Home
Open Menu

Contactblad Historische Kring Bussum 16/3 (december 2000) pag. 97-100


Rijwielhandel Peeters

Ina de Beer

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.
Onderstaande illustraties zijn aanklikbaar voor een vergroting.

Op Nieuwe 's Gravelandseweg nr. 1 opende Johannes Hermanus (Joop) Peters in 1922 een rijwielzaak. Daarnaast huurde hij een grote ruimte voor het stallen van ongeveer 50 fietsen. Hij woonde bij zijn ouders op Vaartweg 30 in Bussum.

       
 
Moeder Dina Peters de Groot ± 1930.

Op 29 oktober 1924 trad hij in het huwelijk met Dina Francisca Wilhelmina de Groot. Zij werd op 30 mei 1899 in Delft geboren en zij woonde na het huwelijk eveneens op Vaartweg 30. Uit dit huwelijk werden drie kinderen geboren, één meisje en twee jongens (John en Louis).

Omstreeks 1924 verhuisde de rijwielhandel naar Spiegelstraat 12, een pand naast Grotenhuis. Daar begon Joop Peters met de verkoop van benzine. De verkoopkar was wit en bruin van kleur en er stond een tank op die + 500 liter benzine kon bevatten. De benzine in de tank werd eens per tien dagen bijgevuld. Dan kwam de tankwagen van Tone Line. Een liter benzine kostte destijds 4 cent.

      
Vader Peters tijdens militaire dienst in 1914/1918.
 

Johannes Franciscus Adrianus Gerardus (John) Peters werd op 3 oktober 1929 geboren op het adres Sint Josephpark 24E. Voordat hij naar de kleuterschool ging, zat hij op de Juliana bewaarschool aan de Torenlaan 11 B. Van de kleuterschool aan de Herenstraat herinnert hij zich de namen van de zusters Edmunda en Francisco. Daarna bezocht hij de Broederschool aan de Sint Vitusstraat, waar hij onder andere les kreeg van de broeders Adrianus, Eric, Bavo en Petrus Canisius. Na zeven klassen te hebben doorlopen, ging hij in 1943 naar de dagschool Don Bosco in Amsterdam, waar hij drie jaar later het diploma automonteur uitgereikt kreeg. Hij was toen ongeveer 17 jaar oud. Thuis konden vader en moeder al op zijn hulp rekenen: hij hielp met het repareren en verkopen van fietsen. Louis: "Wie het eerst de bel hoorde gaan, ging naar de winkel. Zo nodig kon ik de hulp van mijn vader of moeder inroepen." Maar John was nog niet klaar met zijn studie, want in de avonduren volgde hij een middenstandscursus. Hij kreeg in Amsterdam het "Remec-diploma" uitgereikt en mocht zich rijwielhersteller noemen. (Remec: Rijwiel en motoren corporatie.)
Omstreeks 1946 kwam John Peters bij zijn vader in loondienst.

In 1931 huurde het echtpaar Peters een woning annex winkellwerkplaats aan de Herenstraat 24, waar in 1935 zoon Louis werd geboren.Louis Maria Johannes Petrus Peters werd op 3 1 augustus 1935 geboren op het adres Herenstraat 24 Bussum. Bij de zusters op Herenstraat 4 ging hij naar de kleuterschool. Daarna doorliep hij de Broederschool aan de Sint Vitusstraat. Hij kreeg daar onder anderen les van broeder Giovanni, broeder René en van meneer Van der Voort. "Zij gaven goed les.", herinnert Louis zich. Na de oorlog bezocht hij de Ambachtschool aan de Landstraat 3. Daar volgde hij twee jaar de dagschool en later de avondschool. Hij behaalde twee diploma's in metaalbewerking.

In zijn vrije tijd hielp hij zijn ouders in de werkplaats en bij de benzinepomp. Ook hielp hij met het verversen van olie en met doorsmeren. Uiteindelijk werd hij electromonteur en werkte hij bij diverse constructiebedrijven, onder andere bij de firma Reelfs en in 1953 bij het constructiebedrijf Geessink in Weesp op de afdeling staalconstructie waar reinigingsautos werden opgebouwd. Daarna werkte hij een aantal jaren bij de NEGEMA (NEderlandse GEreedschap MAker) op de Gooiberg in Bussum.

In 1931 bevat de Zakengids een advertentie voor J.H. Peters, Rijwiel- en Motorhandel reparatie inrichting, voor Durabo en Brampton rijwielen en driewieler carriers.

In de beginjaren dertig verkocht vader Peters fietsen van het merk BSA (Birmingham Society Association). Naast de zorg voor haar drie kinderen, hielp ook mevrouw Peters in de winkel met de verkoop van fietsonderdelen. Betalingen werden contant of per giro voldaan, daarnaast deed zij de administratie. Eens per maand schreef zij de rekeningen uit, die John of Louis in hun vrije tijd bij de klanten in de brievenbus deden. Louis: "Moeder ging prettig met de klanten om en was niet opdringerig." John kan zich nog herinneren, dat hij nieuw verkochte fietsen op zaterdagmiddag bij de klanten afleverde.

 

Kettingkast

Om een nieuwe kettingkast op een fiets te monteren moest eerst het rechter pedaal gedemonteerd worden. Dan werd tevens gecontroleerd of de cranck en het kamwiel recht waren en of er speling zat in de trapas en de spie. Dat was een moeilijk en secuur karwei. Daarna werden de bouten van het te vervangen kettingkastraam losgedraaid. Het nieuwe raam werd eerst 'uitgelijnd', dat wil zeggen dat de ketting van de fiets vrij moest liggen, zodat het nieuwe kettingkastdoek niet door de ketting beschadigd kon worden. Dit doek was gemaakt van linnen waarop een laklaag zat en dat in diverse kleurenverkrijgbaar was. De kettingkasten werden geleverd door de firma De Woerd in Barneveld via grossiers en rijwielfabrikant. Enkele van de grossiers waren de firma Van Vuure en de firma Schouten in Hilversum. Rijwielhandel Peters verkocht fietspompen van de merken Jumbo en Steco.

Naast de verkoop van fietsen startte vader Peters in 1936 met de verkoop van benzine voor auto's. Er werd een pomp geplaatst die met de hand bediend werd. Omstreeks 1938 kwam daar een electrische pomp voor in de plaats. Voor de opslag van de benzine werd een ondergrondse brandstoftank geplaatst met een inhoud van 2.000 liter.

 

       
   

Rijwielplaatje

Vóór 1900 was er al in een aantal Nederlandse plaatsen een belasting ingevoerd op het bezit enlof het gebruik van fietsen op de openbare weg. Diverse gemeenten en ook provincies zagen hierin een dankbare bron van inkomsten. Om aan de plaatselijke verschillen een einde te maken, werd op 9 juni 1898 besloten om de belasting landelijk te regelen. De belastingopbrengst kwam echter niet of nauwelijks bij het rijk binnen. Aan de gebruikers van de velocipèdes op de openbare weg viel niet te zien, of zij al dan niet aan hun verplichtingen hadden voldaan. Daarom werd per 1 augustus 1924 het zichtbaar meevoeren van een metalen bewijsstuk dat de rijwielbelasting betaald was, verplicht gesteld. De belasting bedroeg toen f 3,-per jaar per rijwiel.

De hoogte van het bedrag deed menigeen besluiten de fiets maar weer aan de kant te zetten en een andere wijze van vervoer te kiezen. Enkele jaren later werd het tarief verlaagd tot f 2,50 en dat bleef zo tot en met 1941. In dat jaar werd het niet al te populaire plaatje op last van de Duitsers afgeschaft. Aanvankelijk moest het metalen plaatje op het voertuig zelf worden bevestigd. Toen er te veel rijwielplaatjes door diefstal werden verwijderd van de fietsen, mocht het ook duidelijk zichtbaar op de borst worden gedragen.

Er was slechts één maker van de plaatjes: 's Rijksmunt in Utrecht. De plaatjes waren in drie uitvoeringen te krijgen: 1. normaal, 2. kosteloos, voorzien van een rond gaatje voor werklozen en steuntrekkers en 3. voorzien van een sterretje, bedoeld voor buitenlanders in dienst van de ambassades. Wie bang was voor verlies of diefstal mocht er, tegen betaling van tien centen, naam en adres in laten slaan door een charitatieve instelling die hiervoor vergunning had gekregen.

 

Na de oorlog

Toen tijdens de Tweede Wereldoorlog fietsonderdelen en benzine steeds schaarser werden en ook de fietsbanden op de bon waren en nog maar mondjesmaat geleverd werden, gingen de winkel en de werkplaats tijdelijk dicht. Na de oorlog kwam -weliswaar op toewijzing - de levering van fietsen weer op gang. Rijwielhandel Peters verkocht toen onder andere de merken Hercules en Raleigh. Er werden ook gezondheidszadels verkocht. Deze zadels, gemaakt van beige suède of van donkerbruin leer, waren in het midden voorzien van een brede gleuf. In die gleuf stond de naam van de leverancier vermeld: "Hygia", gevestigd in Dieren. De nonnen van pensionaat Mariënburg en de nonnen van het voormalig Sint Gerardus Majellaziekenhuis die over een fiets beschikten, hadden veelal zo'n gezondheidszadel.

      
De winkel in 1966.
 

Na het overlijden van Johannes Hermanus Peters, op 15 november 1974 in Bussum, ging de rijwielhandel over op zoon John. Ook hij ging op een correcte wijze met zijn klanten om en had het erg druk, want hij had geen personeel in dienst. Ongeveer twintig mensen per dag konden van zijn diensten gebruik maken. Veelal ging het om het repareren van een lekke band of het vervangen van fietsbanden. Hij verving bijvoorbeeld ook een trapas of een kettingkast. Als het om een grote reparatie of het vervangen van onderdelen ging, werd er vooraf prijsopgave gedaan, zodat de klant wist waar hij aan toe was. Ook de administratie hield John zelf bij. Zijn klanten kwamen niet alleen uit Bussum: ook inwoners van omliggende gemeenten zoals Huizen, Muiden, Muiderberg, Kortenhoef en 's Graveland wisten de weg naar rijwielhandel Peters te vinden. John: "Zelfs de klanten die verhuisden naar een andere gemeente, kwamen vaak nog terug."

Dina Peters-de Groot overleed op 30 december 1975 in Bussum.

      
 
De gebroeders Peters in 2000.

Naast de fietsen verkocht John ook kinderfietsen, autopeds en driewielers. Niet veel later kwamen daar bromfietsen van het merk Simplex Sachs bij. Hij bezocht zelf de leveranciers, zoals Simplex in Amsterdam, Gazelle in Dieren en Batavus in Heerenveen.

De rijwielhandel en de benzineverkoop liepen goed, maar in 1991 kreeg John problemen met zijn gezondheid, waardoor hij genoodzaakt werd om met de handel en de verkoop te stoppen. De bedrijfsbeëindiging is voor de broers geen reden om te verhuizen; zij kunnen geen afstand doen van de vele dopsleutels, schroevendraaiers, boutjes en moertjes op de werkbank in de werkplaats. John bereidt de warme maaltijd, Louis doet de boodschappen en is dikwijls in de werkplaats te vinden waar hij oude grammofoons repareert. Hij heeft een benzinepomp opnieuw geschilderd en is zeer trots op zijn Chevrolet uit 1977. Beide zijn al acht jaar lid van de Historische Kring en bezoeken graag de tentoonstellingen en contactavonden. Tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst laten zij zich het glaasje wijn goed smaken.

 

 

Contactblad Historische Kring Bussum 16/3 (december 2000) pag. 94



Oproep (voor een diaprojector)

(van de redactie)

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.

De Historische Kring beschikt over een groot aantal dia's. Helaas moet een dia-apparaat steeds geleend worden. Heeft u er misschien nog een staan dat toch niet meer gebruikt wordt? Laat het ons weten, over de prijs worden we het vast wel eens. Uw reactie gaarne bij de redactie.

 



Contactblad Historische Kring Bussum 16/3 (december 2000) pag. 92-94



Waar werden de gemeenteraadsvergaderingen gehouden?

Joke Vos-Bogaard

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.
Onderstaande illustraties zijn aanklikbaar voor een vergroting.

      
 
Het eerste raadhuis aan de Brinklaan

De eerste gemeenteraadsvergadering vond plaats op 1 mei 1817 in de gezellige herberg De Haas van Gerrit Hazelager. Maar waar woonde deze Gerrit, waar was zijn herberg? De heer A.winthorst heeft die plek gevonden. De eerste aanwijzing was een hypotheekakte van 21 februari 1821 nummer 118. Daarin stond vermeld dat Gerrit Hazelaar woonde op perceel A 157, in het huis nummer 52. Door de aktes van aan- en verkoop te volgen kwam hij erachter dat herberg De Haas lag aan de Brinklaan waar nu de winkel van Halfords is en de erachter gelegen flats van de Nieuwe Brink (zie Contactblad april 1992).

Haselager leende in 1818 geld met als onderpand de herberg en toen hij deze schuld niet kon inlossen ging het geheel over in handen van de Amsterdamse koopman Arend Rooseboom. Die zette de herberg niet voort, maar maakte er een herenhuis van met koetshuis en stalling. De gemeenteraad moest op zoek naar een ander onderkomen en week uit naar de woning van schoolmeester Lambert Huysman. Hij woonde naast het schoolhuis dat stond op de hoek van de Kapelstraat met de Kerkstraat. Huisnummer 20 was het pand waar in zijn beste kamer de raad 23 jaar bijeenkwam.

Tot 1845 was de raadszaal dus gevestigd in een kamer van de meesterswoning doch toen deze stierf was zijn opvolger niet genegen een kamer af te staan. Zodoende stelde de heer H. Kaarsgaren voor om een nieuw rechthuis te bouwen, wat bij een van zijn medeleden de vraag deed oprijzen of de kamer wel even groot zou worden als de vorige (niet minder dan 16 voet lang, 14 voet breed en 10 voet hoog). Men sprak toen nog over een kamer. Kaarsgaren stelde de heren gerust, maar de huur zou wel dertig gulden per jaar bedragen voor de tijd van ten minste l0 jaar. Na vier maanden was het rechthuis klaar en op 30 juli 1845 werd de eerste vergadering gehouden. Het nieuwe rechthuis op de Brink voldeed de heren goed, maar zij meenden dat er een stenen poort met een houten deur bij hoorde met het wapen van Bussum erop. Kaarsgaren ZOU dit alles leveren, maar de huur zou dan wel veertig gulden per jaar gaan bedragen. Daartegen werd geen bezwaar gemaakt. Tevens besloot men om iedere laatste donderdag van de maand te vergaderen, ieder lid die zonder geldige reden afwezig was kreeg een boete van 30 cent. (Deze gegevens zijn ontleend aan 'Geschiedenis van een Honderdjarige van Fabius'). Burgemeester Hendrik Banis zou hier de raad mim 4 jaar voorzitten.

      
Het gemeentehuis van 1885 tot 1961.
 

Dit gemeentehuis is tot 1882 in gebruik gebleven. Men heeft het eerst vergroot door "de kamer van Wijntje" erbij te trekken, waardoor de huur op honderdtien gulden per jaar kwam. Maar in 1882 kwam er onder burgemeester Pieter Langerhuizen een voorstel op tafel om een degelijk, welingericht gemeentehuis te bouwen met daaraan verbonden een post- en telegraafkantoor met directeurswoning, bergplaats voor brandblusmiddelen, zomede bewaarplaats voor gevangenen. Niet iedereen was voor, maar toch werd er besloten een terrein te kopen tussen de Kapelstraat en de Kerkstraat voor ruim f 4.000,-. Er zou een prijsvraag worden uitgeschreven met een premie van honderd gulden. Er werden 34 plannen ingediend, het beste was dat onder de naam "Hebe" van architect J. Verheul uit Rotterdam, maar de uitvoer bleek te duur. In november 1882 besloot de raad de bouw van een nieuw gemeentehuis op te dragen aan de gemeentearchitect J.F. Everts. Die het voor f 22.998,- gunde aan aannemer E. van Klaarwater.

Vreemd is dat er een jaar lang niks meer over de plannen werd gehoord. In november 1883 werd bekendgemaakt dat er een terrein gekocht was voor f 6.700,-voor de bouw van een raadhuis. Waarom de grond tegenover de kapel niet meer in aanmerking kwam is altijd een raadsel gebleven. Op 20 augustus 1884 metselde de burgemeester de eerste steen en negen maanden later, op 7 mei 1885, was het kapitool gereed en werd het nieuwe raadhuis feestelijk geopend door burgemeester Reinier van Suchtelen van de Haare. Het Rijkstelegraafkantoor met beperkte dagdienst werd op I juni 1884 voor algemeen verkeer geopend. Het gemeentehuis zag zes burgemeesters komen en gaan. Een paar weken na de opening besloot de raad een uurwerk te laten plaatsen in de raadhuistoren. Dit uurwerk is onlangs door onze leden H. Bierman en J. Horst zo prachtig gerestaureerd. In 1906 was het gemeentehuis een aantal maanden gesloten wegens een grote verbouwing aan de achterzijde. Van 5 sept. 1906 tot 23 maart 1907 fungeerde de woning van burgemeester Van Suchtelen v.d. Haare aan de Lindelaan nr. 17 (nu nr. 57) tijdelijk als gemeentehuis. Bij de verbouwing werd o.a. het politie- en brandweergedeelte drastisch gewijzigd onder architect M.J.C. van Eijck.

De volgende verbouwing vond plaats in 1932, toen werd een grote raadszaal naar een ontwerp van gemeentearchitect Ir. J. Gerber aangebouwd. Dit gemeentehuis werd in 1961 tot verdriet van vele Bussumers gesloopt. In 1952 namelijk schreef de gemeente een prijsvraag uit voor een ontwerp van een nieuw gemeentehuis. Het oude gebouw vond men te klein en te weinig passen bij de centrum-ambitie die het dorp toen koesterde. De inzending van prof. ir. C. Wegener Sleeswijk werd gekozen en in 1961 werd de werkvleugel al in gebruik genomen. In 1974 werd de representatieve vleugel met de ontmoetingsruimte feestelijk geopend, waarbij ook de carillontoren op het verhoogde plein in gebruik werd genomen. (Bron: In Bussum kan alles ...) Nu, in het jaar 2000, rijst wederom de vraag: "Wat te doen met het gemeentehuis? Gaan we verbouwen of bouwen we nieuw?"

Met dank aan Martin Heyne voor de aanvullingen.

 

Contactblad Historische Kring Bussum 16/3 (december 2000) pag. 91


Voor u gelezen
(H.J. Haafkens: Jeugdkapel, "De heer is op deze plaats")

(van de redactie)

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.

Het boekje is uitgegeven in mei 2000 ter herdenking van het feit dat honderdvijfentwintig jaar geleden Susanna Maria van Woensel Kooy, de stichteres van de jeugdkapel Meentweg 54, werd geboren. De schrijver is de heer H.J. Haafkens. Hij studeerde bouwkunde aan de H.T.S. en is geïnteresseerd in kerkarchitectuur en restauratie van kerkgebouwen. Hij is verbonden aan de Spieghel kerkgemeente. De tientallen mensen, die hem hebben geïnformeerd over de kapel worden met name genoemd in het voorwoord.

Achtereenvolgens komen aan de orde: het leven van mevrouw S.M. van Woensel Kooy en haar betekenis voor de jeugdkapel, een aantal gebeurtenissen van de afgelopen tachtig jaar. een uitleg van de architectuur, de opvattingen van de architect de heer Th. Rueter en de veranderingen, die aan het gebouw hebben plaats gevonden. Het boekje bevat veel foto's van de jeugdkapel, en een vijftal schetsen van de originele situatie en de verbouwingsplannen. Het draagt bij aan de kennis van de geschiedenis van Bussum. Het boekje ligt ter inzage op onze documentatie-afdeling, Huizerweg 54. en is op zondag verkrijgbaar bij de Spiegelkerk.

 

Contactblad Historische Kring Bussum 16/3 (december 2000) pag. 86-91


De renbaan op Cruysbergen

M.J.M. Heyne

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.
Onderstaande illustraties zijn aanklikbaar voor vergroting

De oorsprong van de paardenrenbaan op Cruysbergen moet eigenlijk gezocht worden in Amsterdam. De stad bezat achter het Rijksmuseum een renbaan, die echter in 1893 een verdere uitbreiding van de stad in de weg stond en moest verdwijnen. Er moest dan ook gezocht worden naar een nieuwe lokatie, bij voorkeur in of nabij de stad. De besturen van de Amsterdamsche Sportclub en de Algemene Harddraverij Vereeniging staken de koppen bij elkaar en kwamen tot een oplossing: Één van
hen, de effectenmakelaar Henri Broekman bezat in Busssum aan de 's Gravelandscheweg (nu de Franse Kampweg) een gedeelte van het vroegere landgoed Cruysbergen, dat na het overlijden van Jonkheer Hendrik Jacob Rutgers van Rozenburg in 1880 in kavels in de verkoop gebracht was.
Henri Broekrnan had zich bovendien van het recht verzekerd om gedurende vijf jaar op een gedeelte van de lager gelegen weilanden achter zijn bezit evenementen te organiseren.

 

      
 
Afb. 1. De eerste baan uit 1891 is in stippellijn aangegeven.
1=de hoofdtribune; 2=de starttore  n, scheidsrechterstoel, 3=het jockeyverblijf,
4=het totalisatorkantoor, 5=de paardenstallen, 6=de muziektent.

De aanleg van de renbaan en de opening

De heer Broekman liet een strook van het bos kappen, om ruimte te maken voor onder andere een tribune en zette een ei-vormig parcours uit met een lengte van 900 meter (de streeplijn in afb. 1)

De baan kreeg rechte stukken met voor de tribune een lengte van ruim 100 m, aan de overzijde van de baan 75 m. en voor de laatste bocht naar het lange rechte eind ca. 30 m. lengte. De wat ongebruikelijke vorm van de baan vond zijn oorzaak in een kavelgrens die dwars over het weiland liep en ooit bij het afgraven was ontstaan doordat daar een voetpad naar 's Graveland liep.

De aanbesteding vond op 17 april 1893 plaats voor f 7.100,-.

      
Afb. 2 De toegang tot de baan aan de Franse Kampweg
 

Voor de bereikbaarheid kreeg de baan twee toegangen. De hoofdtoegang was aan de Franse Kampweg (afb. 2) en leidde naar de grote houten tribune die op de rand van de afgraving stond. Die ingang is nog terug te vinden, links van villa Cruysbergen op nummer 6. Aan de Nieuwe 's Gravelandseweg was eveneens een toegang. Die bood de mogelijkheid om met rijtuigen het middenterrein te bereiken en ze daar te stallen. Ook die ingang is er nog, maar geeft nu toegang tot een militair opslagterrein, tussen de nummers 80 en 82.

De feestelijke opening vond plaats op 23 juli 1893, met een uitgebreid programma dat door de beide Amsterdamse verenigingen was samengesteld voor hun leden. Het omvatte een zestal onderdelen van uiteenlopende aard:
13:30 u.: De Bussum-prijs. Een handicap-wedren op de vlakke baan over 2.000 m; voor paarden van 3 jaar en ouder.
14:00 u.: De Openingsprijs. Een recorddraverij voor aangespannen paarden van alle landen en rassen, die geen beter record dan 1 min 54 sec. per km gelopen hebben.
14:30 u.: De militaire-sportprijs. Een steeple-chase over 3000 m voor paarden van alle rassen, die hetzij op de vlakke baan, hetzij over hindernissen geen prijzen gewonnen hebben van een hogere waarde dan f 700,-
15:00 u.: De Cruysbergen-prijs. Een record harddravenj over ca. 3000 m voor paarden van alle landen en rassen.
15.30 u.: De Princess Ida-prijs. Een handicap hordenren voor paarden van 3 jaar en ouder, over ca 4.000 meter.
16:00 u.: De Aanmoedigings-prijs. Een harddraverij over 1.600-1.700 m; voor aangespannen paarden zonder Nederlands of buitenland record.
Het totaal uitgeloofde prijzengeld bedroeg f 3.800,-.

In 1893 werden verder geen wedstrijden meer gehouden, maar het jaar daarop waren er twee wedstrijddagen in het landelijk programma opgenomen.

Henri Broekman had omstreeks 1895 voor zichzelf een villa laten bouwen onder de naam Klein Cruysbergen, rechts van de toegang aan de Franse Kampweg. Toen Frederik van Eeden links en rechts van zijn terrein Walden stichtte, zat Broekman er als een wig tussen. Van Eeden kocht Klein Cruysbergen om er zijn moeder te laten wonen, maar Broekman weigerde vooralsnog om te verhuizen. Nog bijna 2 jaar bleef hij er wonen om Van Eeden dwars te zitten en vertrok pas in augustus 1900.

 

De bloeiperiode

In 1903 was het aantal wedstrijddagen al tot 6 gestegen, te weten: 26 april, 20 mei (Hemelvaartsdag), 21 juni, 5 juli, 2 augustus en 13 september. Ook van 1908 is bekend dat er 6 wedstrijddagen waren, verspreid over de maanden mei tot en met september. Hemelvaartsdag stond jaarlijks als wedstrijddag in het landelijk programma vermeld.

      
 
Afb. 3. De ijzeren tribune uit 1903.

Om de houten tribune te vervangen werd in 1903 een nieuwe vervaardigd door de Hilversumsche IJzergietenj en Smederij Enzink, naar ontwerp van architect C.J. Kruisweg. Die had al eerder een totalisatorgebouwtje voor het middenterrein ontworpen en ontwierp na de tribune ook een fraai jockey-verblijf met een weegkamer. (afb. 3 en 4). In de weegkamer werden de jockeys gewogen om hun gewichtshandicap vast te stelIen.

       
Afb. 4. Het jockey-verblijf met de weegkamer onder het linker puntdakje
 

Twee jaar later, in 1905, kwam het aangrenzende stuk weiland beschikbaar en kon over het aanleggen van een grotere baan gedacht worden. Het werd een scheve vierhoek, met rechte einden van 380 resp. 90 m. en afgeronde hoeken, waardoor het een totale lengte had van precies 1.200 m. De aanleg stond onder leiding van de Bussumse tuinarchitect P.H. Wattez, die het terrein zodanig inrichtte, dat er ook hindernisraces gehouden konden worden. Een brede ondiepe sloot van 14. m breed, een doornhaag en andere obstakels maakte dit soort rennen erg attractief voor de toeschouwers.

Maar niet alleen paardencourses werden er op Cruysbergen gehouden. Zo hield het Gewest Noord-Holland van het Nederlandsche Gymnastiekverbond er op 17 juli 1904 zijn uitvoering, waarbij honderden turners hun venichtingen vertoonden op het middenterrein. Een zangersfeest, dat op 12 juli 1905 werd gehouden, gebruikte de tribune als podium, waarbij de toehoorders op het middenterrein stonden.

Voor de bezoekers van de paarden races bleef nog jarenlang de oude treinhalte 'Renbaan' in gebruik, welke we ook al tegenkwamen bij de renbaan op de Bussumer hei. De advertentie in het Handelsblad van mei 1905 die de H.IJ.S.M. liet zetten spreekt voor zichzelf. (afb.5)
Deze halte moet er dus ook na het sluiten van de renbaan op de hei nog geweest zijn en (incidenteel) gebruikt zijn, in tegen stelling tot wat ik in het voorgaande artikel schreef. Renbaan Cruysbergen bleef met al dit soort activiteiten jarenlang een trekpleister, met name voor de liefhebbers van de paardensport, die graag een gokje waagden.

 

Het einde van de renbaan

De paardensport werd een geduchte slag toe gebracht, toen minister Abraham Kuyper in 1912 zijn Wet op de Totalisator door de Kamer kreeg. Het wedden op paardenraces, wat een zeer belangrijke bron van inkomsten voor de organisatoren was, werd verboden en voor een groot deel van het publiek werd het daardoor minder aantrekkelijk en dat bleef voortaan weg. Cmysbergen was niet meer rendabel te exploiteren en werd al snel gesloten.

Toen kort daarop de Eerste Wereldoorlog uitbrak, kocht het Ministerie van Oorlog het terrein en liet het ombouwen tot Remote Depot voor de vestingartillerie. Het leger ging er paarden trainen om veldgeschut te trekken. Om zoveel mogelijk paarden te kunnen onderbrengen, metselden soldaten de tribune dicht en maakte er stallen van. De al aanwezige stalruimte was voor dit doel ontoereikend. (afb. 6)

       
Afb. 6. Het dichtmetselen van de tribune in 1914.
 

Gelukkig werd ons land niet in de oorlog betrokken. In 1920 hief het Ministerie het depot op en gaf het jaar daarop de grond in eeuwigdurende erfpacht uit aan de heer J.F. Spliethoff. Deze had echter niet alles nodig en verhuurde de laaggelegen weilanden tegen erfpachtprijs aan boeren. Zelf ging hij in het jockey-verblijf wonen, dat hiervoor tot woonhuis werd omgebouwd. Ook de grote tribune was meer tot last dan gemak en de bovenbouw verkocht hij. Op het terrein van Van Oeveren bij de Nieuwstraat ging ze een nieuw leven leiden als opslagloods.Vorig jaar zijn de schamele resten hiervan gesloopt om aan de Van Oeverenstraat woningen te kunnen bouwen.

       
 
Afb. 7. De start toren. Ook een ontwerp
van C.J. Kruisweg

De betonnen voet van de tribune en de gietijzeren starttoren bleven op Cruysbergen staan. Het torentje diende nog jaren lang als exclusief theekoepeltje. (afb. 7).

Kort na het begin van de Tweede Wereldoorlog vorderde de bezetter de stallen van de renbaan om daar hun paarden in te stallen. Dat was maar van korte duur, want al na acht maanden vertrokken zij weer met bestemming Noord- Afrika. Spliethoff, beducht voor een nieuwe inkwartiering waarbij misschien ook zijn huis gevorderd zou worden, verkocht de stallen aan Wiegmans, die er graag wilde wonen.

Tot 1956 bleef het rustig. Toen kreeg Defensie behoefte aan het weiland, om er een opslagplaats aan te leggen. De eeuwigdurende erfpacht bleek toen maar van tijdelijke aard te zijn en de boeren moesten andere weidegrond zoeken. Het terrein werd bouwrijp gemaakt en er verrezen stenen loodsen, omgeven door een manshoog hek met waarschuwingsborden. Het gietijzeren starttorentje bleef staan, tot het in 1972 zodanig weggeroest was, dat slopen onvermijdelijk was.Het karakteristieke torentje op het woonhuis was al in 1935 weggebroken wegens lekkages. Jammer, want het huis heeft daarmee veel van haar allure verloren. Omdat het terrein afgesloten gebied is, is ook van deze renbaan weinig tot niets meer voor het publiek terug te vinden.

Actueel

Maand van de Geschiedenis

'Wat een ramp!' Van persoonlijke rampen tot catastrofes die de samenleving ontwrichten: rampen zijn van alle tijden. In een periode waarin pandemieën, oorlogen, bosbranden en overstromingen de kranten en talkshowtafels in hun greep houden staat de maand oktober 2022 in het teken van het thema 'Wat een ramp!'. Er wordt niet alleen stilgestaan bij de verwoestende kracht van rampen, er wordt ook een ode gebracht aan de veerkracht en weerbaarheid die een ramp in de mens kan opstuwen. Bekijk HIER een video-trailer over de Maand van de Geschiedenis, die eind oktober in het Rijksmuseum wordt afgesloten met de Nacht van de Geschiedenis. Op 8 oktober is er een Open Dag van Tussen Vecht en Eem Er is onder meer aandacht voor het bloedbad van Naarden in 1572.

Foto van de maand

September 2022

Naar aanleiding van de evenementen ter gelegenheid van de Open Monumentendag in het gerenoveerde Bensdorpcomplex, deze maand een foto van een onderdeel van het fabricageproces zoals dat aan  het begin van de vorige eeuw plaats vond in de Bensdorpfabriek. Misschien heeft een van onze lezers daar wel verhalen over gehoord van iemand die dat nog meegemaakt heeft. Vertel het ons:
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.l  Alvast hartelijk dank voor uw reactie. 

HKB Nieuws

Toegang documentatiecentrum 

Werklieden hebben de laatste hand gelegd aan de vervolmaking van de hellingbaan die toegang geeft tot het documentatiecentrum van de HKB. Er werden loodzware blokken neergelegd van Portugese steen, anderhalve ton per stuk.  Het ziet er mooi uit, maar er is een probleem ontstaan met de toegang naar de vloer van het DC. Die ligt nu een stuk lager!  Onvoorbereide bezoekers dreigen nu een beetje naar beneden te storten. Dit zal ongetwijfeld op een aanvaardbare manier worden opgelost. 
(foto's Jaap van Hassel)

Actueel

Vredesprijs en Vredeswandeling 2022

Vorige week zaterdag werd voor de zesde keer tijdens de internationale Vredesweek in Gooise Meren de Vredesprijs uitgereikt aan hen die een positieve bijdrage hebben geleverd aan het samenleven in de gemeente. Dit jaar ging de prijs naar De Groene Ruijter (De GRRU) en @altijdwerkplaats. De prijs wordt gesymboliseerd in een Vredesboom, die evenals vorig jaar werd geplant in de tuin van de Koptisch Orthodoxe Kerk van St. Verena aan de Ceintuurbaan in Bussum. Voorafgaand kon men deelnemen aan de vredeswandeling, die liep door Bussum-Zuid via het voormalige Bos van Bouvy (nu woonwijk), de vijver bij de Anthoniushof en de Verzetsliedenbuurt weer terug naar de Ceintuurbaan. Nol Verhagen, Klaas Oosterom en Margreet de Broekert, vrijwilligers bij de Historische Kring  gaven uitleg en toelichting over deze locaties.

We hebben 117 gasten en geen leden online