de oorspronkelijke details zoveel mogelijk terug te brengen, ook waar deze bij vorige verbouwingen verloren gingen of onzichtbaar zijn gemaakt. Er moet nog veel werk verzet worden, maar Harry heeft er alle vertrouwen in dat het zal lukken om Singel 6 geschikt te maken voor bewoning in de 21ste eeuw.

 

Bronnen

  • Laura Roscam Abbing, Huis Bouvy, Symbiose van Nieuwe Kunst en Oudhollandse stijl, website Stichting Historische Interieurs in Amsterdam, 2016
  • Hortense Höppener-Bouvy en Arthur Bouvy, Singel 6 & Bouvy, een band van 113 jaar, Nieuwegein, 2017
  • Informatie van Harry Fraser-Boer
  • Tenzij anders vermeld, komen de foto’s uit het boek Singel 6 & Bouvy – een band van 113 jaar.

 

 

Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 37, nummer 2 (september 2021), pag 11-15

Monumenten des Doods

Guusje Hent

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel
De afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

Door de eeuwen heen hebben de bewoners van onze regio hun doden zorgvuldig ter aarde besteld. Hun graven roepen bij ons herinneringen op aan vervlogen tijden en wekken onze nieuwsgierigheid naar wie die mensen die hier liggen eigenlijk waren. Sommige graven zijn zelfs zo gedenkwaardig dat ze tot monument zijn verklaard.

      
Grafheuvels op de Westerheide
 

Grafheuvels en grafvelden

De oudst bekende plaatsen waar inwoners in het Gooi begraven werden, zijn de graf­heuvels op de heide tussen Hilversum, Laren en Bussum. Er zijn er tientallen opgericht in het neolithicum en de bronstijd (vanaf 4850 v. C.). Ze zijn nog steeds duidelijk herkenbaar in het landschap en bevatten zowel overblijfselen van lijkbegravingen als gecremeerde resten.
In de late bronstijd en de vroege ijzertijd (vanaf 3300 v. C.) werden alle doden gecremeerd en hun urnen werden in graven bijgezet. In het Gooi zijn circa 60 graf­heuvels bekend op de Zuider-, de Wester- en de Hoorneboegse heide. Daarvan zijn er 34 onderzocht. Hieruit blijkt dat de overledenen vaak grafgiften meekregen, zoals aarden potten of metalen voorwerpen. In de ijzertijd (vanaf 800 v. C.) raakten de grafheuvels uit de mode. Vanaf die tijd werden de urnen dicht bij elkaar begraven in velden. Deze velden zijn veel moeilijker te herkennen en terug te vinden. Er is er een gevonden op het zuidelijke deel van de Bussummerheide.

 

Begraven of cremeren?

Cremeren bleef ook na de komst van het christendom de wijze waarop de doden hier ter aarde werden besteld. In 785 verbood Karel de Grote echter het verbranden van de doden – begraven van de lijken kreeg toen de voorkeur. Na de kerstening van ons gebied werden de doden steeds vaker in of vlak bij een kerk of een heilige plaats begraven, zoals op het Sint-Janskerkhof in Laren.
In de Grote Kerk van Naarden zijn nog oude graftegels met opschriften te vinden. Zo zien we dat Lambertus Hortensius daar begraven ligt. Hij was de rector van de Latijnse School en overleefde het bloedbad dat de Spanjaarden in 1572 aanrichtten. Hij heeft later verslag gedaan van die Spaanse furie. Zijn grafschrift luidt in vertaling: ‘Zoekt gij wandelaar, Hortensius onder de doden? Dit graf bevat slechts zijn gebeenten en stof, de hemel heeft zijn van God vervulde ziel, zijn geschriften huldigen zijn naam ver in het rond en stemmen spreken over zijn geleerd­heid. Als sieraad van de school en de burge­rij zegepraalt hij in de hemel en op aarde.’

 

      
 
Het mausoleum van Comenius in Naarden

Comenius

Een van de mooiste grafmonumenten in ons land is het mausoleum van Comenius in Naarden. Een mausoleum is een monumentaal gebouw waarin het lichaam of de as van een overleden persoon bewaard wordt.

Comenius werd in 1592 geboren in Moravië, het huidige Tsjechië. Hij groeide op in de protestantse Broedergemeente en werd na een studie theologie en filosofie predi­kant. In 1618 brak de Dertigjarige Oorlog uit. De katholieken wonnen de strijd en de protestantse Comenius moest zijn vaderland verlaten. In 1656 vestigde hij zich in Amsterdam op uitnodiging van ondernemer Louis de Geer, een vermogend man. Come­nius overleed in 1670 en werd om ondui­delijke redenen begraven in de voormalige kloosterkapel, toentertijd de Waalse kerk, in Naarden. Hij was behalve theoloog en filosoof ook een groot pedagoog. Zo schreef hij Didactica Magna, ofwel Grote of Alles­omvattende Onderwijsleer, waarin hij ervoor pleitte dat alle kinderen (ook de meisjes!) onderwijs zouden krijgen. ‘Onderwijs biedt inzicht in de samenhang der dingen en alleen zo kan een betere wereld ontstaan,’ aldus Comenius. Een uitspraak die nog altijd actueel is en die ook hedendaagse pedagogen inspireert.

 

De Oude Begraafplaats van Naarden

      
Het hek van de Oude Begraafplaats Naarden
 

Door de bevolkingsgroei werd het steeds moeilijker voor alle overledenen een plek in of rond de kerk te vinden. In de Franse tijd werd het begraven rond de kerk om hygiënische redenen zelfs verboden. Na de val van Napoleon werd het verbod weer opgeheven, maar in 1827 verbood koning Willem I het opnieuw. Er moesten nu buiten de bebouwde kom begraafplaatsen worden aangelegd.

      
 
Het hek van de Joodse Begraafplaats

In Naarden werd in 1830 de Algemene Begraafplaats geopend, die nu de Oude Begraafplaats wordt genoemd, omdat er in 1937 bij Oud-Valkeveen een nieuwe algemene begraafplaats is aangelegd. Omdat de schootsvelden in geval van belegering vrij moesten blijven, ligt de Naardense begraafplaats op grondgebied van Bussum. Zowel het toegangshek van de Oude Begraafplaats als dat van de op het­zelfde terrein gelegen Joodse Begraafplaats is een rijksmonument.

Zolang Bussum geen algemene begraaf­plaats had, werden niet-katholieke overledenen uit Bussum ook hier begraven. Bussum had destijds namelijk alleen een katholieke begraafplaats (bij station Bussum-Zuid, dat toen natuurlijk nog niet bestond). Pas in 1873 kreeg Bussum een eigen algemene begraafplaats, gelegen aan de Singel tegenover de Torenlaan. Al in 1886 werd er bij Bussum-Zuid een nieuwe algemene begraafplaats geopend, naast de katholieke begraafplaats.

 

Treurberken en treurwilgen

In het ontwerp van de begraafplaats in Naarden is de vorm van een Latijns kruis te herkennen. Zo bleef men dicht bij het gevoel van een kerk. De hoofdas eindigt bij een eenvoudig lijkenhuisje. De oudste graven liggen vooraan links van de ingang. Langs de paden staan lindebomen, verder is er tussen en om de graven een weelderige begroeiing van treurberken en treurwilgen. In de noordwesthoek is een deel ingeruimd voor de Joodse Begraafplaats. Het geheel is een rijksmonument. Enkele onderdelen van zowel de Algemene als de Joodse Begraafplaats zijn aangewezen als afzonderlijke (rijks-)monumenten. De grafmonumenten zijn voor een groot deel liggende zerken, omgeven door ijzeren hekwerk in allerlei stijlen.

      
Het grafmonument van de familie Dudok van
Heel in oorspronkelijke staat
 

Dudok van Heel

Bijzonder is de grafkapel van de familie Dudok van Heel uit 1865. In 1856 stierf J.P. van Rossum, landheer van het landgoed Berghuis in Naarden. Zijn dochter Hermine was getrouwd met A.E. (Bram) Dudok van Heel. Hermine overleed in 1869, haar man vier jaar later. De grafkapel is een neo­gotisch bouwwerk, waarin uiteindelijk 22 nazaten van de familie zijn bijgezet. Het staat op een perceel van 10 x 5 m, met een grafkelder eronder van 2,30 m x 2,30 m. De kapel staat op een hoog basement, heeft vier topgevels en is in zijn geheel gepleisterd en rijk voorzien van stucornamenten. Op de achterwand staat de tekst van Johannes 11, vers 25: ‘Ik ben de opstanding en het leven/ Die in Mij gelooft, zal leven/ Al ware hij ook gestorven.’

      
 
Het grafmonument in huidige staat

Helaas is het graf door vandalen geschonden en daarom zijn de resten van de familie nu overgebracht naar een andere plek. De grafkapel verkeert in slechte staat en restauratie is te kostbaar. Het bestuur van de Oude Begraafplaats hoopt de kapel te vervangen door een ornament dat de herinnering levend zal houden. De vergane houten deur is al vervangen door een ijzeren exemplaar. Er wordt nog gezocht naar een nieuwe bestemming voor de grafkelder die nu leeg staat. Misschien is het mogelijk hier een rustplaats van te maken voor de urnen van gecremeerde overledenen.

 

Van der Schroeff

Een ander graf met een grafkelder op deze begraafplaats is het graf van de familie Van der Schroeff dat onlangs is gerestaureerd. Het is geen rijks- of gemeentemonument, maar het is zo mooi dat het hier toch ver­melding verdient. Het bestaat uit een klein grafhuis met aan de voorzijde een zerk van 190 x 90 cm, met vier namen van de overledenen. Het graf dateert van 1911. Het grafhuis is versierd met een glas-in-loodraam en met rozen en een zandloper, gebeiteld in de zandstenen zerk. Rozen staan in de christelijke symboliek voor Maria (zij wordt wel de roos zonder doornen genoemd) en voor het lijden van Christus. De zandloper staat voor de vergankelijkheid van het leven. Onder het grafhuis is een kleine grafkelder.

     
Het graf van de familie Van der Schroeff
 

Cornelis Gerrit van der Schroeff (geb. 1844) en Johanna Maria Theodora Broekman (geb. 1850) trouwden in 1870 in Amersfoort. Het eerste kind, Jeanne Elly Rose, werd in 1882 geboren in Vlissingen, waar Cornelis als directeur der expeditie werkte. In 1883 volgde een jongen, Philip Hendrik Gerrit, die echter op zevenjarige leeftijd in Amersfoort overleed. Een jaar later kwam een dochter ter wereld, die de namen van haar overleden broertje kreeg in de vrouwelijke vorm, Philippine Henriette Gerardina. Jeanne trouwde in 1895 met de militair Frederik Gustaaf Hoffmann. Uit dit huwelijk werd een kind geboren, Theodoor Hoffmann.
Philipinne trouwde in 1905, maar datzelfde jaar volgde een echtscheiding op grond van overspel. Zij kwam weer bij haar ouders in de Julianalaan in Naarden wonen en stierf daar in 1911. Zij werd als eerste begraven op de Oude Begraafplaats. Op de steen is voor haar Requiescat in pace, per aspera ad astra gebeiteld (‘Zij ruste in vrede, via inspanningen naar de sterren’). In 1920 volgde haar vader, die als grafschrift meekreeg ‘Was mein Gott will, das g’scheh allzeit’ (uit een cantate van Bach, die in de Lutherse kerk gezongen wordt). In 1921 stierf haar moeder. Ten slotte werd in 1955 Jeanne in het familiegraf bijgezet. Haar testament bevatte een legaat van 3000 gulden voor de gemeente Naarden voor onderhoud aan de grafkapel.

 

Rituelen

Begrafenisrituelen veranderen in de loop van de tijd, maar keren soms ook weer terug naar oude vormen. Tegenwoordig kiest 60% van de Nederlanders voor crematie. De urnen worden vaak in een muur- of een urnenveld of in een columbarium op een begraafplaats geplaatst, al dan niet vergezeld van voorwerpen die de herinnering aan de overledene levend houden. Opzichtige grafmonumenten zijn een tijd lang uit de mode geweest, maar vandaag de dag kiezen welgestelden over de hele wereld weer vaker voor een opvallend grafmonument.

 

Bronnen

  • Schatrijk, Gooi en Vechtstreek, een uitgave van Steunpunt Monumenten en Archeologie Noord-Holland
  • J. Kroonenburg, De Grote Kerk van Naarden in historisch perspectief, Naarden 1984
  • Aline Berkhout en Han de Vries, bestuursleden van de Stichting Oude Begraafplaats Naarden, die mij op een zonnige zondagmiddag hebben rondgeleid

 

 

Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 37, nummer 2 (september 2021), pag 16-19

Een bescheiden villaatje: Bilderdijklaan 26

Nol Verhagen

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel
De afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

 

     
 
De huwelijksacte van Nicolaas Adrianus
van der Kreek en Clara Adriana ven der
Werff, 25 juli 1923

Ze waren allebei 27 jaar oud toen ze op 25 juli 1923 trouwden. Hij kwam uit Bergen op Zoom, zij uit Almelo. Ze hadden elkaar ongetwijfeld leren kennen op de kunstacademie in Amsterdam waar ze allebei studeerden. Hij was Nicolaas Adrianus van der Kreek, beeldhouwer, aquarellist en tekenaar en zij was Clara Adriana van der Werff, schilderes, emailleur en wever. Nico won in 1923 de zilveren penning (ofwel de tweede prijs) voor beeldhouwkunst van de Prix de Rome. Dat was een aanmoedigingsprijs voor jonge kunstenaars. Hij was sinds 1921 als docent verbonden aan de Gooische hbs, waar hij uiteindelijk 38 jaar lang les zou geven.

     
Het Monument voor de Gevallenen
aan de Frederik van Eedenweg
 

De ‘Bruid van Bussum’

Van zijn vroege werk is niets terug te vinden op internet. Van der Kreek werd vooral bekend vanwege zijn oorlogs- en verzetsmonumenten, onder andere in Huizen en in Bussum. Het Bussumse monument aan de Frederik van Eedenweg, waarvoor dochter Greetje model stond en dat in de volksmond ook wel de ‘Bruid van Bussum’ schijnt te worden genoemd, staat op een steenworp afstand van het huis dat Van der Kreek en zijn vrouw in 1926 lieten bouwen aan de Bilderdijklaan 26. De architect was Klaas van den Berg. Het is nu een gemeentelijk monument.

 

Een bescheiden villaatje

Aanvankelijk was het een villaatje van bescheiden afmetingen, met rode (!) ramen en met een inpandig atelier. Dat bleef zo totdat Van der Kreek in 1938 aan de linkerkant een garage liet bouwen (die het zijaanzicht van het huis danig aantastte) en in 1941 het atelier uitbouwde. Achter het huis kwam een tweede atelier – voor Nico, het eerste atelier ging naar zijn vrouw. Het nieuwe atelier stak ver de tuin in. Je zou daar een groot raam op het noorden verwachten, maar het eindigt in een blinde muur. Blijkbaar was ruimte voor de beeldhouwer belangrijker dan (noorder) licht. .

     
 
Verzetsmonument aan het Prins Bernhardplein in Huizen

Vervolgens werd in 1956 boven het nieuwe atelier een expositieruimte gebouwd – het was de tijd waarin Van der Kreek furore maakte met zijn oorlogs- en verzetsmonumenten.

     
Een bescheiden villaatje, kort na de oplevering in 1926
 

In 1958 werd de garage nog wat uitgebreid en toen was er van het oorspronkelijke villaatje niet veel meer over, behalve de voorgevel met de typerende hoog oprijzende halfronde schoorsteen en het afgeknotte dak, dat is afgezoomd met een rij verticaal geplaatste rode dakpannen. Al deze uitbreidingen werden gerealiseerd door de oorspronkelijke architect, Klaas van den Berg. De rode pannen als zoom voor het dak zien we ook terug in het ateliergebouw.

     
 
Het uitgebreide atelier in 1956

Klaas van den Berg

Van den Berg was een leeftijdgenoot van Van der Kreek. Hij woonde vanaf 1913 in Naarden. Nadat hij enkele jaren op het bureau van de Hilversumse stadsarchitect Dudok had gewerkt, was hij in 1920 voor zichzelf begonnen. Net als veel leeftijdge­noten liet hij zich inspireren door de Amsterdamse School en door de beroemde Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright. Dat dit tot heel verschillende gebouwen kan leiden, is goed te zien aan de dubbele villa op Bilderdijklaan 21-23, recht tegenover het huis van Van der Kreek. Die villa komt ook van de tekentafel van Van den Berg, maar heeft een geheel andere uitstraling.

     
Sociale woningbouw aan 1ste Industriestraat
 

Van den Berg heeft heel wat gebouwd in Bussum, bijvoorbeeld in het Prins Hendrikpark (Stargardlaan 12, met net zo’n halfronde schoorsteen) en elders in het Brediuskwartier (Brediuslaan 47 en villa Catalpa aan de Bosboom Toussaintlaan, die kort geleden ook als gemeentelijk monument is aangewezen). Hij bouwde niet alleen kleine en grote villa’s, maar ook sociale woningbouw, zoals een fraai complex aan de 1ste Industriestraat uit 1928.

 

Een verbouwing onder toezicht

De huidige eigenaar van Bilderdijklaan 26, Michel Tanis, gunt mij een ruimhartige blik in en rond het huis. Er is op het moment van mijn bezoek een grootscheepse verbouwing gaande, deels om het huis weer in goede staat te brengen, maar deels ook om het huis zoveel mogelijk ‘terug te restaureren’ want er is niet alleen aan de buitenkant maar ook aan de binnenkant in de loop der tijden stevig gerenoveerd.

     
 
 De voorgevel, nog in oorspronkelijke staat

Hoewel het huis bij mijn bezoek vol ligt met bouwmaterialen, weet Tanis moeiteloos zijn weg te vinden. Hij heeft zich serieus verdiept in de geschiedenis van het huis en zijn bewoners, sinds hij het huis drie jaar geleden heeft gekocht. Het gezin verblijft tijdelijk elders, om plaats te maken voor de bouwactiviteiten. Tanis vertelt mij dat het opknappen van een monumentaal pand heel wat voeten in de aarde heeft en dat er door de gemeentelijke commissie nauwlettend wordt toegezien op de gang van zaken. Tanis maakt een aantal moderniseringen ongedaan en probeert ver­der het huis weer min of meer de uitstraling terug te geven die het vroeger heeft gehad.

 

Sporen van de beeldhouwer

Heel bijzonder aan het huis is dat Van der Kreek er vanaf het begin zijn sporen als beeldhouwer op en aan heeft nagelaten. Bij de oplevering in 1926 was bij de voordeur al een beeldje in de muur gemetseld van een beeldhouwer aan het werk, zoals je vroeger aan gevelstenen en uithangborden ook vaak kon zien welke nering er in een pand werd uitgeoefend.

De rijzige schoor­steen wordt gesierd door een vogel. Links onder de dakgoot hangt een gebeeldhouwd zwaluwnestje – als je het niet weet, kijk je eroverheen. Het aardige is dat Van der Kreek dat gebaar heeft voortgezet toen in 1956 de expositieruimte werd toegevoegd. De buitenmuur daarvan wordt gesierd door een libel, een vlinder en een vogel.

In de rechterzijgevel is een steen met de beeltenis van zoon Frans (geboren in 1924) ingemetseld. Het monument draagt zo nog steeds de handtekening van de eerste bewoner. 

           
         

 

Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 37, nummer 2 (september 2021), pag 20-25

Gefortuneerde Amsterdammers, hoogbejaarden en Bachcantates:
de bewoningsgeschiedenis van Meerweg 23.

Eric Bor

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel
De afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

 

     
 
Meerweg 23 omstreeks 1900 (fragment ansichtkaart R.Los Bussum)

Het gemeentelijk monument Meerweg 23 was een van de eerste huizen op de Meerweg, en heeft een bewogen geschiedenis: behalve woonhuis, pension en bejaardenhuis was het bijna ook een ‘sauna met nachtvergunning’. Hieronder volgt de geschiedenis van het huis en zijn bewoners.

 

Boekdrukker Grivel

Op 18 januari 1887 kochten Henri François Grivel en Jan Corver drie stukken grond in het nog vrijwel onontgonnen Spiegel. De 51-jarige Grivel was een succesvolle boek-drukker uit Amsterdam, die een villa in het gezonde Bussum wilde laten bouwen en daarna zijn drukkerij aan het Damrak wilde verkopen om te gaan rentenieren.

Grivel liet zijn villa bouwen op een flink stuk grond aan de Meerweg, een kronkelend pad dat naar het Naardermeer leidde en waaraan nog geen bebouwing stond, afgezien van een villa heel in de verte in de richting van het Naardermeer. Zijn kavel grensde aan de Koningslaan. Het huis werd een blokvormig herenhuis in neoclassicistische stijl. De twee bouwlagen kwamen onder een afgeknot schilddak met grijze kruispannen en werden wit gepleisterd met schijnvoegen als imitatie van natuursteenblokken. De voorgevel (noordgevel) werd schuin geplaatst ten opzichte van de Meerweg en kreeg een houten serre. Het terrein werd aan de straatkant afgezet met een fraai smeedijzeren hekwerk. In de voortuin kwam een halfronde oprit met aan de uiteinden twee toegangshekken. De achtergevel had een houten serre over de hele breedte.

Heel lang heeft Grivel niet van zijn villa kunnen genieten, want hij overleed in 1894 op 58-jarige leeftijd. Zijn weduwe verkocht het huis niet lang daarna. De nieuwe bewoner was J. Kluiver, over wie weinig bekend is. Omstreeks 1901 betrok de weduwe van Wilhelm Heinrich Berghuys de villa. In 1906 liet zij rechts van het huis een aanbouw maken. Ze verkocht het huis omstreeks 1910 aan Marinus Louis Haselhoff Lich.

 

     

 

Marinus Louis Haselhoff Lich (foto: groenegraf.nl)
 

 

Chocoladefabrikant Haselhoff Lich

      
 
Foscoreclame (foto: Rijksmuseum)

Haselhoff Lich was directeur-eigenaar van Korff’s Cacao- en Chocoladefabriek in Amsterdam, met later een vestiging in Wenen. Hij ontwikkelde onder andere de chocoladedrank Fosco, die zo bekend was, dat fosco een soortnaam werd. (Mijn grootmoeder vroeg mij vroeger of ik fosco wilde, als ze chocolademelk bedoelde.)

In 1916 liet hij de houten serre aan de voorkant van het huis op de Meerweg vervangen door een laag ommuurd terras.

 

Weduwe Corver

Omstreeks 1918 ging Haselhoff Lich met zijn gezin naar Baarn en kwam het huis in handen van de weduwe van J. Corver. Of deze Corver dezelfde is die ooit met Henri François Grivel grond in het Spiegel kocht, is niet duidelijk. De weduwe Corver ging al spoedig kamers verhuren. Ze liet in 1921 de houten serre aan de achterkant van het huis vervangen door een stenen uitbouw over de hele breedte van de gevel, ter vergroting van de zit- en eetkamer. Bij het huis hoorde een terrein dat bijna tot de Graaf Florislaan doorliep. Omstreeks 1923 verkocht de weduwe daarvan een aan de Meerweg grenzend gedeelte, waarop de drie-onder-een-kap-woningen gebouwd werden die nu de nummers 25, 27 en 29 hebben. In 1928 verhuisde weduwe Corver naar Brediusweg 48.

     
Dokter Goeting en zijn vrouw in 1933
(Gemeentearchief Bussum)
 

Dokter Goeting

Het huis werd aangekocht door Anton Goeting, een horlogemaker uit Amsterdam. Hij ging zelf wonen in villa IJhoek, schuin aan de overkant van de Meerweg. In het huis op Meerweg 23 ging zijn 28 jaar jongere, één meter negentig lange broer Bernard, die huisarts was, met zijn gezin wonen. De aanbouw uit 1906 rechts van het huis werd verlengd en er kwam een tweede raam in. De praktijk van de jonge dokter Goeting werd ondergebracht in villa IJhoek, het huis van zijn broer. Als snel werd hij een bekende huisarts in het Spiegel. In 1947 overleden vlak na elkaar zijn broer en zijn vrouw. Toen in 1954 zijn enige dochter met haar verloofde in het Zwitserse Lausanne ging wonen, sloot Goeting zijn praktijk en verkocht hij zijn huis.

     
 
Advertentie uit Algemeen Handelsblad, 10-10-1959

Zuster Van der Visch

Het huis werd gekocht door Geurtje van der Visch, een gediplomeerde verpleegster. In de landelijke kranten plaatste zij de volgende advertentie: ‘Aangeb. in riante villa te Bussum dicht bij station, zeer mooie kamers m. mod. comf., C.V. en warme maalt. en event. voll. pens. Huize “De Beuk” Meerweg 23, Bussum.’
Het moderne comfort bestond uit wastafels met warm en koud stromend water op alle kamers. Vooral oudere mensen huurden een kamer. Een jaar later werd aan de advertentie toegevoegd ‘speciaal geschikt voor oudere dames en heren’. Het pension werd steeds meer een verzorgingshuis. In 1957 nam zuster Van der Visch enkele verpleegsters in dienst, waarvoor op zolder drie kamers werden gemaakt. Om licht in die kamers te krijgen, liet zij twee extra dakkapellen plaatsen.

In 1959 verkocht zuster Van der Visch, net als de weduwe Corver 35 jaar eerder, een stuk grond langs de Meerweg. Op dat perceel werden de twee-onder-een-kap­woningen 23A en 23B gebouwd. (Achter de percelen van de huizen op de Meerweg tot aan de Graaf Florislaan ligt nog steeds de tuin van Meerweg 23.) In 1966 verkocht zij opnieuw een stuk van de tuin, nu langs de Koningslaan. Hierop werd de villa Konings­laan 18A gebouwd.

     
Meerweg 25 t/m 29  (foto: Eric Bor)
 

Het bejaardenhuis had een goede naam. Steeds vaker brachten gezinnen in Naarden en Bussum oudere familieleden onder bij de zusters in Huize De Beuk. Zuster Van der Visch had een speciaal sterfkamertje ingericht. Zelf bewoonde zij een kleine kamer aan de Meerwegzijde. De bejaarden verbleven overdag in de salon achterin het huis. Vanuit de keuken aan de voorzijde van het huis konden de zusters in een kleine ruimte die grensde aan de salon door een kunstig in de muur verscholen kijkgat toezicht op de oudjes houden. 

     
 
Wilhelmina Cammel (foto: Martin Roos)

In de tuin stond een aantal ‘tbc-huisjes’, huisjes die konden worden gedraaid om de hele dag een optimale zonligging te verkrijgen, waarin bejaarden in een bed of een stoel werden geplaatst. In de voormalige garage van het huis en in een houten huisje in de tuin waren verpleegsters ondergebracht. In 1980 haalde het rusthuis de krant. De Gooi- en Eemlander schreef over de op een na oudste bewoner van Neder­land: ‘Ze kijkt helder uit haar ogen, is in het bezit van een flinke dosis humor en wordt over een paar dagen 109 jaar. Wilhelmina Cammel heet ze en ze bewoont een kamer in rusthuis-pension Huize De Beuk aan de Bussumse Meerweg 23.’ Ze meldde in het artikel niets te klagen te hebben in dit huis en roemde vooral het lekkere eten.

 

Sauna met nachtvergunning

In 1985 zette zuster Van der Visch het inmiddels behoorlijk uitgewoonde huis te koop. Makelaar Nienaber was van mening, dat het beter afgebroken kon worden om plaats te maken voor een modern appartementengebouw. Dirigent en klavecinist Ton Koopman van het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir en zijn vrouw, klaveciniste en muziekproducer Tini Mathot, wilden het huis heel graag kopen, maar zuster Van der Visch vroeg zo’n astronomisch bedrag, dat de koop afketste. Niet veel later hoorden Ton en Tini dat een projectontwikkelaar het huis voor iets meer dan een derde van het bedrag dat zuster Van der Visch had gevraagd, zou kunnen aankopen. Hij wilde er een sauna met nachtvergunning van maken. Het verkrijgen van de nachtvergunning hield de koop echter tegen. Ton en Tini boden hetzelfde bedrag als de projectontwikkelaar en nu ging zuster Van der Visch wel akkoord.

 

      
Ton Koopman en Tini Mathot (foto: Anton Dommerholt)
 

Ton Koopman en Tini Mathot

Ton en Tini hadden hiermee een 19de­eeuwse ‘opknapper’ gekocht. ‘In de parketvloeren boven zaten zulke grote gaten,’ vertelde Ton toen ik het echtpaar voor dit artikel bezocht, ‘ dat het een wonder mag heten dat de bejaarden zonder valpartijen van hun kamer naar de grote badkamer konden komen. Het huis was van binnen en van buiten in slechte staat. Het heeft vele jaren geduurd voordat we alles hadden hersteld.’ Tini vulde aan: ‘Ook het wooncomfort moest worden verbeterd: de enkelsteens muren en enkelglas vensters maakten het huis heel lastig te verwarmen. Overal zijn binnenmuren geplaatst en de meeste ramen zijn voorzien van dubbel glas.’

     
 
Ton geeft studenten les in de woonkamer
(uit de film ‘Ik wil honderd worden’ over Ton en Tini)

Het huis ziet er nu van binnen en van buiten perfect uit. Ton vertelde dat veel details in het interieur overeenkomen met die in het huis aan de overkant van de Meerweg, de villa Merlet uit 1900 (Oranjelaan 2). Een voorbeeld daarvan is de gemarmerde lambrisering in de gangen. De drie kamers op zolder werden inclusief de twee extra dakkapellen verwijderd en er werd aan de achterkant van het huis een nieuwe kamer gemaakt, die ongeveer een kwart van de grote zolder beslaat. Deze kamer krijgt licht via twee tuimelramen, zodat er geen nieuwe dakkapellen nodig waren.

       
Meerweg 23 anno 2021 (foto: Eric Bor)
   

De fraaie bloementuin bij het huis is Tini’s domein. De gebouwen in de tuin zijn in gebruik als kantoren van het Amsterdam Baroque Orchestre & Choir. De villa is niet alleen hun woning, Ton en Tini hebben er ook het kantoor van hun mu­ziekbedrijf en ieder een werkkamer, waarin ze elk op hun eigen manier met muziek bezig kunnen zijn. Van 1994 tot 2004 namen ze met het koor en het orkest alle cantates op van Johann Sebastian Bach en van 2004 tot 2014 het complete oeuvre van de door Bach bewonderde componist Dietrich Buxte­hude. De repetities hiervoor vonden steevast in het huis aan de Meerweg plaats. Sinds de dochters uit huis zijn, staat vrijwel alles in het huis in het teken van de oude muziek. Muziek is hun leven. ‘Ik ga ermee door tot mijn negentigste,’ meldde Ton, ‘daarna zien we wel weer.’ 

 
 
Meentweg 23, op de kaart
 

Bronnen

  • Gemeentearchief Bussum,
  • Stadsarchief Amsterdam,
  • diverse kranten
  • informatie van Ton Koopman en Tini Mathot.

 

 

 

 

Actueel

Herdenkingssteen Toonkunst weer te zien.

Onze vereniging heeft allerlei bijzondere voorwerpen in bezit, ook heel zware gevallen zoals (gevel)stenen. Een mooie bestemming voor zulke geschenken is moeilijk te vinden, maar af en toe is het raak. De herdenkingssteen '75 jaar Toonkunst Bussum' heeft eindelijk een goede plek gekregen in het gerenoveerde Bensdorp-complex, vlakbij het restant van de oude fabrieksschoorsteen aan de Nieuwe Spiegelstraat. De steen heeft ooit gehangen in de oude muziekschool aan de 's Gravelandseweg.

Lees meer...

Actueel

Herdenking Burgermoord Naarden

Op 1 december 1572 werd Naarden ingenomen door het regeringsleger onder leiding van de Spaanse kapitein Julian Romero. Op donderdagavond 1 december 2022 – precies 450 jaar later – worden de gebeurtenissen herdacht in de Grote Kerk van Naarden. Drie bekende historici laten hun licht schijnen over de gebeurtenissen op 1 december 1572.  Lees hier meer over de herdenking: Herdenking Naardense burgermoord | 1572 Geboorte van Nederland.Je kunt je hier aanmelden: Evenementenkalender - Geboorte van Nederland 1572 (gooisemeren.nl).

Foto van de maand

December 2022

Op deze plek aan de Nwe ’s-Gravelandseweg 38 stond de villa Nieuwburg. Hierin werd op 24 april 1920 de lyceumafdeling gevestigd van de Luitgardeschool, een kostschool voor meisjes. In 1923 werden ook jongens toegelaten en ging de school het (Christelijk) Lyceum heetten. In 1925 en 1934 werd de villa uitgebreid met flinke aanbouwen. In 1955 werd de villa gesloopt, het hoofdgebouw gedeeltelijk vernieuwd en aanmerkelijk vergroot. De naam werd nu gewijzigd in Willem de Zwijger College. Het gebouw staat nu op de nominatie om gesloopt te worden en de school zal als Montessori Lyceum worden gevestigd in een nog te bouwen  schoolgebouw aan de Franse Kampweg.

HKB Nieuws

Jumbo-album nu online

Het Jumbo-geschiedenisalbum dat in januari dit jaar werd gepresenteerd staat met toestemming van de supermarkt nu op onze website. Het album beslaat tweehonderd jaar Bussumse geschiedenis geïllustreerd met 176 plaatjes. Met het oog op de grote belangstelling is een keer een ruilbeurs van plakplaatjes geweest in het Bussumse Jumbo-filiaal, en er was onlangs nog tijdens de Open Dag van onze vereniging gelegenheid om missende plaatjes te zoeken. Voor wie het album uiteindelijk toch niet vol heeft weten te plakken is dit goed nieuws. Het staat nu online en kan worden gedownload en desgewenst geprint. Ja heus, alle plaatjes staan er in ! Het boekwerkje is samengesteld door medewerkers van de Historische Kring Bussum. Zij stellen het bijzonder op prijs dat hun werk nu digitaal kan worden gepresenteerd. Klik HIER om het album te bekijken.

We hebben 103 gasten en geen leden online