Home
Open Menu

Bussums Historisch Tijdschrift 29/2 (augustus 2013) pag. 42-48


 

Er staat een orgel in Bussum - Macht & Pracht bij de koning der instrumenten

Alexander Overdiep

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.
Onderstaande illustraties zijn aanklikbaar voor een vergroting.

Het traditionele ‘gebruik’ van kerkgebouwen is sterk teruggevallen. Toch zijn er groepen niet-kerkelijken die met veel belangstelling kerken bezoeken. Deze oude uitingen van ‘Macht & Pracht’ zijn dikwijls goed bewaarde objecten van architectuur en kunst. Een andere aanleiding voor kerkbezoek, ook bij ‘seculieren’, is vaak het orgel.

De oudste Bussumse voorbeelden van ‛Macht & Pracht’ zijn de kerken. Kerkarchitectuur komt vaak ‛overweldigend’ over door de massa van het kerkgebouw in relatie tot de omgeving. En dan zijn er nog de kerktorens; hoewel vijf Bussumse kerken geen toren hebben.

     
Orgel St. Vituskerk, gebouwd in 1902 door
Adema-Schreurs, geplaatst in 1965. Verloren
gegaan tijdens de brand op 5 oktober 1988
(coll. HKB)
 

In de interieurarchitectuur van kerkgebouwen speelt het orgel vaak een belangrijke rol. Vooral omdat een orgel vaak het grootste interieurstuk is. Het orgel is ook zichtbaar een geliefd middel om de (geestelijke) rijkdom van de kerk en daarmee haar gezag te bevestigen.

Voor seculiere kerkbezoekers is een orgel vaak een wonder van vormgeving en ambachtelijke nijverheid. Voor kerkgangers is het wel eens ‛een ding’ dat tergende (bij)geluiden maakt (‛Satans Fluytencast’). Voor kerkbeheerders is het orgel dikwijls een ‛nagel aan hun doodskist’: een kwetsbaar instrument, een bewerkelijk meubelstuk, een ding dat duur specialistisch onderhoud vraagt (dat vrijwel nooit door de organist zelf gedaan kan worden) en het wordt ook wel beschouwd als een geldverslindende verzameling verouderde techniek. Voor wie handhaven we dat verouderde statusobject nog?
We laten hier nog maar buiten beschouwing dat Nederlandse orgelbouwers tot op de dag van vandaag een succesvol exportproduct maken.

 

Orgels in Bussumse kerken

Alle bestaande kerken in Bussum zijn gebouwd na de verzelfstandiging in 1817. Daardoor hebben we hier geen oude orgels. Wel hebben we in Bussum orgels die hier na een verhuizing terecht kwamen.

Koepelkerk - Steinmeyer

Het meest actuele voorbeeld van pracht voor Bussum en een orgeltechnisch hoogtepunt, is het orgel dat sinds september 2012 een plaats kreeg in de Koepelkerk aan de Brinklaan. Dit orgel is een bijzonder interessant voorbeeld van een pneumatisch orgel met technische hoogstandjes, die er toe hebben bijgedragen dat dit orgel een rijksmonument werd.

      
 
Drieklaviers manuaal van het orgel van de St. Vituskerk
met daarboven de registerschakelaars en vele andere
speelhulpen, ook onder de manualen zitten nog
speelhulpen (coll. HKB)

Het orgel is in 1923 door de nog bestaande Zuidduitse orgelbouwer Steinmeyer gebouwd voor de Clemenskerk in Hilversum. Toen deze kerk in 1996 werd gesloten, raakten gebouw en orgel buiten gebruik. Na langdurige (kerk)bestuurlijke inspanningen is het de Mariaparochie gelukt dit orgel ‛te pakken te krijgen’ en daardoor te redden. Van deze vooraanstaande en indertijd innovatieve orgelbouwer bestaan in ons land nog twee werkende kerkorgels: het net gerestaureerde exemplaar in Bussum en dat in Alphen aan den Rijn (ook uit 1923). Een derde exemplaar ligt al vele jaren gedemonteerd in een schuur bij Terneuzen. Het beroemdste exemplaar van Steinmeyer stond in de Amsterdamse Prinsessekerk, waar het bijna dertig jaar lang bespeeld werd door Piet van Egmond. Dat was ook het instrument waarop Louis van Dijk orgel leerde spelen. In 1982 werd deze kerk gesloopt. Het orgel is toen door een particulier gekocht en wordt geleidelijk weer opgebouwd.

Het Steinmeyer-orgel in de Koepelkerk heeft een niet-traditionele vormgeving van de orgelkas. Het orgel staat nu op de begane grond, met de speeltafel er vlak voor en is meer breed dan hoog. Daardoor staan in het front zelfs 81 pijpen. De 1.107 andere pijpen staan in de kas. Door deze opstelling houdt de organist goed zicht op de kerkgangers en oogcontact met de voorganger, terwijl hij de 21 registerstemmen van het orgel en andere speelhulpen bedient. Het orgel is door Adema Orgelbouw uit Hillegom gerestaureerd en geheel in zijn oorspronkelijke opzet geplaatst in een van de armen van de kruisvormige koepelkerk van de architecten J.Th.J. Cuypers en P. Cuypers jr. Het orgel is bij deze restauratie uitgebreid met één register – een zogenoemde Bazuin 16’, die geplaatst is op een nieuwe, zogenoemde windlade, achter het orgel. Deze windlade én de nieuwe registerstem zijn gemaakt naar voorbeelden van Steinmeyer.

Voor orgelliefhebbers is een muzikaal én technisch hoogtepunt in dit orgel de ‛registercrescendo-wals’. Daarmee kan de organist tijdens het spelen met de voet over een ‛rol’ schuiven en op die manier registers toevoegen of verminderen. Een wijzerplaat op de speeltafel laat zien hoeveel registers dan meespelen, van 1 oplopend tot 15. Zoiets door middel van elektronica ontwikkelen is tegenwoordig niet zo moeilijk, maar in dit orgel werkt dit mechanisme al negentig jaar feilloos met luchtdruk. Een pneumatisch hoogstandje in Bussum!

    
In het midden de ‛wijzerplaat’ van de register-crescendowals, waardoor de organist
kan zien hoeveel registers door beweging van de voet over de pedaalroller actief in
het orgelspel zijn betrokken. Links daarvan de schakelaars om manualen te koppele
n aan het pedaal; de stemmen van een manuaal zijn dan ook te horen via het voetenspel.
Rechts de schakelaars voor een andere speelhulp: de super- en suboctaafkoppels;
daarmee kan de organist door één toets in te drukken tegelijk ook die van één octaaf
hoger of lager laten meespelen op een ander manuaal. Pneumatisch vernuft!
(foto Lilian Mulder)

 

De bouw van pneumatische orgels was maar relatief korte tijd in zwang. In tegenstelling tot heel veel andere orgels met deze techniek heeft dit ‛Bussumse’ orgel de tijd ongeschonden doorstaan.

De herplaatsing van dit bijzondere orgel, de restauratie, de kleine uitbreiding en alle bijkomende werkzaamheden hebben ca 190.000 euro gekost. Daarvan is bijna 60% gesubsidieerd door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (voorheen Monumentenzorg).
Blijft er nog zo’n 80 mille over, waarvoor nog steeds geld bijeengebracht wordt. Het is nog steeds mogelijk een orgelpijp te ‛adopteren’ en zelfs een heel register. Van nu af aan is onderhoud en dus vooral veel en goed gebruik van belang. De Stichting Vrienden van het Steinmeyer-orgel Koepelkerk Bussum zamelt niet alleen geld in voor dit onderhoud, maar organiseert ook orgelconcerten en wist reeds verschillende vooraanstaande organisten uit de hele wereld te strikken.

(Informatie over het orgel, adoptiemogelijkheden en het muzikale programma zijn te vinden op www.orgelkoepelkerk.nl)

 

Orgelbouwtechniek kort door de bocht

Wat is het en wat doet het?

     
Spieghelkerk, Verschuerenorgel. Geplaatst in
1978 (coll. HKB)
 

In een kerk zien we van het orgel dikwijls maar een kleine verzameling pijpen staan. Vaak zijn deze symmetrisch opgesteld tussen de 25 tot 50 ‛frontpijpen’. Daarachter zitten in de orgelkas de vele honderden, tot soms wel duizenden orgelpijpen. In de basis is een orgel een kast waarin een serie ‛blokfluitachtige’ pijpen staan, gemaakt van metaal of hout. Sommige pijpen werken anders, maar dat voert voor dit artikel te ver.
Door een ingenieus mechanisme is de organist(e) in staat vanaf een speeltafel, die minstens één klavier (zoals dat van een piano) heeft, die pijpen ‛aan te blazen’. De organist heeft gewoonlijk twee of drie klavieren te bedienen, maar er zijn orgels met wel zeven klavieren. Klavieren noemen we in de orgelwereld vaak ‛manualen’, omdat we ze met de hand bedienen. Veel orgels hebben extra mogelijkheden, die we met de voet bedienen, dat is een iets kleiner soort ‛toetsenbord’, dat het ‛pedaal’ heet.

De verschillende klankkleuren en -karakters die een orgel (groot of klein) kan voortbrengen, komen tot stand door pijpen van verschillende vormen en typen. Die staan bijeen in groepen. Zo’n groep heet een ‛stem’ of ‛register’. De kleinste orgelpijpen zijn soms maar 15 millimeter lang en 6 millimeter in doorsnee; de grootste meten meer dan 5 meter lang en zijn dan wel 20 cm in doorsnee. Hoe langer de pijp, des te lager de toon.

      
 
Het tweeklaviersmanuaal van het Steinmeyerorgel
in de Koepelkerk (foto Lilian Mulder)

Met een knop kan de organist zo’n register in- of uitschakelen en combineren met andere stemmen. Met andere knoppen of met zogenoemde pistons en tredes (knoppen voor voetbediening) kan de organist een register van bijvoorbeeld het bovenmanuaal toevoegen aan het ondermanuaal. Alle pijpen in een orgel klinken in principe altijd even luid. Door pijpen in een met draaibare jaloeziedeuren afsluitbare binnenkast te plaatsen (een zwelkast), kan het geluidsvolume toe- en afnemen. De deuren van de zwelkast gaan door voetbediening tijdens het spel open of dicht.

     
Bussums topmusicus Ton Koopman bespeelt het Steinmeyerorgel
in de Koepelkerk bij de feestelijke ingebruikname (foto Kastermans)
 

 

Van manuaal en pedaal naar klank

Het toppunt van kwetsbaarheid en daarmee ook het meest kostbare, zowel in aanschaf als in onderhoud, is de verbinding tussen de speeltafel met de manualen en pedaal en de orgelkas met rijen ventielen die de wind in de pijpen laat stromen. Nu zouden we dat elektronisch kunnen regelen, maar daar moeten organisten en orgelbouwers heel weinig van hebben. Dit betekent niet dat het mechaniek binnen in de orgels geen ontwikkelingen heeft doorgemaakt. Bijzonder is wel dat orgelbouwers in binnen- en buitenland na een relatief korte pneumatische era weer allemaal gekozen hebben voor een mechanische bediening van de ventielen, die overeenkomt met de werkwijzen van zo’n driehonderd jaar terug.

      Van 15 tot meer dan
6000 millimeter

De overbrenging van de toets naar de pijp (ventiel open of dicht) gaat in mechanische orgels door een systeem van in hoofdzaak houten elementen, die met elkaar verbonden zijn via koperen verbindingen, waaromheen en waartussen vilt en schapenleer wordt gebruikt.
Aan het einde van de 19e eeuw werd de overbrenging ook door wind (luchtdruk) uitgevoerd. Dat zijn zogenoemde pneumatische orgels, maar al in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw besloot men deze ontwikkeling niet verder voort te zetten. In diezelfde vooroorlogse periode kwamen orgels in gebruik waarin de bediening elektrisch werd gemaakt: elektrische pijporgels. En het spreekt voor zich dat delen van het elektrisch systeem vanaf de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw overgingen naar elektronisch.

Een pijporgel is, in elke vorm of omvang,
een instrument dat de vele mogelijkheden
ontleent aan het hoogste vernuft op
mechanisch-technisch gebied.
     

In de hedendaagse orgelbouw voert de mechanische overbrenging weer de boventoon, hoewel de mechanische opbouw nu vaak wordt ondersteund met elektrische of elektronische oplossingen, die bij restauratiewerk vaak worden toegevoegd. De pracht & praal van een orgel zit vooral in de orgelkas; vaak een kunstuiting met prachtig houtsnijwerk en soms orgelluiken voorzien van beschilderingen (oorspronkelijk dienden de luiken om te voorkomen dat vogels in het orgel nesten bouwen of de ruimte volpoepen). Zo bevestigt een orgel door kunstzinnigheid de ‛macht & pracht’ van de kerkelijke gemeente. En daaraan ontleende ook het kerkbestuur een deel van zijn status. De liefhebbers van orgels, orgelmuziek en orgelbouw gaan voorbij aan macht en pracht en komen vooral voor het onzichtbare binnenwerk.

 

       

Naamplaatje van de orgelbouwer en bouwjaar met rechts
twee registerknoppen voor pedaalregisters (foto Lilian Mulder)

 

 

 

 De andere Bussumse orgels

Sint-Josephkerk (Laarderweg/Ceintuurbaan)
Hier staat een mechanisch orgel gebouwd door Vermeulen Orgelbouw in 1934/1935. Het werd in 1966 in deze kerk geplaatst. Door de slechte staat van onderhoud is het orgel niet meer in gebruik.

Klooster Mariënburg (Brinklaan)
In de Kapel staat een elektro-pneumatisch orgel gebouwd door Vermeulen Orgelbouw in 1961 voor Mariënholm in Groningen en in 1966 door Flentrop Orgelbouw overgeplaatst naar Mariënburg.

Spieghelkerk (Nieuwe ’s-Gravelandseweg)
Verschueren-orgel (mechanisch, gebouwd 1978).

Verlosserkerk (Ceintuurbaan/H. Lorentzweg)
Hoofdorgel gebouwd door Pels & Van Leeuwen in 1964, mechanisch.
Tweede orgel is een zgn. kistorgel gebouwd door Elbertse in 1999 of 2000 (mechanisch).

Wilhelminakerk (Wilhelminaplantsoen)
Hoofdorgel: Flentrop Orgelbouw (mechanisch). Dit orgel is afkomstig uit de Vredekerk (Huizerweg/ Nieuwstraat) en werd overgeplaatst in 1999.
Het koororgel is Van Vulpen Orgelbouw (mechanisch) en afkomstig uit de voormalige Elthetokapel (achter de Vredekerk) in Bussum.

      
 
Het symmetrische front van het éénklaviers orgel in de Doopsgezinde
Kerk; geen kast, alleen pijpwerk, opgesteld op een koorgalerij op de
eerste verdieping (foto Alexander Overdiep)

NPB-kerk (Iepenlaan/Nieuwe Hilversumseweg)
Orgel gebouwd door Fonteijn & Gaal in 1957 (elektro-pneumatisch). Dit orgel werd gebouwd ter vervanging van een Maarschalkerweerd-orgel uit 1918, waarvan veel onderdelen werden gebruikt.

Doopsgezinde kerk (Wladimirlaan 10)
Orgel gebouwd in 1948 door Spiering Orgelbouw (elektro-mechanisch).

Evangelisch-Lutherse kerk (Mecklenburglaan 50-52)
Fonteijn & Gaal Orgel.
Gebouwd in 1968 op de basis van een Dekker-orgel (mechanisch, gebouwd 1910) reeds herzien door Flentrop in 1937 en in 1959; in 1995-96 aangepast door Fa. Kaat & Tijhuis.

      
Orgel Remonstrantse Kerk. De perspex-register slepen waren
indertijd een enorme innovatie, maar bleken door ‛versuikering’
toch niet geschikt voor de ‛eeuwigheid’. Ze zijn in 2011 vervangen
door ‛klassiek’ hout (foto Alexander Overdiep)
 

Remonstrantse Kerk (Koningslaan 2b)
Leeflang-orgel (mechanisch, gebouwd 1956, uitgebreid in 2011 door BAG-orgelbouw).

Apostolisch Genootschap (Meulenwiekelaan/Prinses Beatrixplantsoen)
Gebouwd in 1954 door Verwijs Orgelmakers (elektro-pneumatisch).

Vrij Evangelische Gemeente (Dr. Fred. van Eedenweg/Oud-Bussumerweg)
Elektronisch orgel (Johannus, type Monarke).

 

 

 

 

 

 

Bussums Historisch Tijdschrift 29/2 (augustus 2013) pag. 40-41


5. Burgemeesters aan het woord:
Henk Heijman - burgemeester per 2 juli 2013

Jan-Willem Henfling

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.
Onderstaande illustraties zijn aanklikbaar voor een vergroting.

Uw historisch tijdschrift loopt voor de troepen uit! Op 6 juni interviewden we de kandidaat-burgemeester tijdens zijn tweede kennismakingsbezoek. Het was wel even schrikken. Hij werd opgebracht, het gemeentehuis binnen, door onze meest bekende politieagent Marco Ernst.
Was zijn auto verkeerd geparkeerd? Nee. Marco wees hem zijn toekomstige plaats en leidde hem voor mij. Met de historie van Bussum beginnen is zeer verstandig als je snel wilt inburgeren. Heijman had meteen een aardig advies voor de gemeente en de Historische Kring. In Groenlo hebben ze geen historische vereniging, maar wel een onbezoldigde stadshistoricus (Joep van der Pluijm) en zo iemand zouden wij mooi kunnen leveren. Hebben we voor de fusie eenmaal een stadshistoricus, dan is een traditie geschapen die het zelfstandige Bussum kan overleven. Kijk, met zo’n verstandig advies verdient Heijman toch wel een plaatsje in dit blad.

 

Wanneer hoorde u voor het eerst van Bussum?

“Mijn tante Toos woonde hier en ik logeerde er wel. Ze werkte bij Concordia, toen het een bioscoop was en verkocht de kaartjes. Ze was niet getrouwd en woonde in bij de familie Padberg. Ik weet bijna zeker dat het op de Graaf Wichmanlaan 44 was. Ik kan me nog zo goed herinneren dat ik in de cabine stond waar de films gedraaid werden op zo’n heel grote spoel. Ik was zo gefascineerd door de techniek dat ik vergat naar de film te kijken. Ik moet toen een jaar of acht zijn geweest. Een verre neef was ooit kapelaan Heijman in Bussum en verbonden met een familie Linnekamp, maar de details daarvan heb ik niet meer paraat.”

 

Wat was het beeld dat bij Bussum hoorde?

“Bussum vond ik allereerst een beetje deftig. En zo ziet de buitenwereld Bussum nog wel. Het was ook een spannend dorp met die bioscoop en een theater. Dat had je in ons dorp (Schalkwijk) niet. En dan was er ook dat buitenbad vlak bij mijn tante waar we gingen zwemmen. Ik vond Bussum toen best spannend. Later ben ik met Bussum in contact gekomen, toen ik een jaar lang directeur van de Dienst bestuur in Hilversum was als interim. Voordien was ik ook nog een tijdje hoofd Bestuurlijke en Juridische Zaken van Eemnes en daar was Bussum ook af en toe in beeld.”

Is er iets als een Bussumse identiteit?

“Dat ga ik echt uitvinden! Misschien is de identiteit wel dat Bussum veel gezichten heeft en dan leer ik ze wel kennen.”

Waar gaat het naar toe met Bussum?

 “Tot nu toe zijn alle fusieplannen mislukt en zijn Bussum en Het Gooi terug bij af. In elk geval moeten we de gemeentelijke samenwerking versterken, maar je kunt niet ontkomen aan schaalvergroting. De wereld om ons heen verandert, dus we moeten ons wel aanpassen. In ieder geval komt er een fusie met Naarden en wat daarna komt zien we nog wel. Wat mij betreft krijgt het niet zo’n rare fusienaam. Gewoon Bussum-Naarden, of zoiets dat direct aanspreekt.”

Hoe verbindt u macht en pracht met Bussum?

“Ik associeer Bussum zeker niet met macht. Met pracht dan wel?
Bussum heeft enkele mooie monumenten. Als kind herinner ik me de Vituskerk, waar ik met mijn tante naartoe ging, maar dat zijn nu appartementen. Oh, is die koepelkerk hier tegenover ook een monument? Nu ik zal er snel eens gaan kijken. Bussum heeft ook wel minder mooie plekken, die toch monumentaal zouden kunnen zijn. Denk maar eens aan het Bensdorpterrein. Maar dan moet er wel snel iets aan gedaan worden. De gemeente gaat niet over dat terrein, dus we kunnen helaas heel weinig.

 

Henk Heijman is geboren te Schalkwijk (Gemeente Houten) in 1950. Na zijn middelbare-schoolopleiding studeerde hij politicologie aan de Universiteit van Amsterdam, internationaal recht aan de Universiteit van Florida en Nederlands recht aan de Universiteit van Utrecht. Deze nieuwe burgemeester pakt zaken kennelijk grondig aan! Hij studeerde maar liefst 15 jaar. Als verzachtende omstandigheid breng ik in dat hij gedurende acht van deze jaren ook maatschappijleer doceerde aan het Bonifatiuscolege te Utrecht. Eindelijk afgestudeerd werkte hij een jaartje voor de Commissaris der Koningin te Limburg voordat hij achtereenvolgens verschillende ambtelijke functies vervulde in Eemnes en Haaksbergen. Vervolgens was hij consultant bij KPMG, waar hij zich specialiseerde in herindelingsprocedures, regionale samenwerking en de ontwikkeling van kwaliteit van publieke dienstverlening. Van 1999 tot 2005 werkte hij als zelfstandig adviseur op dit bestuurlijke terrein. In 2005 werd hij benoemd tot burgemeester van Oost Gelre.

 

 

Bussums Historisch Tijdschrift 29/2 (augustus 2013) pag. 38-39


4. Burgemeesters aan het woord:
Rinske Kruisinga - eventjes burgemeester (december 2012 tot juli 2013)

Jan-Willem Henfling

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.
Onderstaande illustraties zijn aanklikbaar voor een vergroting.

Rinske Kruisinga werd in zeer korte tijd een typische Bussumse. Zij is namelijk forens. Geen gewone, want zij werkt niet aan de Amsterdamse Zuidas, maar op ons stadhuis en zij woont in Nederhorst den Berg. Eind 2012 werd Kruisinga waarnemend burgemeester van Bussum.

 

Wanneer hoorde u voor het eerst van Bussum?

“Dat zal wel geweest zijn in de auto met mijn vader als we over de rijksweg in de richting van Amersfoort reden. Daar heb je nog steeds die witte toren staan met vlak daarna het enige ANWB-bord waar Bussum op staat. En natuurlijk wist ik ook van school waar Bussum ligt, want toen leerden we alle spoorwegstations nog. Een echte aanleiding was er niet om Bussum te gaan kennen. We kregen erg laat TV. Ik was toen een jaar of 15 en heb Bussum nooit in verband gebracht met televisie.”

Wat was uw beeld van Bussum?

“In 1990 kwamen we in de Gooi en Vechtstreek wonen en leerde ik Bussum vooral kennen in verband met de winkels. Mijn beeld was dus dat van winkels, veel groen en de hei. Een hei die niet eens van Bussum is, maar die we wel ervaren als de Bussumse hei. En, o ja, ik kwam vaak bij rozenkweker De Wilde en we bezochten natuurlijk 't Spant. Mijn beeld werd completer in mijn bestuurlijke periode. Ik had de portefeuilles cultuur en zorg en heb dus van alles geopend. Ik was betrokken bij Fort Werk IV en met Arie Gouka heb ik een fietstocht gemaakt langs de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Mijn beeld is nu wel gevarieerder. Je hebt het karakteristieke en groene Spiegel, het centrum met de winkels, maar ook de wat rommelige Laarderweg. En ik was blij verrast te merken dat hier veel uitgaansleven is en veel vrijwilligerswerk.”

Is er iets als een ‘Bussumse identiteit’?

“Bussum ervaar ik als sober en doelmatig. Het moet goed zijn en er ook goed uitzien. Een dorp zonder hypes en bestuurlijk rustig. Hier zijn geen grote vraagstukken, anders dan de spoordoorsnijding en daar kunnen we zelf maar weinig aan doen. Het is hier aangenaam leven en zo houden we het graag. Dat degelijke zie je ook terug in de politiek. Bijvoorbeeld, de Bussumse VVD’er is eigenlijk een Groen Linkser.”

Waar gaat het naar toe met Bussum?

 “De ruimtelijke ordening blijft zoals het is. Je zult zien dat de eigenheid blijft, ook na de herindeling. Bussum zal ontdekken dat, door de toekenning van rijkstaken, alles op grotere schaal zal moeten. Na de invoering van de wet op de maatschappelijke ondersteuning merkten we dat voor het eerst. Bepaalde taken samendoen met andere gemeenten lijkt een oplossing, maar waar gaat de raad dan nog over? Dat Bussum en Naarden samengaan spreekt voor zich. Maar Naarden wil niet alleen met Bussum en met die realiteit moeten we rekenen. De andere partner bij de fusie vinden we eerst op inhoud: met wie kunnen we goed samenwerken in het sociale domein? De Hilversumse Meent samenvoegen met Bussum en Naarden is geen optie. Grenscorrecties liggen nog scherper dan de herindeling. De G4 hebben we kunnen tegenhouden, maar wat Bussum politiek bereikte in het tegenhouden van dat idee zal geen tweede keer lukken. Er gaat veel veranderen qua bestuurlijke dynamiek, maar de mensen zullen er niet veel van merken.”

Het thema van de open monumentendag is ‘Macht en Pracht’. Hoe verbindt u dat met Bussum?

“Niet. Bij pracht zou ik denken aan het Rijke Roomse Leven. Pracht zie je wel in verschillende villa’s, maar daar staat dan meteen een hoge heg voor. Het gemeentehuis heeft ook al niet veel pracht. En macht? Hier doen we niet aan machtspolitiek.”

 

Kruisinga is Rotterdamse bij geboorte (in 1949) uit een Fries ouderpaar. Ze begon haar carrière in 1969 bij een reclamebureau en werkte vervolgens bij Stork in Utrecht. In 1972 volgde ze haar man naar Bangladesh (volgen … ja dat deden echtgenotes toen nog). Hij leerde mensen op het platteland hoe je het erf benut voor kleinschalige tuinbouw en zij deed vrijwilligerswerk.
Na terugkomst in Nederland werkte Kruisinga achtereenvolgens bij de reclassering, de gezinsvoogdij en de pleegzorg. In 1992 werd ze directeur van de Landelijke Instelling voor Reclassering van het Leger des Heils en vanaf 2001 was ze daarnaast interim directeur van de Ambulante Jeugdhulpverlening van het Leger des Heils. Voor de duidelijkheid: Kruisinga is geen kerkelijk lid van het Leger des Heils. Ze was actief in het CDA en vanaf 1999 Statenlid bij de provincie Noord-Holland, waar ze de zetel bezette van onze Bussumse Ria Smeele, die dat jaar met pensioen ging. Van 2003 tot 2011 was ze lid van de Gedeputeerde Staten met Ruimtelijke Ordening in haar portefeuille.

Bussums Historisch Tijdschrift 29/2 (augustus 2013) pag. 36-37


Geerling - Negentig jaar pracht

Jaap van Welsen

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.
Onderstaande illustraties zijn aanklikbaar voor een vergroting.

     
 
De huidige winkel aan het Wilhelminaplantsoen

In 1920 streek de vijfentwintigjarige ‛Meister Uhrmacher’ en juwelierszoon Josef Geerling uit Keulen in Bussum neer. De omstandigheden en vooruitzichten in zijn geboortestad waren zodanig, dat hij het avontuur maar waagde in het nabije ‛steinreiche Holland’. Nadat hij een paar jaar had gewerkt bij juwelier Bruns, vond hij, dat hij het zelf wel kon proberen. In mei 1923 opende hij een juwelierszaak in de Kerkstraat nr. 17, hoek Kapelstraat, waar nu de Rotsvastgroep Makelaars gevestigd zijn. Daar groeiden negen kinderen op, die later allemaal ondernemer – zij het niet in het juweliers- of horlogemakersvak – werden of met ondernemers trouwden. Een van de dochters trouwde wel met een horlogemaker. In de loop der jaren werd de zaak uitgebreid met een belendend pand, waarin nu ‛Wedding in Style’ gevestigd is. De ruimte was blijkbaar toch nog niet voldoende want in 1935 betrok hij het huidige pand op de hoek van het Wilhelminaplantsoen (nr. 1) en de Havenstraat, toen een slagerij. Daar slaagde Josef erin de zaak door de moeilijke crisis- en oorlogsjaren te loodsen.

     
De winkel in de Kerkstraat nr. 17 omstreeks 1923
 

In 1933 was een zoon geboren: Antonius Hendrik Maria, roepnaam Ton. Deze zou in de voetsporen van zijn vader treden. In 1950 volgde hij in Duitsland met succes een gedegen horlogemakersopleiding (Lehrling, Geselle, Meister Uhrmacher). Na terugkeer in Bussum ging hij bij zijn vader Josef werken. Bij diens overlijden in 1969 was Ton inmiddels firmant en hij nam toen de zaak geheel over. Intussen had hij ook het Nederlandse juweliersvakdiploma gehaald, dat een voorwaarde was om het juweliersvak uit te oefenen. Zijn Duitse Uhrmacher Meisterschaft heeft hem waarschijnlijk dispensatie verschaft voor een Nederlandse hologemakersvakdiploma, want de horloges en klokken bleven een belangrijk deel van de activiteiten, zowel handel als reparatie.

     
 
De winkel omstreeks 1950

Ton was op veel terreinen in Bussum actief, zoals in de Katholieke Jonge Middenstandsvereniging, de plaatselijke ondernemers organisatie en bij de organisatie van voetbaltoernooien. In 1987 kwam hij onverwacht, betrekkelijk vroeg, te overlijden. Zijn toen vijfentwintigjarige zoon Joost nam de zaak over en leidt deze tot vandaag. Joost heeft zijn opleiding genoten op de Horlogemakersvakschool in Hoorn en een schriftelijke cursus voor het Juweliersvakdiploma gevolgd.

     
De winkel aan het Wilhelminaplantsoen omstreeks 1970
 

Kenmerkend voor het bedrijf is het ware familiekarakter. De vrouwen van Josef en Ton hebben altijd meegewerkt in de winkel, de weduwe van Ton (dus de moeder van de huidige eigenaar) doet dat tot de dag van vandaag nog. Ook twee zusters van Joost werken in de zaak.
De zaak zelf is volgens Joost Geerling in de loop der jaren weinig veranderd. Vooraanstaande juwelenmerken behoren tot het assortiment, terwijl de opvallende uurwerken component de bijzondere liefde van de Geerlings voor dit product illustreert. Dit laatste blijkt ook uit het feit, dat de firma ter gelegenheid van haar negentigjarige jubileum een speciaal voor haar vervaardigd prachthorloge heeft laten maken van het merk Meistersinger.

Is het bedrijf dan weinig veranderd, zijn entourage des te meer. Als de firma Geerling geen juweliersbedrijf zou zijn, zou de betiteling ‛verbouwingsbedrijf’ passen. De drie generaties zijn steeds aan het verbouwen geweest, laatstelijk nog in 2011 toen naast het interieur de gevel aan het Wilhelminaplantsoen danig onder handen genomen is. Maar steeds met oog voor de historische continuïteit van het gebouw. Waarmede dit ‛centrum van pracht’ belangrijk heeft bijgedragen aan het behoud van het beeld van ons dorp.

Foto’s coll. Jos Geerling

 

 

 

Bussums Historisch Tijdschrift 29/2 (augustus 2013) pag. 34-35


3. Burgemeesters aan het woord:
Milo Schoenmaker - burgemeester van 2003 tot 2012

Jan-Willem Henfling

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.
Onderstaande illustraties zijn aanklikbaar voor een vergroting.

Bussumers namen onlangs afscheid van burgemeester Milo Schoenmaker. Wil je hem nog eens spreken, dan moet je naar Gouda. Als je daar de bordjes ‘Stadhuis’ volgt, wordt je uiteindelijk gestopt door een serie verkeersborden die duidelijk maken dat je alleen als voetganger verder mag en ook niet in de buurt kunt parkeren. Wel had ik, via een zonovergoten en ruim bemeten plein, zicht op een prachtig 17e-eeuws bouwwerk dat onmiskenbaar het stadhuis was. Eén gebouw van zo’n pracht binnen je gemeente moet al voldoende aanleiding zijn tot oprichten van een historische vereniging (en die is er ook zag ik na thuiskomst op internet). Goede raad was nabij. Een sigarenhandelaar op de hoek van het plein vertelde monter dat ik weliswaar uitzicht had op het beroemde Goudse stadhuis, maar dat de burgemeester zetelt in een modern stadskantoor nabij het station.
Een kwartiertje later werd ik door Schoenmaker welkom geheten in zijn kantoor dat weids uitziet over Gouda. De toren van het stadhuis en het schip van de Lange Jan aan de horizon over een zee van rode daken, afgewisseld door strengen glinsterend water van wat grachten en een singel. Ja, Gouda is echt een grote en mooie stad.

“In uw periode als Bussumse burgemeester promoveerde u tot doctor in de bestuurskunde. Is het besturen van Bussum zo’n makkie dat die klus er zomaar bij kon?”

“Zelfs een burgemeester heeft vrije tijd en ik ben geen tv-kijker. Ik lees graag boeken en ik bedacht: waarom niet meteen wat boeken die ergens toe leiden? Het onderwerp was relevant voor mijn werk. Het ging over de aanleidingen tot bestuurlijke conflicten in gemeenten. Waarom wethouders en raadsleden soms vechtend over straat gaan in de ene gemeente en ogenschijnlijk grotere problemen in een naburige gemeente soepel worden opgelost. Tja, als het een keer mis met mij zou gaan, dan weten alle journalisten mijn proefschrift zo te vinden. Of je als burgemeester iets kunt doen om bestuurlijke conflicten te voorkomen? In ieder geval zijn er zaken waarop je kunt letten. Stimuleren dat de coalitie goed functioneert, oog houden voor de positie van de oppositie, zorgen voor goede communicatie en altijd goed luisteren en kijken, zodat partijen weten dat een coalitiepartij iets wil doen tegen de formatieafspraken in. Als burgemeester kun je vooral een dempende rol hebben. Gelukkig heb je als burgemeester ook eigen taken, zoals openbare orde en veiligheid en in toenemende mate hebben burgemeesters een rol in de regionale samenwerking tussen gemeenten.”

Wanneer hoorde u het eerst van Bussum?

“Als kind reden wij wel over de snelweg naar het oosten en zo kwamen we af en toe langs Bussum. Ik was wel eens nieuwsgierig naar wat zich achter de schermen langs de snelweg afspeelde. Mijn beeld van Bussum viel samen met dat van het Gooi: grote huizen, groene tuinen, het goede leven. Mijn kennis was oppervlakkig en eenmaal in Bussum leerde ik dat de gemeente vele verschijningsvormen heeft.”

Is er zoiets als een Bussumse identiteit?

“Volgens mij is die er wel. Bussum is nog steeds dorps, maar dan wel met een bovengemiddeld pakket aan voorzieningen. Het is dorp, maar toch ook groot genoeg om wat te doen voor de inwoners.”

Kunt u nu al een verschil zien tussen het werk van de burgemeester in Bussum en in Gouda?

“Hier is de raad groter, maar die heeft ook meer partijen. We hebben er wel twaalf. In Bussum is men meer geneigd naar elkaar te luisteren en men laat zich zelfs door een ander overtuigen. In Bussum bereik je consensus. Dat is in Gouda veel minder ontwikkeld. Hier is het meer een uitdaging om boven de partijen te blijven staan en moeilijker een burgemeester te zijn voor alle partijen. En natuurlijk speelt ook de schaal een rol, in Gouda kom ik meer stadse problemen tegen.”

Waar gaat het naartoe met Bussum?

“Bussum heeft een uitstekende toekomst voor zich. Heeft eigenlijk alles mee: voorzieningen, bestuurskracht enzovoort. Natuurlijk moet je niet stil blijven zitten. Blijven investeren. Het dorp Bussum en de stad Naarden zullen niet wezenlijk veranderen als ze fuseren in een nieuwe gemeente. Naarden en Bussum zijn samen groot genoeg. Als je nog groter wordt, krijg je misschien meer invloed in Den Haag, maar je moet ook meer afstemmen en het zal leiden tot een traag overlegcircuit. Bij eventuele gedachten aan grotere fusies moet dat een groot aandachtspunt zijn.”

Hoe verbindt u het thema van deze Open Monumentendag: ‘Macht en Pracht’ met Bussum?

“Ik vind Bussum helemaal geen poeha dorp. Bussum is ‛no nonsense’. We zijn soms wel iets te bescheiden over de mooie monumenten die er zijn. Denk eens aan het Bilderdijkpark. En we hebben een aantal prachtige gebouwen zoals de Mariakerk, de watertoren, de Vituskerk … Macht, nee, macht zou ik niet verbinden aan Bussum. Toen ik net in Bussum was stond Nanny Blank plots voor mijn neus. ‛Ik ben de fortwachter van Bussum’, zei ze, terwijl ik nog nooit van een Bussums fort gehoord had. Fort Werk IV is ook zo’n verborgen schat. Er zijn zelfs nu nog Bussumers die niet weten dat het er is.”

 

Dr. Milo Schoenmaker werd geboren op 17 november 1967 in Alkmaar. Zijn vader had een supermarkt in Sint Pancras en werd later politieman in Hoofddorp. Schoenmaker studeerde politicologie en keerde na zijn studie terug in de Haarlemmermeer, waar hij in 1994 gemeenteraadslid (VVD) werd en vanaf 1998 wethouder ruimtelijke ordening en luchthavenbeleid was. In 2003 werd hij burgemeester van Bussum, waar hij de door Den Haag bedisselde fusie met Naarden, Weesp, Muiden en Muiderberg wist te torpederen. Eind 2012 werd hij benoemd tot burgemeester van Gouda. Schoenmaker is gehuwd en heeft drie kinderen.

 

 

Actueel

Maand van de Geschiedenis

'Wat een ramp!' Van persoonlijke rampen tot catastrofes die de samenleving ontwrichten: rampen zijn van alle tijden. In een periode waarin pandemieën, oorlogen, bosbranden en overstromingen de kranten en talkshowtafels in hun greep houden staat de maand oktober 2022 in het teken van het thema 'Wat een ramp!'. Er wordt niet alleen stilgestaan bij de verwoestende kracht van rampen, er wordt ook een ode gebracht aan de veerkracht en weerbaarheid die een ramp in de mens kan opstuwen. Bekijk HIER een video-trailer over de Maand van de Geschiedenis, die eind oktober in het Rijksmuseum wordt afgesloten met de Nacht van de Geschiedenis. Op 8 oktober is er een Open Dag van Tussen Vecht en Eem Er is onder meer aandacht voor het bloedbad van Naarden in 1572.

Foto van de maand

September 2022

Naar aanleiding van de evenementen ter gelegenheid van de Open Monumentendag in het gerenoveerde Bensdorpcomplex, deze maand een foto van een onderdeel van het fabricageproces zoals dat aan  het begin van de vorige eeuw plaats vond in de Bensdorpfabriek. Misschien heeft een van onze lezers daar wel verhalen over gehoord van iemand die dat nog meegemaakt heeft. Vertel het ons:
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.l  Alvast hartelijk dank voor uw reactie. 

HKB Nieuws

Toegang documentatiecentrum 

Werklieden hebben de laatste hand gelegd aan de vervolmaking van de hellingbaan die toegang geeft tot het documentatiecentrum van de HKB. Er werden loodzware blokken neergelegd van Portugese steen, anderhalve ton per stuk.  Het ziet er mooi uit, maar er is een probleem ontstaan met de toegang naar de vloer van het DC. Die ligt nu een stuk lager!  Onvoorbereide bezoekers dreigen nu een beetje naar beneden te storten. Dit zal ongetwijfeld op een aanvaardbare manier worden opgelost. 
(foto's Jaap van Hassel)

Actueel

Vredesprijs en Vredeswandeling 2022

Vorige week zaterdag werd voor de zesde keer tijdens de internationale Vredesweek in Gooise Meren de Vredesprijs uitgereikt aan hen die een positieve bijdrage hebben geleverd aan het samenleven in de gemeente. Dit jaar ging de prijs naar De Groene Ruijter (De GRRU) en @altijdwerkplaats. De prijs wordt gesymboliseerd in een Vredesboom, die evenals vorig jaar werd geplant in de tuin van de Koptisch Orthodoxe Kerk van St. Verena aan de Ceintuurbaan in Bussum. Voorafgaand kon men deelnemen aan de vredeswandeling, die liep door Bussum-Zuid via het voormalige Bos van Bouvy (nu woonwijk), de vijver bij de Anthoniushof en de Verzetsliedenbuurt weer terug naar de Ceintuurbaan. Nol Verhagen, Klaas Oosterom en Margreet de Broekert, vrijwilligers bij de Historische Kring  gaven uitleg en toelichting over deze locaties.

We hebben 96 gasten en geen leden online