Home
Open Menu

Contactblad van de Historische Kring Bussum, jaargang 1, nummer 2 (maart 1985) pag. 6-7

Over Bussum een boekje open gedaan (slot)

Auteur: M.J.M. Heyne

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.

In het eerste gedeelte van ons artikel, waarin citaten uit het boekje Het Gooi van Van Dokkum betreffende Bussum centraal staan, valt de realistische beschrijving van het forensendorp met de rustieke monumenten en zijn doolhof het Spiegel op.

In de nu volgende passage op pag. 158/159 geeft Van Dokkum niet alleen een ludieke visie op het dorp, maar laat daardoor ook wat van zichzelf zien.

Bussum heeft nog andere particulariteiten. Elken morgen, tusschen acht en negen uren, trekt een geheel leger van kloeke, gewikste kooplieden en andere mannelijke individuen, treinwaarts, voor den arbeid in de drukke stad. Tusschen negen en vier is het dorp nagenoeg geheel ontmand. Indien de Blaricumsche en Larensche schilders kwaad wilden (ze zijn er feitelijk volstrekt niet te goed voor) zou een Sabijnsche maagdenroof hier nog tot de mogelijkheden behooren. Het verbaast me eenigszins, dat de Larensche reclamekoning Jan Hamdorff nooit op 't idee gekomen is. Ter afwisseling zijner Pompeiaansche en andere feesten, zou dit een niet onaardig intermezzo zijn. Van Bussum zal dit overigens niet uitgaan. Het is een zeer fatsoenlijk en ingetogen dorp, waar de dames zondagsmiddags met handschoenen aan en een hoed op gaan wandelen. Op geenerlei wijze is het besmet met de zwierige onordelijkheid der schilderskolonies van Blaricum en Laren. Geschilderd werd er trouwens in de laatste jaren in 't geheel niet, want de militaire overheid schuwde alle kwasten en verftuben als staatsgevaarlijk spionnentuig.

Dit laatste houdt uiteraard verband met de militaire status van de forten en de Verboden kringen waarin het dorp tot 1926 gevangen lag (voetnoot 1).

Behalve "fatsoenlijk en ingetogen" zijn de inwoners blij met hun "fleurige" dorp, waar anekdotische gebeurtenissen plaatsvinden (pag. 162/163):

Er is in het blijde, fleurige forensendorp stof tot zingen en men zingt er uit de volheid des harten, voortreffelijk en met gloed. Ook lacht men er soms weleens heel geniepig, want er zijn in Bussum enkele dingen gebeurd, die Kampen als plagiaat kan beschouwen. Een ervan moet ik hier even noteeren: het is te kostelijk, dan dat het in 't vergeetboek zou raken.

In het witte huis op den 's Gravelandschen weg, waar thans het kantoor gevestigd is van den uitgever C. J. van Dishoeck, woonde namelijk gedurende vele jaren de bekende romanschrijver H.J. Schimmel (voetnoot 2). De vroede vaderen meenden dit feit door een klein literair memento in de herinnering te moeten bestendigen, en ziedaar wat er gebeurde.

Een laan, recht tegenover dit beroemde huis moest gedoopt worden, en daar de benoeming ,,Schimmellaan" wel wat erg oudbakken klonk, zon men op een bloemrijker hulde. Er werd zwaar gepeinsd en overlegd en eindelijk kwam er een op de schitterende gedachte de laan naar een der romans van den grooten schrijver te noemen ... b.v. ,,Majoor Franslaan!" ... Het voorstel vond algemeenen bijval ... Majoor Franslaan! ...dat klonk, dat was voortreffelijk! ... En zoo werd dan met algemeene stemmen ter eere van H.J. Schimmel, de laan recht tegenover zijn woonhuis genoemd naar een roman van ... Mevr. Bosboom-Toussaint. Pas in 1917, bij de herdenking van het honderdjarig bestaan der gemeente, is deze ,,slip of the pen" hersteld, en men is toen maar over de vrees voor het rottingsproces heen gestapt en heeft de laan boutweg omgedoopt in H. J. Schimmellaan ... Sinjeur Semeynslaan had het kunnen worden, maar ... misschien was men bang, dat men zich weer zou vergissen!

Dat het niet al jolijt is, valt af te leiden uit het vervolg, waarbij de Iezer een zekere rancune van de schrijver proeft over ondervonden nalatigheid. Maar wat wil men als enige pagina's eerder alle kloeke en gewiekste kooplieden met de trein zijn vertrokken!

Dit is overigens niet de eenige verbetering, die stante pede aangebracht moest worden. Het lijkt me dringend noodig, dat men van elders een ferm stel vlotte zakenmenschen invoert, en dan al de Bussumschc leveranciers naar een onbewoond, en zoo mogelijk onbewoonbaar, eiland verbant, b.v. Schokland in de Zuiderzee: dat is niet ver uit de buurt en het vervoer per open botter op een regenachtigen herfstdag, die ruimschoots gelegenheid tot zeeziekte geeft, mag niet al te kostbaar zijn. Misschien komt er dan nog eens een tijd, dat men geen vier boodschappen behoeft te sturen aan smid, timmerman of metselaar om eenmaal geholpen te worden, en dat men niet meer de bijdrage voor de middagtafel, die tegen 5 uur besteld is, om half negen ontvangt.
Het Gooische karakter is trotsch en stug, en laat zich gaarne bidden. Bussum is misschien het eenige dorp, in Nederland (voetnoot 3), waar nalatigheid tot de volksdeugden behoort ... naar Bussumsche beschouwingswijze althans ... de forensen denken er anders over: lees ze er allen een voor een maar eens op na!

In de couranten en zelfs op het tooneel is op dit alles reeds meermalen de aandacht gevestigd; maar 't helpt niet! ... Krasse maatregelen zijn noodig!

Tenslotte veegt de Heer Van Dokkum de bittere trek rond de mond weg om te eindigen op de opgewekte toon die we van hem gewend zijn:

En des ondanks zouden we ons fleurige forensendorp voor geen goud willen missen. We hebben het lief om de groene laantjes, om de heerlijke vergezichten over blonde roggeakkers op den Huizer- en Naarderweg, om de ,,Meent" bij de Groothertoginnelaan, het wijde en weidsche natuurtheater, waar avond aan avond prachtige zonsondergangen vertoond worden, die een talrijk publiek trekken; om het aardige heuvelachtige boschpark ,,Bussum's Bloei", met z'n fijne, bekoorlijke berkenlaantjes, om de zandhei aan den Nieuwen 's Gravelandschen weg, blank strand zonder zee, waarachter de 'roodgedaakte huisjes van het dorp ligpen als Nürnberger speelgoed, en waar levendige en kleurige groepjes kinderen des zomers graven en forten bouwen. Wat zijn ze voor 't meerendeel blond deze Bussumsche kinderen! ... Hun lang weelderig haar heeft de kleur van het bleeke zand der heiden ... ze herinneren ons aan het meest Gooische van alle verzen:

Wat kan in 't Gooi een schuldloos kind
Met rozen op de frissche kaken,
Daar 't niets dan leven in zich vindt
Van dood en sterven maken?

Een meisje trippelde aan mijn zij
Van zes of nauwlijks zeven jaren ...
Wat schitterde dat oogje blij
Van onder 't blond der haren. (voetnoot 4)
 
Het is zeer wel mogelijk, dat de dichter van ,,Mei" en ,,Pan", Dr. Herman Gorter (voetnoot 5), die recht tegenover de ,,Zandhei" sedert jaren in het kleine, tusschen de boomen verscholen huis woont, deze verzen van zijn ouderen collega Nic. Beets niet mooi vindt; maar ook hij zal moeten erkennen, dat het ruime, frissche forensendorp allerminst werkt als een memento-mori: het is er een ,,nieuwe lente en een nieuw geluid".

NOTEN

1. Zie hiervoor mijn artikel De forten rond Bussum en hun Verboden Kringen in TVE Jrg. 1 nr. 2 van mei 1983 pag. 102 vlgg.
2. Schimmel vestigde zich na zijn pensionering in 1879 in Bussum op ANNA'S HOEVE 's Gravelandseweg 10 (waar nu de Aula van het Willem de Zwijger Collegc staat). Hier woonde hij tot zijn dood 14-11-1906.
3. Een ouder voorbeeld van de Bussumse nonchalance geven de brieven van Kloos uit Bussum aan (zijn latere vrouw) Jeanne Reyneke van Stuwe, in 1927 door hen als Liefdesbrieven uitgegeven. Zijn grootste ergernis is de Bussumse post, "een vreselijk ongeregeld ding; ze doen daar maar, zoals 't in hun kraam te pas komt". Ze staat, zo schrijft hij 21 juni 1899, "bekend als een beetje nonchalant" en (4de brief die dag aan Jeanne!) "is soms verschrikkelijk slordig. Jouw brief b.v. die afgestempeld was 6-7 's morgens, ontving ik pas 's avonds om acht uur" (Zie Marcus van der Heide, Bussum door schrijversogen, pag 40)
4. Het gedicht van Beets is een herdichting Met zen achten (1853) naar Wordsworth. Van der Heide citeert de laaatste regel, overigens "van onder 't zwart der haren" .
5. Ook Gorter vestigde zich, in 1893, in Bussum, Nieuwe 's Gravelandseweg 32 (thans 66). hoewel hij het in Bussum gaan wonen "niet geheel en al het plezierigste" vond," zo schrijft hij 25-2-1893 aan Verwey, "maar het heeft toch vóór dat ik eens met een verstandig mens kan spreken" (Van der Heide o.c. pag. 34).




 

Contactblad van de Historische Kring Bussum, jaargang 1, nummer 2 (maart 1985) pag. 5

Mevr. Wisse-Leupen een eeuw oud

(van de redactie)

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel. Onderstaande illustratie is aanklikbaar voor een vergroting. Lees ook een gerelateerd artikel in dit nummer (pag. 25)

De Bel 8 jan. 1935

Bussums oudste!



Zoo zal het dan Woensdag 16 Januari de datum zijn dat mevrouw Wisse-Leupen haar 100sten verjaardag viert. Jammer dat zij de laatste jaren niet meer in ons midden vertoeft. Haar gezondheid maakte het noodzakelijk dat zij werd opgenomen in het rusthuis "Zon en Schild" te Amersfoort, edoch zij is volgens het bevolkingsregister nog steeds te Bussum gedomicilieerd en dus nog steeds Bussums oudste! Een eeretitel die zij reeds jaren droeg. En verscheidene jaren was er bij het jaarbegin een heilige plicht: informeeren hoe mevr. Wisse het maakte. En telkens weer kwam de gedachte op, zal het krasse oudje de honderd halen? Welnu, ze heeft het gehaald. En al moge haar gezondheidstoestand al niet meer zoo zijn dat men haar openbare feestelijkheden kan aandoen, toch mag niet worden verzuimd de gedenkwaardige datum even aan de vergetelheid te ontrukken.

Wij herinneren ons nog het laatste gesprek, dat was in 1930. Wij geven dit artikeltje hier nog eens weer, dat begint met er aan te herinneren dat mevrouw Wisse meer dan 40 jaren te Bussum woonde, eerst in de inmiddels verdwenene villa Desiree, hoek Brinklaan Gen. de la Reylaan, later in een pension aan de Veerstraat, waar wij haar toen opzochten.

"Ik voel me zwak geworden", zeide mevrouw Wisse.

"Kom nou, U ziet er nog best uit De 100 wordt makkelijk gehaald, hoor!"

,,Och, waarom, voor mij niet te hopen. Of ik 95 of 100 ben, wat maken die paar jaar nu voor mij uit? 100 jaar, dat is alleen voor de buitenwacht  Achternichten, die mij nooit komen bezoeken, schrijven allemaal: houd U maar taai, als u 100 bent komen we bij u. Waarvoor? Niet voor mij! Want dan zouden ze vaker komen. Maar dat kan ik ook wel best begrijpen. Ik had achttien broers en zusters. Ze rusten nu allemaal. En die hadden kinderen en kleinkinderen, dus dat is een heele familie. En je houdt zoo in je leven aileen de eigen generatie bij en 'n enkele waarmede Je veel sympathie hebt. Dan heb je nog je vrienden."

,,Ook alleen van vroeger?"

,,Neen, je verliest vrienden en je krijgt er weer bij; dat gaat zoo het heele leven door. Vader en moeder blijven natuurlijk altijd in je herinnering. Vader had een instituut te Middelburg; was nog 'n vriend van Tharbecke. die kan ik mij mg herinneren, ik was 12 jaar. Vader streed altijd erg voor ontwikkeling van de arme standen. Dienstboden en soldaten moeten ook kunnen lezen en schrijven, zei die: er zal een tijd komen dat zooveel geleerd wordt, dat er overal scholen zullen komen. Nu, dat is al aardig uitgekomen."

Mevrouw Wisse kan zich Koning Willem I nog herinneren. ,,Heb ik op de Lange Delft zien voorbij rijden. Ik zie alles nog zoo goed voor me. De prettige jeugd blijft je altijd bij, en de jaren van groot verdriet. Toen ik 47 was stierf mijn man, waarmede ik drie jaar getrouwd ben geweest; ik ben heel laat getrouwd en heb dus geen kinderen. In het zelfde jaar mijn vader en een jaar later m'n moeder. Dan voel je je alleen staan in het leven. Ben toen oude dames gaan verplegen en op m'n 6oste jaar moest ik wat anders aanpakken. Heb toen hier in Desiree dat pension opgericht. De menschen zijn altijd tevreden geweest. En dat is heel wat. Als een mensch kan zeggen dat hij een goeden naam heeft, is dat heel wat. Gelukkig dat ik dit mag zeggen. Of de menschen anders zijn geworden? Ik vind dat ze minzamer zijn; er is minder hoogmoed in de wereld. Vroeger gedroeg men zich tegen menschen van minderen stand zeer onvriendelijk. En dat is beslist veranderd."

Ziehier den neerslag van ons laatste onderhoud met de honderdjarige. Die ongetwijfeld straks nog zal bemerken dat Bussum haar niet is vergeten!

Contactblad van de Historische Kring Bussum, jaargang 1, nummer 2 (maart 1985) pag. 3


Het Gooische Lied en Het Landelijk Schoon

(van de redactie)

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.



Het Gooische Lied

Het Gooi waar ik mijn woonplaats vind
dat is een heerlijk land.
Dat land bekend bij ieder kind
van elke rang of stand.
Je kunt er stoeien op de hei
of spelen in het woud.
De vogels kwinkeleren blij
hun liedjes in 't hout.

En Bussum parel van 't Gooi
Min ik ja bovenal.
't is overal zo enig mooi
op heuvels en in 't dal.
De leeuwerik zingt zijn mooiste lied
de merel fluit ook mee
de nachtegaal vergeet ons niet
en de menschen zijn tevree.

Komt allen naar dit schoone land
ontvlucht de grote stad
Maar weest vooral geen ruwe klant
spaar boomen, bloem en blad.
Geniet van deze reine lucht
en zingt uit volle borst
Hoera, voor het wonder mooie Gooi
en Bussum bovenal.

Gooi- en Eemlander 24-9-82
-----------------------------------------------
Bussumsche Courant 26-5-1928

Het Landelijk Schoon

AAN BUSSUM TOEGEZONGEN!

Al heeft het goud der Amstellaren
Met menig lustpriƫel uw zondig erf bedekt;
Al sticht de nijverheid altaren,
Waar handelgeest de kunstvlijt wekt,
Nog siert u, meest bevallig oord!
Het landelijk schoon, dat u behoort.

Al breidt, ge op welvaarts zegen stouter,
Langs heide en akkergrond uw kleine villa's uit,
Bespaar steeds, voren voor het kouter;
Sta nooit de schatten af, die u Natuur ontsluit;
Het eigen schoon, dat u behoort.

Dat steedsche pracht of hoflijke etiquette
De wet nooit stelle op uw gebied;
Hier modedwang nooit d'engen scheidsmuur zette
Waarvoor de landlijke eenvoud' vliedt!
Behoud altoos, bevallig oord!
Het eigen schoon, dat u behoort.

Vorenstaand gedicht werd ons door welwillend ehand toegezonden. Het is afkomstig uit een almanak van 1839.



 

Contactblad van de Historische Kring Bussum, jaargang 1, nummer 2 (maart 1985) pag. 2

Van de redactie

(van de redactie)

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.

Speciale dank gaat uit naar de heer De Vrankrijker. Na zijn boeiende voordracht voor de Historische Kring in januari schreef hij spontaan een voorwoord onder de veelzeggende titel "ER IS WAT OP GANG GEKOMEN". Bij de vier boeken die hij betreffende Bussum noemt, voegen wij volledigheidshalve een vijfde toe: Jong leven in een oude dorpskern. De jaren 1907/1925 uit het levensverhaal van De Vrankrijker zelf, "een genoeglijk verhaal met een serieuze achtergrond" over zijn jeugd in Bussum, zoals hij in de inleiding van het boekje schrijft.

Ook het eerste nummer van het Contactblad heeft wel wat 'op gang' gebracht. Vele nieuwe leden meldden zich. Nieuwe schenkingen kwamen binnen. De Historische Kring Laren stuurde een aardig knipsel over een 100-jarige in 1935 (waardoor op het laatste moment ook aan een 100-jarige in 1985 nog aandacht besteed kon worden).

Het opnemen van het Gooische Lied (dat 24-9-82 in de Gooi- en Eemlander stond afgedrukt bij een interview met de Fam. Banis) leek ons goede zaak. Interessant daarnaast is het veel oudere gedicht Het Landelijk Schoon, aan Bussum toegezongen.

De inhoud van het nummer wordt deels door de actualiteit bepaald: een krantenartikel van 5-2-85 leverde uiteraard een veel uitgebreider verhaal op, en berichtgeving over het negende boek van Jacqueline Doorn, die zich in 1952 in Bussum vestigde, maakt te zijner tijd "geschiedenis".

Van geheel andere aard is stof over de Doopsgezinde Gemeente Bussum, maar ook dergelijke onderwerpen zijn de moeite (van onderzoek!) waard.

Enige regionale activiteiten ontbreken ook ditmaal niet.

Wij wijzen u nu reeds op de JAARVERGADERING van de HISTORISCHE KRING op 4 juni, waar het derde nummer Contactblad aan u persoonlijk wordt uitgereikt.




 

Contactblad van de Historische Kring Bussum, jaargang 1, nummer 2 (maart 1985) pag. 1-2

Er is wat op gang gekomen

Auteur: A.C.J. de Vrankrijker

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.

We zijn in Bussum niet erg verwend met publicaties in boekvorm over de historie van het dorp. Het was nu eenmaal tot in het derde kwart van de 19de eeuw een simpel dorpje. In een verder liggend verleden was het een afhankelijke buurtschap die zich onder de rook van Naarden niet kon ontwikkelen. De belangen van de vestingstad gingen tot het einde van de 18de eeuw voor, en moesten dat ook in verband met bouw en onderhoud van versterkingen. Het platteland rondom mocht om deze reden geen nijverheid herbergen. De bestaansmogelijkheden in de stad dienden gewaarborgd te worden. Hierdoor is voor die tijd het gemeentearchief van Naarden als bron voor Bussum's historie rijker dan dat van het dorp zelf.

In boekvorm bezitten we toch verhoudingsgewijs vrij veel over de geschiedenis van Bussum. A.N.J. Fabius opende de rij in 1917 met zijn 'Geschiedenis van een honderdjarige', geschreven ter gelegenheid van het feit dat Bussum toen zijn eeuwfeest als zelfstandige gemeente vierde. Een halve eeuw later grepen W.J. Rust en Simon G. Zwart hierop terug met '150 jaar Bussum'. Zij bewerkten de tekst van Fabius en vulden deze aan. Het boekje werd beter leesbaar dan het oorspronkelijke werk dat wat dor was en de lezer volstouwde met allerhande kleingoed. Veel dat nu de aandacht krijgt trok in 1917 nog niet de belangstelling.

Vlot leesbaar - journalistiek opgezet - was het ook in het gedenkjaar 1967 uitgekomen 'Dorp met de groene spiegel', dat Joan Bruineman samen met de toen hoogbejaarde heer C.D. van Vliet schreef.

Tenslotte verscheen in 1976 'Die van Lage Bussum, een beschrijving van de groei van buurtschap tot zelfstandige gemeente'. De schrijver J.V.M. Out (Bussummer van oorsprong, nu reeds sinds jaren hoofd van een basisschool in Eemnes) heeft alle bronnen uitputtend verwerkt en uitstekend werk geleverd. Hij zette een punt bij het jaar 1817, dat van het zelfstandig worden.

Dat zijn in totaal vier boeken, elk daarvan zeer bescheiden van omvang. Geen van deze bevredigt, wanneer we meer willen weten over de opkomst van het dorp in de twintigste eeuw,. Dáárvoor moet men te rade gaan bij regionale werken. Het derde deel van mijn 'Geschiedenis van Gooiland' geeft iets, en wel in het grotere verband van de Gooise historie. Te weinig, dunkt mij. In 1939, toen ik deze streekhistorie schreef, verwaarloosde ook ik onderwerpen die men nu de aandacht volop waard acht. Veel beter is in dit opzicht mijn 'Nieuwste geschiedenis van Gooiland 1925-1975', dat in 1976 verscheen. Daar vindt men de Gooise problematiek van de moderne tijd en uiteraard ook de Bussumse situatie en de rol van deze gemeente in de pogingen om tot oplossingen te komen.

Bussum als object van moderne geschiedschrijving trekt ineens de aandacht, als er in 1983 een speciaal nummer uitkomt van het tijdschrift dat de Stichting Tussen Vecht en Eem en de Vereniging van Vrienden van het Gooi gezamenlijk uitgeven. 'Bussum in historisch perspectief' is de titel die dit nummer op de ornslag meekreeg. In een aantal artikelen vindt men onderwerpen uit de oudere en de nieuwere historie behandeld. Iedere geïnteresseerde lezer besefte dat er nog veel meer uit het verleden te verwerken viel. Dit gaf aanleiding tot het oprichten van de HISTORISCHE KRING BUSSUM, die op 7 juni 1983 een feit was, ongeveer een maand na het verschijnen van het genoemde TVE/VVG nummer.

Er is inderdaad wat op gang gekomen, want de Kring groeit vlot in ledental en herbergt een aantal werkgroepen.

Zijn de leden "waterdragers" voor de historici van beroep? Ik doel hiermee op het artikel dat het eerste nummer van het Contactblad uit TROUW overnam. Neen, was de strekking van het antwoord; wel mag men spreken van wisselwerking. Dat is juist. Toch wil ik opmerken dat de liefhebbers materiaal voor de professionals aanbrengen. Meer dan eens heb ik gezegd dat de amateur uiterst waardevol werk kan doen, dit vooral wanneer hij een beperkt onderwerp aansnijdt en zich niet laat verleiden om allerlei zijpaden te betreden. Echter: de één is de ander niet. Er zijn professionals die zich bepalen tot het uitgeven (met vele voetnoten meestal) van bronnenmateriaal; die nooit tot verwerking komen. Bij de amateur zien we hetzelfde. De een kan meer dan de ander, verwerkt beter. Wanneer elkeen die in de historie duikt zijn beperkingen kent, eventueel bij andere (bijv. in werkgroepen) te rade gaat, komt er veel waardevols tot stand.

Het dorpje van vroeger eeuwen zal niet veel nieuws meer kunnen bieden. De historie van de twintigste eeuw is rijker. Tal van onderwerpen wachten nog op behandeling. Het gaat om antwoorden op vragen als: hoe groeide het, waarom zó, met wat voor mensen, wat blijkt achteraf goed gezien, wat niet, en welke was en is de positie van Bussum binnen het grotere kader van de regio? Ik noem hier iets, zonder een poging te willen doen om een program te schetsen voor de werkende leden van de Historische Kring Bussum. Ze zijn zelf mans genoeg. Uit hun werkgroepen zullen stellig belangrijke artikelen komen, niet alleen voor het eigen Contactblad, maar ook voor het tijdschrift TVE/VVG, naar ik hoop.

Actueel

Maand van de Geschiedenis

'Wat een ramp!' Van persoonlijke rampen tot catastrofes die de samenleving ontwrichten: rampen zijn van alle tijden. In een periode waarin pandemieĆ«n, oorlogen, bosbranden en overstromingen de kranten en talkshowtafels in hun greep houden staat de maand oktober 2022 in het teken van het thema 'Wat een ramp!'. Er wordt niet alleen stilgestaan bij de verwoestende kracht van rampen, er wordt ook een ode gebracht aan de veerkracht en weerbaarheid die een ramp in de mens kan opstuwen. Bekijk HIER een video-trailer over de Maand van de Geschiedenis, die eind oktober in het Rijksmuseum wordt afgesloten met de Nacht van de Geschiedenis. Op 8 oktober is er een Open Dag van Tussen Vecht en Eem Er is onder meer aandacht voor het bloedbad van Naarden in 1572.

Foto van de maand

September 2022

Naar aanleiding van de evenementen ter gelegenheid van de Open Monumentendag in het gerenoveerde Bensdorpcomplex, deze maand een foto van een onderdeel van het fabricageproces zoals dat aan  het begin van de vorige eeuw plaats vond in de Bensdorpfabriek. Misschien heeft een van onze lezers daar wel verhalen over gehoord van iemand die dat nog meegemaakt heeft. Vertel het ons:
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.l  Alvast hartelijk dank voor uw reactie. 

HKB Nieuws

Toegang documentatiecentrum 

Werklieden hebben de laatste hand gelegd aan de vervolmaking van de hellingbaan die toegang geeft tot het documentatiecentrum van de HKB. Er werden loodzware blokken neergelegd van Portugese steen, anderhalve ton per stuk.  Het ziet er mooi uit, maar er is een probleem ontstaan met de toegang naar de vloer van het DC. Die ligt nu een stuk lager!  Onvoorbereide bezoekers dreigen nu een beetje naar beneden te storten. Dit zal ongetwijfeld op een aanvaardbare manier worden opgelost. 
(foto's Jaap van Hassel)

Actueel

Vredesprijs en Vredeswandeling 2022

Vorige week zaterdag werd voor de zesde keer tijdens de internationale Vredesweek in Gooise Meren de Vredesprijs uitgereikt aan hen die een positieve bijdrage hebben geleverd aan het samenleven in de gemeente. Dit jaar ging de prijs naar De Groene Ruijter (De GRRU) en @altijdwerkplaats. De prijs wordt gesymboliseerd in een Vredesboom, die evenals vorig jaar werd geplant in de tuin van de Koptisch Orthodoxe Kerk van St. Verena aan de Ceintuurbaan in Bussum. Voorafgaand kon men deelnemen aan de vredeswandeling, die liep door Bussum-Zuid via het voormalige Bos van Bouvy (nu woonwijk), de vijver bij de Anthoniushof en de Verzetsliedenbuurt weer terug naar de Ceintuurbaan. Nol Verhagen, Klaas Oosterom en Margreet de Broekert, vrijwilligers bij de Historische Kring  gaven uitleg en toelichting over deze locaties.

We hebben 150 gasten en geen leden online