Home
Open Menu
Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 36, nummer 3 (december 2020), pag 4-6

Van Bussum naar Naarden

Nol Verhagen

Klik hier voor de PDFversie van dit artikel
De afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

 

Totdat aan het einde van de 17de eeuw de Vesting Naarden zijn huidige vorm kreeg, kon je vanuit Bussum eenvoudig langs de Kerkweg (nu de Lambertus Hortensiuslaan en Thierenslaan) naar Naarden lopen, een afstand van ongeveer 2 km. De inwoners van Bussum moesten frequent van die route gebruik maken. Ze hadden immers geen eigen (katholieke) kerk en er waren ook geen winkels, want dat verbood het Naardens stadbestuur waar Bussum toen onder viel. (zie rectificatie)

       
 
De brug over de buitengracht aan het eind van de Thierensweg

 

Omlopen

Het was dus zacht uitgedrukt bepaald onhandig dat na de inval van de Fransen in 1662 en de bevrijding van de stad in 1663 (zie rectificatie) het aantal poorten werd teruggebracht tot twee, en de Bussumers Naarden voortaan alleen via de Utrechtse Poort konden bereiken. Het betekende aanvankelijk dat ze via de Oud-Bussummerweg naar de Amersfoortsestraatweg (toen nog Laarderweg geheten) moesten lopen om daar linksaf te slaan naar Naarden. Toen er in 1828 ter hoogte van de Galgesteeg een brug over de Bussummervaart werd gelegd, konden ze aan het eind van wat nu de Lambertus Hortensiusweg is, rechtsaf slaan en langs de Galgesteeg de Amersfoortsestraatweg bereiken. De Galgesteeg volgde het traject van de huidige Godelindeweg. Dat was wel een verbetering, maar het bleef een royale omweg van ongeveer 1 km. Op de terugweg moest uiteraard dezelfde omweg worden afgelegd.

 

Een doorn in het oog

De inwoners van Naarden hadden met die situatie geen problemen, want zij hoefden vrijwel nooit in Bussum te zijn. Totdat in 1874 de Oosterspoorweg werd geopend (maar niet met de bus) en ook de Naarders plotseling met deze hindernis werden geconfronteerd, als zij van of naar het station Naarden-Bussum wilden. Er was in 1872 wel al een short cut aangelegd in de vorm van een brug tussen de bedekte weg (het pad tussen de binnen- en de buitengracht van de vesting) en de Thierensweg, zoals het laatste stukje van de voormalige Kerkweg inmiddels heette. Maar helaas voor de Naarders was die brug net als de bedekte weg alleen bedoeld voor militair gebruik. En bovendien moest je dan nog altijd eerst via de Utrechtse Poort de bedekte weg zien te bereiken. En wat ze in Naarden voor de Bussumers nooit een probleem hadden gevonden, was hun, nu het henzelf betrof, wel een doorn in het oog.

      
De ster van Naarden, met links zowel de brug over de Thierensweg (1) 
als de Kippenbrug (2). Foto Gemeentearchief Gooise Meren en Huizen,
Gooisenvechthistorisch.nl (1)
 

Een langdurige stremming van de Utrechtse Poort wegens renovatie bracht in 1877 tijdelijk uitkomst. De bevelhebber van de vesting kon toen moeilijk weigeren een noodweg aan te leggen door en over bastion Turfpoort (aan de kant waar nu het Vestingmuseum is) en een noodbrug te slaan over de binnengracht. Na de voltooiing van de renovatie van de Utrechtse Poort werd de noodbrug weer afgebroken. De burgers mochten nu weliswaar gebruik maken van de bedekte weg en de brug over de buitengracht naar de Thierensweg, maar dat was en bleef een flinke omweg.

 

De Kippenbrug

De Naarders lieten zich echter niet afschepen. In 1879 ging het militaire gezag door de bocht en kreeg de stad toestemming om een voetbrug over de binnengracht aan te leggen, nu aan de andere (vanuit Naarden gezien de linker-) zijde van het bastion. Die brug was zo smal (1,1 m) dat hij in de volksmond al gauw de naam Kippenbrug kreeg. Hij was alleen voor voetgangers bedoeld en moest in tijden van nood snel af te breken zijn. Het werd dan ook een enigszins gammel bouwsel. In de praktijk werd de brug ondanks de steile helling ook door fietsers gebruikt, wat wel verboden werd, maar geheel op zijn Hollands werd dat verbod nauwelijks gehandhaafd. Begin 20ste eeuw deed het gerucht de ronde dat de brug zou worden afgebroken, maar na hernieuwd protest van de Naardense burgerij werd hij juist gerenoveerd. Tijdens de hongerwinter werd de bovenbouw van de brug grotendeels gesloopt om als brandhout te dienen.

       
 
De Kippenbrug. Foto Gemeentearchief Gooise Meren en Huizen,
Gooienvechthistorisch.nl

Intussen was de brug minder noodzakelijk geworden. In 1939 was namelijk de doorbraak van de Burgemeester van Wettumweg met de bijbehorende brug tot stand gekomen en bovendien was de brug over de buitengracht bij de Thierensweg aan het begin van de Tweede Wereldoorlog afgebroken, zodat de verbinding met Bussum wasvervallen. Toch werd de Kippenbrug in 1954 nog een keer opgeknapt.

Tien jaar later verkeerde de brug alweer in ruïneuze staat. Er werd nog enige tijd over de afbraak gedelibereerd, onder meer omdat er inmiddels een hoogspanningskabel aan de onderkant van de brug was bevestigd. Die kabel werd in 1968 verwijderd en de brug werd na bijna 90 jaar trouwe dienst in 1969 gesloopt.

Bron
Henk Schaftenaar, ‘De Kippenbrug, de kortste weg naar Bussum’, in: De Omroeper, jaargang 14, nr. 1, maart 2001

 

 

Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 36, nummer 3 (december 2020), pag 7-11

Het uitbreidingsplan Naarden-Zuid van 1912

Nol Verhagen

Klik hier voor de PDFversie van dit artikel
De afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

In 1992 werd in opdracht van de provincie Noord-Holland in het kader van het Monumenten Inventarisatie Project Noord-Holland een Gemeentebeschrijving van Naarden opgesteld. Daarin kwam ik een terloopse verwijzing tegen naar een uitbreidingsplan uit 1912 voor het gebied ten zuiden en zuidoosten van de Vesting Naarden door ene W.H. van Nieuwstadt. In het Gemeentearchief Gooise Meren en Huizen vond ik inderdaad een aantal tekeningen en daarop betrekking hebbende correspondentie uit de jaren 1912-1914.

 

Inspectie der Volksgezondheid

Het begint ermee dat de heer D.E. Wentink, Inspecteur der Volksgezondheid van Noord-Holland en Utrecht aan Burgemeester en Wethouders meldt dat hij met de heer Van Nieuwstadt heeft gesproken over hetmaken van tekeningen voor de bedoelde uitbreiding. Het gaat daarbij vooral over de schaal van die tekeningen: Wentink wil ze op kadastraal niveau, dat wil zeggen 1:2500, terwijl Van Nieuwstadt vindt dat het wel wat kleiner kan. Maar dat laatste is duurder, omdat dan de kadastrale kaart eerst verkleind moet worden. U zult zich misschien afvragen wat de Inspectie der Volksgezondheid hiermee te maken had, maar in 1901 was juist vanuit het oogpunt van volksgezondheid een Woningwet in het leven geroepen, die bedoeld was om een einde te maken aan de belabberde volkshuisvesting die een bedreiging was voor de volksgezondheid. Van die tijd dateren ook de regels voor uitbreidingsen bestemmingsplannen.

 

Een nieuwe villawijk?

Van Nieuwstadt gaat aan het werk en maakt een aantal tekeningen die in het gemeentearchief bewaard zijn gebleven en die, zoals op afbeelding 1 is te zien, helaas in het verleden op nogal onoordeelkundige wijze zijn gerepareerd.Midden door afbeelding 1 loopt de spoorlijn. Onderaan is bebouwing te zien langs de Zwarteweg en de Comeniuslaan.Deze bebouwing viel grotendeels net buiten de Verboden Kringen van de vesting, met uitzondering van de Sandtmannlaan (onderaan links), waar even tevoren een serie houten middenstandswoningen (de term middenstandswoning is sindsdien sterk aan inflatie onderhevig geweest!) was opgetrokken.Rechts is bebouwing te zien langs de Lambertus Hortensiuslaan, die parallel loopt aan de Bussumervaart. Het gebied in de hoek van de Lambertus Hortensiuslaan en de Comeniuslaan was in de tien jaar daarvoor al bebouwd onder de naam Koningin Wilhelminapark, als tegenhanger van het Prins Hendrikpark aan de zuidkant van de Comeniuslaan.Het is mij niet duidelijk of het de bedoeling was de bestaande zanderijsloten te dempen. Dat is op de kaart niet aangegeven. De nieuwe wegen lopen grotendeels parallel aan de sloten, maar gaan er soms ook dwars overheen. Opvallend is de ruime opzet.

      
Afbeelding 1
 
Afbeelding 2

Waarschijnlijk stond het stadsbestuur een villawijk voor ogen. Naarden had na de aanleg van de spoorweg het nietige Bussum razendsnel zien uitgroeien tot een welgestelde forensengemeente, en hoopte zo wellicht eenzelfde succes deelachtig te worden. Dat vermoeden wordt bevestigd doordat in afbeelding 2 die het gebied ten westen en ten oosten van de Amersfoortsestraatweg bestrijkt, dicht tegen de vesting aan twee villaparken zijn getekend. Merkwaardig is dan weer dat het gebied ten westen van de Amersfoortsestraatweg, waar zich nu het Rembrandtkwartier bevindt, niet met straten is ingevuld. De achtergrond van dit uitbreidingsplan moet nog eens grondiger worden uitgezocht. Dan wordt misschien ook duidelijk waarom noch op de tekeningen noch in de daarover gevoerde correspondentie met geen woord wordt gerept over twee belangrijke componenten van het gebied: de Verboden Kringen en de verlegging van de Rijksweg.

      
 
De Verboden Kringen rond de Vesting Naarden

Verboden Kringen en de Rijksweg

Op het moment van ontwerp van dit plan was in dit gebied de Vestingwet van 1852 nog volop van kracht. Die verbood bouwactiviteiten in het gebied. Misschien preludeerde het gemeentebestuur op de verwachte opheffing van die wet, hoewel daar op dat moment bij mijn weten nog geen sprake van was. In elk geval was het realiteitsgehalte van dit plan zonder meer laag te noemen. Ook de verkeersdrukte op de route Amsterdam-Laren- Amersfoort is nog niet tot de ontwerpers doorgedrongen, hoewel die toch voor toenemende problemen zorgde.
Niet lang na dit ontwerp begon men plannen te maken voor verlegging van die weg, precies door het hier gepresenteerde plan heen. Het zou overigens tot 1930 duren voor die plannen gerealiseerde konden worden, onder meer door verzet van het ministerie van Oorlog in verband met het schootsveld van de vesting (zie ook het artikel over de Rijksweg, elders in dit nummer).

In de correspondentie lijkt men zich uitsluitend zorgen te maken over de rooilijnen. Op 5 maart 1914 werd het uitbreidingsplan vastgesteld door de gemeenteraad van Naarden en op 22 april kreeg het ook de goedkeuring van Gedeputeerde Staten. Enkele maanden later brak de Eerste Wereldoorlog uit.
Van het plan wordt niets meer vernomen. Misschien kwam dat doordat Naarden kort daarna met de neus op de feiten werd gedrukt, zoals hieronder uiteengezet wordt.

 

De ontruiming van het schootsveld in 1914

Op 31 juli 1914 had koningin Wilhelmina een algehele mobilisatie afgekondigd. De Vesting Naarden moest in staat van verdediging worden gebracht en er werden voorbereidingen getroffen om de kleine kring, tot 300 m buiten de vesting, te ontruimen.

      
Klaar voor vertrek in de Sandtmannlaan
(illustratie overgenomen uit De Omroeper)
 

Op woensdag 5 augustus werd een proclamatie bekendgemaakt, waarmee burgers werden geïnformeerd dat de houten huizen in het voorterrein zouden worden gesloopt. Stenen huizen mochten nog blijven staan, maar de bewoners daarvan werd wel duidelijk gemaakt dat hun huizen wellicht op korte termijn zouden volgen. Het burgerlijk bestuur werd geheel overruled door de militairen,die (te) voortvarend tewerk gingen.
De bewoners van circa 285 houten en stenen huizen, ook uit de middelbare en de grote (buitenste) kringen, kregen bevel om hun huizen te verlaten. Onder hen boomkweker en tuinarchitect Dirk Tersteeg, die in een houten huis woonde op de hoek van de Lambertus Hortensiuslaan en de Galgesteeg (nu de Godelindeweg). Er ontstond grote paniek. De bewoners van de huizen aan de Sandtmannlaan sloegen op de vlucht, want anders kun je het niet noemen. De kranten meldden dat verhuiswagens en karren de doorgang versperden en dat de voortuintjes volstonden met huisraad. De kinderen van het tehuis van het Leger des Heils aan de Lambertus Hortensiuslaan werden per trein afgevoerd naar Amsterdam. Een deel van de bomen van de kwekerijen binnen de kleine kring werd omgezaagd en dat gold ook voor de hoge iepen langs de Amersfoortsestraatweg en voor het tolhuisje op de hoek van de Amersfoortsestraatweg en de Huizerweg (bij het ophaalbruggetje dat er nog steeds ligt).

      
 
De weeskinderen van het Leger des Heils op station Naarden-Bussum
(illustratie overgenomen uit De Omroeper)

Uiteindelijk werden er 6 houten woningen en wat schuren daadwerkelijk gesloopt. Er stonden nog veel meer huizen op de nominatie om te worden gesloopt, evenals een aantal schoorstenen (voornamelijk van blekerijen) en zelfs de kerktorens van Bussum en de watertoren zouden er aan moeten geloven. Inmiddels was tot de legerleiding doorgedrongen dat de Genie in Naarden wel erg voortvarend van start was gegaan. Op 9 augustus werd de operatie gelukkig gestaakt. Het Commando in Naarden had te weinig acht geslagen op de opdracht van de legerleiding dat bij de ontruiming particulier bezit niet mocht worden geconfisqueerd en dat woningen moesten worden gespaard.

De schade bleef dus beperkt, maar iedereen was wel weer doordrongen van het risico van bouwen in de Verboden Kringen en van de macht van het militaire apparaat. 

  • Bronnen
    Monumenten Inventarisatie Project Noord-Holland.Naarden, Gemeentebeschrijving, herziene versie, juni 1992
  • Henk Schaftenaar en Annie Verweij, ‘De ontruiming van het schootsveld van Naarden honderd jaar geleden.
    Een te voorbarige actie aan het begin van de Eerste Wereldoorlog’, in: De Omroeper, jaargang 27, nr. 3, september 2014
  • Gemeentearchief Gooise Meren en Huizen

 

 

Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 36, nummer 3 (december 2020), pag 12-18

De wording van Naarden-Zuid

Nol Verhagen

      
 
Naarden en omgeving omstreeks 1850

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel
De afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

Het gebied ten zuiden van Naarden (of liever: de hele omgeving van Naarden) heeft eeuwenlang de last van de vesting moeten dragen: in de wijde omtrek mocht niet worden gebouwd vanwege het schootsveld van de vesting. En dat niet alleen, op grote delen van het gebied werd grootschalig grond afgegraven.

 

Afzanding

Dat gebeurde deels om het schootsveld te verbeteren, deels om een mogelijkheid te creëren om het land in geval van nood onder water te kunnen zetten en – wat later – ook om aan de zogenoemde afzanding geld te verdienen. Geleidelijk aan zie je op kaarten en later op foto’s om Naarden heen een steeds uitgebreider stelsel van sloten ontstaan, die dienden om het zand af te voeren. Die sloten werden parallel aan de vesting gegraven. De gedachte daarachter was dat de vijand, als hij al op de gedachte kwam om het onder water gezette gebied toch over te steken, in die voor hem onzichtbare sloten zou wegzinken. Zoals we weten is het nooit zover gekomen, maar het zag er toch indrukwekkend uit.

Kwekerijen

Vanaf het einde van de 18de eeuw ontdekte men dat de afgezande gebieden en de daarbij behorende gronden uitermate geschikt waren voor boom- en bloementeelt. In het begin van de 20ste eeuw waren er maar liefst 32 kwekerijen in het gebied gevestigd, met een totale oppervlakte van 225 ha. In het onvolprezen periodiek De Omroeper (uitgegeven door de Stichting Vijverberg in Naarden) is verschillende keren over de kwekerijen en de kwekers geschreven. De kwekerijen gingen over van vader op zoon, zodat er hele generaties kwekers in het gebied actief waren. Ook kwam het wel voor dat meesterknechten van een kweker zelf een kwekerij begonnen of het bedrijf van hun baas overnamen.

      
 
Boomkweker Jan Jurissen bij zijn
70ste verjaardag in 1909

De bomen van Jurissen

Een van de eerste kwekers moet Jacobus Jurissen zijn geweest. Zijn zoon, Johannes Josephus, geboren in Naarden in 1781, had een eigen kwekerij aan de Karnemelksloot en verwierf daarnaast de kwekerij van Jacob Bolten aan de Amersfoortsestraatweg. Op deze Johannes Josephus volgt een reeks zonen, kleinzonen en achterkleinzonen, die verwarrend genoeg veelal dezelfde voornamen dragen. De werknemers kwamen net als bij andere kwekers vaak uit Huizen – te voet. Op zaterdag kwamen de vrouwen mee om het weekloon veilig te stellen. Kwekerij Jac. Jurissen en Zoon, zoals het bedrijf sinds 1864 heette, bleef in steeds verder afgeslankte vorm bestaan tot aan de jaren negentig van de 20e eeuw, toen de bestemmingsplannen van Naarden ook het laatste restje grondgebied aan de Karnemelksloot opslokten. Dit proces was begonnen in 1925 toen Naarden 10 ha opkocht voor de aanleg van het Rembrandtkwartier. Het plantsoen met vijver in die woonwijk werd aanvankelijk naar Jan Jurissen vernoemd, maar kreeg in de volksmond al gauw de naam het Meertje van Vlek, naar de familie Vlek, die de nabij gelegen Gooische Stoomwasscherij exploiteerde.

De rozen van Van Rossem

Een andere bekende Naardense kweker was Gerard van Rossem, die zich in 1887 aan de Huizerstraatweg vestigde. Hij kwam naar Bussum om te trouwen met Cornelie van Rossum, dochter van grootgrondbezitter J.P. van Rossum. Van Rossem verwierf internationale bekendheid met zijn rozen. Zijn bedrijfje van 1 ha en één knecht groeide uit tot een forse kwekerij van 30 ha en 22 man/vrouw personeel, ook al weer voornamelijk afkomstig uit Huizen. De kwekerij van Van Rossem viel overigens niet ten prooi aan woningbouw, die aldaar niet was toegestaan, maar ging teloor door gebrek aan opvolging, toen zoon Charles in 1951 plotseling overleed. De grond ging over in de handen van de gemeente Naarden, die deze goed kon gebruiken voor allerhande voorzieningen.

 
 
De kwekerij van Jac. Smits aan de Lambertus Hortensiuslaan.
Illustratie beschikbaar gesteld door Stichting Vijverberg te Naarden

Pokon en Chrysal

In het gebied dat begrensd wordt door de Lambertus Hortensiuslaan, de Comeniuslaan / Zwarteweg, de spoorbaan en de Rijksweg was vanaf het laatste kwart van de 19de eeuw onder meer boomkweker Jac. Smits actief. Hij was het eerste slachtoffer van de uitbreidings plannen van Naarden: al in 1898 moest hij een deel van zijn kwekerij verplaatsen toen de gemeente, net buiten de Verboden Kringen, grenzend aan het Bussumse Prins Hendrikpark, het Wilhelminapark tot ontwikkeling bracht. Ook Smits was een groot bedrijf, met meer dan dertig man personeel, van wie verschillenden mettertijd een eigen kwekerij begonnen, zoals Mauritz en Dorresteijn.

Een verhaal apart is boomkweker Bendien, die pas in 1915 een kwekerij startte aan de Thierensweg, maar die al in 1926 plaats moest maken voor woningbouw. Bendien ontwikkelde toen kunstmest voor kamerplanten en veroverde de wereld met Pokon en Chrysal. 

Zoals foto’s uit het begin van de vorige eeuw laten zien was het hele gebied tussen Bussum en Naarden en het gebied ter weerszijden van de Huizerstraatweg bezaaid met grote en kleine kwekerijen, die Naarden een internationale reputatie als kwekerijcentrum hebben bezorgd. Vanaf 1925 hebben met name de kwekerijen tussen Naarden en Bussum in hoog tempo plaats moeten maken voor woningbouw. Wat resteerde waren voornamelijk enkele tuincentra langs de Huizerstraatweg, zoals Naardenplant, Van de Water en Van der Roest. Maar het bedrijf van Van de Water is inmiddels opgeheven wegens gebrek aan opvolgers en dat van Van der Roest zal binnenkort verdwijnen om ruimte te bieden aan woningen.

 

Een sigarettenfabriek aan de Comeniuslaan

Voorafgaand aan de grote stadsuitbreidingen hadden langs de randen van het gebied her en der al enige bouwactiviteiten plaatsgevonden. Door het gebied liep sinds 1882 het traject van de Gooische Stoomtram, die vanaf station Naarden-Bussum langs de Comeniuslaan, de Lambertus Hortensiuslaan, de Thierensweg en dan langs de buitengracht van de vesting rechtsaf naar de Amersfoortsestraatweg reed, om daar aansluiting te vinden met het traject van Naarden naar Huizen.

     
De Sandtmannlaan, net over de grens tussen Bussum en Naarden.
Foto uit Beelden van Bussum
 

Naarden wilde graag meeprofiteren van de trek van welgestelde burgers naar het Gooi, die Bussum in de daaraan voorafgaande decennia tot grote bloei hadden gebracht. Zo was het eerder genoemde Wilhelminapark al aan het einde van de 19de eeuw tot ontwikkeling gebracht, min of meer gelijktijdig met het Bussumse Prins Hendrikpark, waarvan het ook geduchte concurrentie ondervond. In het gebied waren tevens enkele particuliere exploitanten actief.

In 1901 richtte G. Sandtmann Zeker Bezit op, een maatschappij tot exploitatie van onroerende goederen. Tussen 1909 en 1912 liet hij een aantal houten villa-achtige woningen (destijds middenstandswoningen genoemd!) bouwen aan de door hem aangelegde Sandtmannlaan, nu een van de schilderachtigste straten van het Gooi. De Sandtmannlaan lag in de Verboden Kring van de fortjes aan de Karnemelksloot, wat voor de bewoners tijdens de mobilisatie in augustus 1914 nog tot benauwde ogenblikken heeft geleid. Langs de Lambertus Hortensiuslaan en de Thierensweg ontstond geleidelijk wat bebouwing, deels behorende bij de aan die wegen gelegen kwekerijen en blekerijen.

      
 
Het sigarettenfabriekje aan de Comeniuslaan.
Ill. Gemeentearchief Gooise Meren en Huizen,
Gooienvechthistorisch.nl

Niet ver van de hoek van de Comeniuslaan en de Lambertus Hortensius laan vinden we nog steeds een gebouw uit 1916, dat in eerste instantie aan een kleine moskee doet denken. In werkelijkheid was het een sigaretten fabriekje. Architect Breling refereert in de vormgeving van het gebouw aan het oriëntaalse karakter dat (ten onrechte) aan de sigaret werd toegedicht. Het werd merkwaardig genoeg op zijn Italiaans Palazzo genoemd. Vandaag de dag biedt het, heel toepasselijk, onderdak aan een yoga-centrum.

Langs de Fortlaan, die eigenlijk een militaire verbindingsweg met de fortjes aan de Karnemelk sloot was, ontstond ook wat houten bebouwing, en ten slotte werd onder architectuur van de befaamde Hilversumse stadsarchitect W.M. Dudok aan de Godelindeweg een aantal houten villa’s neergezet. Het grote werk moest echter wachten op de opheffing van de Vestingwet in 1926.

 

        
 De omgeving van Naarden omstreeks 1925,
aan de vooravond van de grote uitbreidingen
 

Het Rembrandtkwartier

Het eerst kwam het gebied tussen de Brediusweg in Bussum en de Godelindeweg in Naarden aan de beurt. In de jaren twintig werden er plannen gemaakt om langs het traject van de toenmalige Galgesteeg de nieuwe Rijksweg aan te leggen, wat in 1930 ook gebeurde.

In diezelfde tijd werd in Bussum het Brediuskwartier tot ontwikkeling gebracht. De ontwerpers van het Brediuskwartier, De Bazel en Tersteeg, werden in 1920 ook aan het werk gezet voor het Naardense schilderskwartier, dat later zou worden omgedoopt tot Rembrandtkwartier.

      
 
Het Rembrandtkwartier omstreeks 1970. Foto Gemeentearchief
Gooise meren en Huizen, Gooienvechthistorisch.nl

Vergeleken met het Brediuskwartier is het Rembrandtkwartier vrij rechtlijnig opgezet, mede doordat er hier geen hoogteverschillen waren, waarvan met name Tersteeg in het Brediuskwartier juist zo creatief gebruik had gemaakt. Een ander verschil was dat in het Rembrandtkwartier alleen de grond waarop de huizen zouden komen werd opgehoogd, met als gevolg dat de tuinen lager liggen dan de huizen. Het hiervoor benodigde zand werd uit de rechthoekige vijver in het midden van de wijk (het eerder genoemde Meertje van Vlek) gehaald, een procedé dat ook bij andere delen van het uitbreidingsplan zou worden gevolgd. Een echte villawijk werd het niet – de bebouwing bestaat grotendeels uit (zeer) royale middenstandswoningen met een nogal uniforme architectuur – dat laatste komt waarschijnlijk doordat de exploitatie van het gebied in handen was van een bouwmaatschappij, NV Gooisch Grondbezit. Er kon pas goed met bouwen worden begonnen nadat in 1927 het tracé voor de Rijksweg definitief was vastgesteld. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog was het Rembrandtkwartier vrijwel voltooid.

Een saillant detail is nog dat rond de Jan ter Gouwweg een gebiedje met afwijkende bebouwing lag – kleine bedrijfjes en wat arbeiderswoningen. Om duidelijk te maken dat dat gebiedje niet bij het toch wel chique Rembrandtkwartier hoorde, liep er alleen een zandpad naartoe.

Het Componistenkwartier

Naarden had haast. In 1932 werd een nieuw uitbreidingsplan vastgesteld, nu voor het gebied aan de overzijde van de Amersfoortsestraatweg. Het plan werd genoemd naar het daar gelegen landhuis De Bongerd, dat in 1933 werd afgebroken. Ook hier moest de grond worden opgehoogd met zand uit een vijver. Vanaf 1934 werden er woningen gebouwd die vergelijkbaar zijn met die uit het Rembrandtkwartier. De ontwikkeling van het wijkje stagneerde echter door het uitbreken van de oorlog. Pas nadat ook villa Zandbergen was afgebroken kon de wijk, die nu het Componistenkwartier heet, worden voltooid, maar dan zijn we al in de jaren zestig en zeventig beland. Er staat nu weer een gebouw Zandbergen, geen villa, maar een serviceflat.

 

     
Plattegrond van de nieuwe wijken ten westen van de
Bussumervaart. Ten zuiden van de spoorlijn het
Ministerkwartier, ten noorden van de spoorlijn
het Oranje-Nassaupark en Vierhoven
 

Het Ministerkwartier

Tezelfdertijd, zelfs nog iets eerder, in 1926, werd een plan ontwikkeld voor het gebied ten westen van de spoorlijn en ten noorden van de Zwarteweg. Dit plan werd in 1932 goedgekeurd en de bebouwing werd snel ter hand genomen. Maar ook hier gooide de Tweede Wereldoorlog roet in het eten. Uiteindelijk werd maar een klein deel van de wijk voor de oorlog voltooid, het gebied rond de Van Lijndenlaan en de Keizer Ottoweg (niet te verwarren met de Keizer Ottostraat in Bussum). De rest werd pas in de jaren vijftig volgebouwd, maar toen was er vooral behoefte aan woonruimte voor minder welgestelde mensen, zodat de wijk een andere opzet kreeg dan waarschijnlijk aanvankelijk de bedoeling was. Het laatste stukje, aan de overzijde van de Cort van der Lindenlaan, werd pas in de jaren tachtig bebouwd.

Het Oranje-Nassaupark

Gemeente-architect B.T. Deenik, die aan de wieg van al deze uitbreidingsplannen stond, moet het in de periode na 1925 druk hebben gehad. In 1929 werd zijn plan goedgekeurd voor het gebied ten noordoosten van de spoorweg, tussen de Karnemelksloot en de Lambertus Hortensiuslaan/Thierensweg: het Oranje-Nassaupark. Daarvan zou wel een flink deel voor de oorlog worden gerealiseerd, volgens het bekende procedé: demp de zanderijsloten, graaf een vijver, hoog met het zand daarvan de afgegraven grond op en bouw er flinke middenstandswoningen (de makelaar noemt dat tegenwoordig stads villa’s) op. Vandaar de forse waterpartij tussen de Graaf Willem de Oudelaan en de Juliana van Stolberglaan. Deze wijk sluit aan op het al eerder bebouwde Wilhelminapark ten noorden van de Comeniuslaan.

Het deel van de wijk aan de overzijde van de Cort van der Lindenlaan en de Koningin Wilhelminalaan kwam pas ver na de oorlog aan de beurt, met als markant (of flagrant) herkenningspunt de Torenflat Naerdinclant uit 1964. Aardig om te weten is dat precies dit gebied oorspronkelijk de naam Spiegel droeg, en dat de Bussumse villawijk haar naam dus min of meer heeft ontvreemd van haar Naardense voorganger.

 

Naarden-Zuid of Bussum-Noord?

Als het u bij lezing van al die namen van wijken en straten een beetje mocht duizelen, helpt het beslist om er via Google Maps Satelliet eens een blik van boven op te werpen. Daarnaast brengt de hierbij afgedrukte bebouwingskaart van Bussum, die Kees Henselmans enkele jaren geleden voor BHT heeft gemaakt, de historische ontwikkeling van de woningbouw in het gebied goed in beeld.

 
Bebouwingskaart (gedeelte) van Bussum en Naarden Zuid, ontwerp Kees Henselmans (zie rectificatie)
Daarin zie je in één oogopslag hoeveel er tussen 1925 en 1940 aan de noordrand van Bussum,
en dus aan de zuidkant van Naarden is bijgebouwd.
 

Door al deze bouwactiviteiten steeg het aantal inwoners van Naarden tussen 1900 en 1940 van ruim 5000 naar ruim 10.000. Naarden-Zuid had in 1947 6700 en in 1960 zelfs 8500 inwoners. Een groot deel daarvan was en bleef op Bussum georiënteerd, ook nadat in 1939 de Burgemeester van Wettumweg en de bijbehorende brug waren aangelegd om een kortere verbinding met de vesting te bewerkstelligen. Je kunt je afvragen of Naarden-Zuid ondanks de gemeentegrens toch niet meer Bussum-Noord is geworden. Door de vorming van de gemeente Gooise Meren is die vraag echter irrelevant geworden.

 

Bronnen

  • Naarden, Gemeentebeschrijving, herziene versie 1992, Monumenten Inventarisatieproject Noord-Holland, Haarlem 1993
  • Henk Schaftenaar, Naarden, een vogelvlucht door tijd en ruimte, Stichting Vijverberg, Naarden 2000
  • S.P Jeanne Foreman, ‘Het boomkwekersgeslacht Jurissen in Naarden’, in: De Omroeper jaargang 7, nr. 2, april 1994
  • A.P. Kooyman-van Rossum, ‘De rozen- en vruchtbomenkwekerij van G.A. van Rossem te Naarden’, in: De Omroeper, jaargang 6, nr. 3, juli 1993
  • J.G. Kroonenburg, ‘Naardense kwekerijen’, in: De Omroeper, jaargang 7, nr. 4, oktober 1994

 

 

Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 36, nummer 3 (december 2020), pag 19-23

De blekerijen van Bussum

      
 
J.J. Hoorn, Blekerijen bij Bussum

Chris Leenders

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel
De afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

 

Op oude ansichten en foto’s van het gebied tussen Bussum en Naarden zijn tal van schoorstenen te zien. Een groot deel daarvan behoorde bij de wasserijen en blekerijen die zich in de loop van de 19de eeuw hadden gevestigd aan de boorden van de Bussumervaart en de zanderijsloten ter plaatse. 

Met de trekschuit

Al vanouds hadden de beter gesitueerde burgers niet veel animo om zelf de vuile was te doen. De was werd daarom vaak uitbesteed aan (boeren)vrouwen in de omgeving. De boeren hadden het in die tijd vaak niet breed en de extra inkomsten uit de wasserij kwamen hun heel goed uit. Ook in Bussum kwam deze bedrijfstak tot bloei. Aanvankelijk kwamen de klanten vooral uit Naarden en – enige tijd later – tevens uit Amsterdam. De aanvoer van was uit Amsterdam vond plaats via de geregelde beurtvaartdiensten, die een nauwkeurige dienstregeling aanhielden. Omstreeks 1860 nam dit zulke vormen aan dat het de wasvrouwen boven het hoofd groeide. In die tijd werden hier de eerste professionele, dat wil zeggen industriële blekerijen gevestigd.

      
De blekerijen langs de Bussumervaart omstreeks 1890.
Bussum kreeg pas aan het begin van de 20ste eeuw een
echte haven
 

 

Schoon water en schone lucht

In de archieven wordt al omstreeks 1760 melding gemaakt van blekerijen in de omgeving van Bussum; J.J. Hoorn schilderde ze in 1777. Goed is te zien welk een omvang de blekerijen toen al hadden. Omstreeks 1830 waren die echter in het Bussumse weer verdwenen, om later in de 19de eeuw terug te keren.

Voor een blekerij had je niet veel meer nodig dan schoon water en schone lucht. Het water uit de afzandingsloten rond Bussum en Naarden was glashelder en volop beschikbaar. Veel kapitaal hoefde je niet te hebben. Met een schuur met een goede stookplaats en wat kuipen en ketels en stampblokken, zeep en een bleekveld bij het huis of de boerderij kwam je al een heel eind. Meestal begon een lid van de familie een bescheiden bedrijfje en even later werkte het hele gezin in de blekerij, want deze groeiden als kool. Niet alleen in Bussum trouwens. Ook in andere plaatsen onder de rook van Amsterdam waar schoon water beschikbaar was, ging het zo, bijvoorbeeld in Nederhorst den Berg en ’s-Graveland.

Zoals gezegd waren het vooral gegoede Amsterdamse burgers die hun was naar Bussum stuurden. Dat ging vaak om 15 tot 25 waszakken tegelijk, want de gezinnen waren groot en de was werd nog niet wekelijks gedaan.

      
   

 

De blekerijen aan de Bussumervaart en de zanderijsloten tussen Naarden en Bussum, omstreeks 1900.
1. Verhoeven; 2. Van Dalen; 3. Schimmel; 4. Hein Ernst; 5. Ruizendaal; 6. Van Eijden; 7. Van Blaricum; 8. G. Dekker; 9. G. van Blaricum; 10. R. v.d. Berg; 11. W. Majoor – Van Wijk; 12. Van Gelderen; 13. Dekker; 14. Van Eijden; 15. Verhoeven; 16. Schimmel; 17. R. van Breemen; 18. J. Dijkman; 19. M.& IJ. Ruizendaal; 20. Fokker – H.Brandhof; 21. V.d. Berg – J.Ruizendaal; 22. V.d. Berg – Pauw; 23. Gerrit Bus; 24. Hein Bus; 25. Jan Bus; 26. Co v.d. Berg; 27. Jaap Sliphorst; 28. T. Klarenbeek; 29. Lamb. de Beer; 30. wed. L. Post; 31. Steef Bus (Keerweer); 32. Lammert Majoor Jacz.; 33. L. v.d. Kuil; 34. Kees Sliphordst – Dieben; 35. De Jager; 36. Ruier; 37. Van Gelderen; 38. Van Eijden; 39. Cor van Thienen; 40. Ruizendaal; 41. Jan van Eijden

Droogzolders en stoommachines

Hoe ging dit nu allemaal in zijn werk? Als het wasgoed was aangevoerd, werd dat eerst gekookt in een ketel die boven een enorm houtvuur was geplaatst. Daarna werd het gekookte goed in een kuip met een zwaar houtblok aangestampt en zo nodig geboend. De volgende stap was dat het wasgoed werd gespoeld in spoelhokken aan de waterkant, in de winter bepaald geen makkelijk of aangenaam karwei. Na het spoelen werd de was uitgewrongen en op het bleekveld uitgespreid. Door de werking van het gras en de in de lucht aanwezige ozon werd het wasgoed mooi wit.
Als het regende, en dat deed het ook toen al tamelijk vaak in ons land, was er dus een probleem. Toen het werk professioneler werd aangepakt, verrezen er daarom droogzolders met verticale luchtopeningen, lamellen genaamd, zodat de wind er doorheen kon waaien. Die werden meestal boven de nieuwe schuren geplaatst. Zo kon het werk ook bij slecht weer doorgaan. Desgewenst werd de was ook gestreken en gevouwen, uiteraard tegen extra betaling. 

Bij het koken, stampen, boenen en spoelen werd vanaf de tweede helft van de 19de eeuw in toenemende mate gebruik gemaakt van mechanische hulpmiddelen, in het bijzonder van stoommachines – vandaar al die schoorstenen in het grensgebied van Naarden en Bussum. Ook kwamen er nieuwe reinigingsmiddelen (vooral chloor en blauwsel) beschikbaar, die de was helder wit maakten, waardoor het bleken uiteindelijk overbodig werd.

 

Een ongezond beroep

Het blekersvak was ongezond en dat is goed te begrijpen. De aangevoerde was zat immers vol verontreiniging, ook in de vorm van bacteriën. Blekers en hun familieleden werden dan ook regelmatig getroffen door infectieziekten als cholera en tyfus. Als er in Amsterdam weer eens een epidemie uitbrak, moest op de zakken waarin de was werd aangevoerd vermeld worden welke ziekte er op dat moment heerste. Maar uiteindelijk kwam het vuile water van de blekerij toch weer in een sloot terecht, waaruit verderop weer drinkwater werd geput. De grote gezinnen in krappe behuizingen vormden dan een prima voedingsbodem voor besmetting.

     
 De Blekershoek gezien vanuit de lucht
 

 De gouden jaren

 De jaren na 1870 worden wel de gouden jaren van de Bussumse blekers genoemd. De aanvoer werd zo groot dat men zich niet meer kon permitteren met het drogen van het wasgoed te wachten tot het mooie weer. De droogzolders puilden dan ook uit van het wasgoed. Omstreeks 1890 waren er zo’n 25 blekerijen actief in Bussum. Al die blekerijen lagen aan de Bussummervaart en daarop uitkomende voormalige zanderijsloten. Het gebied aan de kop van de haven van Bussum werd ook wel de Blekershoek genoemd.

     
 
De Gooische Stoomwasscherij, net over de grens met Naarden,
omstreeks 1930

Bekende Bussumse blekers waren o.a. Van Gelderen, Schimmel, Ernst, Van Blaricum, Ruizendaal, Van Breemen, Bus, Van de Berg, Van Eijden, De Beer en Lammert Majoor.

 

Gebrek aan zeep

In 1900 waren er zelfs 42 blekerijen in Bussum, maar de gouden jaren waren toch voorbij. Aanvankelijk profiteerde de bedrijfstak nog van de komst van nieuwe welgestelde burgers naar de villawijk het Spiegel, maar die namen op den duur hun eigen wasmeisjes in dienst. Veel kleine blekerijen, die de overgang naar de stoommachine niet hadden kunnen maken, legden het loodje. Ook het gebrek aan zeep en andere grondstoffen tijdens de Eerste Wereldoorlog speelden hun parten. Uiteindelijk bleven er na 1920 nog maar enkele grote stoomwasserijen over; en gebleekt werd er al helemaal niet meer.

 

Bronnen

  • M.J.M. Heyne, Kent u ze nog, de Bussummers, Europese Bibliotheek, Zaltbommel 1974
  • Nol verhagen e. a., Bye Bye Bussum, Enter, Weesp 2015
  • A.J.N. Fabius, Geschiedenis van Bussum, Boekhandel Los, Bussum 1973
  • P. Schneiders, Buitengewoon Bussum, deel 1, Boekhandel Los, Bussum 2005
  • W.J. Rust en Simon Zwart, 150 jaar Bussum, Bussum 1967
  • J.V.M. Out, Kerckebosch, Die van Lage Bussum, Zeist 1976
  • Dr. J.F. Van Hengel, Het Gooiland, ’s Gravenhage 1875
  • Archief van de auteur

 

Bussums Historisch Tijdschrift, jaargang 36, nummer 3 (december 2020), pag 24-27

Hoe de heuvels rond Naarden en Bussum verdwenen

Eric Bor

Klik hier voor de PDF versie van dit artikel
De afbeeldingen zijn aanklikbaar voor vergroting

 

Omstreeks 1355 was Naarden voorzien van een aarden omwalling en een gracht. Bij de Stichtse Oorlog van 1481 bleek al dat deze niet voldoende waren om invallers uit het Sticht buiten de stad te houden. Na het Bloedbad van Naarden in 1572, waarbij de Spanjaarden in de stad die zich al had overgegeven 800 burgers, inclusief vrouwen en kinderen, vermoordden, de stad plunderden en in brand staken alsmede de stadsmuren afbraken, was het duidelijk dat Naarden een betere verdediging nodig had. Ook Amsterdam had hier baat bij, want Naarden lag op een relatief smalle droge strook land tussen het Naardermeer en de Zuiderzee, waardoor Naarden, indien sterk genoeg, in staat was belagers uit oostelijke richting weg te houden bij Amsterdam.

Men begon met de aanleg van vestingwallen met een diepe gracht eromheen. Daarvoor was veel zand nodig, dat werd afgegraven rond de vesting. De heuvels rond de stad maakten Naarden kwetsbaar. In 1651 onderzocht de stad Naarden de mogelijkheid een zandvaart naar Bussum te graven om de heuvels aan de Kerkweg (de tegenwoordige Lambertus Hortensiuslaan) te verwijderen.De beruchtste van die heuvels was de Galgeberg (de plek waar de galg stond). De Staten van Holland en West-Friesland gingen akkoord onder voorwaarde dat de stad voor twee bruggen en twee wegen langs de vaart zou zorgen. Het graafwerk begon in 1654

     
 
Zandwinning bij Nieuw Valkeveen. Illustratie Gemeentearchief Gooise Meren
en Huizen, Gooienvechthistorisch.nl

 

Franse inval

De afgraving had – gezien vanuit Naarden was veel zand nodig, dat werd afgegraven – de Galgeberg nog niet bereikt toen de Fransen in juni 1672 de vesting binnen vielen en innamen. De Franse commandant nam direct allerlei maatregelen om de vesting verder te versterken. Gelukkig hadden de Fransen weinig kanonnen in de vesting.

Met kanonbeschietingen vanaf de Galgeberg ten zuiden en vanaf de Zuiderzeekant ten noorden van de vesting slaagde prins Willem III er in 1673 in zijn manschappen via loopgraven aan de oostkant de vesting te laten naderen en bestormen, waarna de Fransen al spoedig capituleerden. Hiermee was het voor de Staten duidelijk, dat de vesting verder verbeterd moest worden, onder andere door het aantal stadspoorten terug te brengen tot twee. Bovendien moest het land eromheen worden afgegraven om een vrij schootsveld te krijgen. Men verwachtte dat het land ook onder water gezet zou kunnen worden.

 

Werkgelegenheid voor Bussum

In 1674 geboden de Staten dat al het hoge land tot op 300 roeden (ruim een kilometer) rond Naarden afgegraven moest worden. Ten behoeve van de afvoer van het zand bepaalden de Staten dat de Naarder- en Muidertrekvaart en de Zandvaart parallel aan de Kerkweg naar Bussum zo diep gehouden moesten worden, dat de zandschepen er ongehinderd door konden. Het zand werd naar Amsterdam voor verkoop afgevoerd om zo de kosten te dekken.
De afzanding kwam de werkgelegenheid van de Bussumers ten goede, want tot dan toe had Naarden, zich baserend op een octrooi van Karel V uit 1531, in Bussum alle ambachten verboden. Zelfs een eigen bakkerij mocht Bussum niet hebben. Alleen spinnen was toegestaan, want er moest ten behoeve van de florerende Naarder lakenindustrie (laken was een wollen stof) zoveel wol gesponnen worden, dat men aan de spinners in de vesting niet genoeg had.  uitoefenden

     
Verbod op zandwinning in het Gooi,
anders dan bij Naarden
 

 Ook de behoefte aan zandschippers was zo groot dat dit ambacht de Bussumers niet verboden kon worden. De eerste schout van Bussum, J.J. Thierens, schreef in 1820: ‘Eindelijk is hier nog eene tak van bestaan […] namelijk de zanderij of afzanding der hoge gronden tot het formeeren eener inundatie der vesting Naarden. Aan het werk van derzelve zijn alleen de getrouwe ingezetenen van Bussum en Naarden gerechtigd: deze verschaft aan 100 menschen uit beide plaatsen bij eene drukken scheepvaart werk.’

In 1795 waren er tien Bussumse zandschepen. Van verscheidene schippers zijn de namen bekend. Frans de Gooijer beschreef in het decembernummer van 2005 van het Bussums Historisch TijdschriftTijdschrift de vijf generaties van de familie Post die dit beroep

 

Leliepeil

Er ontstond langzaamaan een net van zanderijsloten, dat steeds verder werd uitgebreid naar het oosten (Valkeveen) en naar het zuiden (Bussum). In de zanderijen werd het zand met kruiwagens in de schepen gestort. De volle schepen boomde men door de lange ondiepe sloten naar de buitengracht van de vesting. Doordat in Nederland de westenwind overheerst, kon men meestal niet onder zeil via de Muidertrekvaart naar Amsterdam laveren. Doorgaans moest de schuit dus lopend op het jaagpad getrokken worden, waarbij trekker en roerganger elkaar nu en dan afwisselden.

Omdat er voor de afzanding aanvankelijk geen hoogte was afgesproken, kwamen er veel onregelmatigheden en zelfs misbruik voor. Nadat de Staten in 1723 de hoge gronden hadden aangekocht, gaven ze die slechts uit aan schippers die zich bij de afgraving wilden houden aan een door de Staten vastgesteld, algemeen peil: 17 Rijnlandse duimen (47 cm) boven het Naarder zomerpeil.Bij de hoofdgracht van de vesting werden bij beide stadspoorten peilschalen aangebracht waarop deze hoogte met een lelie gemarkeerd werd. De hoogte voor de afzanding heette voortaan het Leliepeil. De schippers mochten uitsluitend zand rondom Naarden halen, op straffe van verbeurd verklaring van hun schip.

      
 
Zandwinning op de Bussumer Eng, nu de Groene Long

 

Voortgang

De afzanding ging ondanks de primitieve middelen die ervoor werden aangewend best voorspoedig: in 1750 was men in zuidelijke richting gekomen tot waar nu de Brediusweg ligt. In oostelijke richting ontstond op den duur een minder regelmatig afzandingspatroon, onder meer omdat daar al villa’s waren gebouwd. De zwarte bovengrond werd meestal niet afgevoerd, maar teruggestort. Voor de Gooise meentgronden die voor afgraving bestemd waren, golden zelfs nauwkeurige voorschriften voor de terugstorting.

De afgezande grond bleek erg geschikt voor tuinbouwdoeleinden (hetgeen in de hand werd gewerkt door af en toe toch wat minder diep te graven dan het Leliepeil). In de tweede helft van de 18de eeuw vestigden zich de eerstehoveniers in het afgezande gebied. 

Omstreeks 1796 werd de Bussumse haven gegraven als verlengstuk van de Zandvaart. In 1850 was de afzanding gevorderd tot de Oud-Bussummerweg en daarna werd er nog gegraven tot aan de Huizerweg.

Vanaf 1920 werd het zand uit de zuidoosthoek van Bussum niet langer per schip vervoerd, maar ging het vanuit de zanderij van Oud Bussem per smalspoorttreintje over een speciaal aangelegd spoor naar nabije locaties die zand nodig hadden, zoals bijvoorbeeld de Vondellaan.

     
 De zanderijsloten rond Naarden, geprojecteerd op de huidige
plattegrond van Naarden en Bussum
 

 

Zanderij Crailoo

Toen de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij omstreeks 1870 de spoorlijn van Hilversum naar Amsterdam aanlegde, werd er heel wat zand rond zanderij Crailoo weg gegraven. Daar is onder meer de spoordijk door het Naardermeer mee aangelegd. Het grootste deel verdween echter naar het altijd om zand verlegen Amsterdam. De Erfgooiers organisatie Stad en Lande was eigenaar van het gebied en verdiende zo een flinke som geld.

De concessie van de spoorwegen bleef ook geldig toen het Goois Natuurreservaat in 1932 eigenaar werd van de grond. Tot 1970 werden er duizenden kubieke meters afgegraven. De afgezande terreinen zijn tegenwoordig in gebruik als sportvelden (de welbekende Sportvallei), als werkterrein van ProRail en als natuurgebied.

     
 
Voormalige zanderij Crailo, nu natuurgebied

Ze behoorden bij de zanderij Crailoo. Er zijn daar nooit zanderijsloten geweest, maar je vindt er wel de Zanderijweg. In 1926 werd de militaire functie van de vesting opgeheven en werden de afgezande gebieden vrijgegeven voor bebouwing: Naarden mocht eindelijk buiten de vesting gaan bouwen. In het niet-bebouwde gebied tussen Naarden en Bussum dat in gebruik is bij tuinderijen en boomkwekers, vind je nog zanderijsloten, zij het soms in behoorlijk vervallen staat. Het gebied is nooit onder water gezet.

Henk Schaftenaar heeft in 2010 in De Omroeper uiteengezet dat dat ook helemaal niet kon, omdat het feitelijke afzandingsniveau hoger lag dan de Zuiderzee, waar het water vandaan moest komen.

 

Bronnen

  • J.I. Kloosterhuis, Zandafgraving in het Gooi, 1955
  • Oneindig Noord-Holland, De zandafgravingen in het Gooi. www.onh.nl
  • Gemeentearchief Bussum: Brievenboek Thierens
  • J.V.M. Out, Die van Lage Bussum, Kerckebosch-Zeist 1976
  • A.C.J. de Vranckrijker, De historie van de vesting Naarden, Bussum 1973
  • H. Schaftenaar, ‘Schootsveld van Naarden nooit geïnundeerd’, in: De Omroeper, jaargang 23, nr. 2, 2010
  • Niek Engbers, Afzandingen in het Gooi, Wageningen 2017

 

 

Actueel

Fusie archiefdiensten in aantocht

   
 

De archieven van Gooise Meren /Huizen -met de vestiging in Naarden Vesting- en het Streekarchief Gooi en Vechtstreek in Hilversum, dat voor Hilversum, Wijdemeren, Laren en Blaricum archieftaken uitvoert, gaan fuseren. Dat meldt Bussums Nieuws Extra op basis van een collegebrief van wethouder Geert-Jan Hendriks aan de gemeenteraad van Gooise Meren. Volgens hem blijkt de schaalgrootte van de afzonderlijk archiefdiensten niet meer passend voor de opgaven waar het archief tegenwoordig voor staat, zoals het digitaal opslaan en beheren in een E-depot. 'Het onderzoek naar deze optie laat weinig ruimte voor twijfel: fuseren is een uitgelezen kans om te komen tot een robuuste organisatie die beter toegerust is voor de opgaven van de archiefdiensten'  staat in de brief.

Lees meer...

Foto van de maand

Juni 2022

Dit is de Groot Hertoginnelaan, vermoedelijk jaren ’20 of ‘30 van de vorige eeuw. Wat opvalt is de rust, die de foto uitstraalt. Een groot contrast met al het verkeer dat nu door de laan rijdt. De kinderen konden toen hier nog op straat spelen. We zien drie grote villa’s, waarvan er enkelen nu ook nog moeten staan, maar door de huidige begroeiing aan het oog zijn onttrokken. Kunt u ons vertellen welke dat zijn en welke huisnummers het betreft? Uw reactie gaarne naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. 

HKB Nieuws

Excursie grafheuvels

Vrijdagmiddag 10 juni maakte een groep vrijwilligers van de Historische Kring Bussum  en andere belangstellenden een ontdekkingstocht naar de grafheuvels in het heidegebied tussen Bussum en Hilversum. Dit onder leiding van Sander Koopman van de archeologenvereniging ANW Naerdincklant. De excursie betekende een pittige wandeling van ruim twee uur over de Bussumerheide en de Westerheide. Daarbij werden de grafheuvels bekeken, het gebied met het urnenveld en de Lange Heul, met de plaats van een verdwenen middeleeuwse boerderij, waar ook een grafheuvel heeft gelegen.

Lees meer...

We hebben 174 gasten en geen leden online