Home
Open Menu

Contactblad van de Historische Kring Bussum, jaargang 1, nummer 2 (maart 1985) pag. 24

De Luitgardeschool

Auteur: M. Jensma-Marx

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.

De familie van Mejuffrouw J.J. van Eybergen, de laatste directrice van de Luitgardeschool, die eind 1984 overleed, was zo vriendelijk foto's en andere bescheiden betreffende de Luitgardeschool aan de Historische Kring Bussum over te dragen.

De Luitgardeschool is 40 jaar lang, van ±1921 tot 1961 een begrip in Bussum geweest. De meisjes, intern of extern, kregen naast de uitstekende theoretische opleiding, enigszins in de geest van de latere MMS, ook de gelegenheid zich practisch te ontwikkelen: koken, naaien, voedingsleer e.d.

De 4-jarige opleiding kon met een schooldiploma afgesloten worden. De eerste directrice was Mejuffrouw A.F. Dudok van Heel; zij werd in 1931 opgevolgd door Mejuffrouw T. Duyvendak, die op haar beurt in 1941 werd opgevolgd door Mejuffrouw Van Eybergen.

De school, aanvankelijk gevestigd op de Nieuwe 's Gravelandseweg 11, werd omstreeks 1935 verplaatst naar Nwe 's Gravelandseweg 21.

De ontvangen gegevens hebben voornamelijk betrekking op de periode 1940-1961. De Historische Kring Bussum probeert deze gegevens nog wat aan te vullen en uit te breiden. Vooral gegevens uit de periode 1921-1940 zouden zeer welkom zijn, zodat een uitgebreider artikel in de toekomst mogelijk zal zijn.

De schenking, een opgave van 22 genummerde 'bescheiden', beslaat een grote hoeveelheid interessant materiaal, zoals leerlingenschriften, stempels (van de Luitgardeschool), schoolvlag, herdenkingsbord 1961, aangiftebiljetten van leerlingen, documenten uit de Duitse bezettingstijd, receptiealbum 1941, veel fotomateriaal, programma's van Kerstvieringen, Luitgardelied enz.


 

 Contactblad van de Historische Kring Bussum, jaargang 1, nummer 2 (maart 1985) pag. 22-23


Negende boek van Bussumse Jacqueline Doorn verschenen

van de redactie

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.

Zie ook

 

GOOI- en EEMBODE 17/1/85

"Leuk om de mensen achter de legende te bekijken"

BUSSUM - Onlangs verscheen het negende boek van de sinds 1952 in Bussum wonende schrijfster Jacqueline Doorn. In 'De prijs van het bloed' verhaalt de auteur over de kinderen van Willem van Oran je, hun rol en hun lot. 
Nu precies twintig jaar geleden debuteerde Jacqueline Doorn met een bekroonde roman. 
Jacqueline heeft van kindsbeen af geschreven. Ze was altijd wel bezig met pen en papier. Het bleef echter bij het schrijven voor zichzelf, totdat ze werk instuurde voor een prijsvraag en bekroond werd met de 'Kosmos Eerstelingenprijs' die toentertijd in Singer werd uitgereikt.

Biografie
Sindsdien heeft zij onder meer vijf biografieën gepubliceerd, namelijk over de twee Mary's Stuart, beiden de echtgenote van een prins van Oranje. Daarna volgden in snel tempo Rusland en Oranje, Willem III, Emma en Sophie en Nederland, Oranje en de doofpot, waarin de levens van de omstreden prinses Marianne en haar broer Koning Willem II onder de loep worden genomen.

Verbonden
Het Huis van Oranje is al tijd op de één of andere manier verbonden geweest aan de geschiedenis der Nederlanden", vertelt de in Zwitserland geboren schrijfster. Zij vervolgt: ,,Dat is de kapstok voor mijn verhaal. Die mensen hebben veel beleefd, ook in samenhang met Nederland. Het leven is namelijk veel boeiender en veel verrassender dan de mensen denken. Ik sluip na hoe zich dat ontwikkeld heeft. Een dat geeft dikwijls verrassende resultaten."

Krenten
Jacqueline bekijkt de geschiedenis niet vanuit een droog en stoffig standpunt. maar weet met haar manier van schrijven en met name hoe zij het achtergrondmateriaal voor haar boeken verzamelt, op een leuke en frisse manier de krenten uit de historiebrij te halen. ,,Je moet de mensen achter de 'heilige' legende weten te bekijken. De menselijke trekjes en gewone dingen er uit weten te halen. Dat betekent niet dat de waarheid niet geschreven mag worden en stuit sommige mensen nog weleens tegen de borst. Zo heb ik bij het venzamelen van informatie voor dit nieuwe boek in een heel klein voetnootje in een of ander schrijven ontdekt, dat één van de dochters van Willem van Oranje geweigerd had om het bruidsbed met haar kersverse echtgenoot te delen. Dat zijn de leuke dingen, die zo'n verhaal goed leesbaar maken. Mijn boeken moeten voor iedereen te lezen zijn. Het moet geen gezwollen taal zijn", legt Jacqueline uit. Haar informatie haalt zij voor het merendeel uit de universiteitsbibliotheek in Amsterdam, verder ook uit het Algemeen Rijksarchief in Den Haag en indien nodig uit plaatselijke archieven. Ook bezoekt zij weleens de Koninklijke Bibliotheek.

Onbevooroordeeld
Jacqueline is geboren in Zwitserland, maar verhuisde op jeugdige leeftijd met haar ouders naar Tsjechoslowakije. Later ging zij weer terug naar haar geboorteland. Na de tweede wereldoorlog kwam zij naar Nederland. ,,Het feit dat ik in het buitenland ben opgevoed, betekent dat ik nogal onbevooroordeeld tegenover het Huis van Oranje sta. Ik bekijk het vanuit een ander standpunt dan de meeste Nederlanders. Het contact met al die andere culturen komt goed uit voor mijn schrijverswerk. Het is toch heerlijk dat je diverse vreemde talen kunt lezen. Daarbij heb ik die kennis nodig voor mijn achtergrondinformatie, want die is dikwijls in een andere taal geschreven."

Bij het samenstellen van 'De prijs van het bloed', is het Jacqueline duidelijk geworden hoe zwaar de strijd voor de vrijheid is. ,,Het is een geweldig proces geweest. Die onderhandelingen die nodig waren om de zaak recht te krijgen! Maar er is geen vrede mogelijk zonder vrijheid. En dat is ook de teneur van boek", vertelt zij over 'De prijs van het bloed', dat een jaar later dan verwacht uitkwam. De titel is ontleend aan een uitspraak van Maurits, één van de zonen van Willem van Oranje: ,,Het zijn onze handen die de vrijheid hebben gegrepen, ze is gekocht door onze rijkdom, die daarvoor gewillig is afgestaan; voor de prijs van ons bloed, het bloed van zo vele duizenden, die de eeuwigheid zijn ingegaan. Helaas, wat heeft het wel niet gekost!".

Etiket
Je moet niet denken dat ik alleen maar in het verleden leef, hoor. Deze tijd is ook heel boeiend. Ik heb ook maatschappelijk werk gedaan, en daardoor krijg je een andere kijk op de samenleving. We krijgen nu het computertijdperk, hè. Ik ga me daar zeker in verdiepen, want je bent een kind van deze tijd." 
Hoewel het Huis van Oranje haar altijd zal bezighouden, probeert Jacqueline dit etiket, wat zij in de loop van de twintig jaren dat zij nu schrijft, opgeplakt heeft gekregen, enigszins te doorbreken. ,,Ik ben bezig met andere onderwerpen. Een mens staat tenslotte niet stil.


Nog enige "Bussumse" letterkunde kan toegevoegd worden :

Monika Sauwer Koude Kermis  Amsterdam Bert Bakker 1983: van de 6 verhalen spelen er enkele in het "villadorp B[ussum]" (pg. 28 en 54)

Bea Braam Een handvol bloemen  Drukkerij Meij Bussum: een bundeltje van 42 gedichten (1984)

Toos Staalman Vuurvogel en andere verhalen  Naarden Strengholt 1984

Piet van der Weyden Verboden flessen uit het coupéraam te werpen:  6 in eigen beheer uitgegeven, gestencilde verhalen [zie Gooi- en Eemlander 4/12/84]

Het artikel over Jacqueline Doorn bracht ons op het idee om in de toekomst ook aandacht te gaan besteden aan letterkunde, schilderkunst en beeldhouwkunst. Suggestie's zijn uiteraard welkom. We konden reeds een 'verslaggever' aan onze gelederen toevoegen. '

Red.

 

 

 

Contactblad van de Historische Kring Bussum, jaargang 1, nummer 2 (maart 1985) pag. 17

Weggetje in Bussum blijkt eeuwenoud

Auteur: Thijs Heslenfeld (Gooi- en Eemlander)

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel. 

Zie ook het volgende artikel (pag. 18-21).

GOOI- EN EEMLANDER 5-2-85

AMATEUR-HISTORICUS VREEST BESCHADIGING

Weggetje in Bussum blijkt eeuwenoud

BUSSUM - "Een klein mijlpaaltje". Dat is de omschrijving die de Bussumer M.J.M. Heyne geeft aan de ontdekking van een stukje eeuwenoude weg in Bussum. Het einde van de huidige Vosmaerlaan blijkt namelijk een overblijfsel te zijn van de Hooge Bussemerweg, die op een kaart uit 1521 al terug te vinden is. Volgens Heyne betreft het hier een unieke vondst, vooral omdat het weggetje nòg steeds als voetpad dienst doet.

Dit unieke stukje geschiedenis van Bussum kwam voor het eerst aan het licht tijdens de inspraakavond over het bestemmingsplan Jan Tabak, die twee weken geleden werd gehouden. Een bewoonster van de Brediusweg, mevrouw J. van Nieuwstadt, wees wethouder drs. F. Witkamp toen op de aanwezigheid van de holle weg. Zij vroeg de wethouder ervoor te zorgen dat het weggetje niet zal worden bestraat, omdat het historische waarde heeft.

Witkamp verklaarde daarop de zaak te gaan onderzoeken. Hij betwijfelde echter of er stafkaarten zouden zijn waarop het weggetje al te vinden is. Verder zei hij dat er geen plannen zijn om het weggetje te gaan bestraten.

De heer Heyne. lid van de Historische Kring Bussum, besloot daarop in de archieven te duiken. Enthousiast vertelt hij over de geschiedenis van de Hooge Bussemerweg: "De naam Bussum is al bekend van vóór de 16e eeuw. Het toenmalige Hoog-Bussem lag echter op een andere plaats dan het tegenwoordige Bussum. Oud-Bussem werd een paar keer aangevallen en platgebrand. Daarom verhuisden de bewoners in de loop van de 16e eeuw naar het westen, naar de plek van het tegenwoordige Bussum".

Hofstede

"De benaming Hoog-Bussem stierf vervolgens uit. Van het oude Bussem is nu nog een hofstede overgebleven: Oud-Bussem. Deze ligt vlakbij de hemofiliekliniek, bij de Oud Blaricummerweg. De verbinding tussen het oude en het nieuwe Bussum heette de Hooge Bussemerweg, en liep helemaal door tot Huizen. Het was een belangrijke route, waarvan veel gebruik werd gemaakt. De voormalige bewoners van Oud-Bussem bleven bijvoorbeeld hun oude grond verbouwen, zodat ze dagelijks over de Hooge Bussemerweg trokken.

Langzaam maar zeker raakte de route uitgesleten. zodat een holle weg ontstond. Het unieke van het nu gevonden stukje weg aan de Vosmaerlaan is volgem Heyne vooral dat het weggetje nog "tameiijk authentiek" is. In de loop der tijd werden grote delen van Bussum en Naarden afgegraven, waardoor het karakter vm het gebied ingrijpend veranderde. Een groot gedeelte van de Hooge Bussemerweg verdween op die manier.

Protest

Zoals gezegd vond Heyne de Hooge Bussemmerweg terug op een kaart uit 1521, de zogenaarnde Ronde Kaart. Maar ook andere kaarten toonden het bestaan van de weg aan. Een mooi voorbeeld is de kaart van Albertus Perk uit 1843. Ook daarop is de Hooge Bussemerweg aangegeven. "Albertus Perk was agent van het domein te Hilversum en had toegang tot alle archieven en dergelijke. Het feit dat de weg op zijn kaart voorkomt is dan ook het onomstotelijke bewijs dat we hier een stukje van de Hooge Bussemerweg hebben gevonden", zegt Heyne.

De amateur-historicus zegt, evenals mevrouw Van Nieuwstadt bang te zijn dat de gemeente het historische stukje grond zal beschadigen. "Ik wil haar protest graag ondersteunen. In het bestemmingsplan Jan Tabak staan voor deze plaats groenvoorzieningen gepland en je weet maar nooit wat voor esthetische waarden de gemeente erop na houdt. Dit pad verdient het om gerespecteerd te worden Het is toch prachtig zo? Er kunnen kinderen spelen melen en je kunt er heerlijk wandelen. Je moet er niet aan denken dat ze hier tegelpaden en grasbermen gaan aanleggen."

Op een stuk grond pal naast het eeuwenoude weggetje zal binnenkort een aantal bungalows worden gebouwd. Heyne zegt dat jammer te vinden. "Maar je moet wel reëel blijven. Als die bungalows niet te dicht tegen het paadje komen, is het natuurlijk nog best te doen. Ik hoop alleen dat de gemeente wel eisen zal stelIen om het karakter van het weggetje zo weinig mogelijk aan te tasten".

Overbodig

Gemeentevoorlichter Simon Zwart zegt in een reactie op de woorden van Heyne dat de vrees van mevrouw Van Nieuwstadt en de heer Heyne overbodig is. "Meneer Witkamp heeft tijdens die inspraakavond al gezegd dat er geen sprake is van bestraten. En wat dat woord groenvoorziening betreft zoals het stuk Vosmaerlaan er nu bij ligt is het al een groenvoorziening. Er hoeft dus helemaal niets aan veranderd te worden. Het is een leuk nieuwtje, maar er is geen enkele reden tot ongerustheid."

De heer Heyne schreef uiteraard een uitgebreider versie van dit kranteartikel, waarbij wij aantekenen dat Perk de loop van de Hooge Bussummerweg anders aangeeft (red.)

Contactblad van de Historische Kring Bussum, jaargang 1, nummer 2 (maart 1985) pag. 13-15

De Doopsgezinde Gemeente Bussum

Auteurs: Els Witteveen en Coby de Jong

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel. Onderstaande illustratie is aanklikbaar voor een vergroting.

De doopsgezinde gemeente heeft in Bussum een bekende klank. Sinds 1878 neemt zij een belangrijke plaats in in het gemeenschapsleven van Bussum, niet alleen religieus, maar ook op cultureel en sociaal gebied. Wanneer men echter vraagt waar deze gemeente haar domicilie heeft, zal menig Bussummer het antwoord schuldig blijven. Zelfs als men bewust gaat zoeken en weet, dat men in het Prins Hendrikkwartier moet zoeken, kost het enige speurderszin om het Kerkgebouw, dat wat achteraf en verscholen tussen het groen aan de Wladimirlaan 10 ligt, te vinden. Toch staat dit gebouw er al sinds 1923, toen de eerste hoeksteen op 23 februari werd gelegd en de inwijding en 8 juli plaats vond. Sindsdien heeft het gebouw wel enige verandering ondergaan, maar als we naar de bouwtekening kijken is de herkenbaarheid nog duidelijk wanneer we anno 1985 het kerkgebouw in ogenschouw nemen.

Nu er in 1985 nauwelijks meer nieuwe kerkgebouwen verrijzen en wij ons vooral zorgen mak en over de bestemming van kerken die als zodanig geen dienst meer doen, is het misschien goed na te gaan welke inspanningen men zich destijds heeft moeten getroosten om een gemeente als de Doopsgezinde in Bussum op te richten en een kerkgebouw te stichten.

Een stukje geschiedenis

In de Mennonite Encyclopedie, waarin de doopsgezinde geschiedkundige prof. N. van der Zijpp historische informatie geeft over alle doopsgezonde gemeenten in Nederland, lezen we dat in het Gooi Huizen over de oudste documenten beschikt. In 1726 erft Huizen van de predikant Jacobus van Hoorn uit Amsterdam een waardevol stuk grond "De Hoornse Hout". Op dit stuk bosgrond wordt een kerkgebouw gezet, dat meer op een boerderij dan op een kerk lijkt [zie blz. 7 Honderd jaar Doopsgezind Hilversum door Ds. Broer en het speciale Huizennummer 9 van juni 1979 van TVE]. Restanten van dit gebouw zijn nu nog aanwezig. In 1834 wordt de Huizer gemeente weer opgeheven wegens het geringe aantal zielen. In 1878, enige jaren na de opening van de spoorlijn in 1874, toen vele Arnsterdammers naar het Gooi trokken, wordt er een gemeente in Hilversum gevestigd. De bezittingen van Huizen, die zo lang in Amsterdam bewaard waren, werden toen aan Hilversum overgedaan. In het Doopsgezinde jaarboekje staat nog steeds HILVERSUM met tussen haakjes "vanouds HUIZEN-HILVERSUM".

Aan het Historisch overzicht, dat ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de Doopsgezinde Gemeente Bussum-Naarden werd gemaakt, ontlenen wij de volgende gegevens.
De gemeente Hilversum omvatte tot l008 practisch het gehele Gooi en de Vechtstreek, alsmede een stuk Eemland. Ter betere verzorging van de buitenleden achtten predikant Ds. P. Oosterbaan en de k:erkeraad het beter, dat met name in Bussum en Baarn kringen van leden werden gevormd, wier werkzaamheid moest worden gestimuleerd om zo tot b.v. het houden van eigen godsdienstoefeningen te komen. In Bussum waren de leden deels lid te Hilversum, deels lid van de reeds sinds 1882 hier bestaande afdeling van der Nederlandse Protestantenbond, deels ook wel Doopsgezind maar nergens bij aangesloten. Ook zoiets kan!

Wijziging

In 1908 wijzigt Hilversum zijn reglement, dat dan de weg voor kringvorming vrijmaakt. Op 19 september 1908 staat een ledenvergadering van de N.P.B. aan de kerkeraad van Hilversum toe om eenmaal per maand een godsdienstoefening te houden in de bovenzaal van het oude Concordia. Kosten: f 10,- per keer, inclusief het gebruik van orgel.

De eerste dienst van Doopsgezinden in Bussum vindt op 24 januari 1909 plaats in Concordia. Er zijn ongeveer 30 leden aanwezig o.l.v. Ds. Oosterbaan.

De geschiedenis van de Kring en haar groei naar zelfstandigheid volgen wij nu verder aan de hand van de Notulenboeken, die sedert 1910 officieel door het Bestuur van de Kring worden getekend en nauwkeurig worden bijgehouden. Er wordt een huishoudelijk reglement gemaakt. Preekbeurten worden geregeld, Er vindt catechisatie plaats. Er worden gezellige avonden georganiseerd om de onderlinge band te verstevigen.

De Kring groeit onder een actief bestuur van 30 leden in 1907 tot 127 leden in 1927. In 1915 wordt ook de eerste kerkeraad geinstalleerd. Bij deze gelegenheid krijgt de gemeente de volgende cadeau's: een orgel, een harmonium, een Leidse vertaling van het Oude en Nieuwe Testament, en een kanselstoel met kussen. Hoewel men meer dienst kon doen in Concordia (1 x per 14 dagen, omdat de N.P.B. een eigen gebouw had gekregen) en men voor b.v. Doopplechtigheden en huwelijksinzegeningen ook van andere kerken gebruik mocht maken, voelde men toch steeds meer dat men zich moest behelpen. Br. W.C.J. Mooy verwoordt namens de zeven jongste leden in 1915 het streven naar een eigen kerkgebouw als volgt: "Hoe indrukwekkend een Doopplechtigheid in de Lutherse Kerk ook moge zijn, hoe best het kerkje er zich ook toe leende, we zijn er niet thuis, we zijn toch altijd maar op visite".

Actie

Men startte toen het verschillende acties onder de leden ten behoeve van kerkbouw. In het oude kerkfonds was slechts een grondkapitaal van f 322,294 aanwezig. Intussen informeerde men ook naar stukjes grond, o.a. bij het Wilhelminaplantsoen. In 1919 kwam het Irenegebouw vrij, maar de kosten ervan waren te hoog en men twijfelde aan de geschiktheid van het gebouw.

In 1921 kwam er eindelijk schot in de zaak. Men kon een stuk grond aan de Wladimir kopen voor f 7000,-. De financiën kwamen bijeen uit bijdragen van leden en andere gemeenten. Er was mogelijkheid voor een hypotheek bij de zustergemeente Haarlem. De Vrijmetselaarsloge "In vrijheid één" bood aan om bij te springen in de kosten, mits men later zou kunnen huren. Een aanbod van f 2000,-wordt gedaan onder voorwaarde, dat de Heer Kruisweg de architect is. Er is geen sprake van gezamenlijke exploitatie, noch van enige medezeggenschap. Het te bouwen huis is enkel en alleen eigendom van de doopsgezinde gemeente. Er kan hooguit sprake zijn van 'maconieke' invloed in de stijl van het gebouw, daar de Heer Kruisweg vrijmetselaar is.

De Heer Kruisweg ging aan de gang, maakte plannen, werkte tekeningen uit en maakte het bestek voor de aanbesteding klaar. De schoonheidscommissie gaf in 1922 haar goedkeuring.

De eerste steen (de hoeksteen) kon op 23 februari worden gelegd. Hierop staat een spreuk uit Mattheus: "Eén is uw meester, gij zijt allen broeders". Op de voorgevel komt heel sober te staan DOOPSGEZINDE KERK, nadat men eerst had gedacht aan het plechtige "Huis der Vermaning".

Bij de inwijding op 8 juli 1923 door Ds. A. Binnerts uit Haarlem kreeg men zeer passende cadeau's o.a. f 100,- voor stoelen à f 7,50 per stuk, f 500,- in de kosten van gasverwarming, avondmaalsbekertjes. Dit bijzondere feit hebben we nog uit de Notulenboeken kunnen halen.

Helaas ontbreken deze boeken uit de periode 1924-1940. Ze zijn althans onvindbaar. Misschien zijn ze nog in particulier bezit. Het is echter ook mogelijk dat de bezetter ze in de jaren 1940-45 met de bescheiden van de Vrijmetselaarsloge heeft vernietigd.

Wie weet is de opsporing van deze bescheiden nog eens aanleiding voor een vervolg verhaal over de Doopsgezinde Gemeente.

Wij danken de Doopsgezinde Gemeente voor het inzage geven van haar stukken.



Illustratie-onderschrift:
De bouwtekening van architect Kruisweg

Contactblad van de Historische Kring Bussum, jaargang 1, nummer 2 (maart 1985) pag. 9-11


J.D.C. van Dokkum - Bussums ingezetene 1915-1920

Marcus van der Heide

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel.

 

Jan Dirk Christiaan van Dokkum werd 17-4-1868 te Utrecht geboren. Zijn beroep werd bibliothecaris. Vanaf 1886 was hij werkzaam aan de Universiteit van Utrecht. In 1905 werd hij assistent-bibliothecaris aan de Universiteit van Amsterdam. In 1920 volgde de adjunct-functie te Wageningen,waar hij van '25 tot zijn pensionering in 1933 hoofdbibliothecaris van de landboudhogeschool was.

De oudste geschriften van Van Dokkum bewijzen direct al zijn veelzijdigheid. In 1897 verscheen bij Hilhorst in Utrecht een sprookje De bloemenrevolutie. Het jaar daarop verzorgde hij de Catalogus van het Nederlandsch Schoolmuseum, permanente tentoonstelling van leer- en hulpmiddelen bij het onderwijs, 252 pg., systematisch geordend.

Zijn topografische belangstelling blijkt al in 1900 uit In en om Utrecht, Gids voor Utrecht, De Bilt, Zeist, Soestdijk, Baarn en omstreken.

Van 1904 is het boekje Met tante naar den theetuin, een vertelling met tekeningen van Jan Rinke (volgens het Lektuurrepertorium "voor grotere kinderen, meer bijzonder voor meisjes geschikt"). In dat jaar was hij voor Catharina van Rennes de tekstdichter voor haar Opus 49 Brechtjebuur, een liedje op snaakschen trant. Sedertdien zou hij voor veel componisten de teksten schrijven, waarbij als bijzonderheid nog vermeld kan worden dat zijn vrouw, Mina Smits, sopraan-iangeres. was. Beiden waren Wagner-fans.

Van grote betekenis voor zijn schrijversschap wordt het feit, dat hij zich bezig heeft gehouden met de ordening van het oudste gedeelte van het Toonkunstarchief. Verscheen in 1913 reeds in de Serie populair wetenschappelijk Nederland als nr. 4 van zijn hand Nederlandse Muziek in de negentiende eeuw, vanaf 1914 worden regelmatig artikelen geplaatst in het toonaangevende tijdschrift Caecilia, Algemeen Muzikaal Tijdschrift van Nederland.

Bussumse periode

Van 5-8-1915 tot 26-5-1920 woonde Van Dokkum in Bussum (Parklaan 7).

In 1918 worden zijn Caecilia-opstellen, 18 in totaal, gebundeld tot De Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst in haar wording en ontwikkeling, een bijdrage Eet de Nederlandse Muziekgeschiedenis der XIXe eeuw.

Deze Bussumse jaren blijken verder productief:
1916 Rapport betreffende de arbeidstijden en bezoldigingen van de ambtenaren aan bibliotheken en leeszalen in Nederland;
1917 Catharina van Rennes, in de Eerste Serie Mannen en vrouwen van betekenis als no. 4 verschenen;
1918 Utrecht, in de Meulenhoff-serie Ons mooie Nederland o.r.v. D.J. van der Ven deel 5;
1919 Cursus over bibliotheekwetenschap, Amsterdam.

Vanaf de oprichting in '14 tot '20 zat Van Dokkum in de redactie van Amstelodamum, Maandblad voor de kennis van Amsterdam, waarvoor hij menig artikel leverde (over de Universiteitsbibliotheek bv. 1915) en talloze boeken recenseerde.

En wat zijn vak betreft, van 16-20 en 21-25 (resp. Jrg 1-5 en 6-10) zat hij in de redactie van Bibliotheekleven, Orgaan der Centrale Vereniging voor openbare leeszalen en bibliotheken en van de Nederlandse Vereniging voor biblothecarissen en biblotheekambtenaren, te Utrecht verschijnend.

Zijn verblijf in Het Gooi tenslotte resulteerde tot het boekje Het Gooi, naar aanleiding waarvan Heyne "een boekje open" doet. Dit is ook de reden om enkele gegevens over Van Dokkum te publiceren.

Levenswerk

In 1929 verscheen het monumentale gedenkboek Honderd Jaar Muziekleven in Nederland, Een geschiedenis van de Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst bij haar eeuwfeest 1829-1929, uitgegeven door het Hoofdbestuur, het vervolg en de voltooiing van zijn arbeid, die in 1918 reeds leidde tot de publicatie van zijn Caecilia-opstellen.

Het boek is ook voor de muziekhistorie van Het Gooi van onschatbare waarde: stichting van de Muziekschool in Bussum door Heinze [zie mijn artikel Oorsprong Muziekschool te Bussum in het vorige Contactblad] pg. 211, gezamenlijke uitvoeringen Toonkunst Hilversum/Bussum pg. 143, Toonkunstafdeling te Laren die maar kort bestaan heeft enz.

Twee citaten betreffende Bussum verdienen aangehaald te worden, dat over het Muziekfeest der Maatschappij van juni 1898 te Bussum (pg. 206), en een kortere passage over Schoonderbeek, de vijfde dirigent van Toonkunst Bussum (en de oprichter van de Nederlandse Bachvereniging te Naarden in september 1921):

206: Een geheel afzonderlijke plaats in de rij der Muziekfeesten nam dat te IBussum van 18/19 Juni 1898 in. Dit was het eenige Muziekfeest waar een met zorg voorbereide opera werd uitgevoerd en wel Von Gluck's Orpheus, een artistieke daad die niet naliet indruk te maken. Cornelie van Zanten zong en speelde de titelpartij, Fred.J. Roeske dirigeerde. De Lange's verslag wijdde aan deze onderneming der kleine Afdeeling eenige woorden van lyrische verrrukking; hij noemde deze opvoering van Gluck's meesterwerk "een gebeurtenis, die, als zij een eerste stap is en door anderen in die richting gevolgd wordt, van het grootste belang voor de toekomst der Maatschappij mag geacht worden. Voor het eerst zetten wij.den voet bij gelegenheid van zulk een officieele bijeenkomst op het gebied der dramatische kunst; laat ons de hoop uitspreken, dat dit jaar als een keerpunt in onze geschiedenis mag aangemerkt worden, zoodat wij een volgend verslag zullen kunnen gewagen van een nieuw veld, dat ontgonnen geworden is, van een veld, dat helaas al te lang bij ons heeft braak gelegen, maar dat thans tot een krachtig leven gewekt werd".

Deze wensch is niet vervuld, het is vrijwel bij deze eene poging gebleven; alleen op het Nederlandsche Muziekfeest te Amsterdam in 1912 is ook het lyrisch-dramatische genre ten tooneele aan de beurt gekomen.

286/7 : In Amsterdam's forensen Centrum, het lokale tweelingpaar Naarden-Bussum, is het eveneens een belangrijke persoonlijkheid geweest die gedurende een aantal jaren door zijn artistieke werkzaamheid het muziekleven tot een achtenswaardig niveau heeft omhoog gebracht. Concertuitvoeringen als die van Von Weber's Freischutz en Lortzing's Czar und Zimmermann, door de Bussurnsche Afdeeling onder Joh. Schoonderbeek's leiding, behooren tot mijn zeer aantrekkelijke muzikale herinneringen.

Uit de dertiger jaren memoreren we tenslotte nog de komische eenakter Een Serenade in de Sint Jansnacht van de in Bussum geboren en getogen componist Jan Felderhof op tekst van Van Dokkum. Het is nog een compositie uit zijn studietijd, Felderhof behaalde in 1933 bij Sem Dresden het einddiploma voor (zijn tweede) hoofdvak compositie. [Zie Mens en Melodie, jrg 23 nr.10 van oktober 1968 pg. 290 vlgg].

In 1935 ontmoetten beiden elkaar nogmaals op het Nederlandsch Muziekfeest van 2-9 mei in Amsterdam t.g.v. het 40 jarig jubileum van Mengelberg als dirigent van het Concertgebouw: Van Dokkum schreef voor het Feestprogramma het artikel Vijf eeuwen Nederlandsche Muziek'; op dit Muziekfeest "debuteerde" Felderhof, aldus Wouter Paap in het genoemde artikel in Mens en Melodie, in de Kleine Zaal met Twee liederen voor zang en piano: Panisch op tekst van Leopold en Herfst op tekst van Marsman, uitgevoerd door Hans Gruys en Felix de Nobel.

Van Dokkum stierf vrij onverwacht op 28-2-38 te Wageningen en werd daar op 3 maart op de Nieuwe Begraafplaats ter aarde besteld.

Een uitgebreide bibliografie moet helaas achterwege blijven, een lijstje met enkele componisten voor wie Van Dokkum als tekstdichter fungeerde moge nog volgen.

Gaarne spreken wij onze dank uit voor de waardevolle gegevens, die Mevrouw Hofman van het Toonkunstarchief en Mevr. Dr. M. Feiwel van de Historische Verzameling der Universiteit van Amsterdam ons konden verschaffen.

L Adr. van Tetterode: Op. 47 Vier volksliedjes (1905), Op. 54 Drie liedjes (1907) en Op. 60 Molentje. Lied in den volkstoon (1908)

Joh. H. Löser: zonder Opusnummer Rembrandtliedje (1906), Opus 22 en 22b (1909) en van Op. 26 Twee duetten voor zangstemmen met klavierbegeleiding het tweede Zonnebelofte (1913) .
[1914 verscheen in de bij Hollandiadrukkerij o.r.v. Van der Ven verschijnende serie 'Onze grote mannen' als deel 3: Rembrandt van de hand van Van Dokkum]

Hendrik C. van Oort: Drie Kerstliederen voor 4 vrouwenstemmen met begeleiding van piano of orgel, het eerste lied Kerstnacht (1910)

M.H. van 't Kruys: Zangspe1 "Bloem van IJsland" [vóór 1919, sterfjaar van Van 't Kruys]

Jacob Hamel: Brechtjebuur (1924)

J.F. Tierie Jr.: Op. 43 O rijke, heil'ge Nacht, Kersthymne voor eene zangstem met begeleiding van piano en orgel (1925)

Hendrika van Tussenbroek: Op 16 Wijde luchten, [61 Tweestemmige kinderliederen met klavierbegeleiding (1928)

Jacq. Scholten in 1950 [!l voor mannenkoor Onder de linde naar een gedicht van J.D.C. van Dokkum

Zie ook https://www.historischekringbussum.nl/index.php/42-bussums-historisch-tijdschrift-contactblad/2169

 

Actueel

Maand van de Geschiedenis

'Wat een ramp!' Van persoonlijke rampen tot catastrofes die de samenleving ontwrichten: rampen zijn van alle tijden. In een periode waarin pandemieën, oorlogen, bosbranden en overstromingen de kranten en talkshowtafels in hun greep houden staat de maand oktober 2022 in het teken van het thema 'Wat een ramp!'. Er wordt niet alleen stilgestaan bij de verwoestende kracht van rampen, er wordt ook een ode gebracht aan de veerkracht en weerbaarheid die een ramp in de mens kan opstuwen. Bekijk HIER een video-trailer over de Maand van de Geschiedenis, die eind oktober in het Rijksmuseum wordt afgesloten met de Nacht van de Geschiedenis. Op 8 oktober is er een Open Dag van Tussen Vecht en Eem Er is onder meer aandacht voor het bloedbad van Naarden in 1572.

Foto van de maand

September 2022

Naar aanleiding van de evenementen ter gelegenheid van de Open Monumentendag in het gerenoveerde Bensdorpcomplex, deze maand een foto van een onderdeel van het fabricageproces zoals dat aan  het begin van de vorige eeuw plaats vond in de Bensdorpfabriek. Misschien heeft een van onze lezers daar wel verhalen over gehoord van iemand die dat nog meegemaakt heeft. Vertel het ons:
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.l  Alvast hartelijk dank voor uw reactie. 

HKB Nieuws

Toegang documentatiecentrum 

Werklieden hebben de laatste hand gelegd aan de vervolmaking van de hellingbaan die toegang geeft tot het documentatiecentrum van de HKB. Er werden loodzware blokken neergelegd van Portugese steen, anderhalve ton per stuk.  Het ziet er mooi uit, maar er is een probleem ontstaan met de toegang naar de vloer van het DC. Die ligt nu een stuk lager!  Onvoorbereide bezoekers dreigen nu een beetje naar beneden te storten. Dit zal ongetwijfeld op een aanvaardbare manier worden opgelost. 
(foto's Jaap van Hassel)

Actueel

Vredesprijs en Vredeswandeling 2022

Vorige week zaterdag werd voor de zesde keer tijdens de internationale Vredesweek in Gooise Meren de Vredesprijs uitgereikt aan hen die een positieve bijdrage hebben geleverd aan het samenleven in de gemeente. Dit jaar ging de prijs naar De Groene Ruijter (De GRRU) en @altijdwerkplaats. De prijs wordt gesymboliseerd in een Vredesboom, die evenals vorig jaar werd geplant in de tuin van de Koptisch Orthodoxe Kerk van St. Verena aan de Ceintuurbaan in Bussum. Voorafgaand kon men deelnemen aan de vredeswandeling, die liep door Bussum-Zuid via het voormalige Bos van Bouvy (nu woonwijk), de vijver bij de Anthoniushof en de Verzetsliedenbuurt weer terug naar de Ceintuurbaan. Nol Verhagen, Klaas Oosterom en Margreet de Broekert, vrijwilligers bij de Historische Kring  gaven uitleg en toelichting over deze locaties.

We hebben 134 gasten en geen leden online